ECLI:NL:TGZCTG:2018:241 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.141

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2018:241
Datum uitspraak: 23-08-2018
Datum publicatie: 13-09-2018
Zaaknummer(s): c2018.141
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   De door klager geformuleerde klacht voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen omdat deze onvoldoende concreet omschrijft en onderbouwt op welk handelen of nalaten van de arts de klacht betrekking heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2018.141 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C.,   psychiater, werkzaam te B., verweerder in beide instanties.

1.         Verloop van de procedure

A. - hierna klager - heeft op 20 december 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle tegen C. - hierna de psychiater - een klacht ingediend. Bij beslissing van

19 februari 2018, onder nummer 339/2017, heeft dat College klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. De psychiater heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 23 augustus 2018, waar is verschenen de psychiater. Klager is met kennisgeving niet ter terechtzitting verschenen. Het Centraal Tuchtcollege heeft meteen na afloop van de mondelinge behandeling op 23 augustus 2018 in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Hetgeen hierna volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak.

2.         Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

“(…)2.  DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

Op grond van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) in samenhang met artikel 4 van het Tuchtrechtbesluit BIG (Tuchtrechtbesluit) moet het klaagschrift voldoen aan de in dat besluit genoemde eisen. Op grond van artikel 5 van het Tuchtrechtbesluit wordt de klager in de gelegenheid gesteld de gebreken in het klaagschrift te herstellen. Indien de klager de gebreken in het klaagschrift niet of onvoldoende herstelt, wordt klager op grond van artikel 66 lid 4 Wet BIG niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

Nu het inleidend klaagschrift niet aan de daaraan te stellen eisen voldeed, heeft de secretaris van het college klager op 27 december 2017 een brief geschreven, waarin hij werd uitgenodigd de in die brief gestelde vragen te beantwoorden om zodoende de gebreken te herstellen. Met name heeft de secretaris gevraagd wat klager verweerder concreet verwijt als hij aangeeft dat sprake is van terrorisme en karaktermoord en op welke feiten zijn klacht is gebaseerd.

Klager heeft op die vragen in zijn aanvullend klaagschrift niet of onvoldoende antwoord gegeven. Zo schrijft klager in zijn aanvullende klaagschrift over het vermoeden dat aangeklaagde de drijvende kracht is achter inbeslagname van cannabisplanten maar hij schrijft niet op welke feiten dit vermoeden is gebaseerd. Verder schrijft klager dat de karaktermoord betrekking heeft op zijn vermoeden dat er twijfel is gezaaid over zijn seksuele geaardheid en betrouwbaarheid maar op welke feiten dat vermoeden gebaseerd is schrijft klager ook niet. Deze feiten blijken evenmin uit de bijlagen die klager aan zijn klaagschrift en zijn aanvullend klaagschrift heeft toegevoegd.

Bij deze stand van zaken dient klager niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn klacht. (…)”.

3.     Beoordeling van het beroep

In hoger beroep is slechts aan de orde de vraag of klager al dan niet terecht in zijn klacht niet-ontvankelijk is verklaard.

Op grond van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) in samenhang met het Tuchtrechtbesluit BIG (Tuchtrechtbesluit) moet het klaagschrift voldoen aan de in dat besluit genoemde eisen. Op grond van artikel 5 van het Tuchtrechtbesluit wordt de klager in de gelegenheid gesteld gebreken in het klaagschrift te herstellen. Indien de klager de gebreken in het klaagschrift niet of onvoldoende herstelt, wordt klager op grond van artikel 66 lid 4 Wet BIG in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Nu het inleidend klaagschrift niet aan de daaraan te stellen eisen leek te voldoen, heeft de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege klager bij brief van 27 december 2017 uitgenodigd om een aantal in de brief geformuleerde vragen te beantwoorden teneinde de gebreken te herstellen. Klager heeft daarop bij schrijven van 6 januari 2018 gereageerd.

Het Regionaal Tuchtcollege heeft vervolgens bij beslissing van 19 februari 2018 geconcludeerd dat klager in zijn klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de aanvullende informatie van klager geen of onvoldoende antwoord geeft op de in de brief van 27 december 2017 aan klager geformuleerde vragen. In de visie van het Regionaal Tuchtcollege voldoet het klaagschrift derhalve (nog steeds niet) aan de daaraan te stellen eisen.

Klager heeft bij schrijven van 13 maart 2018 tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege beroep ingesteld, later nog aangevuld bij schrijven van 23 mei 2018.

Bij het beroepschrift en de aanvulling daarop heeft klager een grote hoeveelheid informatie en documenten gevoegd die in de visie van de klager voor de beoordeling van de onderhavige zaak van belang zijn. Klager heeft geen grieven geformuleerd die specifiek zien op het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht van klager niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet omdat deze onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd is. Klager is in hoger beroep ook niet verschenen om zijn standpunt over de ontvankelijkheid van de klacht nader toe te lichten.

Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat het bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht uitsluitend gaat om het klaagschrift en de door klager daarop gegeven aanvulling. Het Centraal Tuchtcollege is met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat het klaagschrift en de aanvulling daarop onvoldoende concreet omschrijven en onderbouwen op welk handelen of nalaten van de arts de klacht precies betrekking heeft. Het Centraal Tuchtcollege merkt hierbij op dat het gelet op de wettelijke verjaringstermijn slechts kan gaan om handelen of nalaten van de aangeklaagde arts in de periode van 10 jaren vóór het moment van indienen van de klacht, welke bij het Regionaal Tuchtcollege is binnengekomen op 20 december 2017. Onder deze omstandigheden concludeert het Centraal Tuchtcollege dat het Regionaal Tuchtcollege juist heeft geoordeeld en beslist, zodat het door klager ingestelde beroep moet worden verworpen.

4.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: E.J. van Sandick, voorzitter, A. Smeeïng-van Hees en

W.P.C.M. Bruinsma, leden-juristen en A.C.L. Allertz en J.J. de Jong, leden beroepsgenoten en mr. J.S. Heidstra, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 23 augustus 2018.

Voorzitter   w.g.          Secretaris  w.g.