ECLI:NL:TGZRSHE:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8123
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:40 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 18-02-2026 |
| Datum publicatie: | 18-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8123 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen verpleegkundige, werkzaam als zorgmanager. Klager verblijft op longstay-afdeling. Klacht over het besluit tot plaatsing in afzondering kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betreft niet een beoordeling van de gezondheidstoestand van klager dan wel een handelen dat zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Klacht over tunnelvisie, valse beschuldiging van vluchtgevaar en het ontbreken van gesprekken met een psycholoog of psychiater kennelijk ongegrond. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk vluchtgevaar heeft geuit. De beslissing tot het opleggen van inperkende maatregelen is niet door verweerster genomen zodat zij daaromtrent niet tuchtrechtelijk kan worden aangesproken. Verweerster is verder niet verantwoordelijk voor de vormgeving van de behandeling van klager. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 18 februari 2026 op de klacht van:
[A],
verblijvende in [B],
klager,
tegen
[C],
verpleegkundige,
werkzaam in [B],
verweerster,
gemachtigde mw. mr. P.H.N Keuning, werkzaam in Amsterdam.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager verblijft sinds december 2021 in een kliniek op basis van een strafrechtelijke
maatregel van tbs met dwangverpleging. Verweerster is als zorgmanager werkzaam op
de afdeling waar
klager verblijft. Klager klaagt erover dat hij gedurende drieënhalf jaar geen gesprekken
heeft
gehad met een psycholoog of psychiater en dat de zorgmanager misbruik maakt van
haar machtspositie
door klager zonder gegronde reden zeer lang en buitenproportioneel in afzondering
op te sluiten.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat klager deels kennelijk niet-ontvankelijk
is in zijn
klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent
dat het niet
nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht
niet gegrond
kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 5 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 6 mei 2025;
- de brief van 15 mei 2024 van de secretaris aan klager;
- de brief van klager ontvangen op 28 mei 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 30 september
2025;
- de brief van 3 oktober 2025 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerster;
- de brief van 20 oktober 2025 met bijlagen, ontvangen van de gemachtigde van verweerster.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
heeft beoordeeld op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager is op basis van een strafrechtelijke maatregel van tbs met dwangverpleging
bij diverse
klinieken geplaatst. Sinds 24 mei 2022 is sprake van langdurige forensische psychiatrische
zorg.
Klager verblijft nu in een kliniek waar ook verweerster werkzaam is.
3.2 Per 16 augustus 2024 kreeg klager een maatregel afzondering opgelegd. Op de
kamer van klager
waren spullen aangetroffen die bij het behandelteam hebben geleid tot het sterke
vermoeden dat
klager bezig was met het plannen van een ontvluchting. De maatregel is een aantal
keer verlengd en
op 11 maart 2025 beëindigd. Klager heeft toen de maatregel afdelingsarrest gekregen.
Dit betekende
dat klager continu wordt begeleid buiten de afdeling en een op maat gemaakt programma
heeft.
4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1 Klager verwijt verweerster dat zij:
(a) zonder grondslag of vorm van bewijs hem onrechtmatig langdurig op afzondering
dan wel separatie
heeft geplaatst;
(b) een tunnelvisie heeft en hem vals beschuldigt van vermoedelijk vluchtgevaar;
(c) niet heeft gezorgd dat klager binnen de kliniek waar hij verblijft inhoudelijke
gesprekken heeft gehad met een
psycholoog en/of psychiater.
4.2 Verweerster heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren,
omdat deze
hoofdzakelijk betrekking heeft op de aan klager opgelegde maatregelen. Er is geen
sprake van een
klacht over de individuele gezondheidszorg. Over het opleggen van de maatregelen
heeft verweerster
overigens ook niet beslist. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk
beoordeelt, heeft
verweerster het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Klager heeft in reactie hierop gesteld dat verweerster als zorgmanager de
verantwoordelijkheid voor de zorg heeft en aldus verantwoordelijk is voor het langdurig
plaatsen in
afzondering en het voeren van slechts één gesprek.
4.4 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 Het college komt tot het oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is
in klachtonderdeel
a. Op grond van artikel 47 juncto artikel 1 van de Wet op de Beroepen in de individuele
Gezondheidszorg (Wet BIG) kan slechts worden geklaagd over handelingen op het gebied
van de
individuele gezondheidszorg die rechtstreeks betrekking hebben op een persoon en
ertoe strekken
diens gezondheid te bevorderen of te bewaken, dan wel te beoordelen. Het Centraal
Tuchtcollege voor
de Gezondheidszorg heeft in een aantal uitspraken de lijn uitgezet, dat wanneer
het niet gaat om de
beoordeling van de gezondheidstoestand van een patiënt, het handelen van de zorgverlener
niet onder
het tuchtrecht valt. Het besluit tot afzondering is een ordemaatregel, genomen in
het kader van de
orde en veiligheid van de penitentiaire inrichting. Het betreft ook een gevolg dat
is veroorzaakt
door het handelen van klager, namelijk het overtreden van een aantal in de inrichting
geldende
regels. Dit besluit betreft niet een beoordeling van de gezondheidstoestand van
klager dan wel een
handelen dat zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Over het besluit
kan klager
klagen bij de beklagcommissie. Van die mogelijkheid heeft klager blijkens het dossier
ook
daadwerkelijk gebruik gemaakt. Het college verklaart klager gelet op het vorenstaande,
niet-ontvankelijk in klachtonderdeel a.
5.2 Het college zal klachtonderdelen b en c wél beoordelen. Anders dan verweerster
heeft
aangevoerd is klager in die klachtonderdelen namelijk ontvankelijk. Verweerster
heeft weliswaar als
verpleegkundige geen behandelrelatie met klager, maar haar handelen als zorgmanager
kan wel
weerslag hebben op de individuele zorgverlening aan klager.
5.3 De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verpleegkundige. Bij de
beoordeling wordt
rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Klachtonderdeel b (verweerster heeft een tunnelvisie en beschuldigt klager vals van
vermoedelijk
vluchtgevaar)
5.4 Het college oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld. De
beoordeling van het vluchtgevaar van klager is verricht door het multidisciplinair
team van de
longstay-afdeling waar klager verblijft. Anders dan klager heeft gesteld kan niet
worden
vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk
vluchtgevaar
heeft geuit. De beslissing tot het opleggen van inperkende maatregelen op
16 augustus 2024 en 19 augustus 2024 is niet door verweerster genomen, zodat zij
daaromtrent niet
tuchtrechtelijk kan worden aangesproken.
5.5. Wel staat vast dat verweerster met betrekking tot de beslissing tot separatie
van
9 december 2024 met klager heeft gesproken en zijn mening heeft gevraagd. Verweerster
is dan ook
wel betrokken geweest bij deze beslissing. Anders dan klager kennelijk bedoelt,
heeft verweerster
deze beslissing uiteindelijk genomen nadat door het multidisciplinair behandelteam
een inschatting
was gemaakt van het risico. Verweerster mocht op deze inschatting afgaan en er is
naar het oordeel van het college ook sprake van een navolgbaar en deugdelijk onderbouwde
inschatting. Klachtonderdeel b is daarom kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel c (verweerster zorgt niet dat klager inhoudelijke gesprekken heeft
met een
psycholoog of psychiater)
5.6 Verweerster is, zo blijkt uit de stukken, niet verantwoordelijk voor de vormgeving
van de
behandeling van klager. Het college is ook anderszins niet gebleken dat verweerster
daarvoor
verantwoordelijk is. Klachtonderdeel c is daarom kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klager kennelijk niet-ontvankelijk
is ten aanzien van
klachtonderdeel a en dat klachtonderdelen b en c kennelijk ongegrond zijn.
1. De beslissing
Het college:
- verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in klachtonderdeel a;
- verklaart klachtonderdelen b en c kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 18 februari 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van
Meerwijk,
voorzitter, G.P. Haas en A. Petiet, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
G.J. Stoepker, secretaris.