Zoekresultaten 18801-18850 van de 48227 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.188
- Datum publicatie: 20-05-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:140
Klacht tegen gynaecoloog. Verweerder heeft klaagster op 4 december 2013 geopereerd. Voorafgaand aan de operatie heeft een collega van verweerder met klaagster afgesproken dat haar baarmoeder zou worden verwijderd. Klaagster verwijt verweerder dat hij: 1) onnodig en zonder toestemming is overgegaan tot verwijdering van (een deel van) de vagina van klaagster, 2) met klaagster na de operatie daarover niet heeft gecommuniceerd, 3) op geen enkele wijze inzicht heeft getoond in de gemaakte fout en de consequenties daarvan, en 4) de door hem gemaakte fout niet heeft erkend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1, 3 en 4 gegrond verklaard en de arts ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd. In het door verweerder tegen die beslissingen ingestelde beroep verklaart het Centraal Tuchtcollege de klachtonderdelen 3 en 4 alsnog ongegrond, en legt het aan verweerder de maatregel van waarschuwing. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is het handelen zonder informed consent tuchtrechtelijk verwijtbaar. In dit specifieke geval dient naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege te worden volstaan met het opleggen van de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:71 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-050
- Datum publicatie: 20-05-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:71
Klacht tegen advocaat wederpartij. Advocaat wordt belangenverstrengeling verweten omdat hij zijn cliënt samen met zijn zoon, niet zijnde een advocaat bijstaat, die op basis van “no cure no pay” werkte, heeft bijgestaan. Mogelijk dat dat bij de Raad voor Rechtsbijstand op bezwaren zou stuiten, maar klager staat daarbuiten, aldus de raad. Hetzelfde geldt voor het verwijt van klager dat verweerder aan zijn zoon provisie zou hebben betaald, nog daargelaten dat dit niet is komen vast te staan. Een verwijt over belangenverstrengeling bij de praktijkuitoefening betreft niet de verhouding tussen advocaat en wederpartij maar die tussen advocaat en cliënt. Van dit laatste is hier geen sprake. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:72 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-636
- Datum publicatie: 20-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:72
Klaagster verwijt haar advocaat kort voor de zitting van inzicht te veranderen en klaagster te adviseren de procedure in te trekken. De raad beoordeelt de handelwijze van verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Weliswaar is het voor een cliënt niet prettig als een advocaat kort voor het moment waarop het erop aan komt – een mondelinge behandeling – met een geheel ander advies komt, maar ondenkbaar is niet dat een advocaat bij heroverweging van een zaak kort voor een zitting tot andere inzichten komt in welk geval hij of zij dit ook met zijn of haar cliënt zal moet delen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:73 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-574
- Datum publicatie: 20-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:73
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:35 Accountantskamer Zwolle 18/1547 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:35
Betrokkene heeft hangende zijn onderzoek in opdracht van twee bestuursleden van een stichting niet onderkend dat de betrokkenheid van bepaalde andere (rechts)personen bij de onderwerpen die het object van het onderzoek vormden, zodanig direct en intensief was, dat het onderzoek onvermijdelijk de positie en het functioneren van die andere (rechts)personen raakte. Vanaf het moment dat duidelijk werd dat het onderzoek die positie en dat functioneren raakte, was er geen sprake meer van een opdracht zoals bedoeld in NVCOS 4400, zoals betrokkene in twee conceptrapporten heeft vermeld, maar van een persoonsgericht onderzoek. De kwaliteit van een zodanig onderzoek en de deugdelijkheid van de grondslag van de uitkomsten ervan zijn vrijwel altijd gediend met het bieden van de mogelijkheid van wederhoor aan de persoon/personen die het object zijn (geworden) van het onderzoek. Betrokkene heeft hem die gelegenheid niet geboden. Dat is in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene heeft ook het fundamentele beginsel van objectiviteit niet nageleefd doordat hij een van de andere bestuursleden van de hiervoor bedoelde stichting tot twee maal toe niet in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over de bevindingen in de twee conceptrapporten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:104 Raad van Discipline Amsterdam 19-094/A/NH
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:104
Deels gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft met zijn stellingname in het verweerschrift jegens klager onbetamelijk en niet professioneel gehandeld door onvoldoende afstand te houden van de standpunten van zijn cliënte en klager zonder concrete onderbouwing te beschuldigen van verkrachting. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:105 Raad van Discipline Amsterdam 18-1044/A/A
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:105
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/463
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:81
De klager verwijt verweerster van een v erkeerde diagnose dan wel verkeerde behandeling heeft ingesteld. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:106 Raad van Discipline Amsterdam 19-118/A/A/D
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:106
Ongegrond dekenbezwaar. De raad is van oordeel dat verweerder er van mocht uitgaan dat de betalingen destijds aan hem met instemming van de schoonmoeder van zijn cliënte, die nadien onder bewind is gesteld, zijn verricht en dat er op hem geen verplichting rustte om de door hem ontvangen bedragen, die betrekking hadden op zijn declaraties, terug te betalen. Kernwaarde integriteit niet geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/466
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:88
Klager verwijt verweerder dat hij 1) een verkeerde diagnose heeft gesteld dan wel een verkeerde behandeling heeft ingesteld - er is volgens klager sprake van een medische misser, waardoor klager in een rolstoel is beland, 2) geen indicatie heeft gezien om de gastric bypass ongedaan te maken, 3) zich gedurende de opname van klager dagen niet heeft laten zien, 4) klager heeft geadviseerd Yakult te drinken terwijl dit niet in het ziekenhuis verkrijgbaar was, 5) klager onheus heeft bejegend door het maken van bepaalde opmerkingen, 6) aan de plaatsvervangend huisarts van klager heeft gezegd verder niets meer voor klager te doen, 7) klager naar huis heeft gestuurd in plaats van naar een verpleeghuis, 8) zich laconiek heeft uitgelaten over een ander ziekenhuis. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/464
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:82
De klager verwijt verweerster dat zij ten onrechte niet heeft terugverwezen naar de chirurg, maar naar de huisarts van klager. Volgens klager heeft het daardoor langer geduurd voordat hij weer verder werd behandeld. Klacht afgewezen
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:107 Raad van Discipline Amsterdam 19-098/A/NH
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:107
Klacht over het verstrekken van een advies aan de verzekeraar gegrond. Het stond verweerder niet vrij om zonder overleg met en toestemming van klager het procesadvies van zijn voormalig kantoorgenoot aan de rechtsbijstandverzekeraar van klager te verstrekken. Teminder nu klager met die kantoorgenoot had afgesproken dat het advies niet aan de verzekeraar zou worden verstrekt. Verweerder heeft hiermee zijn geheimhoudingsplicht geschonden. Verweerder heeft geweigerd zijn handelen ongedaan te maken door (bijvoorbeeld) het advies terug te trekken. Ook dat valt hem te verwijten. Het valt verweerder tot slot te verwijten dat hij het dossier zonder overleg met en toestemming van klager op verzoek van de verzekeraar, een derde, aan de opvolgend advocaat heeft gestuurd. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/467
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:89
Klager verwijt verweerster dat zij 1) een verkeerde diagnose heeft gesteld dan wel een verkeerde behandeling heeft ingesteld - er is volgens klager sprake van een medische misser, waardoor klager in een rolstoel is beland, 2) geen indicatie heeft gezien om de gastric bypass ongedaan te maken, 3) ondanks het verzoek van klager daartoe geen contact heeft gelegd met een ander ziekenhuis, 4) klager onheus heeft bejegend door het maken van een bepaalde opmerking, 5) klager goed genoeg vond voor ontslag naar huis, maar te zwak voor een hersteloperatie - hetgeen volgens klager tegenstrijdig is. Ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:101 Raad van Discipline Amsterdam 18-1033/A/A
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:101
Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen bij de Ondernemingskamer in te dienen. Er is geen sprake van het zich wenden tot de rechter nadat uitspraak is gedaan.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/462
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:83
De klager verwijt verweerder in dat verweerder een verkeerde diagnose dan wel verkeerde behandeling heeft ingesteld. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:108 Raad van Discipline Amsterdam 18-1046/A/A
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:108
Deels gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in niet mis te verstane bewoordingen gesteld dat klaagster onder meer valsheid in geschrifte heeft gepleegd, de samenwerkingsovereenkomst heeft vervalst en de boel probeert op te lichten. Dergelijke zware beschuldigingen mocht verweerder niet zomaar doen. De uitlatingen waren ook niet functioneel voor de zaak die verweerder bepleitte. Verweerder heeft zich aldus onnodig grievend over klaagster uitgelaten. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:102 Raad van Discipline Amsterdam 18-984/A/A 18-985/A/A
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:102
Ongegronde klacht van een advocaat over twee andere advocaten (vader en dochter) over overname van een zaak. Gelet op de in de beslissing weergegeven omstandigheden mocht verweerster erop vertrouwen dat zij de zaak van klaagster had overgenomen. Dat verweerster klaagster geen schriftelijk overnameverzoek heeft gestuurd doet hieraan niet af, nu er geen rechtsregel is die voorschrijft dat een overnameverzoek schriftelijk moet worden gedaan. Gedragsregel 28 lid 1 schrijft slechts voor dat overleg moet worden gevoerd. Dat is hier – via verweerder – gebeurd. Het stond verweerster dan ook vrij haar cliënt voorafgaand aan de zitting te bezoeken en hem ter zitting als advocaat bij te staan. Ook verweerder stond het vrij de betreffende cliënt te bezoeken, die al meer dan 20 jaar zijn cliënt is en van wie hij de vertrouwenspersoon is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/468
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:90
Klager verwijt verweerder dat hij 1) een verkeerde diagnose heeft gesteld dan wel een verkeerde behandeling heeft ingesteld - er is volgens klager sprake van een medische misser, waardoor klager in een rolstoel is beland, 2) geen indicatie heeft gezien om de gastric bypass ongedaan te maken, 3) steeds tegen klager heeft gezegd dat zij hem goed in de gaten zouden houden, maar dat is niet gebeurd, 4) zich achter zijn supervisor verschool, 5) klager na ontslag uit het ziekenhuis aan zijn lot over liet en 6) tegen klager heeft gezegd dat hij voor het innemen van zijn medicijnen een maler bij de apotheek moest halen. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/465
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:84
De klager verwijt verweerder van een verkeerde diagnose dan wel verkeerde behandeling heeft ingesteld. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:34 Accountantskamer Zwolle 18/674, 18/675, 18/676 en 18/677 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:34
Klacht over het aangaan door accountants van een managementovereenkomst met een non-concurrentie- en een relatiebeding met een accountant ongegrond. Volgens klager wordt de accountant beperkt in zijn vrijheid om de kantoororganisatie te verlaten. Dat is in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit en daardoor wordt het accountantsberoep in diskrediet gebracht. Het overeenkomen van bedingen zoals deze is niet ongebruikelijk. Alleen onder zeer bijzondere omstandigheden kan dit handelen worden gekwalificeerd als niet eerlijk of oprecht optreden of als handelen waardoor het accountantsberoep in diskrediet wordt gebracht. Die omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Klacht over mededeling op website accountants, waarop staat dat het kantoor voor alle mogelijke controlewerkzaamheden, waaronder de reguliere accountantscontrole op de jaarrekening, kan worden ingeschakeld, is gegrond. Deze informatie is onjuist, omdat het kantoor al jaren geen wettelijke controles meer uitvoert (maar klanten doorverwijst). Geen maatregel vanwege geringe tuchtrechtelijke relevantie en omdat betrokkenen de bewuste pagina op de website al enige tijd geleden spontaan hebben laten verwijderen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:103 Raad van Discipline Amsterdam 18-995/A/A
- Datum publicatie: 17-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:103
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.424
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:137
Klacht tegen psychiater. Verweerster heeft klaagster psychiatrisch onderzocht. Klaagster verwijt verweerster 1) dat zij de verkeerde dan wel andere diagnose aan haar heeft meegedeeld dan zij aan het epilepsiecentrum heeft meegedeeld, 2) dat zij klaagster niet haar complete patiëntendossier heeft toegestuurd en 3) dat zij niet heeft kunnen duiden waar zij de gegevens van haar basisschool vandaan heeft.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.060
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:131
Klachten tegen plastisch chirurg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de plastisch chirurg bij het uitvoeren van een onderooglidcorrectie juist heeft gehandeld. Bij het nadien nog verwijderen van onderhuids vet is een zeldzame en onvoorziene complicatie opgetreden, maar was evenmin sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/209
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:86
Klager verwijt verweerster dat zij ten onrechte een ‘verhoor’ kindermishandeling heeft afgenomen bij de dochter, terwijl dit al bij herhaling was gebeurd en aan de echte symptomen en klachten onvoldoende aandacht is besteed. Klacht afgewezen
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 247/2018
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:77
Klacht tegen tandarts. (en vergelijkbare klacht tegen echtgeno(o)t(e). De klacht betreft (samengevat) oncollegiaal gedrag. Schending van zowel eerste als de tweede tuchtnorm. Gegrond. (voorwaardelijke) schorsing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.436
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:138
Klacht tegen psychiater. De zoon van klaagster is op twee achtereenvolgende dagen gezien voor een geplande crisisbeoordeling op de afdeling acute psychiatrie van een GGZ-instelling. Op de tweede dag is het consult gedaan door de psychiater en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De psychiater heeft in haar verslag de suïcidaliteit als matig hoog ingeschat en onder meer een antidepressivum voorgeschreven. Kort na dit consult heeft de zoon van klaagster een einde aan zijn leven gemaakt. De klachtonderdelen a. tot en met c. houden onder meer in dat de psychiater voor de beoordeling van de gezondheidssituatie van de zoon van klaagster onvoldoende informatie heeft ingewonnen bij derden, onder wie de ex-vriendin van de zoon, de moeder van de ex-vriendin, klaagster zelf, en de politie die de crisisbeoordeling had aangevraagd, dat zij het aspect van sociale steun en veiligheid – waaronder de rol van naasten – ten onrechte onjuist heeft ingeschat en dat zij de medische voorgeschiedenis van de zoon onvoldoende in haar oordeelsvorming heeft betrokken. Het RTG heeft klaagster onder meer in de klachtonderdelen a. tot en met c. ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg op dit punt en verklaart klaagster alsnog niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a. tot en met c. nu sprake is van zodanige feiten en omstandigheden, dat klaagster niet de veronderstelde wil van patiënt uitdrukt, althans dat daaraan in ieder geval een dermate grote twijfel bestaat dat dit niet aannemelijk kan worden geacht. Klaagster kan dan ook niet worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.078
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:132
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Patiënte is naar aanleiding van rugpijn door de huisarts verwezen naar een neuroloog en bleek meerdere (bot)uitzaaiingen van een longtumor te hebben. Zij bleek als gevolg van een uitzaaiing ook een heupfractuur te hebben. De orthopedisch chirurg heeft een operatie uitgevoerd, waarbij een heupprothese is geplaatst. Na de operatie zijn ernstige complicaties opgetreden en patiënte is uiteindelijk een maand na de verwijzing naar het ziekenhuis overleden. De echtgenoot, dochters en zus van patiënte, hebben diverse klachten over het handelen van de orthopedisch chirurg ingediend. Alleen de echtgenoot van patiënte is ontvankelijk in zijn klachten. De klachten over het opereren zonder voldoende informed consent en over het niet tijdig informeren van de familie na afloop van de operatie worden door het Centraal Tuchtcollege gegrond verklaard. Volgt oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:69 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-088
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:69
Voorzittersbeslissing. Dat verweerster gebruik maakt van een mistige bedrijfsconstructie wordt betwist en is de voorzitter overigens ook niet gebleken. Dat verweerster klagers het moeilijk c.q. bijna onmogelijk heeft gemaakt om een passende schadevergoeding te krijgen wordt betwist en kan niet worden vastgesteld. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/332
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:87
De klager verwijt verweerster dat de diagnose onjuist is met als gevolg dat de dochter schade heeft opgelopen. Tevens heeft verweerster geen uitleg gegeven over de gestelde diagnose van automutilatie en klager hiervan niet op de hoogte gebracht. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 248/2018
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:78
Klacht tegen tandarts. (en vergelijkbare klacht tegen echtgeno(o)t(e). De klacht betreft (samengevat) oncollegiaal gedrag. Schending van zowel eerste als de tweede tuchtnorm. Gegrond. (voorwaardelijke) schorsing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18196
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:26
Klager is in PI door daar werkzame huisarts behandeld aan zwelling/wond aan de voet met achtereenvolgens pijnstilling, röntgenfoto en antibiotica. Met de aanwezigheid van een pin in de voet hoefde verweerder geen rekening te houden. Eerst nadien insturen naar ziekenhuis was geen dokters delay. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.440
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:139
Klacht tegen fysiotherapeut. Klager is vanwege een ruptuur aan zijn linker achillespees, waarvoor hij conservatief is behandeld met gips, onder behandeling gekomen bij de fysiotherapiepraktijk waar verweerster destijds werkzaam was. Tijdens de tweede behandeling is de achillespees van klager afgescheurd. De klacht houdt in dat verweerster klager ondeugdelijk heeft behandeld doordat zij klager te snel (nadat zijn voet uit het gips kwam) te zware oefeningen heeft laten verrichten en hem daarbij – tegen zijn wil en tegen zijn voorzichtigheid in – heeft gedwongen om zijn achillespees te forceren met als gevolg dat de achillespees van klager volledig is afgescheurd en een operatie noodzakelijk was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637698 DW RK 17/1063
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 23-04-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:75
Klacht op alle onderdelen gegrond, maatregel berisping. Pas na twee jaar heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd op het verzoek van klager een rentestop in te voeren. Dat de opdrachtgever niet heeft gereageerd en daarom geen antwoord is gegeven disculpeert te gerechtsdeurwaarder niet. Deze had moeten rappelleren. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder niet geantwoord op de vraag van klager over de ingangsdatum van de rentestop. Vaststelling beslagvrije voet heeft na het ontvangen van de juiste gegevens nog een maand geduurd. Dit is te lang. Door het feit dat de gerechtsdeurwaarder de uitkeringsinstantie niet op de hoogte had gesteld heeft klager nog twee maanden een onjuist bedrag ontvangen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-632
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 29-04-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:157
Verweersters kantoor heeft klager en zijn vennootschap al sinds jaar en dag bijgestaan in diverse zaken. Op een gegeven moment is klager in conflict geraakt met een vennootschap waarvan hij aandeelhouder was. Het ging daarbij over de wijze van opstellen van achtereenvolgende jaarrekeningen. Deze waren door verschillende accountants opgesteld. Tegen deze accountants heeft klager diverse tuchtrechtrechtelijke procedures aangespannen. Ook was hij voornemens deze accountants aansprakelijk te stellen. Pas een maand voor de zitting bij de Accountantskamer meldde verweerster dat zij klager niet bij kon staan vanwege het risico dat de ontwikkelingen uit zouden monden in een situatie met tegenstrijdige belangen omdat een van de accountantskantoren de vaste accountant van het advocatenkantoor was en het advocatenkantoor vaste advocaat van het accountantskantoor. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster, in het licht van de reeds lang bestaande relatie met klagers te laat aan klagers gemeld dat zij in die Accountantskamer-procedure (en civiele aansprakelijkheidsprocedure) niet voor klager zou kunnen optreden en daarmee niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Deze klacht is gegrond en de raad legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.079
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:133
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Patiënte is naar aanleiding van rugpijn door de huisarts verwezen naar een neuroloog en bleek meerdere (bot)uitzaaiingen van een longtumor te hebben. Zij bleek als gevolg van een uitzaaiing een heupfractuur te hebben. Er is – door een andere orthopedische chirurg, tegen wie ook klachten zijn ingediend – een operatie uitgevoerd, waarbij een heupprothese is geplaatst. Na de operatie zijn ernstige complicaties opgetreden en patiënte is uiteindelijk een maand na de verwijzing naar het ziekenhuis overleden. De echtgenoot, dochters en zus van patiënte, hebben diverse klachten ingediend over het handelen van de orthopedisch chirurg. Alleen de echtgenoot van patiënte is ontvankelijk in zijn klachten. De klacht over het – gebrek aan – handelen van de orthopedisch chirurg toen patiënte na de operatie een krappe urineproductie had is gegrond verklaard. Volgt oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 251/2018
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:79
Klacht van collega tandarts opdrachtgever over de behandeling van een patiënt met een trauma. Klacht gegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.161
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:134
Klacht tegen oogarts, naar aanleiding van een op 11 juli 2016 bij klager verrichte staaroperatie. In eerste aanleg is de klacht deels gegrond verklaard en is ter zake daarvan aan de arts de maatregel van berisping opgelegd. De arts is van die beslissing in beroep gegaan voor zover de klacht gegrond is verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de door het Regionaal Tuchtcollege geformuleerde klacht meer omvat dan hetgeen door klager is aangevoerd en herformuleert daarom de klacht: a) de arts heeft de staaroperatie van 11 juli 2016 niet juist uitgevoerd, waardoor klager kampt met een ernstig verminderd zicht, een vervaagd beeld en een foutief geplaatste lens, waardoor klager opnieuw zal moeten worden geopereerd, en b) de arts heeft niet adequaat gereageerd op vragen na de operatie en heeft geweigerd om een verwijzing naar het Oogziekenhuis Rotterdam te geven. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege – voor zover deze in beroep nog aan de orde is – en verklaart de klacht in zoverre alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.286
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:135
Patiënt heeft een onderbeencorrectie ondergaan en komt bij een chirurg terecht in verband pijnklachten. De klacht dat de chirurg zonder toereikend onderzoek tot een shin-splintoperatie (fasciotomie van de anticusloge) heeft besloten is door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de chirurg en handhaaft de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.387
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:136
Klacht tegen verloskundige. Klaagster werd bij haar zwangerschap begeleid door verloskundigen van de organisatie waar ook de verloskundige werkzaam was. De verloskundige was bij een zwangerschapsduur van ruim 31 weken voor het eerst betrokken bij de zorg van klaagster. Ruim een week later heeft de verloskundige geconstateerd dat de baby was overleden. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij: a) heeft nagelaten klaagster te verwijzen voor vervolgonderzoek nadat uit de echogegevens bleek dat sprake was van een neerwaartse trend in de buikomvang, en b) zonder toestemming en wetenschap van klaagster inzage heeft gehad in onderzoeksresultaten en medische gegevens over klaagster en haar overleden baby in een periode dat zij geen behandelrelatie had met klaagster en er klachten liepen bij de klachtencommissie en het tuchtcollege. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel onder a) gegrond verklaard, de verloskundige ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing opgelegd en het klachtonderdeel onder b) ongegrond verklaard. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van het klachtonderdeel onder b). Het Centraal Tuchtcollege verklaart dat klachtonderdeel alsnog gegrond en legt de verloskundige ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/208
- Datum publicatie: 16-05-2019
- Datum uitspraak: 16-05-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:85
De klager verwijt verweerder dat hij als eindverantwoordelijke niet weet wat er in zijn ziekenhuis gebeurt onder het protocol kindermishandeling. Klacht afgewezen
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-830/DB/LI
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:79
Niet welwillend gedragen jegens klager. Feiten geponeerd, waarvan hij wist dan wel kon weten dat die onjuist waren en zich onnodig grievend uitgelaten. Onvoldoende professionele distantie. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:68 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-347
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:68
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet voldoende te informeren over - onder andere - de mogelijkheid tot het aanvragen van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, en door geen zorgvuldige toets uit te voeren. Ook heeft verweerder excessief gedeclareerd en ten onrechte originele stukken en een harddisk niet aan klager geretourneerd. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.232
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 14-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:126
Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster onder meer dat zij in eerste instantie ten onrechte heeft aangegeven dat zij zelf de klachtenfunctionaris was en pas later de werkelijke formele klachteninstantie heeft genoemd. Ook verwijt klager verweerster dat de website van haar praktijk niet voldeed aan de wettelijke eisen, onder meer omdat deze onvoldoende beveiligd was. Het Regionaal Tuchtcollege wijst deze klachtonderdelen af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, voor zover dit een nieuwe klacht betreft, en bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover door klager bestreden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-788/DB/LI
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:80
Voorzitter heeft terecht overwogen dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerster in haar hoedanigheid van klachtenfunctionaris en heeft terecht geoordeeld dat verweerster van de wijze waarop zij klagers klacht heeft afgehandeld geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, terwijl verweerster niet verantwoordelijk is voor de mate van expertise van kantoorgenoten. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:270 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-399/DH/RO
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:270
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.355
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 14-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:127
Klacht tegen verpleegkundige, werkzaam als manager bedrijfsvoering bij de organisatie die aan klaagster ondersteuning biedt op het gebied van sociaal en persoonlijk functioneren. Klaagster heeft op enig moment een klacht ingediend tegen deze organisatie; verweerster heeft per brief op die klacht gereageerd. Het verwijt van klaagster heeft betrekking op (de inhoud van) deze brief. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard nu de verpleegkundige met het opstellen van voornoemde brief in haar hoedanigheid van manager bedrijfsvoering heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-899/DB/OB
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:81
Verweerder stond curator bij als advocaat. Klachten tegen de curator zijn in beslissing 18-898/DB/OB ongegrond bevonden. Klachten tegen verweerder eveneens ongegrond. Niet gebleken dat verweerder bij het behartigen van de belangen van de curator de grenzen van de aan hem toekomende vrijheid heeft overschreden. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn art. 46g en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.393
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 14-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:128
De klacht tegen de huisarts houdt in: 1. dat de huisarts geen zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de (burn-out) klachten van klager en ook geen anamnese heeft afgenomen of een medisch dossier heeft bijgehouden van de verrichte onderzoeken (art. 7.1. Landelijke Eerstelijns Samenwerkingsafspraken Overspanning en Burn-out (LESA); 2. dat de huisarts in strijd heeft gehandeld met artikel 7.2 en 7.4.2. van de LESA. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-898/DB/OB
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:76
Verweerder heeft vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Niet gebleken dat verweerder geen hoor en wederhoor heeft toegepast, klagers mogelijkheid om verweer te voeren heeft gefrustreerd, een strategie heeft toegepast die was gericht op het vaststellen van bestuurdersaansprakelijkheid of oneigenlijke druk heeft uitgeoefend op klagers echtgenote. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn art. 46g en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.464
- Datum publicatie: 15-05-2019
- Datum uitspraak: 14-05-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:129
Klacht tegen verpleegkundige. De vader van de zoon van klaagster is patiënt van verweerster. Er is tussen de ouders strijd om omgang en gezag. Verweerster is telefonisch benaderd door de Raad van de Kinderbescherming en in het rapport van de Raad is een passage van dit telefoongesprek opgenomen. Klaagster verwijt verweerster dat zij aan de Raad een onjuiste en voor klaagster belastende verklaring heeft afgegeven over de psychische gesteldheid van klaagster, zonder dat zij klaagster kent of heeft onderzocht en dat zij daarbij enkel is afgegaan op de verhalen van de vader. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 376
- Pagina: 377
- Pagina: 378
- ...
- Pagina: 965
- Volgende pagina zoekresultaten