Zoekresultaten 12901-12950 van de 47613 resultaten
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367098 / KL RK 21-28
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 26-02-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:14
T en tijde van de indiening van de klacht en de werkzaamheden waarop de klacht ziet, als kandidaat-notaris ingeschreven was bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Klachten over werkzaamheden in die periode vallen dus onder het bereik van het notariële tuchtrecht. Klaagsters kunnen derhalve in hun klacht worden ontvangen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.226
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:116
Klacht tegen een arts. Klagers aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget is afgewezen, evenals het bezwaar en het beroep. In de beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep is de arts om een reactie gevraagd over een rapport dat door klager is ingebracht in de beroepsprocedure. Klager verwijt de arts – kort gezegd – dat hij het onderzoek onzorgvuldig heeft uitgevoerd en een rapportage heeft opgesteld die inhoudelijk niet juist is. Volgens klager is onvoldoende rekening gehouden met zijn klachten. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en wijst het verzoek om een kostenveroordeling af.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-711/DH/RO
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:80
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.104
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:110
Klacht tegen psychiater. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van een psychotherapeut en de psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners. De klacht betreft het zonder toestemming verstrekken aan anderen van inlichtingen over klagers gezondheidstoestand en het niet volgen van de geldende procedure voor het wilsonbekwaam verklaren van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.122
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:117
Klager heeft een klacht ingediend tegen een arts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat (de onderbouwing van) de klacht onvoldoende duidelijk is en niet navolgbaar. Daarmee voldoet het klaagschrift niet aan de daaraan te stellen eisen, zodat klager niet-ontvankelijk is verklaard. Het Centraal Tuchtcollege kan zich vinden in die beslissing en verwerpt daarom het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 211/2020
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:55
Inzage medisch dossier zonder toestemming klaagster. Geen schending beroepsgeheim, wel schending privacy.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-715/DH/DH
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:81
Verweerster heeft namens de vrouw een verzoekschrift ingediend, terwijl tussen de vrouw en klager nog mediation gaande was. Verweerster heeft hiermee te voortvarend gehandeld en de mogelijkheid tussen klager en de vrouw om tot overeenstemming te komen onmogelijk gemaakt. Er was op het moment van het indienen van het verzoekschrift geen zodanig spoedeisend belang dat de indiening van het verzoekschrift hierdoor kon worden gerechtvaardigd. Verweerster heeft met haar gedragingen de belangen van klager geschaad. Berisping.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2021:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-48 en 20-49
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 17-02-2021
- ECLI:NL:TNORDHA:2021:5
Wrakingsverzoek leden kamer voor het notariaat.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.120
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:111
Klacht tegen verpleegkundige. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. De verpleegkundige heeft klager - na klagers aanvankelijke weigering - samen met de psychiater en een arts-assistent naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Ook was de verpleegkundige nog aanwezig bij een gesprek dat op de gesloten PAAZ-afdeling met klager heeft plaatsgevonden. De klacht betreft de toepassing van dwang, verslaglegging, schulderkenning, toestemming en informatieverstrekking en de schadelijke aanwezigheid van de verpleegkundige bij het gesprek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Wel sprake van drang, maar geen dwang, e n de mate waarin was proportioneel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.077
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:118
Klacht tegen KNO-arts. Begin 2018 is klaagster geopereerd aan een cholesteatoom in het rechteroor. De operatie is uitgevoerd door de beklaagde en een arts in opleiding tot KNO-arts (de AIOS). De klacht luidt als volgt: a. Klaagster verwijt beklaagde dat zij als gevolg van een chirurgische fout doof is geworden, Dit is beklaagde te verwijten omdat hij de AIOS toestemming heeft gegeven de operatie (gedeeltelijk) uit te voeren en omdat hij eindverantwoordelijk voor de operatie was. b. Beklaagde heeft na de operatie de complicatie niet aan klaagster gemeld. Ook heeft hij dit niet aan andere collega’s gemeld. c. Voor de operatie heeft beklaagde niet aan klaagster verteld dat er een risico op doofheid bestond bij deze operatie. Ook heeft beklaagde verzuimd te vermelden dat hij de operatie samen met de AIOS zou uitvoeren. d. Klaagster heeft drie maanden moeten wachten op de bevestiging dat zij doof was aan haar rechteroor. e. Beklaagde heeft klaagster alleen verteld dat zij binnen twee jaren mogelijk een vervolgoperatie zou moeten ondergaan. Dit was echter al binnen zes maanden het geval, omdat het cholesteatoom niet volledig was weggehaald door beklaagde. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen b, c en d gegrond en de overige klachtonderdelen ongegrond en legt de KNO-arts een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen delen van deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-903/DH/RO
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:82
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat ongegrond. Dat verweerder onjuist of excessief heeft gedeclareerd is niet gebleken. Verweerder heeft verder een onhandige en onwenselijke opmerking gemaakt, maar van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.
-
ECLI:NL:TSCTS:2021:6 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-06 (2020.V8-Eemshorn)
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TSCTS:2021:6
Op 5 november 2018 om ca. 04.50 uur plaatselijke tijd is het Nederlandse zeeschip Eemshorn in aanvaring gekomen met de binnenzijde van de Oosterscheldekering. Het schip - waarvan betrokkene de kapitein was - was uit Yerseke vertrokken en zou via de Roompotsluis naar zee gaan. Tijdens de aanvaring was alleen de stuurman op de brug, zonder een uitkijk. De stuurman heeft geen herinnering aan de periode kort voor de aanvaring. Het ongeval is op 05 november 2018 om 05.56 uur door Kustwacht Nederland gemeld aan de ILT.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.152
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:112
Klacht tegen neuroloog. Klager is op een vrijdag met uitvalsverschijnselen binnengebracht op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Op basis van het neurologisch onderzoek en een CT‑scan van de hersenen werd gedacht aan een hersentumor. Klager is vervolgens voor observatie en ter verrichting van een MRI-scan van de hersenen opgenomen in het ziekenhuis. Toen deze MRI-scan op maandag wordt gemaakt, bleek dat sprake was van een hersenabces, waarna klager werd overgebracht naar een ander ziekenhuis waar hij de volgende dag is geopereerd. Klager verwijt de neuroloog, werkzaam in het eerste ziekenhuis en op vrijdag en zondag betrokken bij zijn behandeling, dat zij niet tijdig en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.243
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:119
Klacht tegen een arts. Klager is op enig moment aangehouden door de politie en in arrestantenbewaring geplaatst. Klager heeft aan de bewaarder gevraagd of aan hem een neusspray kon worden verstrekt. De bewaarder heeft volgens klager laten weten dat die niet mocht worden verstrekt. Doordat aan klager geen neusspray was verstrekt, heeft hij die nacht last gekregen van apneu. In het dossier staat dat er die dag met de arts contact is geweest over klager. De klacht houdt in dat de arts (1) klager onterecht medicatie heeft onthouden, (2) niet met klager in contact is getreden toen klager daar om vroeg, (3) zijn naam niet kenbaar heeft gemaakt toen klager daar om vroeg en (4) niet heeft gereageerd op een brief van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-158/DH/RO/D
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 06-04-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:83
Dekenbezwaar. Verweerder houdt zich al geruime tijd niet aan de op grond van de Advocatenwet op hem rustende formele verplichtingen en de daarop gestoelde regelgeving. Dit is onzorgvuldig en de verzuimen op dit punt raken naar het oordeel van de raad aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Daarnaast is verweerder lange tijd onbereikbaar geweest voor de deken. Daarmee heeft verweerder het de deken belet om toezicht uit te oefenen op zijn functioneren en praktijkvoering. Dit is onzorgvuldig en niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. Schorsing voor de duur van zestien weken, waarvan twaalf weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.153
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:113
Klacht tegen neuroloog. Klager is op een vrijdag met uitvalsverschijnselen binnengebracht op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Op basis van het neurologisch onderzoek en een CT‑scan van de hersenen werd gedacht aan een hersentumor. Klager is vervolgens voor observatie en ter verrichting van een MRI-scan van de hersenen opgenomen in het ziekenhuis. Toen deze MRI-scan op maandag wordt gemaakt, bleek dat sprake was van een hersenabces. Klager werd de volgende dag in een ander ziekenhuis geopereerd. Klager verwijt de neuroloog, werkzaam in het eerste ziekenhuis, dat hij niet tijdig en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:34 Accountantskamer Zwolle 20/1845 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-05-2021
- Datum uitspraak: 21-05-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:34
Klacht over rapportage opgesteld ten behoeve van een juridisch geschil. Betrokkene heeft bij zijn werkzaamheden Standaard 5500N niet correct toegepast en is voorbij gegaan aan het bepaalde in Handreiking 1112 en Handreiking 1127. Betrokkene heeft eraan voorbij gezien dat hij onder deze omstandigheden niet alleen het belang van de opdrachtgever, maar ook dat van het algemeen belang heeft te dienen. Geen hoor en wederhoor toegepast, terwijl daar wel aanleiding voor was, aangezien hij alleen beschikte over informatie van de opdrachtgever en niet van klagers (terwijl hij wist dat er een geschil was tussen opdrachtgever en klagers). Betrokkene heeft van bepaalde informatie die hem is verstrekt gesteld dat hij die niet heeft gebruikt bij de opdracht, maar dat blijkt niet uit het rapport. Ook is niet gebleken dat deze informatie is geverifieerd. Al met al ontbeert het rapport een deugdelijke grondslag. Klagers verwijten betrokkene dat hij hen niet desgevraagd de opdracht heeft verstrekt, maar dat kon hij weigeren omdat de opdrachtgever daarvoor geen toestemming gaf. Klacht gegrond. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.217
- Datum publicatie: 20-05-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:107
Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is op enig moment uitgevallen en 35-80% arbeidsongeschikt verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt, waarop het UWV zijn bezwaar ongegrond heeft verklaard. Aan de verzekeringsarts is door klager gevraagd om een verzekeringsgeneeskundig advies op te stellen. Het rapport van de verzekeringsarts is door klager ingebracht bij het UWV en voorts bij een beroepsprocedure bij de Rechtbank. Het beroep van klager werd ook hier ongegrond verklaard. Ten behoeve van de procedure in hoger beroep heeft klager aan de verzekeringsarts opdracht gegeven om een aanvullende rapportage op te stellen. De rapporten van de verzekeringsarts zijn ingebracht in de beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep, waar de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij een onvolledig en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht, en dat zijn rapporten ondeugdelijk zijn en niet voldoende onderbouwd, en conclusies bevatten die tegenstrijdig en niet consistent zijn, en dat zijn rapporten niet zijn aangemerkt als een specialistische expertiserapportage. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt aan de verzekeringsarts de maatregel van berisping op en gelast de publicatie. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing uitsluitend wat betreft de opgelegde maatregel, legt een waarschuwing op en ziet af van publicatie.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-143
- Datum publicatie: 20-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:87
Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. De raad overweegt met betrekking tot de oplegging van een maatregel dat verweerster het de deken onmogelijk heeft gemaakt om zijn toezichthoudende taken uit te oefenen en om toe te zien op de naleving van de administratieplicht zoals bedoeld in artikel 6.5 van de Verordening op de advocatuur. Dit nalaten duurt nog voort. De raad rekent dat verweerster zeer zwaar aan, te meer omdat er mede door het tegen haar uitgesproken ontruimingsvonnis ernstige zorgen zijn over de continuïteit van de behandeling van dossiers. Op de onderhavige dekenklacht heeft verweerster niet gereageerd. Ook op de zitting van de raad is zij niet verschenen. De deken heeft geen enkel contact met verweerster kunnen leggen. Op haar kantooradres was niemand aanwezig. De raad is van oordeel dat het gedrag van verweerster past binnen een patroon van het onttrekken aan dekenaal toezicht waaraan verweerster is onderworpen, alsmede aan het zich onvindbaar houden voor cliënten en de deken. Nu verweerster zowel in het verleden als in de onderhavige zaak geen enkel inzicht in haar situatie heeft gegeven, kan er, zonder toelichting van haar kant, niet van worden uitgegaan dat zij dat inzicht alsnog zal geven. De raad is van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerster nog langer als advocaat werkzaam is. De maatregel van schrapping van het tableau is daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.233
- Datum publicatie: 20-05-2021
- Datum uitspraak: 16-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:108
Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft in 2018 een tweede aanvraag gedaan om toekenning van een Wajong-uitkering. De aanvraag werd afgewezen waarop klaagster tegen deze afwijzing bezwaar heeft gemaakt. De verzekeringsarts is als (bezwaar) verzekeringsarts bij de beoordeling van dit bezwaar betrokken geweest. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij op geen enkele wijze het ziektebeeld CVS/ME en de gevolgen daarvan in het algemeen en voor klaagster in het bijzonder erkent, dat hij het in zijn rapportage gooit op mogelijk psychische problematiek bij klaagster en dat hij ondanks dat hij geen specialist is, in feite de gestelde diagnose, de daarvan omschreven gevolgen en de rapportages van de behandelaren afkraakt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-144
- Datum publicatie: 20-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:88
Raadsbeslissing. Vordering ex artikel 48e van de Advocatenwet De raad gelast de tenuitvoerlegging van twee door de raad aan verweerster voorwaardelijk opgelegde schorsingen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20111
- Datum publicatie: 20-05-2021
- Datum uitspraak: 20-05-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:34
Bedrijfsarts wordt verweten dat hij 1) klagers medisch onderzoek ten onrechte niet zelf heeft uitgevoerd, maar klager heeft laten zien door een medewerker van de arbodienst en 2) geprobeerd heeft een second opinion tegen te houden en 3) de verdere begeleiding van klager heeft beëindigd. College: 1) volgens het NVAB-Standpunt ‘Delegatie van taken door de bedrijfsarts en supervisie’ (juni 2020) was taakdelegatie toegestaan (tabel pagina 10). Er was ook een ‘Taakdelegatie-overeenkomst’ gesloten met de arbo-verpleegkundige. Het is een bedrijfsarts niet toegestaan om het ‘spreekuur bedrijfsarts uiterlijk zes weken na aanvang verzuim’ te delegeren. Van zo’n spreekuur (ook wel: ‘re-integratiespreekuur’) was hier geen sprake. 2) Aanvraag second opinion is niet vlekkeloos verlopen en heeft langer geduurd dan nodig en wenselijk was. De bedrijfsarts had klager (en zijn gemachtigde) na het verzoek voor een second opinion beter kunnen uitnodigen op zijn spreekuur om het verzoek te bespreken en uitleg te geven over de procedure. De bedrijfsarts heeft de second opinion echter niet tegengehouden. 3) De eenzijdige beëindiging per direct en zonder overdracht naar een opvolgend bedrijfsarts vanwege de ontstane slechte sfeer is in strijd met de op de bedrijfsarts rustende zorgplicht (voortvloeiend uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Professioneel Statuut van de bedrijfsarts (NVAB, 2003). Klachtonderdeel 3 gegrond. Berisping, mede vanwege de minachtende en onfatsoenlijk toon die de bedrijfsarts keer op keer heeft aangeslagen. Ook geen zelfinzicht en geen toetsbare opstelling.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2031
- Datum publicatie: 20-05-2021
- Datum uitspraak: 20-05-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:35
Bedrijfsarts wordt (onder meer) verweten dat hij conclusies trekt zonder met klager gesproken te hebben, tegenstrijdige adviezen geeft en persoonlijk contact zoekt om onder een klacht uit te komen. College: bedrijfsarts had kunnen weten dat dit document als werkhervattingsadvies zou kunnen worden geïnterpreteerd, ook al was zijn intentie kennelijk een andere. Verweerder heeft met dit advies de werkgever ruimte gegeven de conclusie te trekken dat klager weer (deels) aan het werk kon gaan. Dat is verwijtbaar. Tegenstrijdigheid volgend advies betreft correctie eerdere onduidelijke advies, dat is zorgvuldig. In zijn algemeenheid handelt een zorgverlener ook zorgvuldig door persoonlijk contact op te nemen met een klager na een klacht. Tijdens een gesprek kan de zorgverlener meer duidelijkheid geven over zijn handelwijze en eventueel – als dat op zijn plaats is – excuses aanbieden. Dat het gesprek mogelijk mede ten doel had een tuchtklacht te voorkomen, maakt de wens om in gesprek te gaan niet verwijtbaar. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:93 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200294
- Datum publicatie: 20-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:93
Klacht tegen eigen advocaat. Wederzijds appel. Het hof vernietigt de gegrondverklaring van de raad en verklaart de klacht in zoverre ongegrond. Verweerder heeft een jaar besteed aan het voorbereiden van een aangifte voor klager. In beginsel is deze termijn te lang, maar gezien de bijzondere omstandigheden van dit geval is dit aanvaardbaar. De door verweerder gestelde obstakels voor het doen van de aangifte zijn door klager onvoldoende betwist en houden in dat: - het dossier zeer omvangrijk (200 ordners) was, - onduidelijk was tegen wie nog aangifte gedaan kon worden gezien de eerdere aangiftes van klager, - klager en verweerder in afwachting waren van te retourneren stukken van de Hoge Raad en - verweerder moest uitzoeken van welk delict aangifte kon worden gedaan zonder aan te lopen tegen mogelijke verjaring. Het beroep van klager slaagt niet en in zoverre bekrachtigt het hof de ongegrondverklaring van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:71 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-897/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:71
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:72 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-141/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:72
Ambtshalve tenuitvoerlegging
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:73 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-095/DH/DH
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:73
Raadsbeslissing. Verweerder heeft zonder klagers toestemming informatie gedeeld met de rechtsbijstandsverzekeraar. Hij heeft daarmee zijn geheimhoudingsplicht en daarmee de kernwaarde vertrouwelijkheid geschonden. Overige klachtonderdelen over oa belangenverstrengeling en plegen van fraude ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-493/DH/DH 20-810/DH/DH
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:74
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/654880 / DW RK 19/388 LB/SM
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:84
Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel één week schorsing en veroordeling in de proceskosten. De kamer acht de wijze waarop de gerechtsdeurwaarder heeft gedragen in woord en (voornamelijk) in geschrift is ongepast, onfatsoenlijk en uiterst onprofessioneel. Dergelijk gedrag is onbetamelijk en past een redelijk handelend gerechtsdeurwaarder niet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-661/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 01-03-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:75
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft klaagsters geheime adres aan de advocaat van de wederpartij verstrekt en daarmee niet gehandeld zoals dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelen advocaat mag worden verwacht. Waarschuwing. Klacht over de (verdere) kwaliteit van dienstverlening ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:76 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-664/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 01-03-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:76
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen ongegrond. Dat verweerster klaagster inhoudelijk niet goed heeft bijgestaan is de raad niet gebleken. Het gaat te ver om van verweerster te verwachten dat zij als (Nederlandse) advocaat ook het Turkse (huwelijksvermogens)recht beheerst.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-866/DH/RO/D
- Datum publicatie: 19-05-2021
- Datum uitspraak: 01-03-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:77
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar in beide onderdelen gegrond. Verweerder heeft zijn toezeggingen aan de deken niet gestand gedaan en niet (afdoende) gereageerd op berichten van de deken. Ook heeft verweerder niet voldaan aan een jegens hem gewezen civielrechtelijk vonnis en heeft hij een declaratie van een advocaat die hem had bijgestaan niet voldaan. Verweerder heeft dit alles erkend. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-115a
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:62
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het College is van oordeel dat het zeer gebruikelijk is dat er na een longoperatie sprake is van blijvende gevoelsveranderingen. Doordat de longvliezen door de aandoening en tijdens de ingreep ook geprikkeld zijn, kan er ook sprake zijn van pleurale prikkeling. Dit kan gevoelig zijn en ook aanhouden na de ingreep. Beklaagde heeft aandachtig naar de klachten van klager geluisterd en zijn vragen zo goed mogelijk beantwoord, zo blijkt uit het medisch dossier. Het College is verder van oordeel dat er geen afwijkende ligging is van de organen, noch dat er een transplantatie of implantatie van organen heeft plaatsgevonden. De thoraxfoto post operatief laat geen complicaties zien. Er was derhalve geen verder onderzoek nodig en er was dus ook geen indicatie voor het verrichten van een echo. Beklaagde heeft een echo op goede gronden geweigerd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126d
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:63
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Op 25 november 2013 heeft een uitgebreid kennismakingsgesprek plaatsgevonden. Beklaagde had hiervoor extra tijd (een uur) gereserveerd. Ook is er een uitgebreide verslaglegging van dat gesprek. Daaruit blijkt niet dat klager op dat moment uitdrukkelijk een hulpvraag bij beklaagde heeft neergelegd. In de periode daarna hebben de consulten met klager niet meer bij beklaagde plaatsgevonden, maar bij de collega van beklaagde. Pas in 2018 heeft klager zijn klachten over beklaagde tegen een derde geuit. Toen beklaagde daarvan op de hoogte raakte heeft zij direct actie ondernomen en is zij met klager in gesprek gegaan. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126c
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:64
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft gesteld zich het contact met klager niet meer te herinneren. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat beklaagde en klager tijdens het consult op 13 maart 2012 hebben gesproken over de TIA die klager had doorgemaakt en dat klager bij beklaagde zou terugkomen na een bezoek aan de neuroloog in mei 2012. Er zijn geen aanwijzingen dat klager tijdens dat consult andere onderwerpen aan de orde heeft gesteld of heeft willen stellen. De overige stellingen van klager zijn niet onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-184
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:58
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde valt een tuchtrechtelijk verwijt te maken van het feit dat zij klaagster herhaaldelijk niet lichamelijk heeft onderzocht en haar niet in een eerder stadium uit eigen beweging en met spoed heeft verwezen naar de gynaecoloog. In geen van de vijf consulten in de periode van 2014 tot en met 2020, waarin klaagster zich aanvankelijk met fluorklachten en later ook wegens tussentijds bloedverlies bij beklaagde meldde, heeft beklaagde lichamelijk onderzoek bij klaagster verricht. Ook heeft beklaagde klaagster naar aanleiding van telefonisch contact over fluorklachten of (intermenstrueel en post-coïtaal) bloedverlies niet gevraagd naar het spreekuur te komen voor lichamelijk onderzoek. Het College acht dat zeer onzorgvuldig. Voorts valt b eklaagde te verwijten dat zij klaagster niet eerder, en - toen klaagster op 15 januari 2020 naar de spoedlijn belde in relatie tot het hevige bloedverlies begin januari 2020 - ook niet met spoed, heeft verwezen. Klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126b
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:65
Klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen een huisarts. De klacht is verjaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-176
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:59
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Het College is van oordeel dat het niet van goede zorg getuigt dat beklaagde de patiënte heeft verteld dat zij een andere huisarts moest zoeken toen de patiënte beklaagde had gevraagd langs te komen vanwege toegenomen pijnklachten (rugpijn en oedeem aan benen). Indien beklaagde van mening was dat zij de patiënte niet meer kon behandelen vanwege een verstoring in de communicatie met de kinderen van haar patiënte, had zij hierover tenminste op een ander moment contact op moeten nemen met de patiënte; niet op het moment waarop de patiënte om medische hulp vroeg. Dat geldt temeer nu het om een kwetsbare patiënte ging. De patiënte mag bovendien niet de dupe worden van problemen in de communicatie met haar kinderen. Hoewel in dit geval niet kan worden vastgesteld dat op het moment waarop de patiënte belde sprake was van spoed en beklaagde ook op de klachten van patiënte heeft gereageerd door meer pijnstilling voor te schrijven zou het, bezien vanuit goed hulpverlenerschap, beter zijn geweest om haar - net voor het weekend - toch te bezoeken. Het handelen van beklaagde is daarmee niet voldoende zorgvuldig en valt buiten de bedoelde grenzen van een behoorlijke beroepsuitoefening. Klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-227/DB/OB
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:89
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij niet onvankelijk wegens het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet genoemde termijn.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126a
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:66
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klacht deels verjaard. Klager verwijt beklaagde in feite dat hij niet heeft begrepen dat klager een hulpvraag wilde stellen. Het College kan op grond van het dossier niet vaststellen dat beklaagde in 2011 onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van hetgeen klager heeft verteld over zijn verleden. Ook kan niet worden vastgesteld dat beklaagde dit gesprek ten onrechte heeft opgevat als een gesprek over het verleden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-160
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:60
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Het College komt tot het oordeel dat de huisarts klaagster te laat naar de uroloog heeft verwezen. De huisarts heeft onvoldoende onderkend dat microscopische hematurie (onzichtbaar bloed in de urine) ook hematurie is. De persisterende microscopische hematurie zonder tekenen van infectie was een indicatie voor verwijzing naar een uroloog. Nu die verwijzing pas in juni 2020 heeft plaatsgevonden, heeft de huisarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld. Uit het dossier blijkt dat de huisarts steeds urineonderzoek heeft ingezet en soms ook bloed- en lichamelijk onderzoek, dat er een SOA-test is gedaan, dat er geregeld consulten hebben plaatsgevonden en dat er medicatie is voorgeschreven. Het College kan daarom niet – los van de te late verwijzing – vaststellen dat de huisarts klaagster of haar klachten niet serieus zou hebben genomen. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-289/DB/OB
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:90
Het staat een advocaat vrij om op grond van de door zijn (aspirant) cliënt aan hem verstrekte en uit openbare registers verkregen informatie een analyse van een zaak heeft op te stellen. Verweerder mocht bij het opstellen van de analyse afgaan op de juistheid van de door zijn (aspirant) cliënten verkregen informatie. Niet gebleken dat de advocaat zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van afpersing, smaad en laster.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-115b
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:61
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Beklaagde heeft gesteld dat hij klager heeft uitgelegd dat bij een pleurodese (plakken van een long) de beide longbladen aan elkaar worden geplakt met als doel dat daarna een klaplong aan de desbetreffende kant niet meer kan ontstaan. Dit gaat bijna altijd gepaard met een pijnlijk, zeurend gevoel aan de kant van de operatie. Dit gevoel kan korter of langer duren. Klager is daarom verwezen naar het longrevalidatieprogramma. Het College volgt de uitleg en de toelichting van beklaagde dat de klachten van klager zijn ontstaan door de ontwikkeling van de COPD en de longoperaties en dat er geen verband is tussen de problemen in het maag/darmstelsel en de operaties uit 2018. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:101 Raad van Discipline Amsterdam 20-647/A/A
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:101
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-324/DB/LI/W
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:91
Verzoek tot wraking deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/65
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:11
Klaagster verwijt de notaris (kort gezegd) dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het testament van erflater. Bij dat testament heeft erflater klaagster, met wie hij een niet-geformaliseerde LAT-relatie had, tot zijn enige erfgename benoemd. De kamer overweegt dat op een notaris een zwaarwegende zorgplicht rust om al datgene te verrichten wat nodig is voor het intreden van de rechtsgevolgen die zijn beoogd met de rechtshandeling. De wensen van een testateur dienen te worden geïnventariseerd en overeenkomstig de bedoeling dient een uiterste wilsbeschikking te worden geredigeerd. Het is daarbij aan de notaris om de testateur te wijzen op de gevolgen van de wijze waarop diens laatste wil in een uiterste wilsbeschikking wordt vastgelegd. Mede gelet op het vertrouwen dat de deelnemers aan het rechtsverkeer moeten kunnen stellen in een notariële akte, geldt deze verplichting jegens alle belanghebbenden - waaronder klaagster - en niet slechts jegens de partijen bij de in de notariële akte opgenomen rechtshandelingen. Vast staat dat de notaris bekend was met het feit dat erflater en klaagster een niet-geformaliseerde LAT-relatie hadden en dat zij dus niet werden aangemerkt als partners in de zin van de Successiewet 1956 (hierna: Sw). Op grond van artikel 32 lid 1 sub 4 onder a Sw is tot een aanzienlijk bedrag vrijgesteld hetgeen wordt verkregen door een partner in de zin van die wet en valt het vrijgestelde bedrag voor iemand (zoals klaagster) die wordt aangemerkt als overige verkrijger in de zin van artikel 32 lid 1 sub 4 onder f Sw daarbij in het niet. De zwaarwegende zorgplicht van een notaris brengt naar het oordeel van de kamer mee dat de notaris in het onderhavige geval zich een globaal beeld van de financiële situatie van erflater had dienen te vormen en erflater had moeten wijzen op de voor klaagster te verwachten hoge heffing aan erfbelasting, als gevolg van het feit dat zij niet werd aangemerkt als partner in de zin van de Sw. De notaris heeft ter zitting te kennen gegeven dat zij niet bekend was met (de omvang van) het vermogen van erflater en zij heeft niet aangetoond dat ze met erflater heeft gesproken over de gevolgen van de niet-geformaliseerde LAT-relatie voor de erfbelasting. Het betoog van de notaris dat aan haar slechts een beperkte opdracht - namelijk een kleine aanpassing van het eerdere testament van erflater, bestaande uit het opnemen van een legaat in erflaters testament - is gegeven en de erfstelling niet is gewijzigd, ontslaat haar niet van het nakomen van eerder genoemde zwaarwegende zorgplicht. De klacht wordt gegrond verklaard en aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/70
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:12
De vader en twee broers van klaagsters werkten in maatschapsverband samen met het oog op de gezamenlijke exploitatie van een agrarische onderneming. Ter voorbereiding op de algehele terugtrekking van vader uit de maatschap hebben de broers en/of vader een adviseur ingeschakeld, die vervolgens een beroep heeft gedaan op de notaris. De notaris heeft - met gebruikmaking van de door vader en de broers getekende volmachten - op 23 december 2016 twee akten van levering gepasseerd. Bij de ene akte heeft vader bedrijfsgebouwen en landerijen geleverd aan de broers, zulks ieder voor de onverdeelde helft. In de akte staat vermeld dat de tegenprestatie door de broers is voldaan door verrekening. Bij de andere akte heeft vader een woning geleverd aan één van de broers. Ook in die akte staat vermeld dat de koopprijs is voldaan door interne verrekening. Klaagsters verwijten de notaris (kort gezegd) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van de twee akten van levering. De onzorgvuldigheid zit hem volgens klaagsters in het volgende. De notaris heeft naar vader toe niet voldaan aan zijn informatie- en waarschuwingsplicht. De notaris heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van vader. De notaris heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de in de akten van levering opgenomen tegenprestaties en de wijze waarop die tegenprestaties precies zijn voldaan. De kamer verklaart de klacht gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris met zijn handelwijze zijn kerntaken als notaris heeft veronachtzaamd. Notariële kernwaarden als ‘onafhankelijkheid’, ‘onpartijdigheid’ en ‘zorgvuldigheid’ zijn door de notaris op ernstige wijze geschonden. Bij de totstandkoming van de akten van levering heeft de notaris niet aan zijn zorg-, voorlichtings- en onderzoeksplicht voldaan. De notaris heeft niet met de in dit geval vereiste hoge mate van zorgvuldigheid onderzocht of vader, die op leeftijd was en samenwoonde met broer 2, zijn wil vrij kon vormen en uiten. De notaris heeft geen oog gehad voor de kwetsbare positie van vader, laat staan dat hij zijn handelen daarop heeft afgestemd. Door enkel en alleen af te gaan op de informatie van de adviseur en de broers (de broers zijn samen nota bene direct belanghebbenden bij één van de akten en broer 2 is ook direct belanghebbende bij de andere akte), heeft hij zich niet kritisch opgesteld ten opzichte van diensten die van hem werden verlangd. De kamer is van oordeel dat de notaris door zijn handelwijze niet heeft gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt en de belangen van vader ernstig heeft veronachtzaamd. Daarmee heeft de notaris voor klaagsters het vertrouwen in het notariaat schade toegebracht. De kamer legt aan de notaris de maatregel op van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/68
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:13
Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig, afhankelijk en partijdig heeft gehandeld. De klacht, die uit meerdere onderdelen bestaat, heeft betrekking op de door de notaris gepasseerde huwelijksvoorwaarden van vader en zijn tweede echtgenote en op de werkzaamheden die de notaris na vaders overlijden heeft verricht. De kamer heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze ziet op het verzoek om (schade)vergoeding en heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/72 en 73
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:9
Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat zij onzorgvuldig, afhankelijk en partijdig hebben gehandeld bij de overdracht van de woning en de garages, die in eigendom toebehoorden aan klager en zijn ex-echtgenote. De meeste klachtonderdelen worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze (ruim) na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren (artikel 99 lid 21 Wna) bij de kamer zijn ingediend. Eén klachtonderdeel, dat betrekking heeft op de uitbetaling van de onder de notaris gedeponeerde tegoeden, wordt ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/67
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:10
Klagers verwijten de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht valt uiteen in een aantal onderdelen, maar heeft in de kern betrekking op de wijze waarop de notaris het verzoek van klagers om een afschrift van stukken uit het hypotheekdossier heeft afgehandeld. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Ten aanzien van het door de notaris gedane beroep op haar geheimhoudingsplicht heeft de kamer onder meer overwogen dat er geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat de notaris, die: - het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen en ook met betrekking tot hetgeen vóór haar ambtsperiode werd toevertrouwd en aan de bij haar protocol behorende archieven werd toegevoegd een geheimhoudingsplicht heeft; - in het kader van haar geheimhoudingsplicht een zorgvuldige afweging heeft willen maken en daarvoor ook tot viermaal toe advies heeft ingewonnen bij het Notarieel Bureau; en - mede op grond van de adviezen van het Notarieel Bureau tot de conclusie is gekomen dat niet het gehele hypotheekdossier aan klagers kan worden verstrekt, zich in de gegeven omstandigheden ten onrechte op haar geheimhoudingsplicht jegens klagers beroept. Bij dit oordeel weegt mee dat het ambtsgeheim niet beperkt is tot datgene wat zijn weerslag in een akte vindt. Ook hetgeen aan de oud-notaris schriftelijk of mondeling door derden is meegedeeld, valt in beginsel onder de geheimhouding, evenals de door de oud-notaris gemaakte aantekeningen van gedachtewisselingen met anderen dan klagers. De kamer is van oordeel dat het weliswaar beter was geweest als de notaris klagers had uitgelegd waarom sommige dossierstukken voor haar ten opzichte van klagers onder de geheimhoudingsplicht vallen en dat zij daarom niet het gehele hypotheekdossier aan klagers kan verstrekken, maar het ontbreken van deze concrete uitleg is van onvoldoende gewicht om de notaris hierover een tuchtrechtelijk verwijt te maken.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 258
- Pagina: 259
- Pagina: 260
- ...
- Pagina: 953
- Volgende pagina zoekresultaten