ECLI:NL:TGZRSHE:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8435

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:41
Datum uitspraak: 18-02-2026
Datum publicatie: 18-02-2026
Zaaknummer(s): H2025/8435
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen gz-psycholoog kennelijk ongegrond. Klager verblijft op longstay-afdeling. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk vluchtgevaar heeft geuit. Niet gebleken is dat verweerster zich bij het geven van een advies zou hebben laten leiden door verkeerde informatie. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klager nog steeds wenst in te zetten op curatieve behandeling, kan verweerster van het karakter van de gesprekken geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt gezien het hoofddoel van verblijf op de longstay-afdeling.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 18 februari 2026 op de klacht van:

[A],
verblijvende in [B],
klager,

tegen

[C],
gz-psycholoog,
destijds werkzaam in [B],
verweerster,
gemachtigde mw. mr. P.H.N Keuning, werkzaam in Amsterdam.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1   Klager verblijft sinds december 2021 in een kliniek op basis van een strafrechtelijke 
maatregel van tbs met dwangverpleging. Klager klaagt erover dat verweerster hem onrechtmatig 
beschuldigt en ten onrechte problematiek benoemt waardoor de rechter bij vonnis van 18 maart 2025 
de tbs met twee jaar heeft verlengd. Klager verwijt verweerster voorts dat zij geen gesprekken met 
hem voert, zich door de verkeerde mensen laat voorlichten en zich laat leiden door 
dossierinformatie die is opgesteld door niet-gedragsdeskundigen.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is 
gekomen.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 29 april 2025;
-  het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 26 juni 2025;
-  het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 30 september 2025;
-  de brief van 3 oktober 2025 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerster;
-  de brief van 20 oktober 2025 met bijlagen, ontvangen van de gemachtigde van verweerster;
-  de brief van 10 november 2025, ontvangen van klager.

2.2   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klager is op basis van een strafrechtelijke maatregel van tbs met dwangverpleging bij diverse 
klinieken geplaatst. Sinds 24 mei 2022 is sprake van langdurige forensische psychiatrische zorg. 
Klager verblijft nu in een kliniek waar ook verweerster werkzaam is.

3.2   Per 16 augustus 2024 kreeg klager een maatregel afzondering opgelegd. Op de kamer van klager 
waren spullen aangetroffen die bij het behandelteam hebben geleid tot het sterke vermoeden dat 
klager bezig was met het plannen van een ontvluchting. De maatregel is een aantal keer verlengd en 
op 11 maart 2025 beëindigd. Klager heeft toen de maatregel afdelingsarrest gekregen. Dit betekende 
dat klager continue wordt begeleid buiten de afdeling en een op maat gemaakt programma heeft.

3.3  Bij uitspraak van 18 maart 2025 heeft de rechtbank [-----] de termijn van de tbs van
klager verlengd met twee jaar. Verweerster heeft ten behoeve van de procedure die leidde tot deze 
uitspraak een beschrijvende diagnose gesteld. Daarin heeft zij de problematiek van klager 
uitgebreid onderbouwd.

4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1  Klager klaagt verwijt verweerster dat:
(a) zij hem onrechtmatig beschuldigt en ten onrechte problematiek benoemt waardoor de rechter bij uitspraak van
     18 maart 2025 de tbs met twee jaar heeft verlengd;
(b) zij geen inhoudelijke gesprekken met hem voert;
(c) zij zich door de verkeerde mensen laat voorlichten en zich laat leiden door dossierinformatie die is opgesteld door
     niet-gedragsdeskundigen.

4.2  Verweerster heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1  De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende gz-psycholoog. Bij de beoordeling wordt 
rekening gehouden met de voor de gz-psycholoog geldende beroepsnormen en andere professionele 
standaarden.

5.2  Het college oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Klachtonderdelen a en c (verweerster beschuldigt klager onrechtmatig en laat zich leiden door 
verkeerde informatie)
5.3   Het college kan klager niet volgen in zijn stelling dat verweerster hem onrechtmatig heeft 
beschuldigd. In haar rapportage van 7 oktober 2024 is verweerster op basis van haar expertise, 
eerdere behandelinformatie en (zoals gebruikelijk) met inachtneming van informatie uit het 
multidisciplinair behandelteam tot een gemotiveerd en onderbouwd advies gekomen. Niet gebleken is 
dat zij zich daarbij zou hebben laten leiden door verkeerde informatie. Dat verweerster niet alleen 
een rapport uit 2024 gebruikt, maar ook een rapport uit 2020, is navolgbaar. De rapporten uit 2020 
en 2024 staven overigens beide de conclusies van verweerster. Verweerster heeft haar eigen 
afwegingen gemaakt en die gemotiveerd toegelicht. Het getuigt van zorgvuldigheid dat verweerster 
ook de informatie heeft meegenomen die zij van de medewerkers van de kliniek heeft ontvangen, nu 
zij daarmee een zo breed mogelijk beeld van klager heeft kunnen geven. Vast staat dat verweerster 
werkt in een multidisciplinair team, onder leiding van een behandelcoördinator. Het beleid ten 
aanzien van klager wordt dan ook mede bepaald door de observaties van en monitoring door alle 
deelnemers aan het multidisciplinaire team, in samenwerking met het afdelingspersoneel. Dat zijn 
telkens medewerkers met specialistische gedragskundige kennis van zaken. Hoewel klager op zichzelf 
terecht stelt dat van dit team geen psycholoog deel uitmaakt, kan dat enkele feit niet leiden tot 
een tuchtrechtelijk verwijt aan het adres van verweerster.

Klachtonderdeel b (verweerster voert geen inhoudelijke gesprekken met klager)
5.4   Naar het oordeel van het college is klager in klachtonderdeel b niet-ontvankelijk, omdat dit 
klachtonderdeel niet verschilt van klachtonderdeel c in de procedure met nummer H2025/8122, waarin 
heden eveneens uitspraak is gedaan. Het college kan niet tweemaal dezelfde klacht in behandeling 
nemen. Dit betekent dat de klacht niet inhoudelijk zal worden beoordeeld.

Slotsom
5.5   Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klager in klachtonderdeel b niet-ontvankelijk is en 
dat de klachtonderdelen a en c kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in klachtonderdeel b;
-  verklaart klachtonderdelen a en c kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 18 februari 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk, voorzitter, Ch. Oele en M.J.E. Lemmens, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door G.J. 
Stoepker, secretaris.