Zoekresultaten 601-650 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-187/AL/OB/W

    Wrakingszaak. De wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2871

    Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager bij E.. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts i.o, werkzaam bij F., heeft klager in zijn ziekteverzuimperiode begeleid. Klager verwijt de bedrijfsarts i.o, in meerdere klachtonderdelen, dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing. Het incidenteel beroep van de bedrijfsarts i.o. slaagt, in die zin dat het Centraal Tuchtcollege klager alsnog niet-ontvankelijk verklaart in klachtonderdeel j (het niet melden van PTSS als beroepsziekte).

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8875

    Tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel: De beroepsbeoefenaar, arts, heeft de bijzondere voorwaarden die het CTG deze beroepsbeoefenaar eerder had opgelegd, niet nageleefd. De beroepsbeoefenaar heeft - hoewel hij al niet meer in het BIG-register ingeschreven stond als bedrijfsarts, maar als arts - onduidelijkheid hierover laten bestaan. Ook heeft hij onder andere onduidelijkheid laten bestaan over het werken onder supervisie en de IGJ niet tijdig en onvoldoende geïnformeerd. De IGJ heeft het college verzocht om een tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel. De beroepsbeoefenaar erkent dat hij de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd en vraagt een tweede kans.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:80 Hof van Discipline 's Gravenhage 250125

    Het hof stelt voorop dat artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet een vervaltermijn van openbare orde bevat, die ambtshalve door de tuchtrechter wordt toegepast.Voor het indienen van een klacht geldt een vervaltermijn van drie jaar vanaf het moment dat de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. De vraag moet worden beantwoord op welk moment de vervaltermijn is aangevangen. Het hof stelt vast dat de datum van ontvangst van de klacht door de deken buiten de klachttermijn ligt en dat de klacht te laat is ingediend.Het hof ziet geen aanleiding om op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet uit te gaan van een verlenging van de klachttermijn omdat klaagster pas op een later moment dan het einde van de driejaarstermijn bekend is geworden met de onjuistheid van het handelen van de verweerster. De klacht is niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling komt het hof niet toe.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:81 Hof van Discipline 's Gravenhage 240375

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechterlijk geschil. Klager verwijt verweerster dat zij zich onnodig grievend over hem heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard, ook het hof komt tot de conclusie dat verweerster de grenzen van het betamelijke in deze familierechtelijke kwestie niet heeft overschreden. Vanwege haar partijdige positie als advocaat van de ex-echtgenote van klager stond het verweerster vrij om in het familierechtelijke geschil het onderzoeksrapport Onmacht in het hoger beroep over te leggen nu zij daarbij voldoende heeft toegelicht dat het doel van het rapport was om het namens haar cliënte ingenomen standpunt over ouderverstoting te onderbouwen. Het hof acht van belang dat verweerster heeft uiteengezet welke overeenkomsten haar cliënte ziet tussen de in het onderzoeksrapport vermelde situatie en de familierechtelijke kwestie over de kinderen van partijen, dat zij heeft toegelicht wat uit dat rapport relevant was voor de zaak van haar cliënte en dat haar cliënte daarmee op geen enkele manier wilde insinueren dat klager ook zoiets zou kunnen doen of dat het leven van de kinderen in gevaar is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:82 Hof van Discipline 's Gravenhage 240196

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat verweerder zich in een krantenartikel onnodig grievend heeft uitgelaten over klager, die op dat moment een publieke functie bekleedde, zonder dat dit enig redelijk doel diende en waarmee de belangen van klager onnodig zijn geschaad. Verweerder heeft hiermee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Hoewel het beroep van klager tegen een ander klachtonderdeel slaagt, legt ook het hof de maatregel van berisping op. Het laakbare gedrag van verweerder acht het hof daartoe zelfstandig dragend.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:83 Hof van Discipline 's Gravenhage 250189

    De klacht gaat over een advocaat in zijn hoedanigheid van deken. In tegenstelling tot de raad acht het hof een uitlating die verweerder over een gedraging van klager heeft gedaan in een artikel over klager in een regionale krant tuchtrechtelijk verwijtbaar. Omdat dit oordeel dient als signaalfunctie betreffende de omgang door advocaten in hoedanigheid van deken met de pers en andere vormen van sociale media heeft het hof de klacht gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:84 Hof van Discipline 's Gravenhage 250190

    De klacht van klager gaat over de advocaat van de wederpartij. Met betrekking tot het onderdeel dat verweerder in strijd met het toepasselijke procesreglement niet tegelijkertijd een afschrift van zijn bericht aan de rechtbank aan klager heeft gestuurd, acht het hof deze omissie van verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klager had de cliënt van verweerder zonder opvragen van verhinderdata gedagvaard waarop verweerder de rechtbank daarop heeft geattendeerd en om een nieuwe datum heeft verzocht. Niet is gebleken dat klager in zijn belangen is geschaad doordat hij het betreffende bericht een dag later ontving van de rechtbank. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8382

    Kennelijk ongegronde klacht van de werkgever van een medewerkster tegen verweerder, bedrijfsarts. Verweerder heeft de medewerkster begeleid bij haar ziekteverzuim en haar vervolgens arbeidsgeschikt bevonden. Klager verwijt verweerder dat verweerder de medewerkster arbeidsgeschikt heeft bevonden ondanks de afspraak tussen klager en verweerder dat de medewerkster arbeidsongeschikt zou zijn. Deze afspraak is niet gebleken en de organisatorische problemen van klager zijn geen onderdeel van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van de medewerkster. Ook verwijt klager verweerder een belangenverstrengeling vanwege een aandelentransactie tussen de arbodienst waarvoor verweerder werkzaam is en de verzuimverzekering van klager. Deze belangenverstrengeling is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7808

    Deels gegronde klacht van werkneemster over verweerder. Verweerder, arbo-arts, heeft klaagster begeleid na de ziekmelding van klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij de COPD-klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, geen medische informatie heeft opgevraagd bij de huisarts van klaagster en geen verslagen of adviezen van fysieke consulten heeft opgesteld, ook niet na verzoek daartoe. Verweerder adviseerde klaagster re-integratie terwijl hij klaagster niet had gezien en klaagster aangaf daartoe niet in staat te zijn. Ook verwijt klaagster dat verweerder geen mediation heeft geadviseerd en niet heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:79 Hof van Discipline 's Gravenhage 260064

    Klacht tegen deken niet wordt verwezen. De voorzitter van het hof is van oordeel dat klager met de onderhavige zaak opnieuw op een oneigenlijke manier het klachtrecht inzet. Het patroon is dat zodra een door klager gevoerde tuchtprocedure niet de door hem gewenste uitkomst heeft, hij een klacht indient over de deken die het onderzoek naar de betreffende klacht heeft gedaan. Zoals klager zeer goed weet omdat hem dat al een en andermaal is duidelijk gemaakt, is de geëigende weg om onvrede over de uitkomst van een dekenonderzoek aan de orde te stellen, het voorleggen van de onderzochte klacht aan de Raad van Discipline. Klager kiest er, door het verschuldigde griffierecht niet te betalen, echter voor om die weg niet te bewandelen. Hierdoor maakt klager misbruik van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Aan dit handelen van klager moet paal en perk worden gesteld. Klager moet zich realiseren dat aan elke procedure eens een einde komt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:43 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-857/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Klager verwijt verweerder dat hij diverse beroepsfouten heeft gemaakt bij de behandeling van klagers zaak. Klager heeft reeds eerder geklaagd over verweerders optreden. Klager heeft in de eerdere klachtzaak aan verweerder verweten dat hij “in de twaalf zaken die hij voor klager heeft behandeld meerdere beroepsfouten heeft gemaakt”. De raad heeft deze klacht bij beslissing van 24 april 2023 gegrond verklaard en ter zake aan verweerder een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline heeft deze beslissing bekrachtigd bij beslissing van 5 april 2024, zodat de beslissing van de raad op die datum onherroepelijk is geworden. Nu de tuchtrechter al onherroepelijk heeft geoordeeld over de aan verweerder verweten beroepsfouten, kan op grond van het “ne bis in idem-beginsel”, zoals vastgelegd in artikel 47b Advocatenwet, niet nogmaals over die beroepsfouten worden geklaagd. De raad zal klachtonderdeel 1 sub a dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Over de klacht (k.o. 1 sub b) dat verweerder heeft geprobeerd deze beroepsfouten te verbloemen, heeft de tuchtrechter nog niet onherroepelijk geoordeeld, zodat dit klachtonderdeel wel ontvankelijk is. Dit klachtonderdeel mist echter feitelijke grondslag en is daarom ongegrond. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij (k.o. 2) de door klager in oktober 2024 opgevraagde dossiers pas in maart 2025 aan klager heeft afgegeven. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat hij gedurende de rechtsbijstandsverlening aan klager steeds afschriften van alle stukken aan klager heeft gestuurd. Naar het oordeel van de raad is derhalve niet gebleken dat klager in zijn belangen is geschaad doordat verweerder de dossiers pas op 7 maart 2025 heeft afgegeven. Om die reden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8505

    Volgens klager heeft hij niet alle voorgeschreven medicatie ontvangen. In de apotheek is hem ten onrechte meegedeeld dat hij deze al uit de afhaalautomaat had opgehaald, waarna de medicatie zou zijn geannuleerd. Klager ziet dit als nalatigheid van de apotheker. De apotheker voert verweer en voert aan dat zij de situatie met klager wilde bespreken, maar dat klager direct aangaf de formele tuchtrechtelijke route te willen volgen.Het college oordeelt in raadkamer dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-698/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. De raad heeft niet feitelijk kunnen vaststellen dat (k.o. 1) verweerster een vertrouwelijk en niet voor haar bestemd e-mailbericht heeft gedeeld met haar cliënten en ter zake actief contact heeft gezocht met de in het e-mailbericht genoemde advocaat (mr. S). Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten de context te schetsen en in dat verband melding te maken van tegen klager ingediende tuchtklachten, zodat hetgeen verweerster in randnummer 22 van de pleitnota heeft gesteld niet kan worden gekwalificeerd als onnodig grievend. Ook k.o. 2 is ongegrond. Het stond verweerster vrij om ter onderbouwing van de in kort geding ingestelde vordering namens haar cliënten te betogen dat de werkwijze van klager een dusdanig ongunstige uitwerking had op de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand van de moeder dat verder vrij verkeer tussen klager en moeder onverantwoord was. Dat verweerster ter onderbouwing van dat betoog feiten heeft gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of behoorde te kennen is de raad niet gebleken. Ook k.o. 3 over verweersters bereikbaarheid is ongegrond. Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in overleg met haar cliënten te bepalen dat het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten niet wenselijk was om op alle e-mailberichten van klager te reageren. Ook van het niet beantwoorden van alle telefonische oproepen van klager kan verweerster naar het oordeel van de raad geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dat klager dan wel zijn cliënte door het niet beantwoorden van e-mailberichten en telefonische oproepen in zijn/haar belangen is geschaad, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-737/DB/LI

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-430/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in alle onderdelen ongegrond. De raad is niet gebleken dat verweerder bij het voeren van verweer en het onderbouwen van de vordering tot schadevergoeding steken heeft laten vallen. Evenmin is gebleken dat verweerder klager onvoldoende heeft geïnformeerd. Verweerder heeft klager uitvoerig geïnformeerd over de mogelijkheden en onmogelijkheden en de (kleine) kans van slagen van de door klager aanhangig gemaakte kort geding procedure. Ook heeft verweerder aan klager uitgelegd wat hij in de “akte verduidelijking eis” namens klager naar voren kon brengen. Dat de rechtbank deze na de zitting ingediende akte heeft toegestaan is uitzonderlijk. Om invulling te geven aan het beginsel van hoor en wederhoor heeft de rechtbank [naam verzekeraar] in de gelegenheid gesteld om op de akte te reageren middels een antwoordakte. [naam verzekeraar] heeft van die gelegenheid gebruikt gemaakt, waarna de rechtbank zich kennelijk voldoende geïnformeerd achtte en heeft bepaald dat vonnis moest worden gewezen. Dat de rechtbank verweerders reactie op de door [naam verzekeraar] ingediende antwoordakte vervolgens heeft geweigerd kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder de interne klachtprocedure onredelijk, onbillijk en onevenredig lang op zijn beloop heeft gelaten mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 250069

    Klacht van erfgenaam over advocaat wederpartij. Kantoorgenoten van verweerster hebben in het verleden opgetreden voor de (inmiddels overleden) vader van klager. Tussen klager en zijn broer is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschappen van hun ouders. Verweerster heeft in deze kwestie opgetreden als advocaat van de broer van klager. Klager kan als enig erfgenaam van zijn vader niet worden aangemerkt als (oud-)cliënt van het kantoor van verweerster. Van (schijn van) belangenverstrengeling is geen sprake. Verweerster mocht in het partijdig belang van haar cliënt handelen. Verweerster heeft de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid van handelen niet overschreden toen zij haar cliënt adviseerde om een ten laste van klager gelegd conservatoir beslag te handhaven. Verweerster heeft geen op voorhand evident onjuist juridisch standpunt ingenomen en daarom heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nadat later is gebleken dat dit juridisch standpunt onjuist was. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8237

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft tweemaal een heupoperatie bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, nalatigheid in medisch handelen en het leveren van inadequate (na)zorg. Daarnaast is volgens klaagster sprake geweest van tekortkomingen in de communicatie. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-026/DB/ZWB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:78 Hof van Discipline 's Gravenhage 260063

    Klacht tegen de deken niet verwezen. Het hof stelt vast dat er sprake is van een patroon dat zodra een door klager gevoerde tuchtprocedure niet de door hem gewenste uitkomst heeft, hij een klacht indient over de deken die het onderzoek naar de betreffende klacht heeft gedaan. Zoals klager zeer goed weet omdat hem dat al een en andermaal is duidelijk gemaakt, is de geëigende weg om onvrede over de uitkomst van een dekenonderzoek aan de orde te stellen, het voorleggen van de onderzochte klacht aan de Raad van Discipline. Klager kiest er, door het verschuldigde griffierecht niet te betalen, echter voor om die weg niet te bewandelen. Hierdoor maakt klager misbruik van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Aan dit handelen van klager moet paal en perk worden gesteld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8746

    (kennelijk) ongegronde klacht van een klager tegen een orthopedisch chirurg die bij klager wegens progressief stenoserend vaatlijden een broekprothese plaatste. In verband met aanhoudende klachten na de operatie werd klager gezien in een ander ziekenhuis, waar wordt gedacht aan een neurologische oorzaak als mogelijke verklaring voor de klachten. De verwijten gaan over diagnosestelling, informed consent en nazorg.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:42 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-826/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht houdt in dat verweerder de rechtbank in het verzoek om aanhouding van het faillissementsrekest onjuist heeft geïnformeerd. Vast staat dat op het onder verantwoordelijkheid van verweerder bij de rechtbank ingediende formulier is vermeld dat (1) het aanhoudingsverzoek mede namens RV (althans haar advocaat) wordt gedaan, (2) partijen in onderhandeling zijn en (3) RV (althans haar advocaat) hiervan op de hoogte is gesteld en dat deze heeft medegedeeld ook niet te zullen verschijnen, terwijl (1) van een eenstemmig verzoek geen sprake was, (2) partijen niet in onderhandeling waren en (3) RV (althans haar advocaat) hiervan niet op de hoogte was gesteld en deze ook niet heeft medegedeeld niet te zullen verschijnen. Op het formulier zijn aldus drie feiten gesteld waarvan verweerder de onjuistheid kende. Verweerder heeft de rechtbank in het verzoek om aanhouding van het faillissementsrekest dan ook onjuist geïnformeerd. Anders dan verweerder heeft gesteld, vormt de wijze waarop het digitale formulier is ingericht, geen rechtvaardiging voor het handelen van verweerder. Verweerder heeft gesteld dat het formulier slechts twee gronden voor aanhouding vermeldt, namelijk “partijen zijn in onderhandeling” en “de regeling is nog niet volledig uitgevoerd”. Verweerder heeft voorts gesteld dat de optie “partijen zijn in onderhandeling” de enige optie was die aansloot bij het beoogde doel: het verkrijgen van uitstel om een minnelijke regeling mogelijk te maken. De raad volgt verweerder niet in dit verweer. Vast staat dat het formulier moest worden uitgeprint en dat mr. V handmatig (met een pen) de datum heeft ingevuld en zijn handtekening heeft geplaatst. Het was dan ook wel degelijk mogelijk om op het formulier handmatig een andere grond (die wel feitelijk juist was) voor het verzoek tot aanhouding te vermelden. Verweerder heeft verder gesteld, dat het in de faillissementspraktijk usance is om op het formulier de optie “partijen zijn in onderhandeling” aan te vinken, ook als dit feitelijk niet het geval is. Ook dit verweer moet worden gepasseerd. Voor zover van de door verweerder gestelde usance al sprake zou zijn, heeft te gelden dat er in de onderhavige zaak sprake was van een wederpartij die de vordering betwistte, die werd bijgestaan door een advocaat en die een rechterlijk oordeel wenste over de (betwiste) vordering. Onder die omstandigheden had het op de weg gelegen van verweerder om in contact te treden met klager en overleg te plegen over de door hem gewenste aanhouding. Verweerder heeft dit niet gedaan en daarmee de belangen van klager (en klagers cliënte) onnodig geschaad. Klager moest immers in actie komen om de rechtbank alsnog naar waarheid te informeren en te verzoeken om afwijzing van het aanhoudingsverzoek. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8841

    Klager bezocht de apotheek met een buitenlands recept voor onder meer een antibioticum. Na overleg tussen apothekersassistent en apotheker, die niet aanwezig was, besloot de apotheker het antibioticum niet te verstrekken. Klager diende een klacht in bij de apotheek en correspondeerde later via een advocaat met de apotheker. Uiteindelijk beëindigde de apotheker de behandelingsovereenkomst met klager, zijn echtgenote en hun minderjarige zoon. Klagers verwijten de apotheker dat het antibioticum ten onrechte is geweigerd, dat de klacht onzorgvuldig is afgehandeld en dat de behandelingsovereenkomst onterecht is beëindigd. De apotheker voert verweer. Het college verklaart de klacht gegrond. Volgens het college is de apotheker ernstig tekortgeschoten in de zorg die zij had moeten leveren. Van een apotheker mag een actievere en zorgvuldigere houding worden verwacht. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8181

    Ongegronde klacht tegen een (vaat)chirurg. Bij klager werd door middel van een endovasculaire operatie een stent geplaatst vanwege een aneurysma van de buikslagader. Na de operatie bleek dat sprake was van spinale ischemie, leidend tot een (incomplete) dwarslaesie. Klager verwijt de chirurg onder meer dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn familiaire voorgeschiedenis en dat hij onvoldoende is geïnformeerd over het risico op spinale ischemie/dwarslaesie.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:30 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776162 / DW RK 25/368 KM/SM

    Beslissing op verzet. Verzet gegrond en klacht gegrond. Maatregel: berisping. Ten aanzien van het in verzet onder b. aangevoerde heeft de gerechtsdeurwaarder betwist dat een verband zou bestaan tussen het tijdstip van het opnieuw gelegde beslag en het innen van het (gehele) vakantiegeld. In dit verband is de gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid gesteld uit te leggen hoe de berekening van de beslagvrije voet (gedurende de afgelopen periode) tot stand is gekomen. Daaruit volgt dat de gerechtsdeurwaarder de daartoe geldende regelgeving onjuist toepast wat tot benadeling van schuldenaren kan leiden. De standaardbrieven die de gerechtsdeurwaarder naar de werkgever van in dit geval klaagster heeft doen uitgaan, waarin zonder voorbehoud aanspraak wordt gemaakt op onkostenvergoeding, overuren en vakantiegeld, terwijl de 95% regeling van toepassing is, zijn daar een concreet voorbeeld van. Onbelaste vergoedingen vallen nooit onder het beslag. Dit is voor de kamer aanleiding om, ondanks dat zij niet gaat over het vaststellen van de juiste beslagvrije voet, de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder in dit geval wel tuchtrechtelijk laakbaar te oordelen. Dat sprake is geweest van ‘bewuste’ omzeiling van de beslagvrije volgt overigens niet uit het dossier.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:60 Raad van Discipline Amsterdam 25-782/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan op grond van de overgelegde stukken, waaronder de e-mails tussen klager en verweerder, niet vaststellen dat verweerder in zijn bijstand aan klager in de zaken over de zorgmachtiging en de schadevergoeding op enigerlei wijze tekort is geschoten. Verder kan de raad niet vaststellen dat verweerder tekort is geschoten in de communicatie met klager. Uit de overgelegde e-mails leidt de raad af dat verweerder klager op verschillende momenten heeft geïnformeerd. De raad ziet in de diverse contactmomenten tussen verweerder en klager dan ook geen patroon van gebrekkige communicatie zoals klager heeft gesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:31 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764890 DW RK 25/49 KM/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Te laat gereageerd op correspondentie van klager en tekort geschoten in de communicatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:61 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerder procedures onnodig heeft gerekt en onnodige procedures namens zijn cliënte heeft gevoerd en daarbij escalerend heeft opgetreden. (Proces)keuzes van de cliënte kunnen verweerder niet worden aangerekend. In de processtukken heeft verweerder het standpunt van zijn cliënte opgenomen. Van grievende of onbetamelijke uitlatingen over klager is geen sprake. Klager miskent dat het contactverbod met zijn ex-partner ook verweerder betreft. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:32 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766321 DW RK 25/89 KM/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft onder meer bij exploot van 29 augustus 2024 (tevens) bevel gedaan en heeft dit gedaan op grond van een afschrift, terwijl dit op grond van een grosse had moeten zijn. Volgens de gerechtsdeurwaarder is sprake van een menselijke vergissing geweest. Nu het hier om een kerntaak van een gerechtsdeurwaarder gaat vindt de kamer dit tuchtrechtelijk laakbaar (ook al betreft het een menselijke vergissing). Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder in weerwil van artikel 3.5 van de gerechtsdeurwaardersverordening klaagster niet zodanig geïnformeerd dat zij haar rechtspositie ten opzichte van de vordering, kon evalueren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:62 Raad van Discipline Amsterdam 26-052/A/A

    Klacht over de eigen advocaat; verweerster heeft zich op zorgvuldige wijze aan de zaak onttrokken. Van schending van gedragsregel 14 lid 2 is geen sprake. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:33 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757909 DW RK 24/359 KM/SM

    Klacht ongegrond. Tegen de tenuitvoerlegging van het vonnis kon klager opkomen door een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Het tuchtrecht biedt daarvoor niet de geëigende weg.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:57 Raad van Discipline Amsterdam 25-713/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar e-mail, waarin is vermeld dat haar cliënte aangifte tegen klager heeft gedaan, als productie over te leggen in de procedure zonder dat verweerster bij het overleggen, of op de zitting, heeft gemeld dat haar cliënte geen aangifte had gedaan. Op dat moment, en in ieder geval tijdens de zitting van november 2024, had verweerster kunnen weten dat de informatie van haar cliënte over de aangifte tegen klager niet juist was. Verweerster was voorafgaand aan de zitting van november 2024 op de hoogte van de klacht en zij had voldoende tijd om te controleren of haar cliënte aangifte tegen klager had gedaan. Verweerster heeft dit, om haar moverende redenen, nagelaten. Klacht gedeeltelijk gegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:34 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778639 / DW RK 25/465 KM/SM

    Beslissing op verzet. Verzet gegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: waarschuwing. Van een (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij (zelf) in de gaten houdt wanneer zijn legitimatiebewijs verloopt, een en ander in aansluiting op artikel 3.5 lid 1 van de Gerechtsdeurwaardersverordening. ***herstelbeslissing van 15 april 2026; ECLI:NL:TGDKG:2026:43

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:58 Raad van Discipline Amsterdam 25-789/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De raad oordeelt dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster geen sprake is. In het dossier zijn geen aanknopingspunten te vinden voor de juistheid van het verwijt dat verweerster klager onder druk heeft gezet om de afstandsverklaring te tekenen. Het stond verweerster vrij om in het belang van haar cliënte aan klager te berichten dat zij een procedure zal starten als klager weigert te tekenen en dat zij de schuldhulpverlener van klager als getuige zal oproepen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:14 Accountantskamer Zwolle 25/1673 Wtra AK

    Klager verwijt betrokkene dat hij een samenstellingsopdracht heeft aanvaard en uitgevoerd die in strijd is met de statuten van de opdrachtgever. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:29 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/77901 / DW RK 25/428 KM/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: ontzetting uit het ambt en de termijn waarbinnen de gerechtsdeurwaarder niet tot waarnemer kan worden benoemd of aan een gerechtsdeurwaarder kan worden toegevoegd wordt bepaald op vijf jaren. De kamer overweegt daartoe als volgt. Door de eigen (financiële) belangen langdurig en stelselmatig te laten prevaleren boven de belangen van anderen wiens belangen juist ook aan de gerechtsdeurwaarder zijn toevertrouwd, heeft de gerechtsdeurwaarder niet integer gehandeld. De gerechtsdeurwaarder heeft gelden opgenomen van de derdengeldenrekening en daarbij het BFT meerdere jaren misleidt door hen te laten geloven dat de bewaarpositie positief was. Ook ten aanzien van zijn ambtelijk handelen, hetgeen de toegevoegd-gerechtsdeurwaarder toevertrouwd is, heeft de gerechtsdeurwaarder beslissingen genomen en uitgevoerd die fout zijn, wat maakt dat de kamer twijfelt aan de geschiktheid van de gerechtsdeurwaarder als toegevoegd-gerechtsdeurwaarder.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:59 Raad van Discipline Amsterdam 25-808/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De raad stelt op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting afgelegde verklaringen vast dat de procedure over het ontslag van klager als executeur van het testament al was opgestart op het moment dat verweerster de makelaar op 10 januari 2025 mailde. In haar e-mail heeft verweerster het standpunt van haar cliënte weergegeven, namelijk dat klager alleen bevoegd is tot het beheer van de nalatenschap en niet bevoegd is om de woning ter verkopen. Het stond verweerster in het belang van haar cliënte vrij om dat standpunt in te nemen en aan de makelaar kenbaar te maken. Van het bewust verstrekken van onjuiste informatie aan de makelaar is dan ook niet gebleken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:15 Accountantskamer Zwolle 25/2666 Wtra AK

    Gegronde klacht. Betrokkene heeft onjuiste aangiften Inkomstenbelasting ingediend. Hij heeft namelijk rente voor de eigen woning afgetrokken voor leningen waarvan hij het bestaan niet kon aantonen. Betrokkene heeft erkend dat hij verkeerd heeft gehandeld en heeft daarom geen inhoudelijk verweer gevoerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit heeft gehandeld en legt aan hem de maatregel van doorhaling op voor de duur van vijf jaren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8032

    Klacht tegen een tandarts. Klager had begin 2016 zijn eerste consult bij de orthodontist ter voorbereiding op een orthodontische behandeling. In maart 2020 werd bij hem vaste apparatuur geplaatst. In augustus 2022 plaatste de orthodontist een orthoimplantaat en in augustus 2024 bezocht klager voor het laatst de praktijk van de orthodontist voor een controleafspraak. Klager verwijt de orthodontist, samengevat, onvoldoende regievoering en gebrek in de communicatie. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:55 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-023/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder (bewust) onjuiste en/of misleidende informatie heeft verstrekt. Van het belemmeren van de communicatie is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:49 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-021/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft gedaan wat zij in juridische zin voor klaagster kon doen in haar geschil met de VvE. Daarbij heeft verweerster ook oog gehad voor de belangen van klaagster door klaagster erop te wijzen dat een eventuele procedure tegen een besluit van de VvE weinig kansrijk is en dat zij verdere werkzaamheden voor klaagster, mede gelet op haar uurtarief, niet wenselijk en verantwoord acht. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8924

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster is behandeld door de tandarts vanwege pijnklachten en cariës. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling. Ook verwijt klaagster de tandarts onvoldoende dossiervoering en onheuse bejegening. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een berisping op, omdat de tandarts op een aantal gebieden niet heeft voldaan aan de professionele standaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:56 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-027/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De voorzitter kan op grond van het klachtdossier niet vaststellen dat verweerster op enigerlei wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld ten opzichte van klagers. Verweerster is als advocaat per definitie partijdig en zij behartigt in het geschil over de erfgrenskwestie uitsluitend de belangen van haar cliënten. Daarbij heeft zij een grote mate van vrijheid om die belangen te behartigen op een wijze die zij in overleg met haar cliënten nodig acht. Het stond verweerster vrij om aan te kondigen dat een handhavingsverzoek zal worden ingediend en dat een gerechtelijke procedure zal worden gestart. Van een ontoelaatbare toon van verweerster is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:50 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-300/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerster heeft vanaf het begin af aan helder gemaakt dat zij weinig kansen zag bij het instellen van hoger beroep, maar dit enkel zou doen om klager in een betere onderhandelingspositie te kunnen krijgen. Zij heeft duidelijk gemaakt niet mee naar een zitting te gaan. Nadat zij zich heeft onttrokken aan de procedure, hoefde zij geen aanvullende stukken meer in te dienen in de procedure. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:57 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-040/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Niet gebleken dat onhandige slordigheden van doorslaggevende invloed zijn geweest op de wijze waarop verweerder de klachten heeft beoordeeld. Het uiteindelijke oordeel over de klachten is voorbehouden aan de tuchtrechter die niet gehouden is aan de visies van verweerder. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:51 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-350/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:58 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-042/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een strafzaak. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de openbare socialemedia-accounts van klaagster te bekijken. Verder is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat er geen minnelijke regeling tot stand is gekomen tussen de cliënt van verweerder en klaagster. De omstandigheid dat verweerder aan een minnelijke regeling de voorwaarde van geheimhouding heeft verbonden is gelet op de openbare socialemedia-accounts van klaagster niet onbegrijpelijk. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:52 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-390/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:13 Accountantskamer Zwolle 25/2062 Wtra AK

    Gegronde klacht over een kantoortoetsing. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook heeft betrokkene nagelaten om de monitoringsvragenlijst 2025 in te vullen en te retourneren aan klaagster. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor vijf jaren en verklaart de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8534

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Klager is door de chirurg geopereerd aan een darmtumor. Enkele dagen na de operatie verslechterde de nierfunctie van klager, met blijvende nierinsufficiëntie als gevolg. Klager verwijt de chirurg in vier klachtonderdelen dat hij niet adequaat heeft gehandeld in het postoperatieve traject. Het college is het met de chirurg eens dat een milde achteruitgang in de nierfunctie zich normaliter herstelt door het toevoegen van een (vocht)infuus. De acute nierinsufficiëntie van klager was naar het oordeel van het college dan ook niet te voorzien. Het college kan zich vinden in het door de chirurg ingezette beleid toen bleek dat klagers toestandsbeeld was verslechterd en -even later- dat zijn nierfunctie drastisch was verslechterd. De chirurg heeft hier naar het oordeel van het college tijdig en adequaat gehandeld, door het infuus op te hogen, een CT-scan aan te (laten) vragen en later de internist in consult te vragen. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.