Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORARL:2020:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/359350 KL RK 19-120

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2020:11
Datum uitspraak: 30-01-2020
Datum publicatie: 26-03-2020
Zaaknummer(s): C/05/359350 KL RK 19-120
Onderwerp: Ondernemingsrecht
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht over uitbetaling depot gegrond. De notaris had, ook al had zij voor het beschikbaar stellen van haar derdenrekening in dit geval toestemming van het BFT, alerter moeten omgaan met de opdracht van de scheepsmakelaar tot doorbetaling van het bedrag van € 6.000,00. De notaris had klager moeten horen op het verzoek om uitbetaling en klager daarbij dienen te verzoeken een schriftelijke bevestiging af te geven als bedoeld in de koopovereenkomst. Maatregel waarschuwing.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:        C/05/359350 / KL RK 19 - 120

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[R.] ,

wonende te […] ,

klager,

gemachtigde: mr. M. Schuring,

tegen

[N.],

notaris te […].

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit

-          de klacht, met bijlagen, van 18 september 2019

-          het verweer van de notaris van 18 oktober 2019

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 18 december 2019 behandeld, waarbij zijn verschenen klager enerzijds en de notaris anderzijds.

2. De feiten

2.1 Op 10 augustus 2016 is een koopovereenkomst gesloten tussen enerzijds de besloten vennootschap [R.] B.V. (R. B.V.), waarvan klager bestuurder is en anderzijds de besloten vennootschap [G.] Holding B.V. [G.] B.V.). Deze overeenkomst ziet op de koop (door [R.] B.V) en verkoop (door [G.] B.V.) van een vaartuig type “[…]”.

2.2 In de koopovereenkomst (artikel 2.3) is onder meer bepaald:

“(…) Verder is overeengekomen dat er een bedrag van € 6.000,00 (…) door Notariskantoor [N.] te […] zal worden ingehouden tot het moment dat het vaartuig CE-conform en gemarkeerd is onder categorie C en de verklaring van overeenstemming en het handboek zijn geleverd. Is de hele CE-conformiteit en markering alsmede de levering van de conformiteitsverklaring en het handboek met tekeningen, kabellijsten en elektrische schema’s niet uiterlijk 30 november 2016 geregeld, dan vervalt de reservering van

€ 6.000,00 aan de koper inclusief de op dit bedrag van toepassing zijnde wettelijke rente, eventueel aanvullende (notaris)kosten zijn dan voor verkoper. (…)”

2.3 In de koopovereenkomst (artikel 7.2) is voorts bepaald:

“Koper machtigt hierbij onherroepelijk Notariskantoor [N.] m alle door hem te betalen gelden rechtstreeks aan de verkoper door te betalen, echter met inachtname van de bepalingen vermeld in deze overeenkomst. De € 6.000,00 die als reservering dient voor de CE keuring zal niet eerder door de notaris aan de verkoper worden overgemaakt dan nadat de koper schriftelijk heeft verklaard dat de complete CE keuring van het vaartuig is geregeld.”

2.4 Bij e-mail van 10 augustus 2016 heeft klager de notaris de opmerking voorgelegd dat zij spreekt over de term “depot”, maar dat die niet specifiek in het contract vermeld staat. Klager heeft gevraagd of dat wel juist is en om de koopovereenkomst verder ook op juistheid te controleren.

2.5 In de e-mail van 10 augustus 2016 heeft klager verder opgemerkt/gevraagd:

“ P.S.: Een ander detail. Wij zullen het contract vanmorgen ondertekenen. Ook zullen wij vanmorgen het bedrag overmaken. […] (verkopers) hebben, alvorens wij vanmorgen betalen, NIET getekend. Onze cruciale vraag aan u is, moeten/kunnen wij (zonder risico) overgaan tot betaling voor of na ondertekening door verkopers?”

2.6 Bij e-mail van 10 augustus 2016 heeft (een medewerker van) de notaris hierop gereageerd als volgt:

2.7 “ (…) De “depotovereenkomst” is reeds verwerkt in de koopovereenkomst (art. 2.3). Dat is voldoende. Beide partijen ondertekenen de koopovereenkomst en het notariskantoor dient een getekend exemplaar te ontvangen.

U kunt het bedrag thans naar ons overmaken (zonder risico). Indien de verkoper de koopovereenkomst niet gaat ondertekenen is er geen overeenkomst tot stand gekomen, en dienen we het volledige bedrag naar u terug te storten.”

2.8 Bij e-mail van 24 november 2016 heeft klager de notaris het volgende geschreven:

“ Wij hebben de bescheiden t.b.v. de CE-normering categorie C laten controleren door

C. Experts en voornoemde is tot de conclusie gekomen dat voornoemde bescheiden op veel punten (zie bijlage) niet correct zijn. De € 6.000,00 welke bij u in depot staat dient hier te blijven staan tot nader order (van onze zijde), dus tot verkoper aan zijn verplichtingen c.q. aan de eisen heeft voldaan.”

2.9 Bij e-mail van 21 september 2018 heeft klager de notaris de volgende vraag gesteld:

“ (…) U heeft niet gereageerd op onze mail echter is het bedrag van € 6.000,00 wel overgemaakt. Kunt u ons dit toelichten?”

2.10 Bij e-mail van 25 september 2018 heeft de notaris hierop als volgt gereageerd:

“ (…) Destijds stond het bedrag hier in depot totdat de CE-documenten beschikbaar zouden zijn. Op 17 november 2016 is er bericht gekomen van [D.] dat de documenten beschikbaar waren. Dus op dat moment heeft de doorbetaling plaatsgevonden omdat aan de voorwaarde was voldaan. (…) ”

3. De klacht en het verweer

3.1 Klager verwijt de notaris dat zij haar werkzaamheden in deze zaak onzorgvuldig heeft verricht. Klager maakt in de eerste plaats bezwaar tegen het feit dat de notaris het bedrag van € 6.000,00 destijds aan de verkoper heeft doorbetaald zonder dat klager daarvoor toestemming gegeven had. Daarnaast ziet de klacht op het feit dat de notaris niet op de

e-mail van klager van 24 november 2016 heeft gereageerd.

3.2 De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. De kamer zal hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, hierop nader ingaan.

4. De beoordeling

De norm

4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 Als onweersproken is komen vast te staan dat de notaris aan het Bureau Financieel Toezicht (BFT) heeft gevraagd of het toegestaan is om de derdengeldrekening beschikbaar te stellen voor de (door)storting van de koopprijs voor transacties waarvoor geen notariële akte wordt opgesteld. Bij de beoordeling van deze zaak stelt de kamer daarom de vraag centraal of de notaris al dan niet tot uitbetaling van de € 6.000,00 had mogen overgaan.

De standpunten en de beoordeling daarvan

4.3.1 Klager stelt zich op het standpunt dat hij voorafgaand aan de koop in de e-mail van

1 augustus 2016 de notaris heeft bericht dat het bedrag van € 6.000,00 in depot moest blijven staan en pas zodra de CE-normering categorie C honderd procent gereed zou zijn gemaakt door de verkoper, dat bedrag zou mogen worden betaald aan de verkoper. Een en ander volgens klager zoals overeengekomen in de koopovereenkomst.

4.3.2 Klager wijst erop dat hij de notaris in de e-mail van 10 augustus 2016 bovendien heeft gevraagd na te gaan of de koopovereenkomst op deze wijze juist geformuleerd was. Ook heeft klager gevraagd of hij zonder risico voor of na ondertekening van de koopovereenkomst de koopprijs kon betalen.

4.3.4 Klager stelt zich op het standpunt dat het gelet op de inhoud en strekking van de gemaakte afspraken op de weg van de notaris had gelegen klager te waarschuwen voordat hij de koopprijs zou gaan betalen. In ieder geval heeft het de notaris volgens klager niet vrij  gestaan het bedrag van € 6.000,00 uit te betalen aan de verkoper.

4.4.1 De notaris stelt voorop dat bij transacties als hier aan de orde, de scheepsmakelaar voor de notaris het aanspreekpunt is.

De notaris merkt op dat klager de notaris weliswaar gevraagd heeft of hij zonder risico kon betalen, echter deze vraag zag volgens de notaris niet specifiek op het depotbedrag, maar op de vraag wat er met de eenmaal betaalde koopsom zou gebeuren wanneer de transactie niet door zou gaan.

4.4.2 De notaris stelt voorts dat zij vanwege de mededeling  van de scheepsmakelaar dat het vaartuig CE-conform en gemarkeerd was onder de categorie C met alle bijbehorende documenten zoals omschreven in de overeenkomst, op 17 november 2016 tot doorbetaling van het bedrag van € 6.000,- kon overgaan.

4.4.3 Het feit dat de notaris hierover niet eerst contact heeft gezocht met klager moet volgens de notaris worden gezien als een schoonheidsfout. Echter deze schoonheidsfout werd reeds op 24 november 2016 gerepareerd door de e-mail van klager aan de notaris. Klager heeft de notaris met die e-mail immers laten weten dat hij de CE-documenten had ontvangen. Om deze reden stelt de notaris dat aan de voorwaarde voor doorbetaling van het depot was voldaan. De toestemming van klager was daarvoor volgens de notaris niet nodig.

4.4.4 Wel had het volgens de notaris op de weg gelegen van de medewerker die de zaak bij haar op kantoor behandelde om in reactie op de e-mail van klager van 24 november 2016 contact op te nemen met klager, echter de desbetreffende medewerker meende dat hij het aan de scheepsmakelaar kon overlaten om daarover contact op te nemen met klager. De notaris merkt op dat zij dit zelf anders gedaan zou hebben, maar dat zij wel verantwoordelijkheid neemt voor de keuze van haar medewerker op dit punt.

4.4.5 De notaris benadrukt tot slot dat klager na de e-mail van 24 november 2016 twee jaar lang niets meer van zich heeft laten horen.

4.5.1 Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, volgt dat klager, destijds koper, door de notaris niet voorafgaand aan de doorbetaling van het bedrag van € 6.000,00 is gehoord. Ook heeft de notaris koper niet om een schriftelijke akkoordverklaring als omschreven in artikel 7.2 van de koopovereenkomst gevraagd.

4.5.2 Deze handelwijze van de notaris wijkt af van de tussen partijen gemaakte afspraken en valt niet te rijmen met het uitgangspunt dat de vaste rechtspraak (zie onder meer Hof Amsterdam 10 oktober 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BU2044) in dit soort zaken hanteert. Op grond van deze rechtspraak geldt immers dat bij de uitbetaling van een depot de notaris een zelfstandige onderzoeksplicht heeft en niet mag afgaan op de mededeling van derden. Deze onderzoeksplicht brengt mee dat de notaris in dit geval voorafgaand aan de uitbetaling van het depot de daarbij betrokken partijen had moeten horen. De notaris heeft echter verzuimd klager - destijds koper - voorafgaand aan de uitbetaling van het depot te horen.

4.5.3 De kamer is daarom van oordeel dat de klacht over de doorbetaling gegrond is. De notaris had, ook al had zij voor het beschikbaar stellen van haar derdenrekening in dit geval toestemming van het BFT, alerter moeten omgaan met de opdracht van de scheepsmakelaar tot doorbetaling van het bedrag van € 6.000,00. De notaris had klager moeten horen op het verzoek om uitbetaling en klager daarbij dienen te verzoeken een schriftelijke bevestiging af te geven als bedoeld in artikel 7 lid 2 van de koopovereenkomst als hierboven bedoeld onder 2.3.

4.5.4 Door de opdracht van de scheepsmakelaar voetstoots uit te voeren, zonder de klager te horen, overtreedt de notaris bedoelde regels. Deze overtreding wekt de schijn van partijdigheid en is daarom naar het oordeel van de kamer niet te bagatelliseren door het een schoonheidsfout te noemen.

4.5.6 Ook kan de kamer de notaris niet volgen in zijn redenering dat de e-mail van 24 november 2016 het ontbreken van de toestemming repareert. Klager heeft de notaris met deze mail immers expliciet laten weten dat het bedrag van € 6.000,00 nog niet doorbetaald mocht worden. Bovendien heeft de notaris niet op deze e-mail gereageerd. Ook op dit punt maakt klager de notaris terecht een verwijt.

4.5.7 Vanwege de aard en de ernst van de verwijten die klager de notaris terecht heeft gemaakt, wordt de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.

Kostenveroordeling

4.6 Vanwege de gegrondverklaring wordt, gelet op artikel 103b lid 1 sub b Wna en de tijdelijke richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, de notaris veroordeeld tot betaling van de kosten die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op € 3.500,-. De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing moeten worden betaald aan de kamer. De notaris ontvangt hiervoor een nota van het LDCR te Utrecht.

Vergoeding griffierecht, forfaitaire kosten en kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand

4.7 Aangezien de kamer de klacht gegrond verklaart, dient de notaris op grond van

artikel 99, vijfde lid, van de Wna, het door klager betaalde griffierecht van € 50,00 aan hem te vergoeden.

Daarnaast dient de notaris klager een forfaitaire kostenvergoeding van € 50,00 te betalen, alsmede een vergoeding voor de kosten die klager heeft moeten maken voor  beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze wordt vastgesteld op in totaal € 500,00 namelijk voor het indienen van een klaagschrift.  

De notaris dient het griffierecht en kosten voor rechtsbijstand binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager te vergoeden. Klager dient daarvoor tijdig zijn rekeningnummer schriftelijk door te geven aan de notaris.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden:

- verklaart de klacht gegrond

- legt de notaris op de maatregel van waarschuwing

- veroordeelt de notaris tot betaling aan klager

            a) van het griffierecht van € 50,00

            b) van een forfaitaire kostenvergoeding van € 50,00

            c) van de kosten van rechtsbijstand als hierboven bedoeld, vastgesteld op € 500,00,

een en ander op de wijze en binnen de termijn als hiervóór onder 4.7 ‘vergoeding griffierecht (…) (…)’bepaald;

- veroordeelt de notaris tot betaling aan de kamer van de kosten in verband met de behandeling van de zaak, vastgesteld op € 3.500,- , op de wijze en binnen de termijn als hiervóór onder 4.6 ‘kostenveroordeling’ bepaald.

Deze beslissing is gegeven door mr. O. Nijhuis, voorzitter, mr. I.C.J.I.M. van Dorp,

mr. E.J.  Oostrik, mr. H.J. Vos en mr. V. Oostra, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2020.

De secretaris

De voorzitter

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.