ECLI:NL:TGZRSHE:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9161
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:37 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 18-02-2026 |
| Datum publicatie: | 18-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/9161 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk. RTG kan alleen binnen de wettelijk gestelde kaders met de door klager genoemde informatie opvragen bij het BIG-register. Naam beklaagde is niet herleidbaar tot BIG-geregistreerde zorgverlener. Daarnaast zijn de feiten en gronden waarop de klacht berust, niet vermeld. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Voorzittersbeslissing van 18 februari 2026 op de klacht van:
[A],
in zijn hoedanigheid van mentor over [B],
wonende in [C],
klager,
tegen:
[D],
werkzaam in [E],
verweerster.
1. De procedure
De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 24 oktober 2025;
- de USB-stick, ontvangen op 24 oktober 2025;
- de brief van 21 november 2025 van de secretaris aan klager;
- de brief van 6 december 2025 met bijlagen, ontvangen van klager op 9 december
2025;
- de brief van 23 december 2025 van de secretaris aan klager;
- de brief van 11 januari 2026, ontvangen van klager op 13 januari 2026.
2. Overwegingen
2.1 Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen,
waaronder de
naam van de aangeklaagde persoon en de vermelding van de feiten en gronden waarop
de klacht berust.
Zo wordt in artikel 65 lid 2 Wet BIG jo artikel 4 lid 1 Tuchtrechtbesluit bepaald
wat er precies in
het klaagschrift moet worden opgenomen. Dat zijn in ieder geval de feiten en de
gronden waarop de
klacht berust. Ook dient volgens voornoemde artikelen de naam, het werkadres en,
voor zover bekend,
het woonadres van degene over wie wordt geklaagd in het klaagschrift te worden opgenomen.
Artikel 5
Tuchtrechtbesluit bepaalt dat, indien het klaagschrift niet voldoet aan artikel
4
Tuchtrechtbesluit, het tuchtcollege de klager meedeelt in hoeverre het klaagschrift
onvolledig is
en wordt klager uitgenodigd het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen.
Ten slotte
bepaalt artikel 47 Wet BIG dat alleen kan worden geklaagd over personen die – kort
gezegd –
BIG-geregistreerd zijn.
2.2 De secretaris van het college heeft geconstateerd dat het klaagschrift niet
aan de hiervoor
genoemde eisen voldeed. Daarop heeft de secretaris van het college klager bij brief
van 21 november 2025 gevraagd om een aantal vragen te beantwoorden, waaronder de vraag
naar de naam, het beroep, de BIG-registratie van de aangeklaagde zorgverlener en de
vraag wat de klacht precies inhoudt (de zogenoemde gronden van de klacht). Klager
heeft daarna de naam van de aangeklaagde persoon genoemd. Met deze naam kon echter
geen zorgverlener in het BIG-register worden gevonden.
Bij brief van 23 december 2025 heeft de secretaris klager nogmaals gevraagd de overige
vragen in de
bief van 21 november 2025 te beantwoorden. Klager heeft echter niet of onvoldoende
antwoord gegeven
op de vragen. Hij heeft in zijn brief van 11 januari 2026 wel aangegeven dat de
zorgverlener geen
BIG-registratie heeft.
2.3 Hoewel het RTG, indien het klaagschrift en de aanvullingen daarop voldoende
informatie
bevatten om de gegevens van een verweerder te kunnen opvragen, met de door klager
genoemde gegevens
informatie kan opvragen bij het BIG register, geldt dat het RTG dit alleen kan doen
binnen de in
voornoemde artikelen gestelde kaders. In onderhavige zaak bevatten noch het klaagschrift
noch de
aanvullende stukken voldoende informatie om deze te kunnen herleiden naar een BIG-geregistreerde
persoon. Ook klager geeft aan dat volgens hem de betreffende persoon niet BIG-geregistreerd
is. Dat
betekent dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn klacht nu het geen BIG-geregistreerde
persoon betreft. Ook overigens is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht
omdat niet is
voldaan aan het verzoek om de feiten en de gronden te benoemen. Dat betekent dat
de klacht niet
inhoudelijk kan worden beoordeeld.
3. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.
Aldus gedaan op 18 februari 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk,
voorzitter, in tegenwoordigheid van C.W.M. Hillenaar, secretaris.