We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 18801-18850 van de 47643 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/545

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld. Zo heeft de huisarts de diagnose 'reuma' - hiervoor werd klaagster doorverwezen naar de reumatoloog - en de diagnose 'kneuzing van een rib' gesteld, maar bleek het later te gaan om uitgezaaide bot- en leverkanker. In haar medische voorgeschiedenis was er bij klaagster ruim tien jaar eerder sprake geweest van borstkanker. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/92 en G2018/93

    Klager verwijt twee huisartsen dat zij hem in 2009 ondanks een contra-indicatie hebben gevaccineerd tegen de Mexicaanse griep, met ernstige gevolgen. Voorts verwijt hij hen schending van de dossierplicht, de communicatieplicht en de meldingsplicht met betrekking tot een calamiteit. Klager verwijt hen eveneens dat zij hem te lang – en deels verkeerde – medicatie hebben voorgeschreven. Gecombineerde uitspraak, klachten beide geheel ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-169b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft niet toegelicht hoe de verpleegkundige hem niet serieus heeft genomen, ook niet dat hij hem medicatie zou hebben voorgeschreven. Klacht afgewezen

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:16 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/644106 / DW RK 18/115

    Beslissing op verzet. Klager stelt dat hij nooit een aangetekend dwangbevel heeft ontvangen. Ook is nooit met hem overeengekomen dat zijn vakantiegeld zou worden ingehouden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340543 / KL RK 18 - 106

    De kamer overweegt dat partijen niet van mening verschillen over de relevante feiten in deze zaak, zodat daarvan als vaststaand kan worden uitgegaan. Daarbij komt dat de kandidaat-notaris heeft erkend dat in het licht van de Wwft haar aanpak van het hierboven genoemde niet voldoende zorgvuldig is geweest. Ook hiervan wordt bij de beoordeling van deze zaak als vaststaand gegeven uitgegaan. Blijft over de vraag of en in hoeverre de kandidaat-notaris om genoemde feiten een tuchtrechtelijk een verwijt gemaakt moet worden. Daarbij is naar het oordeel van de kamer het volgende van belang. De Wwft-onderzoeks- en meldingsplicht voorziet de notaris van een concreet instrument ter vervulling van de rol van poortwachter van het rechtssysteem en raakt daarmee een kerntaak van het notariaat. Verwaarlozing van deze verplichting is daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar en zal in het algemeen ook aanleiding vormen tot het opleggen van een zware maatregel. Dit geldt in de voorliggende zaken des te meer, aangezien het gaat om het passeren van akten van levering aandelen, met andere woorden om de uitoefening van een bevoegdheid die naar Nederlands recht uitsluitend de notaris toekomt. Verwacht mag en moet worden dat ook een kandidaat-notaris deze exclusieve ambtsbevoegdheid zorgvuldig uitoefent. De enkele omstandigheid dat de kandidaat-notaris bij haar werkzaamheden rekening moet houden met de lijn die het kantoor volgt, ontslaat de kandidaat-notaris niet van haar verplichtingen op de hierboven genoemde punten. Als verzachtende omstandigheid heeft de kandidaat-notaris weliswaar aangevoerd dat zij door het stellen van kritische vragen aan de notaris wel degelijk, maar tevergeefs heeft geprobeerd het beleid van haar toenmalige kantoor ter discussie te stellen, maar de kandidaat-notaris kan dit niet nader onderbouwen vanwege haar beperkte toegangsmogelijkheid tot en contact met haar oude kantoor waar de dossiers kennelijk beperkt gearchiveerd zijn. Het moet er daarom voor gehouden worden dat de kandidaat-notaris op dit punt onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel is het de kamer duidelijk dat de kandidaat-notaris haar inzichten en vaardigheden voor wat betreft de naleving van de Wwft heeft aangescherpt en ontwikkeld en daarvoor op haar huidige kantoor ook de nodige beleidsruimte vindt. De kamer komt daarom al met al tot de conclusie dat het handelen en nalaten van de kandidaat-notaris in de voorliggen de zaken tuchtrechtelijk veroordeeld moet worden, maar de op te leggen maatregel zal, ook omdat het de eerste keer is dat de kandidaat-notaris met het tuchtrecht in aanraking komt, tot een berisping beperkt worden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1011/DH/DH/W

    Wrakingsverzoek ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646063 / DW RK 18/184

    Beslissing op verzet. Klager betwist dat hij gehuwd is. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-275

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft onvoldoende controle op de verstrekking van medicatie uitgeoefend, zodat aan klaagster te veel medicatie is verstrekt. De verpleegkundige had dit niet eerder aan de betrokken arts kunnen melden, gelet op de afronding van het onderzoek. Geen maatregel opgelegd, omdat het doel van het tuchtrecht, het bevorderen en het bewaken van de kwaliteit in de gezondheidszorg, is bereikt: het medicatiedeelsysteem is vernieuwd, er is een onafhankelijke kwaliteitsmedewerker aangesteld, er zijn nieuwe protocollen gemaakt en er is uitleg aan klaagster gegeven. De verpleegkundige betreurt dat hij zijn controleparaaf heeft gezet zonder daadwerkelijk de controle uit te voeren. Gegrond zonder oplegging van een maatregel, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-044/DH/DH

    Raadkamerbeslissingen. Klachten ingetrokken en raad ziet geen redenen aan algemeen belang ontleend om klachten voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:18 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633032 / DW RK 17/762

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig en adequaat op de brief van klaagster van 8 juni 2017 gereageerd. Indien hij dit wel had gedaan had hij kunnen constateren dat het derdenbeslag niet zinvol was. Klacht gegrond, maatregel van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-200

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Uit de door de verpleegkundige aangeboden hartmedicatie is niet gebleken dat hij klager probeerde te drogeren. Ook niet dat hij zich aan klager als arts heeft gepresenteerd. Er is geen diagnose depressie gesteld, de verpleegkundige heeft slechts de werkdiagnose depressie aangeklikt in het medische systeem toen het anti-depressivum door klager werd geweigerd. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340674 / KL RK 18-108

    Het is niet ongebruikelijk dat bij een bespreking over een wijziging van een testament tevens wordt besproken of een samenlevingscontract nog moet worden aangepast. Indien het toedelingsbeding in het samenlevingscontract wel was gehandhaafd, had na overlijden van erflater onduidelijkheid kunnen ontstaan omdat de regeling in dat geval op twee plekken vastgelegd zou zijn. Daarnaast was de reden voor het opnemen van het toedelingsbeding in 2003 inmiddels komen te vervallen. In deze context bezien, acht de kamer het niet onzorgvuldig dat de notaris heeft voorgesteld om het toedelingsbeding te schrappen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:6 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-263/DH/RO

    Raadkamerbeslissingen. Klachten ingetrokken en raad ziet geen redenen aan algemeen belang ontleend om klachten voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:19 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633707 / DW RK 17/797

    Klaagster beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder weigert de juiste beslagvrije voet toe te passen en de teveel ingehouden zorgtoeslag terug te storten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:10 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-124/DH/RO-b

    Verweerders zijn advocaten van de wederpartij. Klacht deels gegrond. Verweerders hebben het gerechtshof onvolledig geïnformeerd, doordat in de memorie van antwoord ten onrechte is gesuggereerd dat de mogelijkheid was geboden stukken in te zien zonder dat daar een voorwaarde aan was verbonden. Als het gerechtshof volledig zou zijn geïnformeerd had ook vermeld moeten worden dat het voorstel tot inzage voorwaardelijk was, namelijk onder de voorwaarde dat het voorgestelde geldbedrag zouden worden geaccepteerd. Een en ander is in de e-mail van 6 april 2017 door verweerder geëxpliciteerd. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden van verweerders, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-278

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft onvoldoende controle op de verstrekking van medicatie uitgeoefend, zodat aan klaagster te veel medicatie (opiaten) is verstrekt. De verpleegkundige had dit niet eerder aan de betrokken arts kunnen melden, gelet op de afronding van het onderzoek. Geen maatregel opgelegd, omdat het doel van het tuchtrecht, het bevorderen en het bewaken van de kwaliteit in de gezondheidszorg, is bereikt: het medicatiedeelsysteem is vernieuwd, er is een onafhankelijke kwaliteitsmedewerker aangesteld, er zijn nieuwe protocollen gemaakt en er is uitleg aan klaagster gegeven. De verpleegkundige betreurt dat hij de voorgeschreven opiaten beter had moeten controleren aan de hand van de mediatiedeellijst en de tabletten die aan klaagster verstrekt werden. Gegrond zonder oplegging van een maatregel, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:20 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/649560 / DW RK 18/324

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich erover dat er onaangekondigd bankbeslag is gelegd. Verder stelt hij dat de gerechtsdeurwaarder niet reageert op zijn verzoeken om informatie. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/657892 / DW RK 18/606

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de aankondiging en verkoop van zijn roerende zaken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:8 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-768/DH/RO

    Raadkamerbeslissingen. Klachten ingetrokken en raad ziet geen redenen aan algemeen belang ontleend om klachten voort te zetten.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/341128 / KL RK 18-111

    De kamer is met de notaris van oordeel dat zij voor zowel de snelheid als de inhoud van de informatieverstrekking afhankelijk was van de executeur en ook de vader. Dat zij mede door ziekte de informatie soms traag aan de notaris aanleverden, kan de notaris niet worden aangerekend. De notaris heeft naar het oordeel van de kamer klaagsters telkens adequaat geantwoord daar waar de executeur haar daartoe de mogelijkheid bood.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-290

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft onvoldoende controle op de verstrekking van medicatie uitgeoefend, zodat aan klaagster te veel medicatie (opiaten) is verstrekt. De verpleegkundige had dit niet eerder aan de betrokken arts kunnen melden, gelet op de afronding van het onderzoek. Geen maatregel opgelegd, omdat het doel van het tuchtrecht, het bevorderen en het bewaken van de kwaliteit in de gezondheidszorg, is bereikt: het medicatiedeelsysteem is vernieuwd, er is een onafhankelijke kwaliteitsmedewerker aangesteld, er zijn nieuwe protocollen gemaakt en er is uitleg aan klaagster gegeven. Daarnaast zat de verpleegkundige nog in haar inwerkperiode (derde werkdag). Gegrond zonder oplegging van een maatregel, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:15 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/634514 / DW RK 17/864

    Beslissing op verzet. Klager betwist de ontvangst van het beslagexploot. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:9 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-124/DH/RO-a

    Verweerders zijn advocaten van de wederpartij. Klacht deels gegrond. Verweerders hebben het gerechtshof onvolledig geïnformeerd, doordat in de memorie van antwoord ten onrechte is gesuggereerd dat de mogelijkheid was geboden stukken in te zien zonder dat daar een voorwaarde aan was verbonden. Als het gerechtshof volledig zou zijn geïnformeerd had ook vermeld moeten worden dat het voorstel tot inzage voorwaardelijk was, namelijk onder de voorwaarde dat het voorgestelde geldbedrag zouden worden geaccepteerd. Een en ander is in de e-mail van 6 april 2017 door verweerder geëxpliciteerd. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden van verweerders, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339499 KL RK 18-86

    Klager verwijt de notaris ongeoorloofde verrekening van zijn declaratie met een ten behoeve van de verkoper/failliet ten onrechte op de kwaliteitsrekening betaald bedrag. De kamer oordeelt dat de vraag of artikel 53 Faillissementswet (Fw) hier van toepassing is, is voorbehouden aan de civiele rechter. Klager heeft ter zitting ook met zoveel woorden toegegeven dat de motieven voor indiening van deze tuchtklacht niet zuiver tuchtrechtelijk van aard zijn. Dit neemt echter niet weg dat de notaris, gelet op de vaste tuchtrechtspraak, voor het verrekenen van zijn declaratie met gelden op de kwaliteitsrekening in het algemeen toestemming nodig heeft van de cliënt dan wel rechthebbende. Feiten of omstandigheden op grond waarvan dit in deze zaak anders zou zijn, zijn niet gesteld en niet gebleken. In het licht van het zorgvuldigheidsgebod van artikel 17 Wna volgt uit het voorgaande dat het in deze zaak op de weg van de notaris had gelegen ervoor te zorgen dat ofwel de toestemming van de verkoper/failliet voor de verrekening van de declaratie schriftelijk in het dossier aanwezig was ofwel een schriftelijke bevestiging van de notaris aan de verkoper/failliet van de gegeven toestemming. De eigen aantekening van de notaris betreffende de mondelinge toestemming van de verkoper/failliet volstaat daarom niet. Naar het oordeel van de kamer is het tuchtrechtelijk verwijt dat de notaris hiervan, gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak, gemaakt moet worden niet zodanig zwaar dat dit tot oplegging van een maatregel zou moeten leiden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/470

    Klacht tegen huisarts wegens het niet stellen van de juiste diagnose. Volgens klaagster heeft de huisarts de klachten van haar dochtertje ten onrechte afgedaan als buikgriep, terwijl de symptomen die zij aangaf hier niet bij pasten. Uiteindelijk bleek sprake te zijn van een blinde darm ontsteking. De huisarts voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/429

    Verweerder heeft bij klager een psychiatrisch onderzoek verricht in het kader van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Klager verwijt verweerder dat hij een onzorgvuldig onderzoek heeft verricht, onzorgvuldig heeft gehandeld, zich niet heeft gehouden aan de beroepscode voor psychiaters en dat hij onjuiste conclusies heeft getrokken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:32 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/86

    Klager verwijt de notaris het volgende: 1. dat hij gemaakte afspraken niet is nagekomen; 2. dat de notaris klager zou hebben gedwongen om een keuze te maken; 3. dat broer Martin van de notaris geen informatie hoefde te verstrekken; 4. dat er geen toestemming aan klager is gevraagd of de notaris de erf- loon- en inkomstenbelasting mocht opmaken; 5. dat er teveel erfbelasting is betaald doordat er geen aanvraag verlaging WOZ-waarde is ingediend; 6. dat klager geen inzage krijgt in de papieren die broer Martin bij de notaris heeft ingeleverd terwijl broer Martin in een mail aangeeft dat deze voor een ieder ter inzage liggen bij de notaris; 7. dat klager geen inzicht in de declaraties heeft gekregen; 8. dat hij geen afrekening heeft ontvangen; 9. dat de notaris geen gespreksnotities heeft gemaakt van de gesprekken die hij heeft gevoerd met een van de broers of zus van klager; 10. dat hij opdracht zou hebben gegeven aan broer Martin om eerst een taxatie van het huis te laten maken. Dit zijn kosten voor niets want een goede makelaar doet dit toch zelf. Alle onderdelen slagen niet. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/483

    Klager verwijt verweerster met name dat zij zonder toestemming van klager diagnostische informatie over hem in het dossier van zijn ex-partner heeft opgenomen en dat deze informatie zonder de toestemming van klager aan een andere zorgverlener (niet-medicus) is verstrekt. Daarnaast verwijt klager verweerster dat zij de behandeling van klager en zijn ex-partner niet individueel had mogen voorzetten. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 235/2018

    Gegronde klacht over het zich ten onrechte uitgeven als bedrijfsarts en het creëren van rolverwarring tijdens verzuimbegeleiding. Daarnaast onvoldoende onderzoek bij de behandelende sector en onvolledige dossiervoering. Berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:22 Accountantskamer Zwolle 17/2473, 17/2474, 17/2475 en 17/2476 Wtra AK

    Opnieuw klagen over zelfde feitencomplex als in eerdere klacht niet-ontvankelijk wegens strijd met de goede tuchtprocesorde. Klacht over onwaarheden in vorige procedure ongegrond, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkenen zich in processtukken of ter zitting bewust misleidend hebben uitgelaten, waardoor de tuchtrechter op het verkeerde been zou zijn gezet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:47 Raad van Discipline Amsterdam 19-036/A/A 19-037/A/A

    Voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:54 Raad van Discipline Amsterdam 19-062/A/A

    Voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:55 Raad van Discipline Amsterdam 19-057/A/A

    Voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-758/DB/LI

    Advocaat wordt verweten dat hij zich gelden heeft toegeëigend die klager toekomen en dat hij heeft geweigerd dossiers af te geven. De voorzitter heeft op juiste gronden overwogen dat de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond is. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:15 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180231

    Klacht tegen eigen advocaat over niet doorbetalen van derdengelden. Mede hoger beroep ingesteld door deken van algemene raad (artikel 56 lid 1 Advocatenwet). Na het onherroepelijk worden van een eerdere beslissing van de raad van discipline over de derdengelden had verweerder deze uit eigen beweging aan klager moeten betalen. Dat heeft hij niet gedaan, waarna klager in kort geding betaling heeft gevorderd. Voorzieningenrechter heeft vordering afgewezen. De tuchtrechter komt een eigen oordeel toe over de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid van het handelen van een advocaat en de maatstaven ter beoordeling daarvan zijn niet hetzelfde als die van de civiele rechter. Door de derdengelden niet aan klager te betalen, heeft verweerder de inhoud van de tuchtrechtelijke beslissing genegeerd en aangetoond inzicht noch gevoel te hebben voor wat een behoorlijk advocaat betaamt. Uitgebreid tuchtrechtelijk verleden. Kennelijk onverbeterlijk gedrag. Schrapping van het tableau.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:6 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180277

    Voorzittersbeslissing. Verzoek verwijzing dekenklacht (art. 46c lid 5 Advocatenwet). Dekenklacht is gecombineerd met een art. 13-beklag (verzoek aanwijzing advocaat) en ziet op communicatie van de deken jegens klager. Nu art. 13-beklag ongegrond blijkt omdat klager meent dat hij een advocaat nodig heeft om zijn problemen in kaart te brengen maar geen aanknopingspunten daartoe biedt, kon de deken niets voor klager betekenen en is het begrijpelijk dat de deken terughoudend is in zijn communicatie. De stelselmatige dekenklachten van klager in het verleden hebben daarnaast nergens toe geleid. Misbruik van klachtrecht door weer te klagen over de deken. Verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:16 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180287

    Beklag art. 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof constateert dat dit (vierde) verzoek om aanwijzing van een advocaat betrekking heeft op dezelfde problematiek waarvoor klaagster in 2013, 2014 en 2017 ook om aanwijzing heeft gevraagd. De deken heeft die verzoeken telkens afgewezen en klaagster heeft tegen die beslissingen van de deken telkens beklag ingesteld. Het hof heeft in die drie zaken geoordeeld dat de deken de verzoeken om aanwijzing terecht heeft afgewezen. Het hof is van oordeel dat de deken ook het vierde verzoek van klaagster terecht en op de juiste gronden heeft afgewezen. Het is spijtig dat klaagster kennelijk nog steeds dezelfde problemen ervaart, maar zij moet er ernstig rekening mee houden dat het hof een volgend beklag over een soortgelijke beslissing van de deken wegens misbruik van recht niet in behandeling neemt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:7 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180325

    Voorzittersbeslissing. Verzoek om verwijzing klacht stafjurist deken. Beroep op analoge toepassing art. 46c lid 5 Advocatenwet afgewezen, nu geen sprake is van samenhang met een dekenklacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:10 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180142

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een brief rechtstreeks aan klagers te sturen, hoewel zij een advocaat hadden, waarin hij aangeeft in hoger beroep te zullen gaan tegen het vonnis van de rechter als klagers niet instemmen mijn zijn oplossingsvoorstel. Verder heeft verweerder de belangen van klagers zonder redelijk doel geschaad door een concept van diezelfde brief – die vertrouwelijke en privacygevoelige informatie van de zaak bevat - te verstrekken aan een derde (een buurvrouw), die met klagers en de cliënten van verweerder deel uitmaakt van een kleine dorpsgemeenschap. Verder staat onvoldoende vast dat klager onvoldoende professionele distantie heeft betracht. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing. Vernietiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/651389 / DW RK 18/388

    Beslissing op verzet. Klager stelt dat hij de betreffende vonnissen en het exploot van het gelegde derdenbeslag nooit heeft ontvangen en de kosten daarvan dan ook niet terecht zijn. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170258

    Dekenbezwaar. Vervolg op tussenbeslissing (ECLI:NL:TAHVD:2018:18). Eindbeslissing op het verwijt van de deken dat verweerder ten onrechte toevoegingen heeft aangevraagd/laten aanvragen op naam van een andere advocaat, werd aangehouden. Nadat die andere advocaat, die korte tijd op het kantoor van verweerder werkzaam is geweest, en een medewerker van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) als getuigen zijn gehoord, oordeelt het hof dat genoegzaam is gebleken dat die andere advocaat slechts 14 van de 74 zaken waarvoor op haar naam een toevoeging was aangevraagd, zelf heeft behandeld. Nu niet is gebleken dat zij actieve bemoeienis heeft gehad met de resterende zestig zaken waarvoor op haar naam, buiten haar medeweten en zonder haar toestemming, een toevoeging is aangevraagd door verweerder of door medewerkers van verweerder die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn (geweest), is het hof van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016 van de RvR. Hierdoor heeft hij op een niet toelaatbare wijze gebruik gemaakt van het systeem van gefinancierde rechtsbijstand, dat al ernstig onder druk staat. Het vertrouwen dat de RvR als uitgangspunt neemt bij de toepassing van dit systeem heeft verweerder stelselmatig en in ernstige mate geschaad. Het hof rekent verweerder dit handelen, dat in strijd is met de kernwaarde (financiële) integriteit, ernstig aan. Nu tegen verweerder niet eerder een tuchtklacht is ingediend, volstaat het hof met het opleggen van een schorsing voor de duur van acht weken, waarvan vier weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:36 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-863/DB/LI

    Letstelschadebureau heeft een advocaat ingeschakeld om het dossier op te vragen bij de voorgaande advocaat. De advocaat van het letselschadebureau heeft namens zichzelf geklaagd dat de voorgaande advocaat heeft nagelaten om desgevraagd het dossier aan het letselschadebureau tot te zenden. Geen eigen belang nu de advocaat die de klacht heeft ingediend de letselschadezaak niet behandelt. Klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:17 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180124-W2

    Wrakingsverzoek van alle kroonleden van het hof na behandeling ter zitting, voorafgaand aan de uitspraak. Na het aanwijzen van een wrakingskamer zijn de kroonleden van die wrakingskamer ook (opnieuw) gewraakt. De wet noch het wrakingsprotocol voorziet in deze situatie. De wrakingskamer handelt naar bevind van zaken en oordeelt dat alléén (kroon)leden die de zaak behandelen kunnen worden gewraakt. De wraking van de wrakingskamer wordt gepasseerd, omdat ten aanzien van de kroonleden die de wrakingszaak behandelen door verzoeker onvoldoende is onderbouwd dat enkel op basis van de benoemingsprocedure van de kroonleden sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die aanwijzingen opleveren voor vooringenomenheid van die leden. De wraking van de kroonleden in de hoofdzaak wordt, omdat die tardief is, niet-ontvankelijk verklaard. De feiten en omstandigheden waarop de wraking is gebaseerd waren al bekend ten tijde van de behandeling van de hoofdzaak en zijn daar ook besproken. Het hof bepaalt dat volgende wrakingsverzoeken met deze grond niet in behandeling worden genomen. Geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:8 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180324

    Voorzittersbeslissing. Verzoek om verwijzing dekenklacht (art. 46c lid 5 Advocatenwet). Vierde klacht over vergelijkbare kwestie. Verzoeker moet er rekening mee houden dat een volgend verzoek wegens misbruik van klachtrecht niet in behandeling wordt genomen. Verwezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:11 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180254 180255

    Klacht over advocaat in hoedanigheid van curator. Verweerders hebben niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een borderel, waarin staat dat de gefailleerde eigenaar is van een pand in Knokke dat klaagster bedoelde over te dragen aan de stichting t.b.v. zijn kinderen, in te schrijven in het Belgische hypothecaire register. Het hof is van oordeel dat verweerders zich met het borderel niet, zoals klager stelt, hebben voorgedaan als eigenaar van het pand noch dat zij daarmee valsheid in geschrifte hebben gepleegd. De vraag welk rechtsstelsel van toepassing is voor de beoordeling van de vraag wie eigenaar van het pand is, is voorbehouden aan de civiele rechter. Het standpunt van verweerders in die civiele kwestie is een rechtens te verdedigen standpunt en is niet klachtwaardig. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/653104 / DW RK 18/458

    Aan de thans geformuleerde klacht ligt (min of meer) hetzelfde feitencomplex ten grondslag als aan de klacht die in de eerdere procedure aan de orde is gesteld. Klager kan deze klacht niet opnieuw aan de kamer voorleggen. De klacht is daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:2 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180247

    Beklag ex. art.13 Advocatenwet (aanwijzing advocaat). Omdat klager inmiddels al advocaat bereid heeft gevonden om hem bij te staan in procedure bij Centrale Raad van Beroep heeft hij geen belang meer bij zijn beklag tegen afwijzende beslissing van deken Midden-Nederland. Voor gevraagde bijstand i.v.m. arbeidsgeschil bij kantonrechter Amsterdam had klager zich tot Amsterdamse deken moeten wenden, terwijl voor procedure bij kantonrechter bijstand van advocaat niet verplicht is zodat verzoek aan Amsterdamse deken kansloos zou zijn geweest. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-921/DB/LI

    Het valt een advocaat niet te verwijten dat de verzekeraar de causaliteit betwist en verdere bevoorschotting weigert. Verweerder heeft zijn advies om geen procedure aanhangig te maken voldoende onderbouwd. Niet gebleken dat advocaat leugens heeft verteld en informatie heeft verdraaid. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:18 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180202

    Klacht over eigen advocaat. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar te lang heeft gewacht met uitbrengen kort geding dagvaarding voor loonvordering. Klacht ongegrond. Vernietiging beslissing Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:9 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180249 en 180250

    Appelschrift met geluidsbestanden op de laatste dag na sluiting griffie per e-mail ingediend. Door griffie niet ontvangen, geen notificatie aan indiener daarvan. Niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, niet verschoonbaar.