ECLI:NL:TGZRSGR:2020:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-001b
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSGR:2020:135 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2020 |
| Datum publicatie: | 17-11-2020 |
| Zaaknummer(s): | 2020-001b |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht niet-ontvankelijk tegen een gynaecoloog. Klaagster is in haar klacht niet-ontvankelijk, omdat de klacht geen handelen of nalaten betreft in strijd met de zorg die beklaagde behoorde te betrachten ten opzichte van klaagster dan wel haar ex-partner. Het handelen/nalaten waar klaagster over klaagt betreft geen handelen/nalaten van beklaagde in haar hoedanigheid van gynaecoloog of anderszins als arts. Dat is een vereiste om een oordeel over dat handelen/nalaten te kunnen geven. Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht. |
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:
A ,
wonende te B,
klaagster,
tegen:
C, gynaecoloog,
werkzaam te D,
beklaagde,
gemachtigde: mr. J.S.M. Brouwer, werkzaam te Amsterdam.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 2 januari 2020;
- het verweerschrift, van 25 februari 2020;
- de repliek met bijlagen, van 12 maart 2020;
- de brief namens beklaagde, van 27 maart 2020;
- de brief namens beklaagde, van 22 april 2020;
- de brief met bijlagen van klaagster, van 10 mei 2020;
-
de e-mail met bijlage van klaagster, van 11 september 2020.
1.2 Het College heeft de klacht op 6 oktober 2020 in raadkamer behandeld.
2.
De feiten
2.1
Beklaagde is gynaecoloog. In de nacht van 17 oktober 2016 heeft klaagster naar de
vaste lijn van beklaagde gebeld en om hulp gevraagd, omdat haar ex-partner E een heftige
epileptische aanval had. De echtgenoot van beklaagde was met E bevriend.
2.2 E is in oktober 2016 overleden.
3.
De klacht
Klaagster verwijt de beklaagde, zakelijk weergegeven, dat zij heeft nagelaten hulp te verlenen aan E in de nacht van 17 oktober 2016.
4. Het standpunt van beklaagde
Beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden.
5.
De beoordeling
5.1. Klaagster is in haar klacht niet-ontvankelijk, omdat de klacht geen handelen of
nalaten betreft in strijd met de zorg die beklaagde behoorde te betrachten ten opzichte van klaagster dan wel haar ex-partner, zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), of enig ander handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg, zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder b van de Wet BIG.
5.2 Beklaagde had geen behandelrelatie met E. Beklaagde is nadat zij is gebeld door klaagster niet naar de woning van E gegaan. Beklaagde heeft hierover verklaard dat zij niet wist dat het klaagster was die belde, omdat zij haar naam aan de telefoon niet zei. Beklaagde ging er van uit dat het telefoontje betrekking had op haar ouders en is vervolgens naar de woning van haar ouders gegaan, waar niets aan de hand bleek te zijn. Klaagster betwist dat beklaagde niet heeft begrepen dat zij het was die belde. Wat hier ook van zij, het handelen/nalaten waar klaagster over klaagt betreft geen handelen/nalaten van beklaagde in haar hoedanigheid van gynaecoloog of anderszins als arts. Dat is een vereiste om een oordeel over dat handelen/nalaten te kunnen geven.
5.
De beslissing
Het College:
- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 17 november 2020 door E.J. Daalder, voorzitter, A.C. Hendriks, lid-jurist, H.R.H. de Geus, C. Keijzer en A.J. Goverde, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.
voorzitter secretaris
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
a. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
b. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
c. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.