Zoekresultaten 20051-20100 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:243 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.075

    Klager heeft zich gewend tot de aangeklaagde huisarts vanwege klachten aan zijn rechteroog. Klager verwijt de huisarts: 1. het stellen van een verkeerde diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie, terwijl de toestand van het oog, met aangroei op het hoornvlies, aanleiding had moeten vormen voor onmiddellijke doorverwijzing naar de oogarts; 2.verantwoordelijk te zijn voor het gezichtsverlies van 40% van het rechteroog; 3.verantwoordelijk te zijn voor de emotionele schade. Het Regionaal Tuchtcollege beslist dat de huisarts heeft gehandeld en mocht handelen conform de NHG-standaard Het rode oog. Nu het eerste klachtonderdeel faalt, komt het college niet toe aan de bespreking van de overige twee klachtonderdelen. De klacht wordt zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:242 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.364

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager verwijst de arts dat zij ten overstaan van het Centraal Tuchtcollege opzettelijk in strijd met de waarheid een verklaring heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het door klager gestelde handelen van de arts valt onder de tweede tuchtnorm en verklaart klager daarom ontvankelijk in zijn klacht, maar verklaart de klacht vervolgens kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-205/DB/ZWB

    Verweerder heeft onvoldoende met klager gecommuniceerd over de te voeren strategie, de procedurele gang van zaken, de inhoud van het verweerschrift en hij heeft onvoldoende juridische inspanning geleverd. Ook heeft verweerder onvoldoende met de wederpartij van klager gecommuniceerd. Verweerder heeft voorts onvoldoende nauwgezetheid betracht in de financiële afspraken met klager en niet het complete dossier overgedragen aan de opvolgend advocaat. Aan verweerder wordt een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-635/DB/ZWB

    Klacht ingediend nadat de in artikel 46g lid 1 Advocatenwet is verstreken. Klacht niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/51

    Klacht tegen huisarts. Klager wendde zich in april 2018 tot de huisartsenpost, waar verweerder op dat moment dienst had, met pijn in zijn knie en lies als gevolg van een botsing in de botsauto’s op de kermis. Verweerder heeft onderzoek gedaan, pijnstilling gegeven en klager geadviseerd bij aanhoudende klachten naar zijn eigen huisarts te gaan. Volgens klager heeft verweerder op deze wijze niet adequaat gehandeld. Hierdoor heeft verweerder de inwendige bloeduitstorting gemist die de volgende dag bij klager werd geconstateerd, toen klager zich met buikpijn tot een andere arts wendde. Klager moest hiervoor een operatie ondergaan. Het college volgt daarentegen verweerder in zijn verweer dat er tijdens het bewuste consult nog geen signalen aanwezig waren die wezen op de later ontstane en geconstateerde inwendige bloeduitstorting. De pijnklachten die tot nader onderzoek aanleiding gaven zijn ook pas ontstaan op de dag na het consult met verweerder. Het betreft hier overigens een zeldzame complicatie. Verweerder mocht volstaan met de behandeling die hij heeft ingezet. Dat er de volgende dag naar aanleiding van nieuw ontstane pijnklachten een inwendige bloeduitstorting werd geconstateerd, maakt het voorgaande niet anders. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/58

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is sinds 2016 ziek voor eigen werk vanwege diverse lichamelijke en psychische klachten. In 2017 is zijn Ziektewetuitkering stopgezet, omdat hij niet langer voor meer dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit oordeel is in bezwaar en beroep in stand gebleven. Klager kan zich hier niet in vinden. Volgens hem heeft verweerster, die klager meerdere keren heeft gezien, zijn benutbare mogelijkheden veel te positief ingeschat. Ook verwijt klager verweerster dat zij niet bereid was haar beoordeling aan te passen op basis van zijn telefonische reactie daarop. Voorts zou verweerster ten onrechte hebben gezegd dat er geen second opinion mogelijk was. Het college beoordeelt verweersters rapportage aan de hand van de criteria waaraan deze volgens vaste jurisprudentie dient te voldoen. Nu de rapportage hieraan voldoet, dient de klacht ten aanzien van de inhoud en de totstandkoming van de rapportage te worden afgewezen. Dat verweerster niet bereid was de rapportage naderhand aan te passen op verzoek van klager kan evenmin tot een tuchtrechtelijk verwijt leiden. En het verwijt dat verweerster gezegd zou hebben dat een second opinion niet mogelijk was, mist feitelijke grondslag nu verweerster dit betwist en dit ook niet uit de stukken blijkt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:66 Accountantskamer Zwolle 16/2883 en 16/2884 Wtra AK

    Klacht over controles post royalty’s (die ten goede kwamen aan een trust gevestigd op Cyprus) in jaarrekeningen gegrond. De truststructuur is opgezet door belastingadviseurs die zijn verbonden aan dezelfde organisatie als de betrokken accountants. Begunstigde van de trust is onder andere de natuurlijke persoon die (indirect) directeur/grootaandeelhouder is van de entiteit die de royalty’s betaalde. Betrokkenen (de controlerend accountant en de leider van het controleteam die naar eigen zeggen niet deskundig waren op het gebied van trusts) hadden bij de controles niet uitsluitend mogen steunen op informatie van deze fiscalisten, omdat niet is voldaan aan de vereisten van de NVCOS voor het gebruik maken van de werkzaamheden van deskundigen. De informatie waarover de fiscalisten en betrokkenen beschikten betreffende het zakelijke karakter van de overeenkomst op grond waarvan de royalty’s werden betaald en het ontbreken van zeggenschap van de directeur/grootaandeelhouder over het uitkeringsbeleid van de trust was immers (zoals blijkt uit de opdrachtbevestiging voor het opzetten van de truststructuur) louter gebaseerd op mededelingen aan de fiscalisten van die directeur/grootaandeelhouder zelf. Vanwege de tekortschietende controles van de post royalty’s berusten de goedkeurende verklaringen bij de jaarrekeningen op een ondeugdelijke grondslag. Betrokkenen hadden tegen deze achtergrond het aangaan van de licentieovereenkomst en het opzetten van de truststructuur moeten aanmerken als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wwft en die transactie op grond van de wet moeten melden. Klacht dat dit ten onrechte niet is gebeurd is eveneens gegrond. Tuchtrechtelijke procedure op grond van de Wtra valt niet te kwalificeren als een criminal charge in de zin van het EVRM en daarom is er geen sprake van ne bis in idem wat betreft de klacht dat betrokkene (2) omschrijvingen in facturen heeft aangepast. Ook die klacht is gegrond omdat dit handelen strijd oplevert met het fundamentele beginsel van integriteit. Bij het opleggen van een maatregel is ten voordele van betrokkenen meegewogen dat zij lange tijd in onzekerheid hebben verkeerd over de uitkomst van de tuchtprocedure.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:67 Accountantskamer Zwolle 18/292 Wtra AK

    Uitgevoerde onderzoeksopdracht waarbij betrokkene zowel conceptversies als een eindversie in het rechtsverkeer brengt. Betrokkene had in de conceptrapportages een verspreidingsverbod moeten opnemen. Het is van diverse in de conceptrapportages voorkomende meningen en conclusies onduidelijk van wie die zijn; dat is onzorgvuldig. Voorts ontbeert het definitieve rapport ter zake meerdere door betrokkene getrokken conclusies een deugdelijke grondslag. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB

    Herstelbeslissing. Verzet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard omdat is uitgegaan van verkeerde datum verzending beslissing. Alsnog ontvankelijk, verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-65

    Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) moet een notaris cliëntenonderzoek doen en moet hij, in een voorkomend geval, een (voorgenomen) ongebruikelijke transactie melden bij FIU-Nederland. De notaris dient deze gegevens daarnaast op toegankelijke wijze vast te leggen. Op grond van de Wna heeft de notaris onder meer een zorg- en onderzoeksplicht, ministerieplicht en weigeringsplicht en is hij gehouden partijen voldoende te informeren op grond van zijn Belehrungspflicht.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-23

    Ingevolge artikel 110, eerste lid en volgende van de Wet op het notarisambt (Wna) heeft klaagster op 10 november 2016 een bijzonder onderzoek verricht naar de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving door de notaris. Het onderzoek zag op de door de notaris verrichte werkzaamheden bij zes aandelenoverdrachten uit 2014, waarbij dezelfde persoon [A] (hierna te noemen: [A]) betrokken was. Op 21 november 2017 was de definitieve rapportage gereed. Het onderzoek betrof de onderzoeks- en rechercheplicht, de informatieplicht, de wilscontrole, onafhankelijkheid en onpartijdigheid, de ministerieplicht en de plicht tot dienstweigering alsmede naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180065

    Wrakingsverzoek afgewezen. 1. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien en ter zitting zijn hoger beroep nader te onderbouwen. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Geen reden voor schending fair hearingbeginsel (art. 6 EVRM). 2. Gewraakte voorzitter maakte in een andere zaak van verzoeker tegen een andere advocaat deel uit van de kamer: op zichzelf onvoldoende voor toewijzing wrakingsverzoek. 3. Ter zitting meteen een standpunt willen vernemen is miskenning van de wijze waarop klachten volgens de tuchtrechtspraak worden behandeld (openbare zitting – raadkamer – (tussen-) beslissing – uitspraak in het openbaar). Geen reden tot wraking. 4. De laatste grond is pas bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Onbesproken gelaten. Vgls. art. 513 lid 3 Sv moeten alle omstandigheden en feiten die ten grondslag liggen aan een wrakingsverzoek tegelijk worden voorgedragen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/55

    Dierenarts zou euthanasie van een schaap onjuist althans onzorgvuldig hebben uitgevoerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/31

    Dierenarts wordt verweten dat hij ten aanzien van een pony een rectaal (drachtigheids)onderzoek onzorgvuldig heeft uitgevoerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:182 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180223

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/7

    Dierenarts wordt verweten een rectaal vruchtbaarheidsonderzoek bij een paard onzorgvuldig te hebben uitgevoerd, als gevolg waarvan rectumletsel is ontstaan en het paard is moeten worden geëuthanaseerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/16

    Dierenarts w ordt verweten met betrekking tot een paard te weinig onderzoek te hebben verricht, een verkeerde diagnose te hebben gesteld c.q. dat hij eerder een diagnose had moeten stellen en, ondanks herhaaldelijk verzoek, geen peesscan heeft gemaakt. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:183 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180219

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:19 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/68

    Dierenarts wordt verweten dat door zijn toedoen klaagster te snel zou hebben ingestemd met euthanasie, waar ook ten aanzien van de uitvoering daarvan niet zorgvuldig zou zijn gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/46

    Dierenarts wordt verweten dat ten aanzien van een zieke hond tekort te zijn geschoten in de verleende veterinaire zorg, met name doordat zou zijn geweigerd een visite aan huis af te leggen om de hond te onderzoeken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:240 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.006

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog . De klacht ziet op de behandeling van de tante van klaagster (hierna: patiënte) en op de bejegening van klaagster. Klaagster is de contactpersoon van patiënte en was aanvankelijk haar mentor. Later is een stichting mentor van patiënte geworden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster deels niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/53 en 2017/54

    Klachten tegen twee dierenartsen. Een van hen wordt verweten in een te vroeg stadium te hebben geadviseerd c.q. besloten de hond van klaagster te euthanaseren zonder eerst andere opties te onderzoeken. De andere dierenarts wordt verweten de euthanasie van de hond onzorgvuldig en niet professioneel te hebben uitgevoerd. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:241 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.141

    De door klager geformuleerde klacht voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen omdat deze onvoldoende concreet omschrijft en onderbouwt op welk handelen of nalaten van de arts de klacht betrekking heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180052

    Klacht tegen eigen advocaat. Ontvankelijkheid. Op basis van door klager overlegde gegevens bestaat gerede twijfel of de stelling van verweerder over de totstandkoming van de afstandsverklaring (van de tuchtprocedure) door klager juist is. Het hof komt tot de conclusie dat verweerder niet afdoende heeft aangetoond dat en op welke wijze de door verweerder gestelde afstandsverklaring tot stand is gekomen. Van belang is dat klager steeds te kennen heeft gegeven zijn klacht tegen verweerder te willen handhaven. Klager wordt ontvankelijk verklaard in zijn klacht en partijen worden opgeroepen voor een nieuwe mondelinge behandeling om de klacht over verweerder inhoudelijk te behandelen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/63

    Beklaagde wordt verweten bij een al wat oudere hond, die kampte met hoestklachten en benauwdheid, een (te) risicovolle keelinspectie te hebben uitgevoerd en in plaats daarvan had kunnen volstaan met een conservatieve behandeling met medicatie. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/25

    Dierenarts wordt verweten dat zij ten aanzien van de hond van klaagster qua diagnosestelling tekort is geschoten en niet heeft onderkend dat het dier kanker had, dat zij tegen de wens van klaagster in heeft geweigerd de hond te euthanaseren en zonder toestemming een onnodige operatie heeft uitgevoerd, waardoor de hond onnodig heeft geleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:180 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180064

    Wrakingsverzoek afgewezen. 1. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien en ter zitting zijn hoger beroep nader te onderbouwen. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Geen reden voor schending fair hearingbeginsel (art. 6 EVRM). 2. Gewraakte voorzitter maakte in een andere zaak van verzoeker tegen een andere advocaat deel uit van de kamer: op zichzelf onvoldoende voor toewijzing wrakingsverzoek. 3. Ter zitting meteen een standpunt willen vernemen is miskenning van de wijze waarop klachten volgens de tuchtrechtspraak worden behandeld (openbare zitting – raadkamer – (tussen-) beslissing – uitspraak in het openbaar). Geen reden tot wraking. 4. De laatste grond is pas bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Onbesproken gelaten. Vgls. art. 513 lid 3 Sv moeten alle omstandigheden en feiten die ten grondslag liggen aan een wrakingsverzoek tegelijk worden voorgedragen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:16 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/98

    Dierenarts wordt verweten veterinair onjuist te hebben gehandeld bij de euthanasie van een hond. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1856

    Klaagster is na operatie waarbij schouderprothese is geplaatst voor revalidatie in behandeling bij collega fysiotherapeut van verweerster. Bij behandeling door verweerster wegens afwezigheid van de collega raakt de schouder (niet zichtbaar door de kleding) uit de kom. Klachten over o.a. overdracht, kennis dossier, behandeling en bejegening ongegrond. Nazorg in die zin onvoldoende dat verweerster de schouder had moeten onderzoeken, nu klaagster hevige pijn had. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:8 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-08 "2018.V1 – Stavjord"

    Op maandag 13 november 2017 ontving ILT de melding dat het Nederlandse schip Stavfjord die dag omstreeks 07.10 BT aan de grond was gelopen bij het eiland Nólsoy, Faeröer.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:10 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-10 "2018.V5 Aragonborg"

    Omtrent een ongeval met een losse stalen hijskabel aan boord van het zeeschip Aragonborg.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:9 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-09 "2018.V4 – Zillertal"

    Inzake een aanvaring op woensdag 10 januari 2018 tussen het Nederlandse zeeschip Zillertal en het onder de vlag van Cook Island varende zeeschip Edmy.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 014/2018

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Mondeling uitspraak ter zitting. Verweerder heeft naar het oordeel van het college gelet op zijn eigen bevindingen in de contacten met de patiënt, waaronder ook gesprekken onder vier ogen, en de door verweerder verzochte beoordeling van de klinisch geriater, uit mogen gaan van de wilsbekwaamheid van patiënt ten aanzien van zijn behandeling. Patiënt heeft ondubbelzinnig en bij herhaling te kennen gegeven dat hij niet wenst te klagen tegen verweerder. Het college is dan ook van oordeel dat gelet op het voorgaande de indienster van de klacht niet-ontvankelijk is met betrekking tot de ingediende klacht. Zij is geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van de artikel 65, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-050

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. Klager mocht erop vertrouwen dat door het ondertekenen van het behandelplan en de betalingsvoorwaarde een behandelovereenkomst tot stand was gekomen die in beginsel niet eenzijdig verbroken kon worden. De tandarts heeft de indruk gewekt in staat en bereid te zijn dit behandelplan uit te voeren. Zij heeft nagelaten voor de ondertekening door klager duidelijk te vertellen dat het slechts een voorlopig plan was en dat de wax-up en OPG moest worden afgewacht voor een definitief oordeel over de mogelijkheden. Gebrek aan expertise vormt een zwaarwichtige omstandigheid om een behandelovereenkomst te verbreken, maar deze verbreking wordt tuchtrechtelijk verwijtbaar geacht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:65 Accountantskamer Zwolle 18/1402 Wtra AK

    Met toepassing van art. 39, eerste lid Wtra is de klacht door de Voorzitter kennelijk ongegrond verklaard, nu de klacht niet betreft werkzaamheden en gedragingen waarvoor betrokkene de tuchtrechtelijke (eind)verantwoordelijkheid draagt, terwijl tegen de uitvoerders van die werkzaamheden (fiscalisten) een klacht kan worden ingediend bij een andere tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB

    Verzet niet-ontvankelijk omdat verzetschrift is ingediend na verstrijken verzettermijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-052

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Niet vast komt te staan dat de behandeling niet in overeenstemming met de beroepsnormen is uitgevoerd. Het College stelt wel vast dat de dossiervorming summier is, maar acht dit klachtonderdeel niet van dien aard dat er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen aanwijzingen dat hetgeen door de tandarts in het journaal is genoteerd onjuist is. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1042/DB/LI

    Verzoek tot herstel afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-484

    Voorzittersbeslissing: op basis van de vastgestelde feiten en gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder klager niet naar behoren heeft bijgestaan door onvoldoende voortvarend en adequaat te handelen. Niet is gebleken dat klager op enig moment aan verweerder opdracht heeft gegeven om een kort geding te starten. In de geschetste situatie bestond voor verweerder ook geen noodzaak om een dergelijke procedure aan klager te adviseren. Als onweersproken heeft verweerder in dit kader nog aangevoerd dat de insteek van klager was om zijn accountant weer snel aan het werk te krijgen, niet om tijdrovend te procederen. Daarbij komt dat, zoals blijkt uit zijn e-mails van december 2017 en januari 2018, het juist klager was die meermaals aan verweerder heeft gevraagd om zijn werkzaamheden op te schorten, voordat klager heeft besloten om zijn opdracht bij verweerder eind januari 2018 in te trekken. Onder deze omstandigheid kan klager niet achteraf verweerder verwijten dat hij niet al in januari 2018 resultaat had bereikt met zijn werkzaamheden, zoals verweerder dat eerder tijdens de intake in november 2017 met klager had besproken. Geen sprake van een tuchtrechtelijk verwijt met betrekking tot de communicatie, nu klager door eenmalig niet-reageren door verweerder niet in zijn belangen is geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-305/DH/RO

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder is tekortgeschoten in zijn communicatie met klager en is met klager gemaakte afspraken niet nagekomen. Alles overziend, en mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, acht de raad de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 4 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-361/DH/RO-b

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn; klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-869/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-065

    Klachten over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat in familiegeschil niet-ontvankelijk wegens verstrijken driejaarstermijn zonder dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Klacht over weigering tot afgifte dossier ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-057

    Klaagster heeft zich tot verweerder gewend met het verzoek haar verder terzijde te staan in een lopende procedure bij het Centraal Tuchtcollege over een foutieve medische ingreep in haar verhemelte. Verweerder heeft nadere gronden aangevoerd voor het hoger beroep en een aanvullende productie ingediend. Vervolgens heeft verweerder op de zitting bij het Centraal Tuchtcollege het standpunt van klaagster toegelicht. Het hoger beroep is afgewezen. Klaagster verwijt verweerder dat hij niet het verweer heeft gevoerd dat klaagster had aangereikt middels diverse schriftelijke stukken. Ook heeft hij zich tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege onvoldoende teweer gesteld tegen de standpunten van de wederpartij. Bovendien heeft verweerder in twijfel getrokken dat er een gat in haar gehemelte zit. Naar het oordeel van de raad heeft klaagster haar verwijten onvoldoende onderbouwd. De klachten zijn derhalve ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-804/DH/RO

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder is tekortgeschoten in (de schriftelijke vastlegging van) zijn communicatie richting klager. Ook is verweerder op meerdere punten tekortgeschoten in zijn dienstverlening aan klager. Eén onderdeel van de klacht is ongegrond; de klacht is voor het overige gegrond. Waarschuwing, mede gelet op blanco tuchtrechtelijk verleden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-361/DH/RO-a

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn; klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:237 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-856 17-857

    De voorzitter oordeelt klager in zijn klacht kennelijk niet-ontvankelijk bij gebreke van een toereikend (rechtstreeks) belang bij de klacht. Dat hij op geheel vrijwillige basis klaagster helft, die als wederpartij van verweerder wel een klachtrecht heeft, is onvoldoende om daaruit een afgeleid klachtrecht voor klager te construeren jegens verweerder. De klacht van klaagster oordeelt de voorzitter in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem, als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:206 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-853

    Verweerder heeft klager bijgestaan in een strafzaak. Bij vonnis van de rechtbank is klager veroordeeld wegens een poging tot moord. Hij is ontoerekeningsvatbaar verklaard en er is TBS gelast met dwangverpleging. Verweerder heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft dit hoger beroep ingetrokken. Klager stelt dat verweerder zonder opdracht van klager het hoger beroep heeft ingetrokken. Verweerder kan niet aan tonen dat hij voor het intrekken van het hoger beroep uitdrukkelijk opdracht van klager heeft gekregen. Bovendien verwijt klager verweerder dat hij geen bewijsverweer heeft gevoerd tegen de ten laste gelegde poging tot moord, omdat er in feite sprake was van doodslag. Het verweer van verweerder dat een dergelijk verweer kansloos was heeft hij niet onderbouwd. De raad beoordeelt de klachten als gegrond en legt verweerder een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-641/DH/DH-b

    Verweerster heeft tijdens het intakegesprek met klaagster afgesproken dat zij klaagster een seintje zou geven zodra de declaraties een bedrag van EUR 3.000,- zouden overstijgen, maar is deze afspraak niet nagekomen. De klacht is in zoverre gegrond. Klacht voor het overige ongegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-437/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.