Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORAMS:2020:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681115/NT 20-7

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2020:4
Datum uitspraak: 05-11-2020
Datum publicatie: 17-11-2020
Zaaknummer(s): 681115/NT 20-7
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klagers verwijten de notaris dat hij hen onvoldoende heeft geadviseerd, dat de notaris jegens hen een ongeïnteresseerde houding heeft aangenomen en dat hij de zaak traag heeft afgehandeld. De kamer verklaart de klacht ongegrond. Niet is gebleken van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing in de klacht met nummer 681115 / NT 20-7 van:

1. [naam klaagster],

wonende te [plaats],

klaagster ,

en

2. [naam klager],

wonende te [plaats],

klager,

hierna samen: klagers,

tegen:

[naam notaris],                                                                                                       

notaris te [plaats],

hierna: de notaris.

1. Verloop van de procedure

1.1       Bij e-mail van 13 maart 2020 heeft de KNB het klaagschrift met bijlagen van 26 februari 2020 aan de kamer doorgezonden.

1.2       Bij brief (vooraf bij e-mail) van 9 juni 2020 heeft de notaris bij de kamer een verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.3       De klacht is behandeld tijdens de openbare zitting van de kamer van 2 4 september 2020. Klagers en de notaris waren aanwezig. Partijen hebben hun visie op de klacht over en weer toegelicht. De uitspraak is bepaald op 5 november 2020.

2. De feiten

2.1       Op 26 december 2019 is de vader van klagers, [naam vader](hierna: erflater) overleden. Bij testament van 9 oktober 2012, verleden ten overstaan van de notaris, heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt, waarbij hij zijn twee kinderen, klagers, tot erfgenamen heeft benoemd. Erflater heeft de notaris tot executeur van zijn nalatenschap benoemd.

2.2       Op 8 januari 2020 heeft de notaris een bespreking met klagers gehad op zijn kantoor.

2.3       Bij e-mail van 13 januari 2020 heeft klaagster zich bij de notaris (onder meer) beklaagd over zijn houding tijdens voornoemde bespreking en zijn volgens klagers buitenproportioneel uurtarief voor zijn werkzaamheden.

2.4       De notaris heeft nog dezelfde dag telefonisch aan klagers meegedeeld de benoeming tot executeur niet te aanvaarden. Klaagster heeft hem daarna, eveneens op 13 januari 2020, bij e-mail geschreven: “Terugkomend op ons telefoongesprek, ik heb inmiddels overleg gehad met mijn broer. Wij kunnen ons vinden in uw voorstel om afscheid van elkaar te nemen. We hebben besloten om de volgende zaken nog door uw kantoor te laten doen:

- de verklaring van erfrecht, waarbij wij beiden gemachtigd zijn de erfenis af te wikkelen

- de inschrijving van de beneficiaire aanvaarding

- de bevestiging dat u afziet van executeurschap”

In antwoord daarop heeft de notaris diezelfde dag bij e-mail aan klagers geschreven:

“Dat is akkoord wat mij betreft. Gewoon ieder tezamen bevoegd of zo tezamen als ieder afzonderlijk, waarbij u elkaar dan nog moet machtigen? De kosten (honorarium) van de verklaring van erfrecht bedragen € 400,-- ex 21 % btw ex kosten leges gemeenteonderzoek burgerzaken. De bijkomende kosten van controle persoonsgegevens bedragen € 25,-- ex btw per persoon. Het verzorgen van de inschrijving van de verklaring bij het kadaster (ter uwer keuze, niet verplicht) bedragen € 50,-- ex btw extra en € 25,-- ex btw kadastrale recherchekosten, waarbij het appartement van uw vader op uw beider naam wordt geschreven. Tevens bedragen de griffierechten voor beneficiaire aanvaarding van de beide erfgenamen desgewenst € 130,-- extra (btw onbelast), welke kosten 1 op 1 worden doorberekend.”

2.5       Daarop heeft klaagster bij e-mail van 14 januari 2020 gereageerd: “Wat betreft uw vraag over de verklaring van erfrecht, willen wij enkel tezamen bevoegd zijn, zonder elkaar te moeten machtigen. De inschrijving kadaster zullen wij op ons nemen. De kosten voor de verklaring en beneficiaire aanvaarding zijn akkoord.” 

2.6       Bij brief van 15 januari 2020 heeft een medewerkster van de notaris klaagster geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap, onder meer dat de verklaring van erfrecht pas kon worden afgegeven na ontvangst van alle relevante informatie. Verder is een globaal overzicht van de aan de notaris bekende gegevens van het vermogen van de nalatenschap opgenomen en daaronder vermeld: “Volgens de aan ons verstrekte informatie heeft de nalatenschap een positief saldo.”

Aan klagers is geadviseerd beneficiair (‘zulks ondanks de daarmee gepaard gaande kosten’ ) te aanvaarden: “In verband met uw aansprakelijkheid voor thans wellicht onbekende schuldeisers (waaronder eventuele vorderingen van kinderen uit nalatenschap vóóroverleden ouder), waardoor het saldo van de nalatenschap negatief zou kunnen worden (..)”

Voor het beneficiair aanvaarden heeft de medewerkster van de notaris een door klagers in te vullen verklaring plus een volmacht meegezonden.

2.7       Bij e-mailbericht van 17 januari 2020 heeft klaagster de medewerkster van de notaris gevraagd of het voldoende was als zij bij de gemeente haar handtekening zou laten legaliseren. Daarop heeft de medewerkster van de notaris klaagster diezelfde dag bevestigend geantwoord.

2.8       Klagers hebben op 20 respectievelijk 22 januari 2020 de verklaring(en) van beneficiaire aanvaarding ondertekend.

2.9       Op 23 januari 2020 heeft de notaris de door klagers ondertekende verklaringen aan de rechtbank Noord-Holland verzonden.

2.10     Op 29 januari 2020 heeft de rechtbank de nota voor het griffierecht aan de notaris verzonden. Na ontvangst van de nota op vrijdag 31 januari 2020 heeft de notaris op maandag 3 februari 2020 de nota betaald. Vervolgens heeft de rechtbank op 10 februari 2020 een afschrift van de akte van 24 januari 2020 (aanvaarding van de nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving) aan de notaris verzonden.

2.11     Bij e-mail van 14 februari 2020 is de declaratie van de notaris aan klagers verzonden, met het verzoek deze met pin te betalen bij het passeren van de verklaring van erfrecht op het notariskantoor, na het maken van een afspraak.

2.12     Bij e-mail van 17 februari 2020 heeft notaris [naam collega-notaris] aan klaagster geschreven ter toelichting van de posten ‘Legeskosten’ en ‘Bijdrage kwaliteitsfonds notariaat’ op de (ontwerp)declaratie: “Indien de notaris de (vrijgestelde) leges doorberekent aan de cliënt is daarover 21 % btw verschuldigd. In verband met de wettelijke verplichting voor het notariaat om de kosten van toezicht en tuchtrecht te betalen, wordt daar door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie aan elke notaris een bijdrage van € 8,22 exclusief 21 % btw in rekening gebracht, welk bedrag de notaris mag doorberekenen.” Waaraan hij bij e-mail terstond heeft toegevoegd: “Het bedrag van € 8,22 exclusief 21% btw is per akte, hetgeen abusievelijk niet in onderstaande e-mail stond vermeld.”

2.13     Op 18 februari 2020 heeft de notaris in aanwezigheid van klager de verklaring van erfrecht gepasseerd; de notaris heeft aan klager een afschrift daarvan overhandigd.

3. De klacht

3.1       De notaris heeft op klagers tijdens de bespreking van 8 januari 2020 een kille, zakelijke en ongeïnteresseerde indruk gemaakt. Hij leek niet voorbereid, wilde geen advies geven of klagers al dan niet de nalatenschap moesten aanvaarden, wilde het tempo bepalen (‘het pand’ - de woning van erflater - moest snel worden leeggeruimd) en weigerde een kostenindicatie te geven van zijn werkzaamheden, Wel deelde hij klagers mee dat zijn uurtarief € 265 exclusief btw was. Dat vinden klagers een buitenproportioneel hoog honorarium voor een naar hun mening recht-toe-recht-aan nalatenschap.

3.2       De notaris had klagers beter moeten informeren over de mogelijkheid dat klaagster, woonachtig in [plaats], klager had kunnen machtigen om te tekenen.

Nu werd aan klaagster in de brief van 15 januari 2020 meegedeeld dat haar handtekening door een andere notaris gelegaliseerd moest worden, hetgeen rond de

€ 50 zou kosten, hetgeen vervolgens ook weer niet juist was omdat bleek dat klaagster dat ook kosteloos bij de gemeente kon doen.

3.3       Klagers hebben het gevoel dat zij door de notaris aan het lijntje zijn gehouden. Klagers stellen van de rechtbank te hebben begrepen dat het hele proces vanaf inschrijving tot verzending van de verklaring voor beneficiair aanvaarden doorgaans binnen één week is afgehandeld, soms nog sneller. Op de dag dat klaagster met een medewerkster van de notaris had gemaild, op 3 februari 2020, is toevallig ook de nota van de rechtbank betaald. Volgens klagers heeft de notaris geprobeerd zijn gram te halen.

4. Het verweer

De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris zal, voor zover van belang, hierna worden besproken.

5. De beoordeling

5.1       De kamer dient te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging oplevert in de zin van artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna). Notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen voor wie zij optreden en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

klacht over houding notaris

5.2       Hoewel de kamer niets kan afdoen aan het gevoel dat klagers blijkbaar hebben overgehouden aan het gesprek met de notaris op 8 januari 2020, geven de feiten voor de kamer geen aanleiding om te oordelen dat de notaris zich in dat gesprek tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gedragen. Uit de gespreksaantekeningen van de notaris, overgelegd bij het verweerschrift, blijkt dat het gesprek, dat 70 minuten duurde, met klaagster ‘moeizaam’ en met klager goed verliep. In de bespreking met klagers heeft de notaris de rol van de executeur geschetst en de diverse opties van aanvaarden c.q. verwerpen toegelicht. De inhoud van het testament van erflater was de notaris bekend, aangezien hij het zelf opgesteld en gepasseerd had. De notaris heeft klagers in de bespreking wel zijn honorarium genoemd, maar daarbij meegedeeld dat de aan de totale afwikkeling van de nalatenschap verbonden kosten afhankelijk waren van de te verrichten werkzaamheden, waarbij de uurtarieven per medewerker verschillen en de notaris als executeur alleen de noodzakelijke ‘checks’ zou doen. Die tarieven worden altijd schriftelijk in een eerste brief aan de erfgenamen opgegeven, aldus de notaris. Daar is het in dit dossier niet van gekomen, aangezien de notaris, nadat hij klagers had meegedeeld dat hij zijn benoeming tot executeur niet zou aanvaarden, met klagers is overeengekomen dat zijn werkzaamheden beperkt zouden zijn tot het opstellen en afgeven van de verklaring van erfrecht en de inschrijving van de beneficiaire aanvaarding, tegen een met klagers afgesproken tarief.

5.3       In de brief van 15 januari 2020 heeft de medewerkster van de notaris klagers uitvoerig geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap, waarbij klagers (weer) werden geadviseerd om beneficiair te aanvaarden “in verband met uw aansprakelijkheid voor thans wellicht onbekende schuldeisers (waaronder eventuele vorderingen van kinderen uit nalatenschap vóóroverleden ouder), waardoor het saldo van de nalatenschap negatief zou kunnen worden”.

Op de zitting hebben klagers verklaard dat ze daarover een nadere uitleg hadden willen krijgen van de notaris. Niet is echter gebleken dat de notaris die uitleg desgevraagd heeft geweigerd te geven. Overigens merkt de kamer op dat het hier gaat om een advies. De beslissing om al dan niet beneficiair te aanvaarden blijft een eigen verantwoordelijkheid voor klagers.

klacht over legalisatie handtekening

5.4       Klaagster verwijt de notaris dat hij haar niet op de mogelijkheid heeft gewezen om bij de gemeente haar handtekening te laten legaliseren, maar dat zij daar zelf achter moest komen dat zij dat daar kosteloos kon doen. Het feit dat de notaris dat niet heeft gedaan acht de kamer echter niet klachtwaardig.

In het geval dat bij een notaris een akte wordt gepasseerd is het bij het afgeven van een volmacht te doen gebruikelijk dat de legalisatie van een handtekening bij een notaris plaatsvindt. Die notaris stelt vast dat iemand zelf de volmacht heeft ondertekend en dat het zijn of haar handtekening is die op de volmacht staat, zodat achteraf geen onenigheid kan ontstaan over de echtheid van die handtekening. De notaris kan daarvoor kosten in rekening brengen.

In beginsel is juist dat een handtekening ook bij de gemeente kan worden gelegaliseerd. Een gemeente kan daarvoor overigens ook kosten in rekening brengen. De tarieven verschillen per notaris/gemeente.

Het verschil tussen het legaliseren door een gemeenteambtenaar en een notaris is echter dat een notaris, anders dan de gemeenteambtenaar, ook dient te letten op de wilsbekwaamheid van de persoon die de volmacht afgeeft, in verband met de te passeren akte. In dit geval, waarin klaagster al eerder op kantoor van de notaris was geweest, kon worden volstaan met een legalisatie door een gemeenteambtenaar. Dat heeft de medewerkster van de notaris ook desgevraagd aan klaagster meegedeeld.

klacht over trage afhandeling beneficiaire aanvaarding

5.5       Uit de gang van zaken zoals omschreven onder 2.8 tot en met 2.13 van de feiten blijkt dat de notaris voortvarend heeft gehandeld. Dat de notaris zou hebben geprobeerd “zijn gram te halen”, is de kamer niet gebleken. Ook dit klachtonderdeel wordt daarom afgewezen.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

-      verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs.O.J. van Leeuwen, voorzitter, C.E. van Oosten-van Smaalen en J.H.M. Erkamp, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.B.T. Kienhuis, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2020.

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).