Zoekresultaten 14701-14750 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200105

    Appelverbod. Niet gebleken is dat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden waardoor geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden bij de raad. Er is geen sprake van doorbreking van het appelverbod. Klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200015

    Advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Voormalig cliënten van klager hebben tegen klager een procedure aangespannen wegens een vermeende beroepsfout. Daarna heeft klager tegen zijn voormalig cliënten een procedure aangespannen wegens een vordering tot betaling van de eigen bijdrage. Verweerder stond voormalig cliënten bij in beide procedures. Klager beklaagt zich er over dat verweerder onjuiste mededelingen heeft gedaan aan de kantonrechter tijdens de comparitie in de tweede procedure, doordat verweerder aan de kantonrechter heeft medegedeeld dat klager pas tijdens de schikkingsonderhandelingen in de eerste procedure aanspraak had gemaakt op voornoemde vordering en dat iedereen, inclusief de kantonrechter, daardoor zo verrast was dat deze vordering buiten de schikking is gebleven. Het hof is van oordeel dat de gegeven interpretatie van verweerder tijdens de tweede procedure dat iedereen “verrast” werd door de handelwijze van klager geen tuchtrechtelijk verwijt oplevert. Ten tweede beklaagt klager zich over een onjuiste mededeling aan de deken door verweerder, door mee te delen dat de kantonrechter in procedure 1 de vordering van klager had ‘weggewuifd’. Het hof is van oordeel dat gelet op de omstandigheden van het geval niet valt in te zien dat verweerder met de term “wegwuiven” – die niet noodzakelijk impliceert dat de kantonrechter de vordering onaannemelijk achtte – in strijd heeft gehandeld met het tuchtrecht. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad en acht de klacht op beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190300

    Klacht over de eigen advocaat deels in eerste aanleg niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige ongegrond. In hoger beroep bekrachtigt het hof de beslissing van de raad voor zover nog aan de orde. De termijn van artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet is (ruimschoots) overschreden. Geen sprake van verschoonbare overschrijding van deze termijn.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200073D

    Dekenbezwaar. Schending schorsingsvoorwaarden. Vast staat dat tijdens de schorsing van verweerder een dagvaarding onder zijn naam is uitgebracht door zijn waarnemer en dat dit een advocatenhandeling is. Het was de verantwoordelijkheid van verweerder zijn kantoororganisatie zodanig in te richten en de medewerkers goed te instrueren dat de voorwaarden van zijn schorsing niet zouden worden geschonden. Dat door de waarnemer de schorsingsvoorwaarde is geschonden, moet aan verweerder worden toegerekend. Daarbij zijn geen alarmbellen afgegaan bij de kantoorgenoot, die de betekende dagvaarding in ontvangst heeft genomen. Verder mocht van verweerder verwacht worden dat hij na de afloop van zijn schorsing extra oplettend was toen hij kennis nam van de op zijn naam uitgebrachte dagvaarding. De deken is hiervan enkel bij toeval, door een klacht van de wederpartij, op de hoogte gekomen. Beroep faalt. Schorsing voor de duur van 6 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:156 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190323

    Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat verweerster in dit geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich tot het gerechtshof te wenden nadat uitspraak was bepaald. Het verzoek om het niet gevoerde partijdebat in het voorwaardelijk incidenteel beroep alsnog te mogen voeren kan niet worden gezien als napleiten, waarop gedragsregel 21 lid 3 ziet, maar betreft een niet inhoudelijk processueel verzoek aan het gerechtshof. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190306D

    Dekenbezwaar met 12 onderdelen over het handelen rondom het beheren van gelden op de derdengeldenrekening voor een failliet verklaarde cliënt. Schorsing voor de duur van 26 weken. Verweerder heeft in strijd met de wwft, vafi (thans: voda) en gedragsregels gehandeld. Daarbij heeft verweerder de kernwaarden onafhankelijkheid en (financiële) integriteit diverse malen met voeten getreden. Verweerder heeft onvoldoende oog voor de zware verantwoordelijkheid van een advocaat een goede rechtsbedeling te bevorderen in het belang van zijn cliënt en in het openbaar belang. Verweerder is zich kennelijk onbewust van de verschillende financiële belangen die zijn betrokken bij het aangaan en uitvoeren van een opdracht en dat hij zelfstandig de grenzen bewaakt waar die uitvoering niet langer betamelijk is en te verantwoorden valt. Daarbij was verweerder tuchtrechter gedurende de periode waarin hij een deel van de verweten gedragingen heeft verricht, waardoor van hem een extra scherp oog voor de kernwaarden mocht worden verwacht. Wegens de ongegrondverklaring van twee onderdelen, matigt het hof de duur van de schorsing van 34 naar 26 weken, waarbij het voorwaardelijke deel achterwege wordt gelaten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:157 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200069

    Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Niet gebleken is van een noodzaak om de brieven rechtstreeks aan cliënten van klager te sturen. Er is sprake van een zonder noodzaak fors aangezette overrompeling van cliënten van klager. Gedragsregel 25 en de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet zijn geschonden. Het hof acht het opleggen van een waarschuwing als zakelijke terechtwijzing op zijn plaats, ook al heeft verweerder geen tuchtrechtelijk verleden. Bekrachtiging van de beslissing van de Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200100

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Klager is in beroep gekomen tegen de beslissing van de raad voor zover daarin de klacht van klager ongegrond is verklaard. Het hof is van oordeel dat de raad op goede gronden tot een ongegrondverklaring is gekomen en bekrachtigt die beslissing. Beroep faalt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:158 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200064

    Klacht over eigen advocaat. Raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft geen duidelijkheid verschaft over de vraag of er nog een advocaat-cliënt verhouding was, hij heeft geen uitvoering gegeven aan de opdracht een advies op te stellen over de kans van slagen en de juridische positie en hij heeft in plaats daarvan zonder voorafgaande analyse op tamelijk ongerichte wijze werkzaamheden verricht en hij is de gedane toezegging een sommatie te verzenden, zonder nadere uitleg, niet nagekomen. Ook heeft verweerder de belangen van zijn cliënt laten behartigen door een advocaat die opkomt voor een partij met een tegengesteld belang, waarvan verweerder van meet af aan op de hoogte was. De kernwaarden deskundigheid en partijdigheid zijn geschonden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200101

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Klager is in beroep gekomen tegen de beslissing van de raad voor zover daarin de klacht van klager ongegrond is verklaard. Het hof is van oordeel dat de raad op goede gronden tot een ongegrondverklaring is gekomen en bekrachtigt die beslissing. Beroep faalt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:159 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200003

    Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder voorafgaand overleg met klaagster zaken uit de inboedel van de stiefmoeder van klaagster, waaronder de verkeerde lamp, in ontvangst te nemen. Verweerder mocht op grond van de in de correspondentie tussen klaagster en stiefmoeder althans hun advocaten vastgelegde afspraken concluderen dat klaagster geen (rechtens afdwingbaar) belang meer had bij het sluiten van een aparte schriftelijke vaststellingsovereenkomst en dat van hem geen verdere werkzaamheden meer nodig waren. Hoewel verweerder klaagster wellicht duidelijker had kunnen informeren, kan niet worden gezegd dat hij niet zorgvuldig heeft gehandeld. Klacht dat verweerder niet als een goed bewaarder heeft gezorgd voor de in ontvangst genomen lampenkap, waardoor deze beschadigd is, is van civielrechtelijke aard. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gebleken die ingrijpen van de tuchtrechter rechtvaardigen. Klacht is ongegrond; het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200035

    Klacht van advocaat over de advocaat van de wederpartij niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Bekrachtiging van de beslissing van de Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200036

    Gegronde klacht van advocaat over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft zich onnodig grievend over klager uitgelaten. Waarschuwing en kostenveroordeling. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/425

    Klacht tegen KNO-arts dat meer onderzoek had moeten worden gedaan alvorens tot operatie werd overgegaan. Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:171 Raad van Discipline Amsterdam 20-462/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Tussen klager en verweerder is geen advocaat-cliëntrelatie tot stand gekomen. Het stond verweerder vrij de zaak van klager niet aan te nemen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:184 Raad van Discipline Amsterdam 20-488/A/A/W

    Afwijzing wrakingsverzoek buiten zitting. Kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:178 Raad van Discipline Amsterdam 20-116/A/A

    Deels gegrond verzet. Anders dan de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerder de rechter onjuist heeft voorgelicht. De raad ziet in de gegeven omstandigheden af van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft de rechter weliswaar onjuist voorgelicht, maar de rechter beschikte over het vonnis van 21 september 2017 en heeft dus zelf kunnen vaststellen dat wel verweer was gevoerd. Bovendien beschikte ook klager over het vonnis van 21 september 2017 en heeft klager derhalve op de zitting van 22 november 2018 kunnen reageren op de onjuiste stelling van verweerder. Klager is dan ook niet in zijn belangen geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:172 Raad van Discipline Amsterdam 20-463/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. De betaling van de door klaagster genoemde bedragen heeft niet plaatsgevonden voor de echtscheidingsprocedure waarvoor een toevoeging was verleend. Het valt verweerster voorts niet te verwijten dat de toevoeging is ingetrokken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:185 Raad van Discipline Amsterdam 20-549/A/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Aan de onderbrekingen door de tuchtrechter op de zitting valt niet de gevolgtrekking te verbinden dat de rechterlijke onpartijdigheid van de tuchtrechter schade zou kunnen hebben geleden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:179 Raad van Discipline Amsterdam 20-211/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:173 Raad van Discipline Amsterdam 20-461/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. In de opdrachtbevestiging die verweerder aan klager heeft gestuurd staat duidelijk dat verweerder zou proberen de kosten op de werkgever te verhalen. Dat verweerder tijdens het gesprek op 5 december 2019 iets anders tegen klager heeft gezegd, heeft verweerder betwist en heeft klager hiertegenover niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:180 Raad van Discipline Amsterdam 19-859/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:174 Raad van Discipline Amsterdam 20-207/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Aansprakelijkstelling. Uitgangspunt is dat een advocaat een aansprakelijkstelling in beginsel zo spoedig mogelijk moet aanmelden bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en dat een advocaat die aanmelding niet mag weigeren grond van zijn eigen mening dat geen sprake was een beroepsfout of van schade. Verweerder heeft in 2015 toegezegd de aansprakelijkstelling te zullen melden, maar heeft dit pas in 2017 daadwerkelijk gedaan. Verweerder heeft hierover, ondanks diverse aansporingen daartoe, onduidelijk en niet tijdig gecommuniceerd. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht is gegrond. Maatregel van een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/018

    Klaagster dient namens zichzelf een klacht in over de behandeling van haar meerderjarige zoon. Klaagster verwijt de aangeklaagde psychiater dat hij 1) alarmsignalen heeft genegeerd en niet adequaat heeft ingegrepen, terwijl de toestand van haar zoon verslechterde, 2) ten onrechte geen IBS heeft uitgeschreven en 3) een onjuiste diagnose heeft gesteld. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht, nu zij niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. De klacht ziet op de behandeling van de meederjarige zoon en deze kan zelf een klacht over zijn behandeling indienen. Klaagster stelt dat zij wel ontvankelijk is nu zij als moeder van een patiënt onder het begrip 'rechtstreeks belanghebbende' valt. Daarnaast is haar zoon onder curatele gesteld en wilsonbekwaam. Het college verklaart klaagster niet-ontvankelijk. Klaagster kan niet worden aangemerkt als 'rechtstreeks belanghebbende' als bedoeld in artikel 65 eerste lid, sub a Wet BIG. De klachtonderdelen zien alle op de behandelrelatie tussen verweerder en de zoon. Gesteld noch gebleken is dat haar meerderjarige zoon met het indienen van de klacht heeft ingestemd . Evenmin is gebleken dat de zoon van klaagster wilsonbekwaam is en niet in staat zou zijn om te beslissen over klachten over zijn behandeling. De omstandigheid dat de zoon van klaagster ontoerekeningsvatbaar is verklaard en onder curatele is gesteld, betekent niet zonder meer dat hij niet in staat zou zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen in deze. Bovendien kan niet worden afgeleid dat klaagster de (wettelijk) vertegenwoordiger van E is. Niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:181 Raad van Discipline Amsterdam 20-494/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder de rechtbank onjuist heeft geïnformeerd. Verweerder mocht verder de beschikking door de deurwaarder laten betekenen in het belang van zijn cliënte. Dat verweerder daarbij de belangen van klager onnodig of onevenredig heeft geschaad zonder redelijk doel is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:175 Raad van Discipline Amsterdam 20-476/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Daargelaten de vraag of klaagster als wederpartij kan klagen over de inhoud van de adviezen van verweerder aan zijn cliënte, geldt dat niet vast staat wat verweerder precies aan zijn cliënte heeft geadviseerd en al helemaal niet dat die adviezen onjuist zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:182 Raad van Discipline Amsterdam 20-521/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Overigens is niet gebleken van een intieme vriendschap tussen verweerder en zijn kantoorgenoot (over wie klager een interne klacht had ingediend).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:176 Raad van Discipline Amsterdam 20-486/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:183 Raad van Discipline Amsterdam 20-522/A/A

    Voorzittersbeslissing, Klacht deels nier-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Niet is gebleken dat verweerder in 2018 wederom als advocaat voor zijn partner is opgetreden in het geschil met klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:177 Raad van Discipline Amsterdam 20-487/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Met de brief van 6 februari 2020 heeft verweerster de grenzen van de haar toekomende vrijheid niet overschreden. Verweerster mocht een kopie van de brief sturen aan de mentor en de bewindvoerder.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/455

    Klager, gedetineerd, verwijt verweerster, verpleegkundige bij de Penitentiaire Inrichting, dat zij hem ten onrechte een consult bij de huisarts heeft geweigerd en dat zij via een bewaker zijn klachten heeft uitgevraagd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-449/DB/OB

    Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van vereffenaar. Klager heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht die de conclusie rechtvaardigen dat verweerder met zijn handelen in zijn hoedanigheid van vereffenaar het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/109

    Verweerder is verzekeringsarts en heeft in het kader van een procedure tegen het UWV voor klager een verzekeringsgeneeskundig rapport opgesteld. Klager verwijt verweerder dat het rapport onzorgvuldig is opgesteld. Het is ondeugdelijk, niet voldoende onderbouwd en bevat tegenstrijdige conclusies. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:56 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-222/DB/ZWB

    Verweerder heeft in zijn brief d.d. 17 januari 2020 op ongeoorloofde wijze druk uitgeoefend op klagers met als kennelijke doel hen te doen afzien van het in het geding brengen van informatie, die volgens hen relevant was voor de boordeling van de zaak. Verweerder heeft uitingen gedaan die in strijd zijn met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt en die daarmee het vertrouwen in de beroepsgroep zeer ernstig schaden. Bij het bepalen van de op te leggen maatregel neemt de raad in aanmerking dat verweerder ter zitting er geen blijk van heeft gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. Een week schorsing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-783/DB/LI

    Klacht van een derde. Voorzitter heeft terecht overwogen dat bij de beoordeling van een klacht van een derde voorop staat dat een advocaat een ruime mate van vrijheid geniet om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt en dat, indien die advocaat zich bij de uitoefening van zijn taak als advocaat zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur of zijn beroepsuitoefening wordt ondermijnd, sprake kan zijn van een handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. De voorzitter heeft acht geslagen op alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet levert geen nieuwe gezichtspunten op. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-715/DB/LI

    Klager heeft de termijn voor het indienen van verzet overschreden. In hetgeen klager ten aanzien van de overschrijding van de termijn heeft aangevoerd, namelijk dat hij enige tijd in het buitenland heeft verbleven en dat hij zich niet bewust was van de termijnoverschrijding, ziet de raad geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2109/440

    Klaagster verwijt verweerder dat hij klaagster sinds de operatie aan haar enkel slecht heeft begeleid, haar onvoldoende heeft geïnformeerd en niet naar haar heeft geluisterd. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het college de tegen hem ingediende klacht als (kennelijk) ongegrond af te wijzen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/439

    Klaagster was via de chirurg verwezen naar verweerster (neuroloog). Klaagster verwijt verweerster dat zij onvoldoende zorg heeft verleend door na het 2e consult geen vervolgafspraak meer te maken en klaagster niet verder te verwijzen. Daarnaast verwijt klaagster dat er sprake is van een gebrek aan transparantie over de behandeling. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/055

    Klaagster verwijt verweerder, GZ-psycholoog, ten onrechte te hebben gesteld dat klaagster leidt aan paranoïde wanen, alsmede dat hij telefonsich negatieve informatie over haar zou hebben verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-216

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College stelt voorop dat hij niet kan vaststellen hoe de behandelingen zijn verlopen met betrekking tot de door klager aangegeven pijn en de kracht waarmee door beklaagde is gemobiliseerd. Dit betekent niet dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar voor een oordeel of een bepaalde verweten gedraging onzorgvuldig (en dus tuchtrechtelijk verwijtbaar) is, moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan het College hier niet vaststellen, omdat de lezingen van klager en beklaagde op dit punt lijnrecht tegenover elkaar staan. Het College is van oordeel dat beklaagde, met de kennis van het moment van de behandeling, geen contra-indicatie had om tot de door hem gekozen behandeling over te gaan. Het dossier biedt het College evenmin aanknopingspunten voor de conclusie dat het proces van de hernia door de behandeling van beklaagde negatief is beïnvloed. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190179

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft als doorgeefluik tussen klagers en de cassatieadvocaat gefungeerd. Voor de wijze waarop verweerster cassatieadvies heeft gevraagd valt haar in de gegeven omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarentegen mocht Van verweerster wel worden verwacht dat zij haar cliënten enige uitleg (vertaalslag) had gegeven bij het doorgeleiden van het cassatieadvies.. Het gaat hier niet om een enorme uitbreiding van haar takenpakket, maar om een zorgvuldige behandeling van de zaak. Dat er weinig tijd was voor cassatie en dat verweerster was ingeschakeld via een rechtsbijstandsverzekeraar doet voor de vraag of zij haar taak adequaat heeft uitgevoerd niet ter zake. Het hof legt als zakelijke terechtwijzing een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-005

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Partijen verschillen nadrukkelijk van mening over de vraag of er tussen klaagster en beklaagde in de periode 2011-2017 sprake is geweest van een seksuele relatie. Het College moet vaststellen dat klaagster geen bewijs ten grondslag heeft gelegd aan deze klacht. Wegens gebrek aan enige vorm van bewijs, kan het College daarom het bestaan van een seksuele relatie op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet vaststellen. De klacht kan daarom niet gegrond worden verklaard. Dit berust niet op de omstandigheid dat aan het woord van klaagster minder geloof dient te worden gehecht dan aan het woord van de beklaagde, maar op de omstandigheid dat voor een oordeel dat bepaalde gedragingen van een fysiotherapeut hem tuchtrechtelijk worden verweten, eerst moet worden vastgesteld dat de feitelijke grondslag voor dat oordeel aanwezig is, dat wil zeggen dat aannemelijk is geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. Dat is hier niet het geval. Dit vermoeden ontstaat evenmin uit de relatief lange duur van de behandelrelatie of de gebrekkige administratie van beklaagde, al dringt het College er bij beklaagde op aan kritischer te letten op de noodzaak een behandelrelatie in stand te houden en zijn administratie beter bij te houden. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:151 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180001D

    Beslissing na de herziening van de eindbeslissing in de procedure bij het hof. Dekenbezwaar. Omvang van de zaak na herziening: In tegenstelling tot hetgeen verweerder heeft aangevoerd, wordt de zaak in beroep na herziening opnieuw behandeld en niet voortgezet. Grieven: De raad heeft het onderdeel van het dekenbezwaar dat verweerder misbruik van toevoegingsgelden heeft gemaakt gegrond verklaard en reeds op basis daarvan de maatregel van schrapping opgelegd. Het hof is van oordeel dat de feitelijke grondslag aan het bezwaar van misbruik van toevoegingsgelden is komen te ontvallen doordat de ABRvS het besluit van de Raad voor de Rechtsbijstand (RVR) tot intrekking van 18 verstrekte LAT-toevoegingen heeft vernietigd. Uit het ontbreken van stukken waaruit persoonlijke juridische bijstand door verweerder volgt en het ontbreken van een urenregistratie kan niet worden geconcludeerd dat verweerder geen werkzaamheden heeft verricht in die dossiers. De RvR heeft alle ingetrokken toevoegingsvergoedingen hersteld. Het hof verklaart het dekenbezwaar in dit verband ongegrond. Omvang beroep: Het hof komt toe aan de bespreking van de bezwaaronderdelen die de raad onbesproken heeft gelaten (devolutieve werking). In tegenstelling tot hetgeen verweerder heeft aangevoerd levert het gebrek aan een eerste feitelijke instantie op die onderdelen geen schending van fair trial-beginsel op, maar gaat het om een procesrechtelijke consequentie. Daarbij hebben partijen bij het hof de gelegenheid gekregen hun standpunten te motiveren en onderbouwen. Beoordeling bezwaar: Verweerder heeft in een van zijn LAT-zaken een misverstand laten bestaan over de betaling van griffierecht, miskend dat dit geen eenvoudige incassozaak was en er niet voor gezorgd dat de op zijn kantoor aanwezige derde opdrachtnemer wist hoe te handelen bij een hulpvraag van een cliënt maar die vraag zelfstandig (foutief) heeft behandeld.Verweerder heeft meerdere beroepsfouten gemaakt zoals de indiening van een onjuist verzoekschrift bij de rechtbank, het te laat instellen van een kansloos verzet en het laten verstrijken van een beroepstermijn in een tweetal zaken omdat in de ene zaak het beroepschrift naar een verkeerd faxnummer is gestuurd en in de andere zaak onvoldoende onderbouwd door hem is betwist dat hij het beroepschrift tijdig heeft ingediend.Verweerder heeft voorts inhoudelijke werkzaamheden laten uitvoeren door medewerkers en een jurist met wie hij een samenwerkingsverband had, terwijl de toevoegingen in die dossiers op zijn naam (en verantwoordelijkheid) zijn aangevraagd en de cliënten hierover niet zijn geïnformeerd. Daarbij hadden meerdere medewerkers de beschikking over de digitale handtekening van verweerder, waardoor niet is na te gaan of inhoudelijke stukken door hem zijn opgesteld of gezien.Verweerder heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door een derde, met wie hij een samenwerkingsverband heeft, vrijelijk toegang te geven tot alle dossiers. Het verweer dat die persoon een afgeleide geheimhouding heeft faalt. Dit komt alleen toe aan die persoon voor zover hij in de uitvoering van de opdracht kennis moet nemen van stukken uit het dossier.Tot slot oordeelt het hof dat verweerder zijn dossiers onvoldoende schriftelijk heeft afgehecht en dat verweerder onduidelijkheden heeft laten bestaan ten aanzien van de overdracht van zijn dossiers na zijn uitschrijving uit het tableau. Maatregel: Verweerder de kernwaarden deskundigheid, integriteit en geheimhouding geschonden. Het hof legt de maatregel van voorwaardelijke schorsing van 26 weken op en houdt rekening met het feit dat verweerder al een tijd is uitgeschreven van het tableau , het gegeven dat hij bij eventuele inschrijving nog een onvoorwaardelijke schorsing van 3 maanden moet ‘uitzitten’ en een onvoorwaardelijke schorsing in zoverre dus weinig effect zal sorteren. Verweerder is gezien zijn tuchtrechtelijk verleden kennelijk hardleers op het punt van zorgvuldige belangenbehartiging van cliënten. Het hof heeft bij deze maatregel rekening gehouden met het langdurig verloop van deze zaak in de tuchtprocedure. Het hof heeft daarbij overwogen dat de aanvang van de proeftijd wordt opgeschort totdat verweerder weer is ingeschreven op het tableau.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:152 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200013

    Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in alle onderdelen van zijn klacht tegen stafjurist van de raad van de orde over schending geheimhoudingsplicht. Het delen van informatie met een stafjurist van een andere raad van de orde over een tuchtrechtzaak, waarin klager (destijds advocaat) en zijn cliënt betrokken waren is geen schending van de geheimhoudingsplicht. De stafjurist mocht deze informatie delen met een geheimhouder die een vergelijkbare (afgeleide) geheimhoudingsplicht heeft in het kader van de toezichttaak van de orde. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:146 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200028

    Klacht heeft betrekking op het optreden van advocaat (verweerder) in diens hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van de moeder van klager. Verweerder heeft tijd geschreven voor zijn werkzaamheden inzake door klager tegen hem ingediende klachten. De vraag ligt voor of verweerder bij zijn wijze van declareren in zijn hoedanigheid van vereffenaar zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Een vereffenaar heeft recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Anders dan klager aanvoert is het hof van oordeel dat een geschil over de hoogte of de juistheid van de declaratie van een vereffenaar niet thuis hoort bij de tuchtrechter, maar bij de kantonrechter. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190206

    Klacht van een advocaat tegen een advocaat. Klagende advocaat heeft een regisserende rol gehad in het onderzoek van de FIOD naar het handelen van de belastingadviseur. Beklaagde advocaat treedt op voor het kantoor waar de belastingadviseur aan verbonden was. Nu de aansprakelijkheid van de cliënt van verweerder mede afhankelijk was van de aansprakelijkheid van de belastingadviseur en gezien de rol van klager in het FIOD-onderzoek, mocht verweerder zich tijdens de mondelinge behandeling met een scherpe toon tot klager richten. Deken had ook appel ingesteld vanwege het belang van de vrijheid van meningsuiting van de advocaat. Klacht in appel alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:147 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200057

    Bekrachtiging beslissing raad met verbetering van gronden. Geen misbruik klachtrecht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:154 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190316

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster heeft de advocaat van klager geen afschrift van het V2-formulier gestuurd waarmee zij zich bij het hof heeft onttrokken als advocaat van de wederpartij. Het hof vernietigt de beslissing van de raad (gegrond, waarschuwing) en verklaart de klacht ongegrond. Gering verzuim: het was een vergissing, verweerster heeft haar excuus gemaakt en zich toetsbaar opgesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:148 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200072

    Beklag ex artikel 5 ongegrond. Niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan hernieuwde inschrijving na eerdere schrapping binnen de termijn van 5 jaar gerechtvaardigd zou zijn.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:155 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200063D

    Klacht van de deken tegen een advocaat. De raad heeft een maatregel van schrapping opgelegd. Verweerder is in hoger beroep gegaan en heeft daarna zijn hoger beroep ingetrokken. Verweerder heeft zich in mei jl. laten schrappen van het tableau. Het hof stelt vast dat advocaten die niet meer als zodanig overeenkomstig art. 1 lid 1 Advocatenwet zijn ingeschreven, onderworpen blijven aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen en nalaten gedurende de tijd dat zij ingeschreven waren. Het hof stelt vast dat met de intrekking de beslissing van de raad onherroepelijk is geworden.