Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRSGR:2020:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-223

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2020:53
Datum uitspraak: 24-03-2020
Datum publicatie: 24-03-2020
Zaaknummer(s): 2019-223
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De rol van een bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding is tweeledig. Enerzijds is het zijn taak te beoordelen of een werknemer ziek is, waarbij ook moet worden beoordeeld of het werk de ziekte (mede) heeft veroorzaakt. Zijn andere taak is om te adviseren over de vraag de werknemer in staat is met de klachten te werken, en zo niet, of er binnen het werk zaken moeten worden aangepast om dat wel mogelijk te maken. De terugkoppeling van beklaagde aan de leidinggevende van klaagster wordt in dat licht beoordeeld. Daarnaast zijn daarover regels neergelegd in de Leidraad Bedrijfsarts en privacy uit 2011. Volgens de Leidraad uit 201 dient de bedrijfsarts zich bij het verstrekken van gegevens steeds te beperken tot wat noodzakelijk is in verband met het doel waarvoor de gegevens worden uitgewisseld . B eklaagde is met zijn handelswijze gebleven binnen de ter zake geldende regels van geheimhouding. Zijn omschrijving in de terugkoppeling aan de leidinggevende van klaagster past binnen wat zonder toestemming van de werknemer aan informatie aan een leidinggevende verstrekt mag worden. Klacht ongegrond verklaard.  

Datum uitspraak: 24 maart 2020

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klaagster,

tegen:

C , bedrijfsarts,

werkzaam te D,

beklaagde,

gemachtigde: Mr. V.C.A.A.V. Daniëls, werkzaam te Utrecht.

1.                  Het verloop van de procedure

1.1              Het verloop van de procedure blijkt uit:

-          het klaagschrift met bijlage, ontvangen op 7 oktober 2019;

-          het verweerschrift met bijlagen;

-          de repliek;

-          de dupliek.

1.2              De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020. De partijen, klaagster bijgestaan door haar partner de heer E, beklaagde bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

2.                  De feiten

2.1              Klaagster heeft op 20 september 2019 beklaagde gesproken op het spreekuur van de arbodienst van het F, in het kader van verzuimbegeleiding. In het dossier van klaagster tekende beklaagde die dag het volgende op:

“(…)

su: psychisch, diverse factoren druppel

werk: samenwerking met negatieve collega was de druppel. Zij past niet inde groep (doet niet mee met social media). pesterijen wordt gedist. één op één gaat het wel. Werk is niet echt meer leuk, sfeer is niet leuk. denkt/dacht na over ander werk. Zit opzich prima. echter weinig waardering

Vorig jaar door trommelvlies Re heen gegaan, met beschad slakkenhuis, hyperacustis, tinnitus, blijvende schade waarvoor hoortoetsel. het werk is opzich wel te doen. Moest alleen zitten (juli t/m nov)

(…)

Volgende week (26 sept intake) een afspraak met een psychotherapeut, via HA EMDR. Ziet op tegen oprakelen van haar jeugd

2.2              Diezelfde dag heeft beklaagde een terugkoppeling geschreven aan de leidinggevende van klaagster, die hij per e-mail heeft verstuurd met het werk-e-mailadres van klaagster in CC. De terugkoppeling luidde voor zover hier van belang, als volgt:

(…) Ik acht betrokkene op dit moment ongeschikt voor eigen werk. De oorzaak is divers van aard. Werk speelt voor een deel een rol. Het kost tijd om dit verder te onderzoeken. Zij heeft inmiddels stappen ondernomen. Binnenkort start er een behandeling. Het effect hangt af van de effectiviteit van die behandeling. In principe is de prognose gunstig, het zal nog wel enkele weken duren. Afwachten effect. Ik acht haar op dit moment fors verminderd belastbaar. Ik acht haar energetisch (fysiek werk, duurbelasting) beperkt, maar voornamelijk beperkt op het gebied van sociaal en persoonlijk functioneren (werkzaamheden waarbij een hoge mate van open- en geconcentreerde aandacht gevraagd wordt, taken met een hoge mate van tijds- en/of prestatiedruk en/of eindverantwoordelijkheid, taken waarbij betrokkene adequaat dient om te gaan met de eigen emoties en die van anderen, taken waarbij een adequate conflicthantering gevraagd wordt er is sprake van verminderde concentratie, geheugen, probleemoplossend vermogen, multitasking, denktempo en omgaan met (on)verwachte omgevingsprikkels). Vanwege een fysieke beperking heeft zij hinder van rumoer en meerdere auditieve prikkels tegelijkertijd (denk aan vergadering of een kantine). Dit staat in principe los van huidige verzuimtraject. (…)

3.                  De klacht

Klaagster verwijt beklaagde, zakelijk weergegeven, dat hij in de terugkoppeling naar haar leidinggevende te veel specifieke (medische) informatie heeft opgenomen, waaronder informatie over een niet ter zake doende fysieke beperking. Ook heeft beklaagde in de terugkoppeling gesuggereerd dat het werk een rol speelt bij het verzuim van klaagster, terwijl dat niet zo is.

4.                  Het standpunt van beklaagde

Beklaagde heeft de klachten en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.                  De beoordeling

5.1              Het gaat er in deze zaak niet om of beklaagde beter had kunnen handelen. De vraag is of hij binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven, dat wil zeggen: of hij heeft gehandeld als een redelijk bekwame en redelijk handelende bedrijfsarts. Bij de beantwoording van die vraag wordt rekening gehouden met de stand van de wetenschap ten tijde van zijn handelen en met wat toen in zijn beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard.

5.2              Beklaagde heeft het volgende aangevoerd tegen de klacht.

Hij heeft de behandeling die klaagster op korte termijn zou ondergaan in zijn terugkoppeling genoemd (zonder aan te duiden wat die behandeling inhoudt) om enerzijds aan te geven dat klaagster hinder ervaart en stappen onderneemt om uit de bestaande situatie te komen. Anderzijds heeft hij daarmee duidelijk willen maken dat er volgens de huisarts voldoende aanleiding was voor een behandeling. Beklaagde moet als bedrijfsarts beoordelen in hoeverre het werk heeft bijgedragen aan het ontstaan van het verzuim, aangezien werkgerelateerde oorzaken herstel en re-integratie in de weg kunnen staan en de werkgever wordt geacht ziekmakende arbeidsomstandigheden aan te pakken. De reden dat beklaagde de beperkingen van klaagster heeft omschreven en de bestaande fysieke beperking heeft genoemd, is dat bij het aanbieden van passend werk rekening moet worden gehouden met de beperkte belastbaarheid van klaagster en dat niet kon worden uitgesloten dat daar al snel afspraken over zouden worden gemaakt tussen klaagster en haar leidinggevende, aldus beklaagde.

5.3              Het College overweegt dat de rol van een bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding tweeledig is. Enerzijds is het zijn taak te beoordelen of een werknemer ziek is, waarbij ook moet worden beoordeeld of het werk de ziekte (mede) heeft veroorzaakt. Zijn andere taak is om te adviseren over de vraag de werknemer in staat is met de klachten te werken, en zo niet, of er binnen het werk zaken moeten worden aangepast om dat wel mogelijk te maken. De terugkoppeling van beklaagde aan de leidinggevende van klaagster wordt in dat licht beoordeeld. Daarnaast zijn daarover regels neergelegd in de Leidraad Bedrijfsarts en privacy uit 2011. [1] Uitgangspunt van deze Leidraad is dat de re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer wordt bevorderd en niet belemmerd mag worden vanwege onvoldoende informatie of het ontbreken daarvan. Verder dienen gegevensverwerking en gegevensverstrekking plaats te vinden binnen de wettelijke kaders ter bescherming van de privacy.

5.4              Het contact tussen klaagster en beklaagde was een verplicht contact in het kader van de ziekteverzuimbegeleiding. Volgens bovengenoemde Leidraad uit 2011 dient de bedrijfsarts zich bij het verstrekken van gegevens steeds te beperken tot wat noodzakelijk is in verband met het doel waarvoor de gegevens worden uitgewisseld. Noodzakelijke gegevens die volgens deze Leidraad mogen worden doorgegeven zijn gegevens over beperkingen, mogelijkheden en verwachte duur van het verzuim en/of de beperkingen. De situatie na invoering van de sinds 25 mei 2018 van toepassing zijnde Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is niet wezenlijk anders. Ook de kort na de indiening van de klacht aangepaste Leidraad Bedrijfsarts en privacy van oktober 2019, [2] waarin de vereisten van de AVG zijn verwerkt, houdt dit in dat de bedrijfsarts in het kader van verzuimbegeleiding bepaalde gegevens aan de werkgever mag doorgeven die van belang zijn voor de inzetbaarheid van de werknemer, zoals beperkingen, mogelijkheden en de verwachte duur van het verzuim. Het gaat daarbij om gegevens die de werkgever nodig heeft om het recht op loondoorbetaling vast te stellen en de re-integratie vorm te geven.

5.5              Voor het College is invoelbaar dat het voor klaagster prettiger was geweest als beklaagde in zijn terugkoppeling minder had opgeschreven. Dat had ook gekund, maar dit laat onverlet dat beklaagde met zijn handelswijze is gebleven binnen de ter zake geldende regels van geheimhouding. Zijn omschrijving past binnen wat zonder toestemming van de werknemer aan informatie aan een leidinggevende verstrekt mag worden. Dat beklaagde heeft geschreven dat het werk voor een deel een rol speelt bij de arbeidsongeschiktheid van klaagster, acht het College ook niet verwijtbaar. Beklaagde moest zich als bedrijfsarts een eigen oordeel vormen over de oorzaken van de arbeidsongeschiktheid van klaagster. Gezien alles wat klaagster blijkens het medisch dossier tijdens het gesprek op 20 september 2019 hierover aan beklaagde heeft verteld, kon hij redelijkerwijze tot het oordeel komen dat het werk voor een deel een rol speelde in die arbeidsongeschiktheid. Beklaagde heeft zich bovendien toetsbaar en leerbaar opgesteld, onder andere door te verklaren dat hij ook iets minder uitgebreid had kunnen terugkoppelen en de terugkoppeling in het gesprek beter met klaagster had kunnen bespreken. Hij heeft klaagster ook een gesprek aangeboden over haar onvrede.

5.6              De conclusie is dat beklaagde niet kan worden verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij ten opzichte van klaagster behoorde te betrachten. De klacht zal ongegrond worden verklaard.

6.         De beslissing

Het College verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door N.B. Verkleij, voorzitter, E.M. Deen, lid-jurist,

J.G.M. van Eekelen, R.P. van Straaten en R.L. Kloots, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.C. Zandman, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2020.

voorzitter                                                                                           secretaris

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.       Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.      Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.       Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.


[1] https://nvab-online.nl/sites/default/files/Leidraad_Bedrijfsarts_en_privacy_0.pdf

[2] https://nvab-online.nl/sites/default/files/bestanden-webpaginas/Leidraad%20privacy%20def_2019.pdf