Zoekresultaten 1-20 van de 46698 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:34 Raad van Discipline Amsterdam 25-907/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Door verweerster is terecht aangevoerd dat zij als advocaat van de wederpartij van klaagster de door haar cliënte verstrekte gegevens heeft uitgewerkt in de brief van 2 april 2025 aan klaagster. Verweerster mocht daarbij uitgaan van de juistheid van deze door haar cliënte verstrekte gegevens. Dat er voor verweerster aanleiding bestond om aan de inhoud hiervan in redelijkheid te twijfelen en daarom te controleren, heeft klaagster niet onderbouwd en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Het stond klaagster daarnaast vrij om inhoudelijk op de brief van verweerster reageren en het niet eens te zijn met de door verweerster namens haar cliënte uitgewerkte gegevens en sommatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:35 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijn overschrijding (artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/765649 / DW RK 25/67 BB/SM

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder een onjuiste beslagvrije voet heeft berekend en niet reageert op het verzoek van klager om herziening van de beslagvrije voet. De voorzitter heeft de klacht ongegrond verklaard. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766554 DW RK 25/97 BB/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder weigert het gemotiveerde verzoek van klaagster tot opheffing van het beslag aan de opdrachtgever voor te leggen. De reden voor het niet voorleggen heeft er (primair) mee te maken dat klaagster terugvalt op inhoudelijke argumenten die reeds in de kort geding procedure aan de orde zijn geweest. Deze argumenten zijn bekend en hebben in een eerder stadium niet geleid tot opheffing van het beslag. Overigens bestaan tussen de gerechtsdeurwaarder en de opdrachtgever afspraken op welke gronden (dergelijke) verzoeken worden voorgelegd aan de opdrachtgever. De kamer volgt de gerechtsdeurwaarder in diens standpunt. Het tuchtrecht dient er niet voor inhoudelijke bezwaren (opnieuw) over het voetlicht te brengen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:30 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over een advocaat in andere hoedanigheid (redacteur juridisch tijdschrift). Niet gebleken is dat verweerder met zijn nevenwerkzaamheden als redacteur het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:31 Raad van Discipline Amsterdam 25-912/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geprobeerd aan zijn zorgplicht te voldoen, nadat hij had begrepen dat er mogelijk fatale termijnen liepen die nog gered konden worden. Klaagster stelt dat het door verweerder gelegde contact met de Belastingdienst prematuur was, maar daarvan was volgens verweerder geen sprake en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Als 23 april 2025 de laatste dag van een lopende bezwaartermijn zou zijn geweest, had verweerder mogelijk verwijtbaar gehandeld als hij niet meteen op die dag bezwaar had ingediend. Een advocaat mag zich daarbij niet enkel op interpretaties van niet professionele anderen verlaten, maar dient zelf vast te stellen of er mogelijk termijnen lopen. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening ondermaats is geweest. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:32 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerder ondermaats is geweest. Naar het oordeel van de voorzitter is door verweerder gemotiveerd betwist dat hij klager onder druk zou hebben gezet en hem zou hebben opgedragen om ter zitting te zwijgen. Dit volgt ook niet uit de inhoud van het proces-verbaal van de zitting. Hieruit blijkt dat ter zitting ook door klager het woord is gevoerd en dat door verweerder (uitgebreid) verweer is aangedragen. Daarbij heeft klager, blijkens het proces-verbaal, ter zitting desgevraagd naar voren gebracht dat de zitting ook buiten aanwezigheid van een tolk, mocht doorgaan. Het besluit om de zitting voort te zetten, is hierop door de rechtbank genomen. Ook ten aanzien van dit onderdeel kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:39 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Niet is komen vast te staan dat verweerster onzorgvuldig is omgegaan met de vertrouwelijke stukken van klager in een bestuursrechtelijke procedure. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover klager de juridische zorgvuldigheid en professionaliteit van verweerster in twijfel trekt, geldt dat dit een aangelegenheid is tussen verweerster en haar cliënte waar klager als wederpartij buiten staat. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:33 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft zijn advies aan klager uitgelegd. Dat waren geen dreigementen van verweerder, maar een juridisch advies. Dat klager zich hierdoor onder druk gezet heeft gevoeld, is vervelend maar dit betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat verweerder de “beschuldigingen van de IND” namens klager zomaar zou hebben geaccepteerd en niet heeft betwist, is de voorzitter niet gebleken. Het verwijt dat verweerder met de IND zou hebben samengewerkt, in plaats van de belangen van klager te behartigen, mist feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het indienen van een klacht over verweerder is niet het ge-eigende middel om de wijze van behandeling van verweerder van het (naar het hof begrijpt) gehonoreerde verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat ter discussie te stellen. Klager dient zich hierover te verstaan met verweerder. Er is ook geen wettelijke grondslag op grond waarvan het hof aan klager een advocaat kan aanwijzen of daaromtrent aanwijzingen kan geven aan verweerder. Het is verder voor het hof onvoldoende duidelijk geworden op welke wijze verweerder volgens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, waarmee het ook voor verweerder onduidelijk is waartegen hij zich dient te verweren.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8435

    Klacht tegen gz-psycholoog kennelijk ongegrond. Klager verblijft op longstay-afdeling. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk vluchtgevaar heeft geuit. Niet gebleken is dat verweerster zich bij het geven van een advies zou hebben laten leiden door verkeerde informatie. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klager nog steeds wenst in te zetten op curatieve behandeling, kan verweerster van het karakter van de gesprekken geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt gezien het hoofddoel van verblijf op de longstay-afdeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9161

    Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk. RTG kan alleen binnen de wettelijk gestelde kaders met de door klager genoemde informatie opvragen bij het BIG-register. Naam beklaagde is niet herleidbaar tot BIG-geregistreerde zorgverlener. Daarnaast zijn de feiten en gronden waarop de klacht berust, niet vermeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9064 en H2025/9367

    Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verblijft in Penitentiaire Inrichting en klaagt over de invulling van zijn verlofregeling en over de tijdsduur van zijn verjaardagsfeest. Geen betrekking op de individuele gezondheidszorg. Geen rol van GZ-psycholoog.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8122

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verblijft op longstay-afdeling. Klacht over het besluit tot plaatsing in afzondering kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betreft niet een beoordeling van de gezondheidstoestand van klager dan wel een handelen dat zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Klacht over valse beschuldiging van vluchtgevaar en het ontbreken van gesprekken met een psycholoog of psychiater kennelijk ongegrond. Gegeven advies over vluchtgevaar navolgbaar en deugdelijk onderbouwd. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klager nog steeds wenst in te zetten op curatieve behandeling, kan verweerster van het karakter van de gesprekken geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt gezien het hoofddoel van verblijf op de longstay-afdeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8123

    Klacht tegen verpleegkundige, werkzaam als zorgmanager. Klager verblijft op longstay-afdeling. Klacht over het besluit tot plaatsing in afzondering kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betreft niet een beoordeling van de gezondheidstoestand van klager dan wel een handelen dat zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Klacht over tunnelvisie, valse beschuldiging van vluchtgevaar en het ontbreken van gesprekken met een psycholoog of psychiater kennelijk ongegrond. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk vluchtgevaar heeft geuit. De beslissing tot het opleggen van inperkende maatregelen is niet door verweerster genomen zodat zij daaromtrent niet tuchtrechtelijk kan worden aangesproken. Verweerster is verder niet verantwoordelijk voor de vormgeving van de behandeling van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-804/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-622/DH/DH/D

    Raadsbeslissing. Gegrond dekenbezwaar over kwaliteit van dienstverlening van de advocaat. Over een lange periode zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde interventies hebben niet voorkomen dat in mei 2025 toch weer een vergelijkbare melding over verweerster is ontvangen. Die meldingen gingen met name over het onaangekondigd niet verschijnen op zitting, ook in zaken met een verschijningsplicht, zoals strafzaken tegen minderjarigen. Verder laat de schriftelijke vastlegging aan cliënten te wensen over. Verweerster erkent dat zij hierin tekort is geschoten. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-370/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:56 Hof van Discipline 's Gravenhage 250171

    Deze uitspraak is een tussenbeslissing. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem in meerdere procedures heeft bijgestaan. Klacht is door de raad deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Gelet op het dossier en het onderzoek ter zitting heeft het hof alvorens een beslissing te kunnen nemen behoefte aan een nadere reactie van de deken op het gevoerde dekenaal onderzoek. Daartoe heeft het hof in deze tussenbeslissing een aantal vragen en opdrachten opgenomen met het verzoek aan de deken hierop te reageren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-575/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerster is tekortgeschoten in die bijstand en heeft de belangen van klager in ernstige mate verwaarloosd. Zij heeft de zaak onvoldoende (met klager) voorbereid, heeft niets schriftelijk vastgelegd en is niet ter zitting verschenen. Ook in hoger beroep heeft zij klager niet gewezen op de gevolgen van het vonnis, waaronder het aflopen van de voorlopige hechtenis. Verweerster toon nauwelijks inzicht in de laakbaarheid van haar handelen. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.