Zoekresultaten 1-20 van de 22770 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-815/AL/MN

    Verweerder heeft zich op een onjuiste manier aan de zaak van klager, zijn cliënt, onttrokken. Uit de verklaring van verweerder begrijpt de raad dat verweerder dit heeft gedaan omdat hij gekrenkt was door de e-mail van klager waaruit bleek dat klager het advies van verweerder niet zou opvolgen en toch naar het gesprek zou gaan. De raad leidt daaruit af dat verweerder in de richting van klager te weinig professionele distantie in acht heeft genomen. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet de ernst van dit handelen en de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de raad is veroordeeld, wordt volstaan met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:97 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-840/AL/GLD

    Verweerder staat zowel de zus als de vader van klager bij, terwijl zijn zus en vader volgens klager een tegengesteld belang hebben. Voor de raad is niet komen vast te staan dat klager door het optreden van verweerder voor zowel de zuster van klager als de vader van klager rechtstreeks in zijn belang is geraakt. Voor zover sprake zou zijn van een tegenstrijdig belang is het naar het oordeel van de raad aan de zuster of de vader van klager om dat aan te orde te stellen als dat voor een van hen een probleem zou zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-176/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van kantoor directeur kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:112 Hof van Discipline 's Gravenhage 250220

    De raad heeft geoordeeld dat verweerster klager onvoldoende heeft geïnformeerd over zijn mogelijkheden om een schadevergoeding te vorderen van de gemeente. Zij heeft hem ook onvoldoende uitgelegd wat het betekent om finale kwijting overeen te komen en heeft niet geprobeerd om de mogelijkheid om schade te vorderen open te houden. De bijstand van verweerster aan klager was op dit punt ontoereikend. De klacht is in zoverre gegrond verklaard en aan verweerster is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster is in hoger beroep gekomen. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat er geen grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster omdat zij klager beter had moeten informeren. Verweerster heeft klager op ieder punt waarop klager volgens de opdrachtbevestiging om bijstand heeft verzocht, en alle probleemgebieden die hij aankaartte, van een advies voorzien. Ook heeft zij hem voldoende duidelijk gemaakt wat een finale kwijting inhield. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:113 Hof van Discipline 's Gravenhage 250368

    Beklag tegen afwijzingsbeslissing niet-ontvankelijk omdat het beklag buiten de beklagtermijn is ingediend. Er zijn geen argumenten gesteld of gebleken die deze termijnoverschrijding verschoonbaar zouden kunnen maken.Beklag tegen een tweede afwijzingsbeslissing ongegrond omdat het een herhaald verzoek betreft. Klager heeft tegen dit standpunt van de deken geen beklaggronden geformuleerd. Nu het hof op 19 september 2025 heeft beslist op het beklag van klager dat zag op klagers verzoek om een advocaat om namens zijn vader en zichzelf een procedure te kunnen starten, ECLI:NL:TAHVD:2025:179, mocht de deken dit herhaalde verzoek afwijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 260119

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. In het geval verweerder in het kader van zijn toezichthoudende taak als deken op grond van artikel 24 lid 2 WWFT een onderzoek doet of heeft gedaan bij mr. P ontvangt klaagster daarover geen bericht. Klaagster kan derhalve niet vaststellen (en het hof evenmin) of er bij verweerder sprake is van plichtsverzuim op dit punt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-395/AL/GLD

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder als advocaat van een onder curatele gestelde buiten de door de wet en de jurisprudentie geschetste kaders heeft gehandeld en daarmee de belangen van klagers en de relatie tussen klagers en hun onder curatele gestelde moeder heeft geschaad. Ook heeft hij onnodig grievende uitlatingen over klagers gedaan. Verweerder heeft daarmee in strijd met artikel 46 Advocatenwet gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen, de omstandigheid dat verweerder weinig inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben en het feit dat verweerder al eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is naar het oordeel van de raad de oplegging van een voorwaardelijke schorsing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:109 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over de procedurele beslissingen die de deken heeft genomen in het kader van het onderzoek (zoals het hanteren van termijnen en het al dan niet toelaten van stukken). Ook die bezwaren kunnen in de procedure bij de raad van discipline onder de aandacht worden gebracht en bij de raad kunnen ook nog stukken worden ingediend. Klager kan tegenover de raad van discipline toelichten waarom verweerder volgens klager niet juist heeft gehandeld en wat er volgens klager in het klachtonderzoek niet goed is gegaan. Indien beroep openstaat voor klager bij het hof kan klager dat ook (alsnog) bij het hof doen. Gelet hierop is van een zelfstandige klacht over verweerder waarvoor het tuchtklachtrecht is bedoeld geen sprake. Om die reden zal de ingestelde klacht over verweerder niet worden doorverwezen naar een andere deken. Ook overigens heeft het hof geen wettelijke bevoegdheid om zelfstandig klachten over dekens te onderzoeken en daarop te beslissen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:110 Hof van Discipline 's Gravenhage 250177

    Verweerder heeft in verschillende civiele procedures opgetreden als advocaat van de wederpartij van klaagster. De raad heeft een deel van de klachten over verweerders handelen in die procedures niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de klachten te laat zijn ingediend, dan wel omdat klaagster daarbij geen belang heeft. De overige klachten zijn door de raad ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. In hoger beroep gaat het alleen nog om de klachten die klaagster ook aan de raad heeft voorgelegd, en kunnen geen nieuwe klachten worden aangevoerd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-515/AL/OV

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:111 Hof van Discipline 's Gravenhage 250300

    Het betreft een klacht tegen de (voormalig) eigen advocaat over het optreden in een eerdere tuchtklachtzaak van klager tegen verweerder, alsmede het volgens klager door verweerder per post versturen van een voor hem bestemde brief aan de wederpartij. De klacht is door de Raad bij voorzittersbeslissing gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard gelet op de vervaltermijn. Het verzet van klager is deels gegrond verklaard, vanwege het door de voorzitter toepassen van een onjuiste maatstaf. De maatstaf die de voorzitter bij de beoordeling had moeten toepassen is niet het ne bis in idem-beginsel, maar de behoorlijke tuchtprocesorde. Dat beginsel brengt met zich mee dat een opvolgende klacht zodanig verweven kan zijn met een eerdere klacht, dat het van de klager redelijkerwijs verlangd had mogen worden dat hij die klacht al in de eerste procedure had ingediend. De klachten in deze opvolgende procedures zien, hoewel anders geformuleerd, beide op de wijze waarop verweerder zich als advocaat van klager heeft onttrokken aan de behandeling van de zaak van klager. De brieven waarover in deze procedure wordt geklaagd dateren ook van vóór het moment waarop de eerdere klacht werd ingediend door klager tegen verweerder. De raad heeft geoordeeld dat de beginselen van een behoorlijk procesorde daarom aan een inhoudelijke beoordeling van deze klachtonderdelen in de weg staan en heeft deze klachtonderdelen daarom niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige heeft de raad het verzet ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-439/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de communicatie in een zaak tegen het UWV. Verweerder is op meerdere momenten tekortgeschoten in zijn communicatie met klaagster. Hij heeft haar pas twee dagen voor de zitting op de hoogte gesteld van de zitting en heeft onfatsoenlijk gereageerd op haar terechte vragen naar de uitspraak. Verweerder heeft zijn excuses aangeboden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-500/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft escalerend gehandeld door in zijn eerste brief aan klager direct te dreigen met het openbaren van klagers ‘dubbelleven’ en het betrekken van zijn nieuwe partner in een procedure. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-483/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-570/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:107 Hof van Discipline 's Gravenhage 250310

    Klager heeft een klacht ingediend tegen verweerster als advocaat van zijn wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht ziet erop dat verweerster als advocaat werkzaamheden heeft verricht terwijl zij geschorst was. In deze procedure is ten eerste de vraag aan de orde of klager ontvankelijk is in zijn klacht, meer in het bijzonder of hij daarbij een eigen belang heeft. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Het hof bekrachtigt vervolgens het oordeel van de raad, waarbij de klacht van klager gegrond is verklaard en aan verweerster, gelet op de aard en ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en op haar omvangrijke tuchtrechtelijk verleden, de maatregel van schrapping van het tableau is opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-576/DH/DH 25-577/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:76 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-697/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht van een curator over een advocaat. De aankondiging van verweerder dat hij een tegenklacht zou indienen wordt in de voorliggende situatie niet klachtwaardig beschouwd. De curatoren hebben zonder (nadere) onderbouwing opnieuw dezelfde ernstige beschuldigingen geuit jegens klager als die kort daarvoor door de tuchtrechter ongegrond zijn verklaard. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-711/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-108/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat de verwijten nauwelijks zijn onderbouwd en uit de overgelegde stukken niet blijkt dat verweerster tekort is geschoten in haar bijstand.