ECLI:NL:TGDKG:2026:31 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764890 DW RK 25/49 KM/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:31
Datum uitspraak: 11-03-2026
Datum publicatie: 23-03-2026
Zaaknummer(s): C/13/764890 DW RK 25/49 KM/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Te laat gereageerd op correspondentie van klager en tekort geschoten in de communicatie.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 11 maart 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/764890  DW RK 25/49 KM/SM ingesteld door:

[   ],

wonende te Amsterdam,

klager,

gemachtigde: mr. [   ],

tegen:

1. [   ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [   ],

2. [   ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagden,

gemachtigde: mr. [   ].

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 20 februari 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift, ingekomen op 17 april 2025, hebben de gerechtsdeurwaarders gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 21 januari 2026 alwaar de gerechtsdeurwaarder sub 1, een kantoorgenoot tevens gerechtsdeurwaarder en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarders zijn verschenen. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 11 maart 2026.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • op 4 november 2024 heeft klager gesteld dat de vonnissen niet meer rechtsgeldig geëxecuteerd kunnen worden jegens hem vanwege het overgaan van activa van de oorspronkelijke eisende partijen naar andere rechtspersonen;       
  • op 21 november 2024 is aan klager meegedeeld dat de e-mail van 4 november 2024 is ontvangen en dat zo spoedig mogelijk wordt gereageerd;
  • de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarders heeft een brief (gedateerd op 22 november 2024) aan Gerechtshof Amsterdam gestuurd inzake het geschil met klager; een kopie van deze brief heeft de opdrachtgever aan de gerechtsdeurwaarders verzonden;
  • op 19 februari 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarders verzocht direct contact op te nemen over de betaling van het totale bedrag waarvoor executoriaal beslag is gelegd onder de voorwaarde dat de beslagen worden opgeheven;
  • bij e-mail van 25 februari 2025 is de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarders ingegaan op bezwaren die klager heeft geuit over de executie.

2. De klacht

Klager beklaagt zich samengevat over het volgende:

a. de gerechtsdeurwaarders hebben brieven en e-mails niet binnen een redelijke termijn (van veertien dagen) beantwoord;

b. klager heeft een beroep gedaan op de kennis van de gerechtsdeurwaarders. Het had op hun weg gelegen om een en ander helder uiteen te zetten en aanvullende argumenten en toelichting te geven. De gerechtsdeurwaarders weigeren iedere communicatie met klager.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak voor enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met wat een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a. overweegt de kamer dat het vaste rechtspraak is dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij correspondentie met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso of executie binnen een redelijke termijn (in beginsel veertien dagen) beantwoordt. De ontvangstbevestiging van 21 november 2024 op de e-mail van klager van 4 november 2024 valt buiten deze termijn, wat maakt dat de klacht op dit onderdeel terecht is voorgesteld.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b. overweegt de kamer als volgt. In voornoemde ontvangstbevestiging hebben de gerechtsdeurwaarders medegedeeld dat zo spoedig mogelijk wordt gereageerd. Daar is volgens klager geen gevolg aan gegeven. Gelet op de inhoud van de e-mail had klager van de gerechtsdeurwaarders verwacht dat zij een inhoudelijk reactie zouden geven, alsmede een streep zou zetten door het beslag en verdere executiemaatregelen. Op hun beurt hebben de gerechtsdeurwaarders aangevoerd inhoudelijk te hebben gereageerd op het bezwaar van klager. Zij verwijzen daartoe met name naar de brief van 22 november 2024 van de opdrachtgever aan Gerechtshof Amsterdam, die tevens aan de advocaat van klager zou zijn gestuurd. Voor zover deze brief niet aan de beantwoording voldeed, had het op de weg van klager gelegen een reminder te sturen, aldus de gerechtsdeurwaarders.

4.4 De kamer acht het standpunt van de gerechtsdeurwaarders niet juist. In hun e-mail van 21 november 2024 geven zij aan te zullen reageren op de e-mail van klager. Dat de procespartijen over en weer met elkaar in gesprek zijn betekent niet dat de gerechtsdeurwaarders correspondentie, die aan hen gericht is, dus onbeantwoord kunnen laten. Een gerechtsdeurwaarder dient immers (ook) beschikbaar te zijn voor het geven van toelichting en uitleg[1]. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij duidelijk communiceert zodat de justitiabele kan begrijpen wat hij kan verwachten én wat van hem verwacht wordt. Nu de gerechtsdeurwaarders hebben aangegeven zo spoedig mogelijk te reageren en dit vervolgens hebben nagelaten, zijn de gerechtsdeurwaarders hierin tekortgeschoten. Dit raakt in sterke mate de betamelijkheid die mag worden verwacht van een gerechtsdeurwaarder. Dat de opdrachtgever iets aan de advocaat van de klager zou hebben gestuurd doet hier niet aan af.

maatregel

4.5 De kamer verklaart de klacht, gelet op het voorgaande, gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden, ook omdat de gerechtsdeurwaarders ter zitting hebben aangegeven dat de communicatie beter had gekund en zij dus inzien dat dit niet goed was. Gelet hierop ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarders, naast de opgelegde maatregel, te veroordelen in de kosten van de procedure. Omdat de klacht gegrond is, dienen de gerechtsdeurwaarders wel aan klager het betaalde griffierecht van € 50 te vergoeden

4.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • legt aan de gerechtsdeurwaarders de maatregel van een waarschuwing op;
  • bepaalt dat de gerechtsdeurwaarders, hoofdelijk, aan klager het betaalde griffierecht ad € 50 zullen vergoeden, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, en

mr. M.L.S. Kalff en R. Elshof, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

mr A.K. Mireku is buiten staat te tekenen. De

beslissing is ondertekend door mr. M.L.S Kalff.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

[1] artikelsgewijze toelichting van artikel 3.5 (transparant en toegankelijk) van de Gerechtsdeurwaardersverordening