ECLI:NL:TGZRSGR:2020:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271a
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSGR:2020:133 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2020 |
| Datum publicatie: | 17-11-2020 |
| Zaaknummer(s): | 2019-271a |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht niet-ontvankelijk tegen een gynaecoloog. Beklaagde was ten tijde van de bevalling van klaagster niet in het ziekenhuis werkzaam. Vast staat dat beklaagde niet betrokken is geweest bij de gebeurtenissen waar de klacht betrekking op heeft. Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht. |
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:
A ,
wonende te B,
klaagster,
tegen:
C , gynaecoloog,
thans werkzaam te D,
beklaagde,
gemachtigde: O.L. Nunes, werkzaam te Utrecht.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 10 december 2020;
- de brief van beklaagde van 24 maart 2020.
1.2 Het College heeft de klacht op 6 oktober 2020 in raadkamer behandeld.
2.
De feiten
2.1 Klaagster is op 25 september 2017 in het (destijds) D bevallen van haar zoon. Bij de bevalling is een totaalruptuur ontstaan.
3.
De klacht
Klaagster verwijt beklaagde, kort en zakelijk weergegeven, malpractice tijdens haar bevalling en nazorg, met als gevolg fysieke, mentale en financiële schade.
4. Het standpunt van beklaagde
4.1 De beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.
5. De beoordeling
5.1
Beklaagde was ten tijde van de bevalling van klaagster niet in het D werkzaam. Zij
is pas op 1 september 2018 bij het D in dienst getreden. Doordat de afdeling ICT van
het D de naam van beklaagde heeft gekoppeld aan de medewerkerscode in het elektronisch
patiëntendossier die eerst toebehoorde aan haar voorgangster, haar collega E (ook
aangeklaagde in deze procedure onder nummer 2019-271c), stond de naam van beklaagde
vermeld in het medisch dossier van klaagster. Dit is een administratieve fout geweest,
die niet aan beklaagde kan worden toegeschreven. Vast staat dat beklaagde niet betrokken
is geweest bij de gebeurtenissen waar de klacht betrekking op heeft.
5.2 Om bovenstaande redenen zal het College zonder nader onderzoek beslissen dat klaagster niet-ontvankelijk is in de klacht.
6. De beslissing
Het College:
- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 17 november 2020 door E.J. Daalder, voorzitter, A.C. Hendriks, lid-jurist, H.R.H. de Geus, C. Keijzer en A.J. Goverde, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.
voorzitter secretaris
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
a. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
b. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
c. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.