ECLI:NL:TGZRSGR:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-052

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2018:144
Datum uitspraak: 11-09-2018
Datum publicatie: 11-09-2018
Zaaknummer(s): 2018-052
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Ongegronde klacht tegen een tandarts. Niet vast komt te staan dat de behandeling niet in overeenstemming met de beroepsnormen is uitgevoerd. Het College stelt wel vast dat de dossiervorming summier is, maar acht dit klachtonderdeel niet van dien aard dat er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen aanwijzingen dat hetgeen door de tandarts in het journaal is genoteerd onjuist is. Klacht afgewezen.    

Datum uitspraak: 11 september 2018

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klaagster,

tegen:

C , tandarts,

werkzaam  te B,

verweerder,

gemachtigde: mr. I.M.I. Apperloo, werkzaam te Amsterdam.

1.         Het verloop van de procedure

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 12 maart 2018;

- het verweerschrift met bijlagen;

- de brief ingekomen op 5 juni 2018 met bijlagen van klaagster.

1.2       De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

1.3       De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 17 juli 2018. De partijen zijn verschenen. Verweerder werd bijgestaan door zijn gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

2.         De feiten

2.1       Klaagster is sinds 1995 bij verweerder ingeschreven als patiënt.

2.2       Op 9 juni 2015 heeft verweerder een offerte gemaakt voor het plaatsen van een driedelige brug bij klaagster.

2.3       Op 22 oktober 2015 is verweerder begonnen met het preparen van de elementen 48, 47 en 44 voor het plaatsen van de brug. Verweerder heeft die elementen onder verdoving geslepen en er is een noodvoorziening geplaatst.

2.4       Op 5 november 2015 is verweerder verdergegaan met het slijpen van de elementen onder verdoving. Tijdens de behandeling heeft er bloedverlies plaatsgevonden en heeft klaagster naar haar zeggen een schok achterin haar kaak gevoeld. Verweerder heeft de behandeling voortgezet en heeft meermalen verdoving toegediend. Verweerder heeft ook die dag een afdruk voor de brug gemaakt en een noodvoorziening geplaatst. In het medisch journaal is over deze behandeling genoteerd: “48, 47, 44 omslepen gebeveld proefafdruk puttys in lade”

2.5       De dag erna op 6 november 2015 is klaagster vanwege pijnklachten bij verweerders praktijk langs geweest. Klaagster kreeg haar mond niet goed open. Hiervan is geen melding gemaakt in het journaal.

2.6       Daarna is het uit de kom schieten van klaagsters kaakgewricht, zogenaamde open lock, begonnen. Hiervoor is zij op 23 november 2015 bij de praktijk van verweerder langs geweest. In het journaal is hierover genoteerd: “trismus kaak recht, adv geen harde dingen kauwen en afwachtendd” Er werd een afspraak gemaakt voor de beoordeling van de situatie op 26 november 2015. Op die dag zou ook de brug worden geplaatst.

2.7       Op 26 november 2015 heeft verweerder klaagsters gezien. Toen verweerder de kaak van klaagster iets opende, schoot de kaak uit de kom. Verweerder heeft de kaak weer teruggezet en heeft de vijfdelige brug bij klaagster geplaatst met protect (temporair cement).

In verband met de aanhoudende kaakklachten heeft verweerder klaagster doorverwezen naar een specialist in mondheelkunde. In het journaal in hierover onder meer genoteerd:  “brug met protect geplaatst, nog steeds kaakpijn, verwezen naar kc orfeo tbv diagnose en therapie (…)”

2.8       Mka-chirurg D (van E) heeft klaagster op 4 december 2015 gezien. In zijn brief aan verweerder heeft hij onder andere geschreven:

(…) Reden van verwijzing: Open lock rechts gehad bij tandheelkundige behandeling.

Anamnese: Nu beperking mondopening en pijn.

Onderzoek: Tijdens onderzoek weer open lock rechts. Kon makkelijk worden gerepostioneerd.

Röntgenonderzoek: Caput bdz relatief kleine morfologie, verder gb.

Diagnose en therapie: Status na open lock rechts, waarvoor counseling en leefregels in de vorm van een zacht dieet en beperken mondopening. (…)

2.9       Op 21 januari 2016 heeft klaagster een gesprek met verweerder gehad. Omdat klaagster nog steeds pijnklachten had, heeft verweerder klaagster doorverwezen naar een fysiotherapeut.

2.10     Daarna heeft klaagster zich uitgeschreven bij verweerder.

3.         De klacht

Klaagster verwijt verweerder - zakelijk weergegeven – dat hij:

  1. onjuist heeft gehandeld tijdens de behandeling op 5 november 2015 waardoor er kaakklachten zijn ontstaan;
  2. niet deugdelijk over de gedane behandeling op 5 en 6 november 2015 heeft geschreven;
  3. ten onrechte heeft gerapporteerd op 23 november 2015 dat hij klaagster advies heeft gegeven, terwijl klaagster enkel naar huis is gestuurd;
  4. heeft gezegd dat de brug met tijdelijk cement is plaatst, terwijl de brug niet valt te verwijderen;
  5. heeft afgeraden om informatie op te vragen bij de zorgverzekeraar.

4.         Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.         De beoordeling

5.1       Naar het oordeel van het College zijn er in het dossier geen aanwijzingen dat verweerder de behandeling op 5 november 2015 niet in overeenstemming met de beroepsnormen heeft uitgevoerd. Vast staat dat klaagsters klachten zijn ontstaan tijdens de behandeling op 5 november 2015, maar het College kan niet vaststellen dat die klachten zijn ontstaan door onjuist of onzorgvuldig handelen van verweerder. De duur van de behandeling, de verdoving in combinatie met de gesteldheid van de kaak kan een dergelijk gevolg hebben, hetgeen in beginsel als complicatie moet worden geduid. Zoals gezegd, heeft het College geen aanwijzingen dat hierbij sprake is geweest van een beroepsfout. Verweerder treft dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt op dit punt. Dit klachtonderdeel is ongegrond.    

5.2       Het College is van oordeel dat uit de door verweerder overgelegde patiëntenkaart blijkt dat de dossiervorming door verweerder summier is. Zo is op de patiëntenkaart op

5 november 2015 niet genoteerd dat er meermaals is verdoofd en waarmee er is verdoofd en is geen melding gemaakt van het langskomen van klaagster op 6 november 2015 met klachten (mond niet goed kunnen openen, last van tintelingen en pijnklachten), waarbij verweerder naar zijn zeggen ondanks de grote drukte op dat moment klaagster te woord heeft gestaan en ibobrufen heeft voorgeschreven. Juist wanneer er problemen/klachten zijn (met mogelijk latere discussie over de behandeling), is het belangrijk om in de patiëntenkaart volledig te zijn, mede om betere mogelijkheden te hebben om de oorzaak van de klachten te achterhalen en behandelopties te ontwikkelen. Hier doet niet aan af dat de behandeling van het plaatsen van de brug nog niet was voltooid. Dit had kortom beter gekund, maar het College acht het handelen op dit punt niet van dien aard dat er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

5.3       Ten aanzien van de klacht dat verweerder klaagster op 23 november 2015 zonder advies naar huis zou hebben gestuurd, overweegt het College als volgt. Er zijn in het dossier  en de behandeling ter zitting geen aanwijzingen naar voren gekomen om niet van de juistheid van hetgeen in het journaal is genoteerd uit te gaan, namelijk dat er advies aan klaagster is gegeven. Dit klachtonderdeel is daarom ook ongegrond.

5.4       Omtrent het vierde klachtonderdeel oordeelt het College als volgt. Zoals in het journaal is genoteerd en verweerder ter zitting heeft bevestigd, moet er vanuit worden gegaan dat de brug is geplaatst met protect (temporair cement). Het College heeft in ieder geval geen enkele aanwijzing dat dit anders is gegaan. De omstandigheid dat de nieuwe tandarts van klaagster naar haar zeggen de brug niet/moeilijk kan verwijderen, is hiermee niet in tegenspraak. Ook een brug, geplaatst met temporair –tijdelijk – cement, kan jarenlang blijven  zitten. Dit klachtonderdeel is eveneens ongegrond.

5.5       Omtrent het laatste klachtonderdeel wordt als volgt geoordeeld. Verweerder heeft ontkend dat hij tegen klaagster heeft gezegd dat zij geen contact mocht opnemen met haar zorgverzekeraar. Het is vaste tuchtrechtspraak in gevallen als deze, waarbij de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen en niet kan worden vastgesteld welke lezing aannemelijk is, dat het onderliggende verwijt in beginsel niet gegrond kan worden bevonden. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van de één minder geloof verdient dan dat van de ander, maar op de omstandigheid dat voor het oordeel of een bepaalde verweten gedraging tuchtrechtelijk verwijtbaar is, eerst moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan het College hier niet vaststellen. Klachtonderdeel 5 is daarom ongegrond.

5.6       De conclusie is dat de klacht zal worden afgewezen.

6.         De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

wijst de klacht af.

Deze beslissing is gegeven door M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, E.M. Deen, lid-jurist, M.M.L.F. Smulders, H.W. Luk en J.M.W. Croes, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door

B.J. Dekker, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 11 september 2018.

voorzitter                                                                                          secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezond­heidszorg door:

a.         de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij

            niet-ontvankelijk is verklaard;

b.         degene over wie is geklaagd;

c.         de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de

            volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde

            belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroep­schrift wordt ingezon­den bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcolle­ge voor de Gezondheidszorg te Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.