Zoekresultaten 1851-1900 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-487/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond omdat klager zijn vergaande, complotachtige verwijten niet concretiseert of met stukken onderbouwt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:172 Raad van Discipline Amsterdam 25-497/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:166 Raad van Discipline Amsterdam 25-579/A/DH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening eigen advocaat. Hoewel verweerster de belangen van haar cliënt dient te behartigen, blijft zij daarin wel dominus litis. Dat betekent dat verweerster de vrijheid heeft een zaak te behandelen op een wijze die haar goeddunkt en dat zij niet verplicht is gehoor te geven aan verzoeken van haar cliënten waar zij niet achter staat. Het stond verweerster op grond van gedragsregel 14 lid 2 vrij om, gelet op het verschil van inzicht tussen klager en verweerster over de invulling van verweersters bijstand, haar werkzaamheden voor klager te beëindigen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-483/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over door verweerster in een processtuk over hem opgenomen uitlatingen. De gewraakte uitlatingen zijn niet onjuist en kunnen relevant zijn voor het geschil in kwestie. Hoewel begrijpelijk dat de uitlatingen door klager als vervelend zijn ervaren, is geen sprake van (onnodig) grieven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:167 Raad van Discipline Amsterdam 25-519/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk buiten de vervaltermijn ingediend en daarmee niet-ontvankelijk, gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond, geen schending gedragsregel 8. Verweerster mocht afgaan op de informatie die zijn van haar cliënten had ontvangen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7796

    Klachten over Pulsed Radio Frequency behandeling door anesthesioloog kennelijk ongegrond. Er was informed consent en klaagster heeft ook bij Time Out Procedure niet aangegeven dat zij de behandeling niet wilde. Geen aanknopingspunt dat behandeling onzorgvuldig was. Anesthesioloog had er goed aan gedaan nog eens met klaagster te bellen, maar nalaten niet verwijtbaar. Geen tekortkomingen in medisch dossier.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7932

    kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en behandeling verwezen naar de organisatie waar verweerster werkt. Verweerster was de regiebehandelaar. Klager is het met de inhoud en conclusie van het onderzoeksverslag niet eens.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8583

    Klacht over behandeling van inmiddels overleden broer. De broer en klager waren bij dezelfde huisarts ingeschreven. De huisarts heeft aangevoerd dat er twijfel is of klager met de klacht de veronderstelde wil van zijn broer tot uitdrukking laat komen. De voorzitter verklaart klager niet-ontvankelijk en neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat klager in de klacht ook uitgebreid schrijft over zijn persoonlijke conflict met de huisarts en de beëindiging van zijn eigen behandelingsovereenkomst door de huisarts. Verder blijkt niet dat de patiënt op enig moment heeft aangegeven dat hij ontevreden was over de door de huisarts verleende zorg. De feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden tot de slotsom dat er twijfel is dat klager met het voeren van deze tuchtprocedure de wil van de overleden patiënt vertegenwoordigt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7933

    kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. In die periode zijn ook zorgmachtigingen aangevraagd en verkregen. Klager is het daar niet mee eens.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:212 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-514/AL/MN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:91 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762020 / DW RK 24/448 EdV/WdJ

    Het geheime privéadres van klager is meermalen bekend gemaakt aan cliënten van klager. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd en tevens veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8164

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De echtgenote van de overleden patiënt verwijt verweerster dat zij zonder adequaat overleg, zorgvuldig patiëntgericht handelen en respect voor de patiënt zijn reanimatiestatus heeft gewijzigd en ten onrechte heeft vermeld dat dit op verzoek van patiënt en familie was. Het college: verweerster kon besluiten dat reanimeren medisch zinloos zou zijn en de behandelbeperking “niet reanimeren” in het dossier vastleggen. Daarvoor is geen overleg met patiënt en/of familie vereist. Partijen verschillen van mening over de wijze van communicatie, zodat niet kan worden vastgesteld dat verweerster op dat punt klachtwaardig heeft gehandeld. Het aanvinken van het hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt” is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat het technisch niet mogelijk was om het akkoord met het besluit op een andere manier tot uitdrukking te brengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-195/AL/OV

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft het door hem namens klaagster en haar voormalige partner ingediende verzoek ontbinding partnerschap ingetrokken, in plaats van zich te onttrekken aan de procedure, wat de bedoeling van klaagster was. Verweerder heeft op de zitting zijn fout erkend en hij heeft uitgelegd dat hij de zaak abusievelijk heeft ingetrokken nadat hij een formulier verkeerd had geïnterpreteerd. Nadat hij op zijn fout was gewezen, heeft verweerder zijn beroepsaansprakelijheidsverzekeraar op de hoogte gesteld. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid erkend en gaat over tot betaling aan klaagster. Hoewel in beginsel een waarschuwing passend is, zal de raad gelet op de correcte afwikkeling van deze fout door verweerder en de omstandigheid dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, volstaan met de constatering van het gegrond tuchtrechtelijke verwijt, zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:92 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758258 / DW RK 24/365 EdV/WdJ

    Niet inhoudelijk op brieven van klaagster gereageerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-063/AL/NH

    Raadsbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:93 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/765658 / DW RK 25/68 EdV/WdJ

    Beslissing op verzet ongegrond. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het ten laste van klager uitgevaardigde dwangbevel te executeren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:209 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-465/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, heeft het recht om hierover een klacht in te dienen. Dit staat in de Advocatenwet. Als het in het algemeen belang is dat er een tuchtprocedure komt, dan heeft de deken het recht om te klagen. Uit de stukken in het klachtdossier is niet gebleken dat klaagster de cliënte van verweerder is geweest en ook niet dat zij de wederpartij van een cliënt van verweerder is geweest. Ook verder is niet gebleken dat klaagster een eigen rechtstreeks belang heeft bij deze klacht. Op grond van het vorenstaande zal de voorzitter de klacht dan ook kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. Aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht komt de voorzitter dan ook niet toe.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:94 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768475 / DW RK 25/142 EdV/WdJ

    Beslissing op verzet ongegrond. De klachten van klager zien op een periode van langer dan drie jaar geleden, dan wel zijn in een eerdere klachtprocedure behandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-513/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Vanuit haar taak als klachtonderzoeker kon en mocht verweerster als deken na bestudering van de stukken aan klager informatie opvragen en hem ook vragen of hij de juiste advocaat had beklaagd. Na de bevestiging van klager dat hij mr. H wilde beklagen, heeft verweerster het onderzoek naar de klacht van klager over mr. H volgens de geldende dekenale richtlijnen in behandeling genomen. Van partijdigheid, sturing of beïnvloeding van deze klachtprocedure van klager door verweerster is de voorzitter uit de stukken ook verder niet gebleken. Nu verweerster tuchtrechtelijk geen verwijt treft, zal de voorzitter de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-515/AL/OV

    voorzittersbeslissing met klacht tegen een deken. Klager heeft de deken erop gewezen dat een geschrapte advocaat zich online nog als advocaat presenteerde. De deken heeft daar op zorgvuldige wijze op gereageerd en, onverplicht, actie in ondernomen en klager op de hoogte gesteld. Na uitblijven van reactie van die advocaat heeft de deken de kwestie bij de Nederlandse Orde van Advocaten neergelegd, die die taak ook diende uit te voeren. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2024:159 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748029 / DW RK 24/117 LV/RH

    Klaagster beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte beslag op haar bankrekening heeft gelegd, omdat de gerechtsdeurwaarder geen rechtsvorderingsvragen heeft beantwoord. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 250236

    Beklag artikel 13 ongegrond. Onvoldoende kans van slagen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:206 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-953/AL/OV

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:181 Hof van Discipline 's Gravenhage 230206

    Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van deken heeft geweigerd onderzoek te doen naar door klager tegen drie advocaten en hun kantoor ingediende klachten. Deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet is geen verjaringstermijn, maar een vervaltermijn, die ambtshalve door de tuchtrechter wordt toegepast. Alleen onder (zeer) bijzondere omstandigheden kan een overschrijding van de klachttermijn verschoonbaar zijn.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De term “terreuracties” is in de gegeven omstandigheden niet onnodig grievend. Ook overigens niet gebleken dat verweerster stellingen heeft geponeerd waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren of zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klagers e-mails onbeantwoord te laten. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230153H

    Herzieningsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:178 Hof van Discipline 's Gravenhage 250196

    Hoger beroep te laat. Niet-ontvankelijk. Beroepstermijn van artikel 56, lid 1 aanhef en onder a Advocatenwet geldt ook in de situatie, waarin in beginsel geen beroepsmogelijkheid bestaat.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:179 Hof van Discipline 's Gravenhage 250206

    Beklag artikel 13 ongegrond. Onvoldoende kans van slagen. Ook is voor procedures bij de kantonrechter geen bijstand van een advocaat voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:61 Accountantskamer Zwolle 24/2784 Wtra AK 24/3919 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Klaagster verhuurde aan een ondernemer 10 visstekken aan een recreatieplas. De ondernemer stelt dat klaagster haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen waardoor hij schade heeft geleden. In opdracht van de ondernemer heeft betrokkene de schade begroot. Volgens klaagster heeft betrokkene daarbij niet zorgvuldig gehandeld, onder meer omdat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast. De Accountantskamer oordeelt dat klaagster gelet op het gevoerde verweer en de overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het opstellen van zijn schaderapporten steken heeft laten vallen of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2706

    Klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Nadat klaagster eind januari 2021 is geopereerd, heeft het multidisciplinaire behandelteam klaagster radiotherapie en chemotherapie geadviseerd. Voor de chemotherapie is klaagster verwezen naar de internist. Klaagster verwijt de internist dat hij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2572

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2573

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:177 Hof van Discipline 's Gravenhage 250084

    Verweerder, de advocaat van de wederpartij van klaagster, heeft in een familierechtelijk geschil een F9-formulier niet direct in afschrift naar klaagsters advocaat gestuurd. Volgens de raad van discipline (hierna: de raad) was dat gezien de specifieke omstandigheden niet klachtwaardig. Verweerder had klaagsters advocaat daarover wel kunnen inlichten. Er valt hem echter geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2663

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een arts die destijds als arts (niet in opleiding tot specialist) en nog maar kort werkzaam was op de afdeling van het ziekenhuis. De klacht gaat onder meer over onvoldoende lichamelijk onderzoek, het niet stellen van een differentiaal diagnose, het kiezen van een expectatief beleid en het voorschrijven van slaapmedicatie. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht ziet op handelen of nalaten vóór 6 maart 2014 en de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het door klagers ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:60 Accountantskamer Zwolle 24/4266 Wtra AK 25/1501 Wtra AK

    Klacht over het handelen van betrokkene in zijn nevenfunctie als lid c.q. voorzitter van een toezichthoudend orgaan van een stichting. Klager meent dat betrokkene in die rol niet in het algemeen belang heeft gehandeld noch in het belang van de stichting en daarmee als accountant is tekortgeschoten in de uitoefening van deze functie. De Accountantskamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk omdat de gedragingen waarover wordt geklaagd meer dan tien jaar voor de datum waarop de klacht is ingediend hebben plaatsgevonden. De klacht is voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met enig fundamenteel beginsel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2705

    Klacht tegen een chirurg. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. de chirurg heeft klaagster eind januari 2021 geopereerd. Begin februari 2021 heeft een nabespreking plaatsgevonden. De chirurg heeft klaagster medegedeeld dat zij – in samenspraak met het multidisciplinaire behandelteam – radiotherapie en chemotherapie adviseerde, waarna klaagster is verwezen naar de radiotherapeut en de internist. Klaagster verwijt de chirurg dat zij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Klaagster verwijt de chirurg ook dat het medisch dossier fouten bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:162 Raad van Discipline Amsterdam 25-298/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft klager niet op de hoogte gehouden van het procesverloop, hij heeft gemaakte afspraken niet schriftelijk vastgelegd, niet gereageerd op e-mails en herhaalde verzoeken om contact van klager, klager niet geïnformeerd over zijn hoger beroepsmogelijkheden en hem onjuist geïnformeerd over de mogelijkheid tot indiening van stukken. Verweerder is daarmee tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van klager en dat is onzorgvuldig en onbetamelijk. De verweten gedragingen raken aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Alhoewel verweerder ter zitting wel enig inzicht heeft gegeven in zijn handelen, neemt dit niet weg dat zijn gedragingen ernstig verwijtbaar zijn. Mede gelet ook op de eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen van verweerder acht de raad het opleggen van een voorwaardelijke schorsing van vier weken thans passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:163 Raad van Discipline Amsterdam 25-282/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder kon en mocht er naar het oordeel van de raad vanuit gaan dat klager 1 niet werd bijgestaan door een advocaat. Dat er voor verweerder redenen bestonden om aan te nemen dat dit anders was en dat hij klager 1 daarom niet rechtstreeks had mogen aanschrijven, is door klagers verder niet onderbouwd en dit is de raad ook overigens niet gebleken. Van een schending van de gedragsregel 25 is geen sprake. Evenmin is het de raad gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen. Van een schending van gedragsregel 8 is daarom ook geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:164 Raad van Discipline Amsterdam 25-232/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de Commissarissen. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending van de gedragsregels 8 en 9 is geen sprake. Daarnaast heeft verweerder in zijn berichten aan klager steeds toegelicht waarom hij van mening was dat klager gedragsregel 25 schond. Dat klager het hiermee niet eens was en dat hierover een verschil van inzicht tussen hen bestond, betekent niet dat verweerder gedragsregel 24 zou hebben geschonden of dat hij met de berichten hierover aan klager op enige andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-126/A/A

    Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:161 Raad van Discipline Amsterdam 25-223/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8173

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Klager heeft een MRI-scan laten verrichten bij een diagnostisch centrum. Verweerder beoordeelt als zelfstandig gevestigd radioloog in opdracht van dit diagnostisch centrum MRI-scans. In die hoedanigheid heeft hij ook de MRI-scan van klager beoordeeld. Klager maakt de radioloog meerdere verwijten over deze beoordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 250301

    Afwijzing verzoek verwijzing. Een duidelijke klachtomschrijving ontbreekt zodat niet duidelijk is welk tuchtrechtelijk verwijt klaagster maakt aan verweerster. De algemene klacht-omschrijving richt zich op de werkwijze van de Orde van Advocaten (en verweerster) bij de behandeling van een verzoek van klaagster tot aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Dit verzoek is evenwel niet door klaagster inhoudelijk behandeld maar door de deken van een andere orde. Klachten die klaagster heeft over de wijze waarop verweerster zich jegens klaagster heeft opgesteld of heeft gehandeld, kan klaagster indienen bij de Orde van advocaten te Amsterdam op basis van de interne klachtenregeling van die Orde. Het klachtrecht in de zin van de Advocatenwet is niet bedoeld om de werkwijze van de Amsterdamse orde van advocaten aan de orde te stellen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8172

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 250299

    Naar het oordeel van de voorzitter is van een duidelijke, concreet onderbouwde klacht over verweerster geen sprake. Verweerster heeft overeenkomstig artikel 13 Advocatenwet een advocaat aangewezen aan klaagster en daarmee gehandeld overeenkomstig haar wettelijke verplichting. De klacht van klaagster over verweerster is verder in algemene woorden geformuleerd. Een duidelijke toelichting op de klacht ontbreekt, evenals een nadere concretisering of onderbouwing. Hierdoor is het voor verweerster niet duidelijk waartegen zij zich zou moeten verweren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8153

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klager is vijftien jaar patiënt geweest van de huisarts. Voordat klager zich heeft uitgeschreven uit de praktijk van de huisarts, is hij veelvuldig op consult geweest, onder meer vanwege cognitieve klachten en tremoren en later ook vanwege een zwelling ter plaatse van zijn borstbeen. Klager maakt de huisarts uiteenlopende verwijten over de wijze waarop hij heeft gehandeld ten aanzien van deze klachten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8171

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7867

    Klacht tegen een arts werkzaam op de afdeling dermatologie kennelijk ongegrond. Klaagster werd verwezen in verband met huidklachten en kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster nam een paar maanden daarna contact op en werd vervolgens door verweerster op consult voor een herbeoordeling gezien. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het college oordeelt dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek en verweerster verder ook geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8213

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verblijft op basis van een opgelegde tbs met dwangverpleging in een tbs-kliniek. De psychiater is als behandelend psychiater betrokken bij de behandeling. Klager is het niet eens met het besluit over te gaan tot een gedwongen behandeling met medicatie (ook wel a-dwangbehandeling). Het college oordeelt dat de psychiater uitgebreid en zorgvuldig onderbouwd heeft waarom een dwangbehandeling volgens hem noodzakelijk was en waarom is voldaan aan de voorwaarden van doelmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit. De psychiater kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8174

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. De internist heeft onderzoek verricht. Daarna heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een ander ziekenhuis voor een second opinion. Klager maakt de internist verschillende verwijten over onder meer haar onderzoek, bevindingen, verwijzing en bejegening.