Zoekresultaten 1-20 van de 47591 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:137 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-329/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat i de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop zij de klacht heeft behandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:138 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-302/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter is de dagvaarding rechtsgeldig aan klaagster betekend. Dat de vertegenwoordiger van klaagster daar pas later kennis van heeft genomen, kan verweerder niet toe te rekenen. Dat verweerder namens zijn cliënt feiten heeft gesteld waarvan hij wist of had moeten weten dat die onjuist waren is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 260049

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond Het hof begrijpt dat klager voor twee procedures een advocaat toegewezen wenst te krijgen. In één van die twee zaken is een eindvonnis gewezen op 28 januari 2026. De deken heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat hij voor die procedure geen advocaat meer aanwijst omdat die procedure is geëindigd. Voor die procedure heeft klager geen belang meer bij aanwijzing. Voor de andere procedure is de deken ervan uitgegaan dat zich in die procedure een advocaat heeft gesteld. Dat is niet weersproken. Het enkele feit dat de betreffende advocaat naar zeggen van klager niet voldoet of heeft voldaan aan een opdracht van klager leidt er niet tot dat klager een beroep kan doen op artikel 13 Advocatenwet. Dat is mogelijk pas het geval als de advocaat zich heeft onttrokken en de opdracht van klager heeft neergelegd. Dat is echter niet gebleken. De deken had dan ook goede gronden om het verzoek van klager af te wijzen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/53

    De klager heeft zijn ex-partner geholpen met het overnemen van een woning door samen met haar een hypotheeklening aan te gaan. Het was de bedoeling dat de ex-partner de onverdeelde helft van haar woning vervolgens aan de klager zou leveren. Zo ver is het echter niet gekomen, omdat zij geen overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden waaronder de verkoop en levering moesten plaatsvinden. De klager verwijt de oud-notaris in de kern dat hij de leveringsakte niet heeft gepasseerd. Dat klachtonderdeel is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk.De klacht is gegrond voor zover de oud-notaris in de periode na 31 oktober 2022 tot medio augustus 2023 niet heeft gerappelleerd en niet actief bij de klager is nagegaan of hij en de ex-partner al overeenstemming hadden bereikt over de voorwaarden waaronder de levering gerealiseerd moest worden. Ondanks dat de eerste verantwoordelijkheid bij de klager lag om contact met de oud-notaris op te nemen, zijn er wel bijzondere omstandigheden waardoor de oud-notaris had moeten rappelleren. De klager liep immers een risico, omdat hij hoofdelijk aansprakelijk was voor de aan de woning verbonden hypotheekschuld, terwijl daar voor hem geen eigendomsrecht tegenover stond. Aan de oud-notaris wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-376/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in het belang van zijn cliënt ervoor willen zorgen dat klaagsters boek zo snel mogelijk uit de verkoop werd gehaald. Hij mocht daartoe zowel de auteur, uitgeverij als verkooppunten gelijktijdig aanschrijven. Het sommeren van de verkooppunten om het boek uit de verkoop te halen had een redelijk doel. Niet kan worden ingezien waarom verweerder klaagsters privacy heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:139 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-303/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:177 Hof van Discipline 's Gravenhage 260066

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De procedure waarvoor klager bijstand van een advocaat wenst is een bestuursrechtelijke procedure en daarvoor is bijstand door een advocaat niet verplicht. De situatie waarvoor artikel 13 Advocatenwet is geschreven doet zich dan ook niet voor. De deken heeft haar afwijzende beslissing op juiste gronden genomen en het beklag kan dan ook niet slagen. Ten overvloede overweegt het hof dat dit niet betekent dat bijstand door een advocaat niet (dringend) gewenst zou zijn, maar dat die rechtsbijstand niet langs de weg van artikel 13 Advocatenwet kan worden geboden.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/69

    De oom van de klager heeft zijn testament gewijzigd. De klager verwijt de notaris in de kern dat hij heeft meegewerkt aan de wijziging van het testament van de oom, zonder dat hij voldoende heeft onderzocht of de oom destijds wilsbekwaam was om deze rechtshandeling te verrichten. Ook verwijt de klager de notaris dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar plaatsvervulling en daarmee de rechtspositie van de klager. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-377/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gehandeld binnen de ruime vrijheid die hij heeft bij het behartigen van de belangen van zijn klacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-428/DB/OV/W

    Wraking

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8753

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van de visite van 4 april 2023 van de huisarts bij haar op 16 april 2023 overleden vader. Verweerster was niet de eigen huisarts van de patiënt. Tegen de eigen huisarts van de patiënt is door klaagster ook een klacht ingediend (zaaknummer A2025/8754). Het college oordeelt dat de huisarts adequaat heeft gehandeld toen zij op 4 april 2023, na de zorgwekkende waarnemingen van de familie, meteen naar de patiënt is toegegaan. Dat de huisarts de geuite zorgen en wensen van de familie van patiënt niet serieus heeft genomen is volgens het college dan ook niet gebleken. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/56 SHE/2025/49

    De voorzitter heeft de klacht van klager afgewezen (SHE/2025/49). Klachtonderdeel 1 is namelijk van onvoldoende gewicht en klachtonderdeel 2 is kennelijk niet-ontvankelijk. Dit laatste klachtonderdeel borduurt voort op de klacht in een eerdere klachtprocedure en ziet op hetzelfde feitencomplex. Klager heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht. Na behandeling van een klacht door de tuchtrechter kan een latere klacht over “hetzelfde feit” niet nog eens worden behandeld (het ne-bis-in-idem-beginsel).Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2025/56).

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:140 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-347/AL/MN

    voorzittersbeslissing. Volgens klaagster heeft verweerder zonder opdracht van de cliënte zelfstandig een zaak tegen klaagster opgestart. Naar het oordeel van de voorzitter heeft klaagster geen eigen belang bij haar klacht, zodat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-374/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over de uitlating van een advocaat op een zitting. Verweerder heeft het dienstig mogen achten om toe te lichten wat de ervaringen van de VvE zijn met de bewoner van het appartement, die kennelijk klaagster betreft. Meegewogen wordt dat de naam van klaagster daarbij niet is genoemd, zodat de uitlating ook niet direct aan de persoon van klaagster werd gekoppeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8754

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van de behandeling van haar op 16 april 2023 overleden vader door de huisarts. Tegen de waarnemend huisarts van de patiënt is door klaagster ook een klacht ingediend (zaaknummer A2025/8753). Gegeven de situatie dat de patiënt op 11 april 2023 opnieuw gezien zou worden door de waarnemend huisarts en ook al vervolgafspraken had in het ziekenhuis bij de cardioloog en de internist, acht het college het dan ook begrijpelijk dat zij op 7 april 2023 geen concrete vervolgstappen heeft genomen of bij de patiënt op visite is gegaan. Dat de huisarts de klachten en zorgen niet serieus heeft genomen en de ernst van de situatie niet juist heeft ingeschat is naar het oordeel van het college niet gebleken. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/61

    Vestiging van hypotheekrechten op registergoederen die door een Groninger akte waren geleverd, terwijl de ontbindende voorwaarde nog niet was vervallen. De kamer oordeelt dat de notaris in de gegeven omstandigheden onvoldoende reden had om erop te mogen vertrouwen dat de klaagster (een crowdfundingplatform) zich bewust was van het ongebruikelijke en specifieke risico dat haar investeerders 2,5 miljoen euro aan de koper leenden zonder dat daar een (onvoorwaardelijk) zekerheidsrecht tegenover stond. Onvoldoende invulling van informatie- en waarschuwingsplicht. In de hypotheekakten is ook niet vermeld dat de registergoederen onder een ontbindende voorwaarde waren geleverd, terwijl dit voor de rechtstoestand van de registergoederen van belang was. Klacht over uitbetaling van deel van geleende gelden aan de hypotheekgever in plaats van aan de verkoper, zonder te verifiëren of de klaagster daarmee instemde, ongegrond. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-294/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij namens NN in de randnummer 38 tot en met 41 van de conclusie van antwoord van 10 juli 2025 een apert onjuist en onpleitbaar verweer gevoerd en gehandhaafd. Verweerder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. De voorzitter is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom hij het nodig vond om in de gerechtelijke procedure de rechtsgeldigheid van de cessie te betwisten en dit verweer (ook nadat klaagster nadere stukken had ingediend) te handhaven. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-324/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De tuchtrechtelijke verwijten over de verzonden declaraties zijn deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond, omdat niet van excessief declareren is gebleken en omdat verweerder wel degelijk op klagers bezwaren heeft gereageerd. De klacht dat verweerder klager ten onrechte heeft geadviseerd om te schikken is kennelijk ongegrond omdat van onjuiste advisering niet is gebleken.