Zoekresultaten 19601-19650 van de 47568 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/256
- Datum publicatie: 10-12-2018
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:145
Klaagster dient een klacht in tegen de psychiater die informatie heeft verstrekt aan derden zonder haar toestemming. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/150
- Datum publicatie: 07-12-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:141
Klaagster is in 2016 geopereerd door verweerder (orthopeed) aan haar rechterknie. Klaagster verwijt verweerder dat hij niet goed heeft geluisterd naar zijn klachten na de operatie. Tevens verwijt zij hem een foute diagnose en verkeerde behandeling. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 063/2018
- Datum publicatie: 07-12-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:184
Hoewel het doornemen van de nervus hypoglossus een medische fout is, levert deze fout geen tuchtrechtelijk verwijt op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 133/2018
- Datum publicatie: 07-12-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:185
Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot psychiater betreffende dwangbehandeling in TBS-setting. Het college wijst op de rechtsgang bij de RSJ. Verweerder heeft als arts-assistent een eigen verantwoordelijkheid, ook als hij onder spervisie werkt. Procedure dwangbehandeling zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:182 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-731/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:182
Klacht over advocaat wederpartij. Niet gebleken dat verweerster de memorie van antwoord d.d. 9 februari 2016 niet zelf heeft opgesteld noch dat zij in de memorie onwaarheden heeft vermeld, noch dat zij bij gelegenheid van het deskundigenonderzoek en een zitting respectloos is omgegaan met klagers. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 18/04
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:6
Hond. Geen onjuiste dosering medicatie.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:176 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-798/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:176
Niet gebleken dat kwaliteit van de dienstverlening ondermaats was, noch dat klager verweerder heeft verzocht om het ziekenhuis aansprakelijk te stellen. Klacht deels kennelijk ongegrond, deels niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:230 Raad van Discipline Amsterdam 18-554/A/A/D
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:230
Zie ook 18-413/A/A. Dekenbezwaar. Verweerder heeft geen, althans geen afdoende verklaring kunnen geven voor zijn handelwijze, eruit bestaande dat hij creditfacturen heeft gestuurd aan Dumapa Holding B.V. en LW Holding B.V., nieuwe facturen heeft gericht aan de Stichting, waarbij het aan Dumapa Holding B.V. en LW Holding B.V. uitstaande bedrag is opgeknipt in kleinere bedragen en er “voorschot” op de (deel-)facturen aan de Stichting is gezet. Dit betreft kennelijk een onjuiste en misleidende weergave van de werkelijke bedoeling van partijen. Uit de stukken is voldoende aannemelijk geworden dat verweerder een en ander op deze wijze heeft ingestoken teneinde te voorkomen dat toezichthouder(s) zou/zouden bemerken dat de Stichting zorgdroeg voor betaling – naar men moet aannemen uit publieke middelen – van declaraties aan derde/commerciële partijen. Aldus heeft verweerder een constructie voorgesteld die erop neerkomt dat met de (feitelijk) bestuurster van Stichting, mevrouw C, een afspraak werd gemaakt die de toezichthouder(s) (mogelijk) als niet geoorloofd zou/zouden aanmerken. Bezwaar in beide onderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken (één maatregel voor de onderhavige zaak en de heden gegrond verklaarde klacht).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:224 Raad van Discipline Amsterdam 18-477/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:224
Klacht over eigen advocaat. Klaagster deels niet-ontvankelijk vanwege verstrijken driejaarstermijn, klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:200 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180104
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:200
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door (na de beëindiging van de relatie met klager) de vreemdelingenpolitie aan te schrijven over valse persoonsgegevens van klager en daarbij de namen van klager en diens BSN-nummer te vermelden. Verweerder heeft als rechtvaardiging gesteld dat klager een iraanse spion is. Aan de vraag of dat een rechtvaardiging is, is het hof niet toegekomen omdat verweerder dat onvoldoende heeft onderbouwd.Ook heeft hij geen vooroverleg met de deken gepleegd. Hierdoor heeft verweerder in strijd met het vertrouwensbeginsel (art. 10a Advocatenwet) en de geheimhoudingsplicht (art. 11a Advocatenwet) gehandeld. Klacht gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling. Vernietiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:237 Raad van Discipline Amsterdam 18-767/A/NH
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 26-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:237
Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, onder meer door nagekomen producties van de wederpartij niet tijdig aan klaagster door te sturen, de zitting onvoldoende voor te bereiden, ter zitting onvoldoende verweer te voeren en het verzoek om partneralimentatie zonder overleg met klaagster in te trekken. In de gegeven omstandigheden ziet de raad aanleiding een voorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken op te leggen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:183 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-680/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:183
Civielrechtelijk geschil tussen voormalig kantoorgenoten. Geen rol voor tuchtrechter. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:177 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-907/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:177
Verweerster zag geen mogelijkheid om met succes een art. 843a Rv procedure aanhangig te maken. Dat is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:320 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.071
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:320
Klacht tegen een drietal huisartsen. De klacht houdt in dat de huisarts: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de door klaagster geuite klachten en ondanks dat klaagster steeds zelf haar verdenking van borstkanker uitsprak, het niet nodig achtte de mamma te onderzoeken, waardoor een te lange periode is voortgeborduurd op een foutieve diagnose en waardoor met de vertraging van minstens een jaar met de behandeling van borstkanker (links) en lymfogene uitzaaiingen kon worden gestart met alle negatieve gevolgen van dien; 2. de NHG-standaard Diagnostiek van mammacarcinoom heeft genegeerd; 3. geen aantekeningen heeft gemaakt van het afwijken van de NHG-standaard; 4. niet adequaat heeft gereageerd op de rapportage na het radiologisch onderzoek, althans deze eerst na een periode van bijna een jaar pas te delen met klaagster en haar niet eerder door te verwijzen voor aanvullende diagnostiek, terwijl de inhoud van de rapportage daar wel aanleiding toe gaf; 5. niet heeft meegewogen dat voor patiënten met een joods Oost-Europese achtergrond, zoals klaagster, de kans op het krijgen van borstkanker significant groter is, zodat ook op die grond eerder tot aanvullende diagnostiek had moeten worden besloten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:231 Raad van Discipline Amsterdam 18-493/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:231
Zie ook 18-531/A/A/D. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft in verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor nagelaten de rechter te informeren over de reeds aanhangige procedures en de betrokkenheid van klager daarbij. Gelet op de verwevenheid van de verschillende onderdelen van het fonds en de omstandigheid dat de verklaringen van de te horen getuigen tot bewijs zouden kunnen dienen in de reeds aanhangige bodemprocedure tegen die onderdelen van het fonds had het op de weg van verweerder gelegen om (ook) de gedaagden in de bodemprocedure als gerekwestreerden op te nemen. Aldus heeft verweerder minder partijen in het verzoekschrift vermeld dan waarvan in werkelijkheid sprake is. Tot slot had het naar het oordeel van de raad op de weg van verweerder gelegen om, gelet op de omstandigheid dat klager alle eerder in procedures betrokken onderdelen van het fonds bijstond, bij klager te verifiëren of hij ook OWGP bijstond. In geval van een bevestigend antwoord had verweerder klager, gelijktijdig met toezending aan de rechtbank een afschrift van het verzoekschrift moeten doen toekomen. Doordat verweerder heeft gehandeld zoals hij heeft gedaan heeft het er alle schijn van dat hij heeft getracht wederhoor door de cliënten van klager te verhinderen bij de behandeling van het door verweerder, namens de heer G, ingediende verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Klacht gegrond. Berisping (één maatregel voor de onderhavige zaak en het heden gegrond verklaarde dekenbezwaar) en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:225 Raad van Discipline Amsterdam 18-524/A/NH
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:225
Klacht van voormalig cliënt over advocaat. Verweerder heeft tegen klager opgetreden terwijl zijn kantoor eerder voor hem (en zijn vennootschap) heeft opgetreden. Verweerder heeft zich begeven in een situatie waarin hij de kans liep ten koste van zijn voormalige cliënt in een belangenconflict te raken. Klaagster had redelijke bezwaren als bedoeld in de derde voorwaarde van gedragsregel 7 lid 5, waardoor het verweerder niet vrijstond tegen klager op te treden. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:238 Raad van Discipline Amsterdam 18-420/A/NH
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 26-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:238
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:184 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-905/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 29-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:184
Laatste dossier in 2014 overgedragen. Klacht ingediend op 20 juni 2018, derhalve na verstrijken termijn ex 469 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:178 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-505/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:178
Klager klaagt over de bijstand van verweerder, in diens hoedanigheid van advocaat van klagers moeder. Ofschoon het begrijpelijk is dat klager zich de belangen van zijn moeder aantrekt is de raad van oordeel dat klager niet (voldoende gemotiveerd) heeft gesteld in welk eigen belang dat de op verweerders optreden van toepassing zijnde gedragsregels beogen te beschermen hij rechtstreeks is of kan worden getroffen. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:321 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.072
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:321
Klacht tegen een drietal huisartsen. De klacht houdt in dat de huisarts: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de door klaagster geuite klachten en ondanks dat klaagster steeds zelf haar verdenking van borstkanker uitsprak, het niet nodig achtte de mamma te onderzoeken, waardoor een te lange periode is voortgeborduurd op een foutieve diagnose en waardoor met de vertraging van minstens een jaar met de behandeling van borstkanker (links) en lymfogene uitzaaiingen kon worden gestart met alle negatieve gevolgen van dien; 2. de NHG-standaard Diagnostiek van mammacarcinoom heeft genegeerd; 3. geen aantekeningen heeft gemaakt van het afwijken van de NHG-standaard; 4. niet adequaat heeft gereageerd op de rapportage na het radiologisch onderzoek, althans deze eerst na een periode van bijna een jaar pas te delen met klaagster en haar niet eerder door te verwijzen voor aanvullende diagnostiek, terwijl de inhoud van de rapportage daar wel aanleiding toe gaf; 5. niet heeft meegewogen dat voor patiënten met een joods Oost-Europese achtergrond, zoals klaagster, de kans op het krijgen van borstkanker significant groter is, zodat ook op die grond eerder tot aanvullende diagnostiek had moeten worden besloten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:232 Raad van Discipline Amsterdam 18-531/A/A/D
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:232
Dekenbezwaar. Zie ook 18-493/A/A. Naar het oordeel van de raad heeft het er alle schijn van dat verweerder heeft gepoogd de wederpartij en de rechterlijke macht te misleiden, door een constructie op te zetten met het kennelijke doel om wederhoor door de (materieel) belanghebbenden bij het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor te voorkomen en de rechtbank niet juist te informeren over de werkelijk belanghebbenden bij het verzoek. Bezwaar gegrond. Berisping (één maatregel voor de onderhavige zaak en de heden gegrond verklaarde klacht).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:179 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-857/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 29-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:179
Bij vervulling taak als curator niet zodanig gedragen dat daardoor vertrouwen in advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:322 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.073
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:322
Klacht tegen een drietal huisartsen. De klacht houdt in dat de huisarts: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de door klaagster geuite klachten en ondanks dat klaagster steeds zelf haar verdenking van borstkanker uitsprak, het niet nodig achtte de mamma te onderzoeken, waardoor een te lange periode is voortgeborduurd op een foutieve diagnose en waardoor met de vertraging van minstens een jaar met de behandeling van borstkanker (links) en lymfogene uitzaaiingen kon worden gestart met alle negatieve gevolgen van dien; 2. de NHG-standaard Diagnostiek van mammacarcinoom heeft genegeerd; 3. geen aantekeningen heeft gemaakt van het afwijken van de NHG-standaard; 4. niet adequaat heeft gereageerd op de rapportage na het radiologisch onderzoek, althans deze eerst na een periode van bijna een jaar pas te delen met klaagster en haar niet eerder door te verwijzen voor aanvullende diagnostiek, terwijl de inhoud van de rapportage daar wel aanleiding toe gaf; 5. niet heeft meegewogen dat voor patiënten met een joods Oost-Europese achtergrond, zoals klaagster, de kans op het krijgen van borstkanker significant groter is, zodat ook op die grond eerder tot aanvullende diagnostiek had moeten worden besloten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:233 Raad van Discipline Amsterdam 18-600/A/A/D
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 23-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:233
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:227 Raad van Discipline Amsterdam 18-478/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:227
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:323 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.191
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:323
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Verweerder is als specialist ouderengeneeskunde werkzaam in het woonzorgcentrum waar de moeder van klager verbleef. De broer van klager stond bij dit woonzorgcentrum als eerste contactpersoon geregistreerd. Verweerder heeft besloten om de moeder van klager niet naar een ziekenhuis te verwijzen en maximale zorg in het verpleeghuis te starten. De moeder van klager is overleden. Klager verwijt verweerder dat 1) hij zijn moeder niet naar het ziekenhuis heeft verwezen en ten onrechte is afgegaan op het oordeel van zijn broer, de eerste contactpersoon, en 2) dat hij onjuist heeft gehandeld tijdens de start van het stervenstraject nadat de moeder van klager door toedoen van het woonzorgcentrum zeer verzwakt was geworden en haldol is toegediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:234 Raad van Discipline Amsterdam 18-873/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:234
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond. Een klachtenfunctionaris heeft een grote mate van vrijheid bij de wijze waarop hij de klachtafhandeling inricht en op ingebrachte klacht beslist. Niet gebleken dat verweerder bij de afhandeling van de klacht zodanig onjuist heeft gehandeld of beslist of zich anderszins zodanig heeft gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:180 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-633/DB/OB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:180
Dat verweerster in de verdelingsprocedure heeft gesteld dat sprake is van een schuur en in de pachtprocedure heeft gesteld dat slechts sprake is van een overkapping betekent niet dat zij bewust de feiten heeft verdraaid nu de kwalificatie pas relevant werd in de pachtprocedure. Evenmin onnodig grievend uitgelaten. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:228 Raad van Discipline Amsterdam 18-557/A/A 18-556/A/A/D
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:228
Klacht en dekenbezwaar. Naar het oordeel van de raad valt ook een indirect samenwerkingsverband als waarvan tussen de Zwitserse en de Nederlandse vestiging van het kantoor van verweerder sprake is onder de reikwijdte van artikel 5.3 Voda. Een advocaat mag in het algemeen niet optreden tegen een voormalige cliënt of een bestaande cliënt van hem of een kantoorgenoot van hem. De advocaat dient zich niet in een situatie te begeven dat hij in een belangenconflict met zijn cliënt geraakt, terwijl voorts de cliënt erop moet kunnen vertrouwen dat vertrouwelijke informatie niet tegen hem kan worden gebruikt. Dat geldt ook voor advocaten binnen hetzelfde samenwerkingsverband. Het behartigen van tegenstrijdige belangen is in beginsel niet toegestaan, ook niet binnen één kantoor of samenwerkingsverband. Verweerder heeft, gelet op hetgeen klagers naar voren hebben gebracht, niet aangetoond dat de aan hem toevertrouwde belangen niet dezelfde kwestie betreffen ten aanzien waarvan klaagster sub 1 werd bijgestaan door advocaat B, en daarmee ook geen verband hielden of houden en een daarop uitlopende ontwikkeling evenmin aannemelijk is. Schending van Gedragsregel 7 (Gedragsregels 1992) en Gedragsregel 15 (Gedragsregels 2018). Klacht en bezwaar gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling (éénmaal in beide zaken).
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 18/05 VB 18/06 VB 18/07 VB 18/08
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:4
Hond. De zorg die de dierenartsen aan de hond hebben verleend is naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege niet tekort is geschoten, zodat de onzorgvuldigheid in de verslaglegging niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:235 Raad van Discipline Amsterdam 18-874/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:235
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen sprake van excessief declareren. Verweerder heeft klaagster voldoende gewezen op de gevolgen van het intrekken van het bezwaarschrift en klaagster voldoende voorgelicht omtrent de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-323/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:181
Niet gebleken dat verweerder totaal geen inzet heeft getoond, noch dat klaagster door zijn toedoen geen stukken heeft ontvangen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:229 Raad van Discipline Amsterdam 18-413/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:229
Zie ook 18-554/A/A/D. Verweerder is als advocaat opgetreden voor LW Holding B.V. en Dumapa Holding B.V. De heer W is directeur van deze vennootschappen. Klaagster sub 1 is de echtgenote van de heer W en tevens bestuurster van een stichting, klaagster sub 2. Klaagsters en verweerder zijn in geschil over de vraag of klaagsters zich borg hebben gesteld voor facturen van verweerder. Gelet op de bij verweerder aanwezige kennis over de volgens het handelsregister bevoegde vertegenwoordig(st)er van klaagster sub 2 en het kennelijk ontbreken van een uitdrukkelijke machtiging had het, indachtig Gedragsregel 23 lid 1 (Gedragsregels 1992), op de weg van verweerder gelegen om het gestelde akkoord van klaagster sub 1 op de door hem gestelde afspraak tot borgstelling schriftelijk vast te leggen. Dat verweerder dit heeft nagelaten valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij er, in het kader van de vordering van (het kantoor van) verweerder op klaagsters en ter onderbouwing van zijn standpunt dat de heer W, klaagster sub 1 en klaagster sub 2 vereenzelvigd kunnen worden, een reëel belang bij had het “proces-verbaal tot bewaring en toetsing rechtmatigheid” ter kennis van de rechtbank te brengen. Los van de vraag of het in het geding brengen van een stuk een uitlating van verweerder betreft en aldus onder de reikwijdte van Gedragsregel 31 (Gedragsregels 1992) valt, geldt dat in elk geval geen sprake is van een onnodig grievende uitlating. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken (één maatregel voor de onderhavige zaak en het heden gegrond verklaarde dekenbezwaar) en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 18/03
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:5
Hond. Het Veterinair Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat het veterinair handelen van de dierenarts binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsbeoefening is gebleven. Klagers dienen, voor zover dit betrekking heeft op nieuwe klachten, niet‑ontvankelijk in hun beroep te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:223 Raad van Discipline Amsterdam 18-871/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 29-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:223
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Nergens blijkt uit dat verweerster de journalist van het Parool van stukken heeft voorzien of dat het artikel in het Parool in nauw overleg met verweerster tot stand is gekomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:319 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.541
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:319
Klacht tegen huisarts werkzaam in een penitentiaire inrichting (PI). Klager verwijt de huisarts - zakelijk weergegeven - dat hij hem niet arbeidsongeschikt heeft verklaard. Klager heeft al 26 jaar een Wajong-uitkering, psychische problematiek en verslaving in zijn voorgeschiedenis en is eerder in een andere PI wel arbeidsongeschikt verklaard. Daarbij verwijt klager de huisarts dat hij door zijn toedoen te laat door een handenspecialist is gezien en dat klager niet is besproken tijdens het Psycho Medisch Overleg (PMO) in de PI. Het Regionaal Tuchtcollege stelt voorop dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid binnen detentie van een heel andere orde is dan de beoordeling van arbeidsongeschiktheid buiten detentie. De huisarts in een PI is in staat en ook bevoegd om te oordelen over de geschiktheid om arbeid in detentie te verrichten. De huisarts heeft klager op zorgvuldige wijze arbeidsgeschikt verklaard. Wat betreft de doorverwijzing naar een handenspecialist, is de vertraging niet aan de huisarts te wijten. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:236 Raad van Discipline Amsterdam 18-111/A/NH
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 26-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:236
Kwaliteitsklacht over eigen advocaat ongegrond. Het was beter geweest als verweerder had onderzocht of er gronden waren voor een verweer tegen de hoogte van het door de benadeelde partijen gevorderde bedrag aan schadevergoeding in verband met daar al dan niet in opgenomen BTW. In de gegeven omstandigheden is het echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder dat niet heeft gedaan. De door verweerder aangevoerde verweren zijn voorts niet kennelijk onjuist.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:243 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-069
- Datum publicatie: 05-12-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:243
Verweerster heeft op het verzoekschrift tot echtscheiding namens haar cliënte openbaar laten betekenen aan klager, die in die procedure echter niet is verschenen. Klager verwijt verweerster dat zij hem niet op de hoogte heeft gesteld van het verzoekschrift, waardoor hij is overvallen met de beslissing tot echtscheiding. Verweerster mocht naar het oordeel van de raad afgaan op de specifieke informatie van haar cliënte, en hoefde daar ook niet aan te twijfelen, dat klager ineens uit de echtelijke woning van haar cliënte was vertrokken zonder achterlating van adres- of contactgegevens. Daar komt bij dat verweerster jegens klager aan de wettelijke eisen heeft voldaan door de openbare betekening, zodat zij niet onnodig of onevenredig de belangen van klager heeft geschaad, zonder dat daarmee een redelijk doel was gediend. Dat klager achteraf door de echtscheidingsbeschikking is verrast, kan verweerster dan ook tuchtrechtelijk niet worden verweten. De raad heeft de klacht dan ook ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2018:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-54
- Datum publicatie: 05-12-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2018
- ECLI:NL:TNORDHA:2018:20
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen: 1. aan klagers is elk het volledig tarief voor kadastraal recht van inschrijving royementsakte in rekening gebracht, terwijl in de betreffende royementsakte royementen van meerdere cliënten worden opgenomen en de notaris feitelijk slechts éénmaal het kadastraal recht aan het Kadaster betaalt. Hierdoor zijn er structureel onjuiste facturen opgemaakt c.q. ten onrechte niet gecorrigeerd ; 2. het hogere (niet KIK-tarief) in rekening brengen bij cliënten als onbelast kadastraal recht, terwijl de akte feitelijk voor het lagere KIK-tarief wordt ingeschreven bij het Kadaster en weigeren om desgevraagd (voorafgaand aan het passeren) het KIK-tarief toe te passen en vervolgens bij passeren verstrekken van feitelijk onjuiste informatie (“Wij werken niet met KIK”) ; 3. kopers aantrekken met een laag tarief voor honorarium voor levering/hypotheek, terwijl aan de verkoper een hoog tarief wordt opgelegd nadat de notariskeuze is gemaakt door de koper ; 4. het weigeren om in te gaan op een verzoek voorafgaand aan het passeren om een meer passend honorarium voor royement te hanteren; 5. het rekenen van een te hoog bedrag aan kadastrale recherchekosten (meer dan alle andere notariskantoren); 6. het weigeren – na daartoe te zijn verzocht – om zelf actie te ondernemen om alle cliënten die op basis van bovenstaande teveel hebben betaald actief restitutie te verlenen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:174 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-463/DB/OB
- Datum publicatie: 05-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:174
Voor zover klager de correspondentie van de advocaat van de wederpartij niet heeft ontvangen, komt dit, nu klager zich voor die advocaat onvindbaar heeft gehouden, voor risico van klager. De raad houdt het er daarom voor dat klager in 2012 op de hoogte was, althans op de hoogte had kunnen zijn, van de gedragingen van verweerster waarop de klachtonderdelen 1 en 2 betrekking hebben. Klachtonderdelen 1 en 2 ingediend drie jaar na het verstrijken van de in art 46 g lid 1 sub a Advocatenwet bedoelde termijn. Het staat een advocaat vrij om in overleg met zijn/haar cliënte te bepalen op welke wijze en op welk moment de betekening van een verstekvonnis plaatsvindt. Dat tot juli 2017 is gewacht met de betekening van een verstekvonnis dd. 4 april 2012 vloeit bovendien voort uit het feit dat klager zich onvindbaar heeft gehouden voor (de cliënte van) die advocaat. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:241 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1047
- Datum publicatie: 05-12-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:241
De raad is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verweerder klaagster niet naar behoren heeft bijgestaan bij de afwikkeling van de laatste geschilpunten met betrekking tot haar echtscheiding. Verweerder heeft van meet af aan aan klaagster voldoende duidelijk gemaakt dat en waarom hij een kort geding tegen haar man in haar belang, namelijk een snelle echtscheiding, niet als strategisch middel wilde inzetten. Klaagster, met juridische achtergrond, heeft dat kunnen begrijpen en met de voorgestelde strategie ook schriftelijk ingestemd. Tegen deze achtergrond heeft de raad geoordeeld dat niet is gebleken of vast is komen te staan dat verweerder onvoldoende kennis van het recht heeft, dat hij klaagster onjuist of onvoldoende heeft geadviseerd of dat hij anderszins klaagster niet naar behoren heeft bijgestaan. Verweerder heeft echter naar het oordeel van de raad niet zorgvuldig jegens klaagster gehandeld en voorts het vertrouwen in de advocatuur geschaad door in strijd met haar expliciete schriftelijke instructies om geen nader uitstel aan de wederpartij te verlenen dat toch en buiten medeweten van klaagster te verlenen. Geen sprake van een rechtvaardigingsgrond voor deze tuchtrechtelijk ontoelaatbare handelwijze. Voorts wordt verweerder verweten dat hij pas aan klaagster heeft toegegeven dat hij in strijd met haar instructies toch uitstel aan de wederpartij heeft verleend, nadat klaagster hem daar zelf per e-mail van 3 januari 2017 op heeft gewezen na haar contact met de rechtbank. Gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:175 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-127/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:175
Verzettermijn gaat in de dag na de dag waarop deze door de raad is verzonden. Verzet niet binnen 30 dagen ingediend. Geen verschoonbare reden. Verzet niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1013
- Datum publicatie: 05-12-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:242
Klager verwijt verweerder dat hij in twee strafzaken is tekortgeschoten bij behartiging van zijn belangen, te weten in de strafzaak in 2011/2012 als ook in de strafzaak in 2015. De raad oordeelt klager ex artikel 46g lid 1 sub a Aw niet-ontvankelijk ten aanzien van de eerste strafzaak wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Naar het oordeel van de raad kan niet worden vastgesteld dat verweerder de tweede strafzaak onjuist heeft aangepakt of daarin klager niet naar behoren heeft geadviseerd. Klager heeft ervoor gekozen om na afstemming met verweerder zijn hoger beroep alsnog in te trekken. Naar het oordeel van de raad was op voorhand niet uit te sluiten dat bij een ongewijzigde proceshouding en een enkele spijtbetuiging sprake was van een risico op een hogere straf voor klager terwijl bij een gewijzigde proceshouding weliswaar de persoonlijke omstandigheden meegenomen zouden kunnen worden maar dat het ook zou inhouden meewerken aan een eventueel multidisciplinair onderzoek. Dat weigerde klager. Naar het oordeel van de raad kan in het midden blijven of verweerder in de gegeven omstandigheden verplicht was om pro-actief met klager de verblijfsrechtelijke gevolgen van zijn proceshouding te bespreken. Gelet op de ondergrens van een strafmaat van veertien maanden met verblijfsrechtelijke gevolgen en de reeds aan klager opgelegde straf van zes jaar was sprake van een zover verwijderd verband daartussen dat verweerder dit niet met klager behoefde te bespreken en vast te leggen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-083
- Datum publicatie: 04-12-2018
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:192
Ontvankelijkheid. Verzoek om medisch dossier door zoon van overleden patiënt terecht geweigerd door huisarts.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/98
- Datum publicatie: 04-12-2018
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:72
Klaagster wenst een kinkhoestvaccinatie in verband met haar zwangerschap. Het gebruikelijke vaccin is niet beschikbaar en klaagster krijgt, zonder dat daar met haar over is gesproken, een alternatief vaccin toegediend. Dit vaccin is niet geregistreerd voor zwangere vrouwen en is bovendien in een hogere dosering toegediend dan gebruikelijk bij het reguliere vaccin. Verweerder had dit met klaagster moeten bespreken en had, ondanks de op dat moment aanwezige hectiek, geen toestemming aan zijn assistente mogen geven voor toediening van het alternatieve vaccin. Er was geen sprake van informed consent. Klachtonderdeel gegrond. Daarnaast heeft verweerder nagelaten te reageren op een e-mail van klaagster waarin zij haar ongenoegen en ongerustheid aan verweerder kenbaar heeft gemaakt. Het college acht dit onprofessioneel van verweerder, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Volgt een maatregel in de vorm van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:83 Accountantskamer Zwolle 18/350 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:83
Klacht over het niet betalen van een vergoeding hoewel betrokkene daartoe door het Hof is veroordeeld, en het niet inschakelen van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Gebleken is dat betrokkene inmiddels een betalingsregeling heeft getroffen. Ook heeft hij onweersproken gesteld dat hij een tegenvordering heeft op klager, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is. Betrokkene heeft zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering wel aangesproken zodat dit klachtonderdeel feitelijke grondslag mist en eveneens ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1899
- Datum publicatie: 03-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:91
Klacht van vader betreffende weigering informatieverstrekking over (psychische gezondheid van) zijn kinderen tegen GZ-psycholoog ongegrond. De afwegingen daartoe zijn zorgvuldig en in overleg met ketenpartners gemaakt en hielden verband met de noodzaak de verblijfplaats van moeder en kinderen geheim te houden. Het door GZ-psycholoog opgestelde verzoek vervangende toestemming voor diagnose en behandeling van de kinderen is neutraal opgesteld en maakt geen melding van (de persoon van of verwijten aan) klager. ongegrond
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:84 Accountantskamer Zwolle 18/790 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:84
Klachten over onderzoek naar de grondslag van uitlatingen klaagster in radioprogramma. Betrokkene heeft klaagster bij de start van het onderzoek geen van belang zijnde informatie over haar rol en de doelstelling van het onderzoek onthouden. Dat betrokkene als accountant dient te handelen in het algemeen belang staat er niet aan in de weg een onderzoek in te stellen naar de grondslag van uitlatingen van klaagster. Niet aannemelijk is gemaakt dat vragen die bij klaagster leefden en stukken die openbaar gemaakt moesten worden, licht konden werpen op die grondslag en daarom hoefden die vragen niet betrokken te worden in het onderzoek. Het niet beantwoorden van die vragen en het niet openbaar maken van die stukken doet dan ook geen afbreuk aan de waarheidsvinding met betrekking tot die grondslag. Het is voor een accountant niet verboden gegevens te verzamelen en aan te leveren ter onderbouwing van een partijstandpunt en daarmee het belang van die partij te dienen, mits de accountant zich daarbij houdt aan het fundamentele beginsel van objectiviteit dat wil zeggen zich bij zijn afwegingen niet ongepast laat beïnvloeden. Dat betrokkene dat niet heeft gedaan is niet aannemelijk gemaakt. Betrokkene heeft ook geen onjuiste indruk gewekt in het rapport over de betrokkenheid van klaagster bij de inhoud van het rapport.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/295
- Datum publicatie: 03-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:137
klaagster verwijt verweerster dat zij het medisch advies niet onafhankelijk heeft opgesteld, een ondeugdelijke rapportage heeft opgesteld en ten onrechte geen (percentage) van blijvende invaliditeit heeft vastgesteld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1853
- Datum publicatie: 03-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:92
Klacht tegen psychotherapeut als hoofdbehandelaar gegrond, voor zover niet (langer) is gehandeld conform een door huisarts, instelling en verweerster onderkende urgentie. Waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 392
- Pagina: 393
- Pagina: 394
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten