We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-20 van de 47966 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:162 Raad van Discipline Amsterdam 26-133/A/A

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een kwestie over onderhuur van een woning. Volgens klager heeft verweerder in berichten aan klager onjuiste standpunten ingenomen en heeft hij klager op een onbetamelijke wijze onder druk gezet. De raad acht de klacht ongegrond. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten gediend op een wijze die niet onbetamelijk was.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:156 Raad van Discipline Amsterdam 26-111/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond en deels ongegrond. Uit het klachtdossier blijkt dat verweerder steken heeft laten vallen in de communicatie met klaagster. Zo heeft verweerder, toen de beslistermijn van de IND afliep, geen contact met klaagster opgenomen, terwijl zowel zijzelf, als medewerkers van Vluchtelingenwerk, wel op verschillende manieren hebben geprobeerd in contact te komen met verweerder. Verweerder heeft te weinig transparantie betracht richting zijn cliënt over de voortgang en de ontwikkelingen in de procedure. Pas op 3 december 2024 heeft verweerder namens klaagster de IND aangeschreven, maar in die correspondentie heeft hij kennelijk klaagster niet gekend of meegenomen, aangezien zij zelf op 12 december 2024 opheldering vraagt aan verweerder over de vraag of er daadwerkelijk een schrijven aan de IND is uitgegaan. Op zitting heeft de verschenen kantoorgenoot van verweerder erkend dat er problemen spelen op het gebied van de verwerking van contactverzoeken van cliënten en aangegeven dat dit op kantoor een verbeterpunt is. Aan verweerder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachtonderdeel b), waarin klaagster verweerder verwijt dat hij niet reageerde op overnameverzoeken van de nieuwe advocaten, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder ziet de raad aanleiding aan verweerder een zware maatregel op te leggen, namelijk een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van zijn praktijk voor de duur van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:163 Raad van Discipline Amsterdam 26-139/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster is een onderneming, gerund door B. Een oud kantoorgenoot van verweerder heeft B bijgestaan bij zijn echtscheiding. Verweerder staat een medewerker bij van klaagster. Na een eerste bericht aan klaagster meldt B de mogelijke belangenverstrengeling. Verweerder trekt zich daarop terug. De klacht ziet op de gang van zaken rondom de terugtrekking en inspanningen van verweerder om voor de medewerker een nieuwe advocaat te vinden. De raad is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld zoals dat mag worden verwacht in een situatie als deze. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932

    Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:157 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:233 Hof van Discipline 's Gravenhage 260285

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. De klacht tegen de deken Zeeland-West-Brabant betreft de werkwijze van de deken en het verzoek om informatie naar aanleiding van de klacht van klager over mr. Van K. Klager kan het dekenonderzoek desgewenst bij de behandeling van de klacht door de raad van discipline aan de orde stellen als hij daar ontevreden over is. Dit rechtvaardigt geen nieuwe klacht. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:164 Raad van Discipline Amsterdam 26-157/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager gedurende enkele jaren bijgestaan in een familierechtkwestie. Verweerster heeft klager enkele maanden bijgestaan bij een kwestie rondom zijn verblijfsvergunning. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een onafhankelijke verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen. De raad oordeelt dat verweerster klager voldoende heeft voorgelicht. Zij heeft dit echter onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Hoewel zij klager niet meer bijstond in verband met zijn verblijfsstatus, had zij dit toch moeten doen, omdat zij het belang van klager bij een onafhankelijke verblijfsvergunning kenden en op de hoogte was van zijn situatie. De raad acht de klacht gegrond, maar legt geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:158 Raad van Discipline Amsterdam 26-094/A/A

    Raadsbeslissing; klacht (deels) gegrond. Verweerder heeft een marktplaatsaccount aangemaakt onder een valse naam, met als doel aankopen te doen bij verkopers die mogelijk inbreuk maakten op het merkrecht van zijn cliënte zonder bekend te maken dat hij de advocaat van deze cliënte was. Daarmee heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Op het moment dat de feiten waar de klacht op ziet zich voordeden was verweerder pas vier maanden advocaat en werkte hij onder verantwoordelijkheid van zijn patroon. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de aan hem verweten werkwijze gangbare praktijk is binnen zijn kantoor en zijn patroon heeft dat bevestigd. Hoewel verweerder in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen ziet de raad in deze specifieke omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:234 Hof van Discipline 's Gravenhage 260270

    Verzoek om verwijzing klacht op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet afgewezen. De voorzitter constateert dat de klachten van klager betrekking hebben op procedurele voorschriften van de deken die bedoeld zijn om het klachtonderzoek door de deken op zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het klachtrecht is niet bedoeld om dergelijke voorschriften/beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een lopend klachtonderzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn klacht over bedoelde advocaten na afronding van het onderzoek door de deken, en na betaling van het griffierecht, door de deken ter kennis laten brengen van de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klager desgewenst ook naar voren brengen waarom het onderzoek door de deken naar de mening van klager niet deugt. Daarom zal de voorzitter de klachten over de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:152 Raad van Discipline Amsterdam 26-464/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij hem bij de rechtbank onterecht heeft beschuldigd van het uiten van bedreigingen richting haar cliënte. Klacht is kennelijk ongegrond. Alhoewel van een familierechtadvocaat een zekere terughoudendheid mag worden verwacht in het doen van uitlatingen, stond het verweerster in de omstandigheden van dit geval vrij om dit standpunt in het belang van haar cliënte naar voren te brengen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:165 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH

    Beslissing op verzet. Klaagster is lid van een VvE. Verweerster staat de VvE bij, maar ook de twee andere leden van de VvE. Klaagster heeft erover geklaagd dat dat niet kan. De voorzitter heeft de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. De raad acht het verzet gegrond. Uit de beslissing van de voorzitter blijkt niet dat hij heeft getoetst aan het kader dat door het hof van discipline is gegeven in ECLI:NL:TAHVD:2022:16. De raad verwijst de zaak naar een zitting voor de verdere behandeling van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263

    .

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:159 Raad van Discipline Amsterdam 26-114/A/A

    Raadbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager rechtstreeks te benaderen, terwijl zij wist dat hij werd bijgestaan door een advocaat. Daarnaast heeft zij zich in haar sommatiebrief ongepast en dreigend uitgelaten. Bij de bepaling van de maatregel heeft de raad meegewogen dat verweerster haar fout ten aanzien van het rechtstreeks aanschrijven van klager zelf heeft ingezien en na ontdekking heeft rechtgezet. Gelet daarop en mede in aanmerking nemend dat verweerster niet eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen, acht de raad de maatregel van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:235 Hof van Discipline 's Gravenhage 260257 260258

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:153 Raad van Discipline Amsterdam 26-459/A/A 26-462/A/A

    Voorzittersbeslissing; Twee opvolgende klachten over de advocaat wederpartij (van klagers ex-partner) in een familierechtszaak kennelijk ongegrond met waarschuwing misbruik van recht. Klager heeft inmiddels drie klachten ingediend over verweerder. De klachten betreffen stuk voor stuk de bijstand van verweerder aan de ex-partner van klager. De voorzitter is er ambtshalve mee bekend dat klager over de voormalig advocaat van zijn ex-partner ook vier klachten heeft ingediend. Klager is erop gewezen dat het tuchtrecht er niet voor is bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde soort klachten, aan de orde te stellen. Klager moet er daarom ernstig rekening mee houden dat een volgende klacht die op enigerlei wijze samenhangt met de eerder ingediende klachten, niet meer (inhoudelijk) in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-898/A/A

    Raadsbeslissing; zeer uitgebreide klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:154 Raad van Discipline Amsterdam 26-088/A/A 26-103/A/A

    Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerders in ieder geval tot en met 30 april 2025 feitelijk de advocaten waren van meerdere vennootschappen. Er bestond een risico op een belangenconflict. De raad is in deze zaak van oordeel dat klaagsters voldoende rechtstreeks belang hebben bij hun klacht en dat verweerders bij het verlenen van hun rechtsbijstand duidelijker hadden moeten zijn over de positie van de onderlinge vennootschappen en de gevolgen van een eventueel tegenstrijdig belang tussen de partijen. Toen dat tegenstrijdig belang zich eenmaal had geopenbaard hadden verweerders dit op tafel moeten leggen en hierover in openheid met L. B.V. en de vennootschappen moeten overleggen. Door daar onvoldoende oog voor te hebben, hebben verweerders gehandeld op een wijze die botst met de kernwaardes van de advocatuur. De klacht is daarom gegrond. De raad legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.