Zoekresultaten 1-20 van de 6112 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-362/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klaagster verwijt de advocaat dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het feit dat (en wanneer) hij zich in een procedure tegen (ook) klaagster voor haar heeft gesteld en evenmin over de voortgang van de zaak, waaronder alle ontwikkelingen op de rol (de agenda van de rechtbank), meer specifiek de (fatale) termijn waarop de conclusie van antwoord moest worden genomen. Uit het klachtdossier blijkt niet dat de advocaat dat wel heeft gedaan. De advocaat stelt er een mondelinge afspraak was. Hij zou zich wel in de procedure zou stellen, maar pas verdere werkzaamheden verrichten zodra openstaande rekeningen voor andere werkzaamheden waren betaald. De advocaat heeft deze afspraak niet schriftelijk vastgelegd. Hierdoor heeft hij de ontstane onduidelijkheid zelf veroorzaakt en in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16. Dit leidt tot de maatregel van een berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:271 Hof van Discipline 's Gravenhage 260099

    Appelverbod artikel 46h Advocatenwet. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De bezwaren van klager tegen de samenstelling van de behandelend kamer worden door het hof verworpen. De door klager aangevoerde argumenten waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de voorzittersbeslissing van de raad. Klager wenst in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-240/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Niet is komen vast te staan dat de advocaat niet tijdig stukken van klager heeft gedownload waardoor de zaak van klager vertraging heeft opgelopen. Evenmin is onaannemelijk of ongeloofwaardig dat berichten van klager in de spambox van de advocaat terecht zijn gekomen. Het is de raad niet gebleken dat de bijstand van de advocaat aan klager tegenover de belastingdienst niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en kwaliteit die de professionele standaard veronderstelt. Het klachtdossier bevat geen aanknopingspunten voor de stelling van klager dat daarbij essentiële zaken onbesproken zijn gebleven. Uit niets blijkt dat de advocaat is afgeweken van instructies van klager. Voor klager moest duidelijk zijn dat de het bij het in de opdrachtbevestiging opgenomen uurtarief van € 20,- om een typefout gaat. Niet alleen omdat het wel een erg laag uurtarief is, maar ook omdat klager al meer dan tien jaar is verbonden aan het kantoor van de advocaat en klager wist dat een marktconform uurtarief tussen de € 250,- en € 350, - ligt. De advocaat heeft zich op zorgvuldige wijze onttrokken aan de hem verstrekte opdracht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 260111

    Appelverbod artikel 46h Advocatenwet. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De bezwaren van klager tegen de samenstelling van de behandelend kamer worden door het hof verworpen. De door klager aangevoerde argumenten waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de voorzittersbeslissing van de raad. Klager wenst in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-475/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerder wist niet en hoefde ook niet te begrijpen dat klaagster naast haar rechtsbijstand van mr. K twee andere advocaten kort heeft ingeschakeld vanwege hun expertise. Verweerder kon en moest verweerster daarom rechtstreeks aanschrijven zoals door hem gedaan. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt ontvangen informatie. Hij heeft nog nader onderzoek naar het van zijn cliënt gekregen woonadres van klaagster gedaan, maar dat vanwege geheimvermelding daarvan niet van de gemeente ontvangen. Klaagster is hierdoor niet benadeeld of anderszins in haar (privacy)belangen geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 260126V

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. De beslissing van de deken om in deze derde klachtzaak te volstaan met het geven van een dekenstandpunt is door de voorzitter terecht betiteld als een procedurele beslissing, die desgewenst in de (verdere) klachtbehandeling bij de raad aan de orde kan worden gesteld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-498/AL/NN 26-521/AL/NN

    voorzittersbeslissing. Volgens klager hebben verweerders, als advocaten van zijn wederpartij, zich schuldig gemaakt aan grensoverschrijdend, onzorgvuldig en intimiderend gedrag richting klager. Daarvan is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Evenmin is daaruit gebleken dat verweerders de belangen van klager nodeloos of onevenredig hebben geschaad zoals verweten. Deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een eigen belang bij die verwijten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 260160

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is dat de advocaat moet worden betaald. Als er een toevoeging wordt verleend, gaat het om de eigen bijdrage en eventuele bijkomende kosten, zoals griffierechten (zie ook HvD 17 november 2025, ECLI:NL:TAHVD:2025:231). In het geval de klager niet in aanmerking komt voor een toevoeging, is het niet anders (zie ook HvD 6 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:204).

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 260173

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-507/AL/NN 26-522/AL/NN

    voorzittersbeslissing tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht, voor zover hij dat feitelijk ook heeft gedaan, aan zijn cliënte de tip geven om de behandelaar van haar ex-partner te benaderen, zoals door haar gedaan. Of en in hoeverre die behandelaar ingaat op een informatieverzoek is de verantwoordelijkheid van de behandelaar. Van onjuiste, niet onderbouwde en onnodig grievende uitlatingen is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9172

    Grotendeels gegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft klaagster behandeld met botulinetoxine injecties in de oksels in verband met overmatig transpireren. De dermatoloog heeft klaagster voorafgaand aan de behandeling onvoldoende geïnformeerd, de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder inachtneming van de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen beëindigd, onzorgvuldig gehandeld bij de verslaglegging en is tekortgeschoten in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer. Gelet op de ernst en de samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken van inzicht in het eigen handelen en een opgelegde berisping in een eerdere tuchtzaak, legt het college een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-586/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-165/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling is ongegrond. De advocaat stond in 2016 zowel klaagster als een bewoner van haar chaletpark bij toen zij een gezamenlijk belang hadden tegenover de gemeente. Later heeft de gemeente de bewoner een omgevingsvergunning verleend om op het park te blijven wonen. Daartegen heeft klaagster bezwaar gemaakt. Klaagster trad dus op tegen de gemeente en niet tegen de bewoner. De bewoner was als vergunninghouder een derde belanghebbende partij. De advocaat heeft de bewoner bijgestaan in de bestuursrechtelijke procedure. Die bijstand richtte zich niet tegen klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:276 Hof van Discipline 's Gravenhage 260176

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Verzoek tot aanwijzing van een advocaat in meerdere opzichten onvoldoende onderbouwd, waardoor de deken niet in de gelegenheid is gesteld om het verzoek inhoudelijk te beoordelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7870

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een huisarts. Het college overweegt onder andere dat uit de vermelde feiten blijkt dat de huisarts zijn patiënten er actief van heeft proberen te weerhouden zich (ook door een andere zorgverlener) te laten vaccineren, door zich jegens hen op diverse wijzen en ongevraagd zeer kritisch en negatief uit te laten over de COVID-19-vaccinaties. Met de telefonische benadering van driehonderd patiënten, het informed consent-formulier, de in die gesprekken en dat formulier verstrekte eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie en met het vereiste van ondertekening in het formulier de huisarts ten onrechte een drempel heeft opgeworpen voor de patiënten die wel gevaccineerd wilden worden. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Al met al komt het college, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2981

    Klacht tegen een internist-nefroloog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, die vanaf 2017 bij de internist-nefroloog in behandeling is geweest en in 2024 is overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog onder meer dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling en heeft geweigerd de patiënte naar een andere internist-nefroloog te verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat college overweegt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-351/DB/ZWB 26-356/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt of informatie heeft achtergehouden of tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij het verrichten van een heroverweging. Klachten in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3001

    Klacht tegen een apotheker. Klager gebruikte al enige tijd een opiaat van een bepaald merk. Op enig moment heeft de online-apotheek dit medicijn vervangen door een medicijn van een ander merk. Klager verwijt de apotheker dat dit is gebeurd zonder uitleg aan hem en zonder overleg met een arts. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-488/DB/ZWB/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft stelselmatig en in een groot aantal zaken niet voldaan aan de zware zorgplicht die geldt bij het behandelen van gezamenlijke echtscheidingsverzoeken. Voor de hoogte van de maatregel weegt de raad mee dat de vaste rechtspraak over de zware zorgplicht voor ‘afhechtingsadvocaten’ al lange tijd helder was en verweerder ook wist dat de dekens extra toezicht zouden houden op ‘afhechtingsadvocaten’. De raad is er niet van overtuigd dat verweerder met de inmiddels doorgevoerde wijzigingen in zijn praktijkvoering wel zal voldoen aan de zware zorgplicht. Schorsing van 22 weken, waarvan 18 weken voorwaardelijk.