We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 21401-21450 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-061

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen voormalig advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Dat verweerster niet heeft gereageerd en de verzochte informatie niet heeft verschaft is niet tuchtrechtelijk laakbaar, onder meer omdat klager deze informatie op een andere wijze had kunnen ontvangen en verweerster de zaak inmiddels had overgedragen. Rechtsgebied: civiel overig.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 053/2018

    Drie samenhangende klachten tegen psychiaters. Aan klager is een eerder aanvulling op de klacht terug gestuurd wegens onacceptabel (seksueel getint) taalgebruik. Klager stuurt een nieuwe aanvulling op de klacht. Naar het oordeel van het college moet een (onder)grens worden getrokken aan hetgeen als acceptabel woordgebruik is te beschouwen. En deze moet van meet af aan duidelijk zijn. Het woordgebruik in de gewijzigde aanvulling op de klacht nog steeds onacceptabel. Klager wordt daarom in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:224 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-269

    Tussenbeslissing. Na de tussenbeslissing van 3 oktober 2016, met daarin een onderzoeksopdracht aan de deken, heeft de oorspronkelijk klaagster op 22 december 2016 haar klacht ingetrokken. De raad is, na het horen van de deken en verweerder, van oordeel dat in dit geval van de bevoegdheid op grond van artikel 47a lid 3 Advocatenwet gebruik moet worden gemaakt om de behandeling van de klachtzaak voort te zetten om redenen aan het algemeen belang ontleend omdat de klacht raakt aan de kernwaarden van de advocatuur, te weten die van onafhankelijkheid en (financiële) integriteit. Verweerder wordt verweten 1) op te treden als advocaat van de vennootschap terwijl hij tevens op dat moment bestuurder van die vennootschap was, zonder dat vooraf kenbaar te maken, 2) niet duidelijk te zijn over zijn hoedanigheid en daarmee in strijd handelt met gedragsregel 29, 3) zijn medewerking te verlenen aan het opzetten van een aantal schijnconstructies met als vooropgezet doel de verhaalsmogelijkheden van onder meer klaagster illusoir te maken. Voorts is verweerder ter zitting verweten te handelen in strijd met de Wwft en het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de aard van de verweten gedragingen, alsmede de mate waarin mogelijkerwijs de kernwaarden zijn geschonden, bestaat er naar het oordeel van de raad een noodzaak om de behandeling voort te zetten in de stand waarin de zaak zich bevond. De deken wordt in deze tussenbeslissing opgedragen om het hem eerder opgedragen onderzoek (verder) te verrichten en daarvan verslag te doen aan de raad, waarna een voortgezette mondelinge behandeling zal worden bepaald.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-696

    Klager verwijt verweerder dat er onvoldoende voortgang zat in de behandeling van de letselschadezaak en dat hij hem onvoldoende heeft geïnformeerd. Uit de diverse brieven in het dossier is de raad gebleken dat er geen sprake van gebrek aan voortvarendheid aan de zijde van verweerder noch van een gebrek aan informatie daarover. Dit verwijt is daarom onterecht. Ook klaagt klager over de financiële gang van zaken in deze kwestie. In onderhavige zaak heeft verweerder naar het oordeel van de raad klager inderdaad onvoldoende inzicht gegeven in de door verweerder gewenste wijze van betaling voor zijn werkzaamheden. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond. Klager meent ook dat verweerder ten onrechte beweerde dat hij op grond van de gesloten opdrachtovereenkomst gerechtigd was voorschotten van de verzekeraar van de wederpartij te verrekenen met openstaande kosten waaronder zijn declaratie. Klager heeft daarin gelijk. Uit de vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline blijkt dat de voorgeschreven instemming van de cliënt met verrekening van derdengelden in het algemeen niet vooraf kan worden verkregen. Verweerder heeft voorts gedreigd om zijn werkzaamheden voor klager te staken indien klager de declaratie niet zou betalen c.q. niet zou instemmen met verrekening van de ontvangen voorschotten met zijn declaraties. Door zo te handelen heeft verweerder niet op de zorgvuldige manier gehandeld als betamelijk is. Dit deel van de klacht is daarom gegrond. Het verwijt van klager dat verweerder het dossier ten onrechte onder zich zou hebben gehouden toen een andere advocaat de behandeling van de letselschadezaak overnam is niet juist. Verweerder heeft hierover de deken ingeschakeld en conform diens aanwijzingen vervolgens gehandeld. Ook stelt klager dat de door verweerder toegezonden declaratie geen factuur is omdat er geen factuurnummer is vermeld. Dat is juist en naar het oordeel van de raad in strijd met de zorgvuldigheid die advocaten in financiële aangelegenheden dienen te betrachten. Verweerder krijgt een voorwaardelijke schorsing van 4 weken opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:49 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-143/DB/LI

    Geen advocaat-cliënt relatie tot stand gekomen. Advocaat was derhalve niet gehouden de belangen van klager te behartigen. Een niet verleende opdracht kan niet onrechtmatig worden beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-66

    Klager verwijt de notaris het volgende: 1. de notaris heeft klager niet gekend in de uitgebrachte dagvaarding en het vonnis van 22 maart 2017. Ook heeft er geen hoor-en wederhoor plaatsgevonden inzake deze dagvaarding. De notaris heeft klager niet geïnformeerd als belanghebbende en beslaglegger. Klager is door de notaris niet in de gelegenheid gesteld te reageren; 2. de notaris heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering van [X]. De notaris was verplicht om klager op de hoogte te stellen van de dagvaarding, omdat klager een procedure heeft lopen bij de Rechtbank Limburg en bij de Rechtbank in Tongeren tegen de ongewilde executie; 3. de notaris heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een notaris mag worden verwacht. De notaris heeft in zijn handelen gefaald en de belangen van klager uit het oog verloren; 4. klager is niet gekend in de akte houdende verklaring van betaling inzake het Object die door de notaris is opgesteld; 5. er was al zoveel tijd verstreken tussen de executie op 11 oktober 2011 en 2 augustus 2016, toen de notaris door [X]werd gedagvaard, dat de belangen die er speelden hadden moeten leiden om tegen de leveringshandeling in verweer te komen waardoor de vordering van [X] niet zou worden toegewezen. Dat heeft de notaris nagelaten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 047/2018

    Drie samenhangende klachten tegen psychiaters. Aan klager is een eerder aanvulling op de klacht terug gestuurd wegens onacceptabel (seksueel getint) taalgebruik. Klager stuurt een nieuwe aanvulling op de klacht. Naar het oordeel van het college moet een (onder)grens worden getrokken aan hetgeen als acceptabel woordgebruik is te beschouwen. En deze moet van meet af aan duidelijk zijn. Het woordgebruik in de gewijzigde aanvulling op de klacht nog steeds onacceptabel. Klager wordt daarom in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 159/2017

    Klacht tegen neuroloog. Verweerder deed het eerste consult. Patiënt kreeg uiteindelijk de diagnose tethered cord. Achteraf bleek een osteosarcoom met uitzaaïngen, waaraan patiënt is overleden. Verweerder heeft, hoewel hij verschijnselen heeft genoteerd die konden passen bij een maligniteit, de oorzaak van de klachten op goede gronden in een andere richting mogen zoeken. Daarbij heeft hij een open blik gehouden. Hij heeft aanvullend onderzoek met contrast aangevraagd en is verder niet meer betrokken geweest bij de behandeling van patiënt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-194

    Belangenconflict. Vaststaat dat verweerder aanvankelijk voor klaagster en haar toenmalige (2e) echtgenoot is opgetreden als advocaat. Verweerder is daarna de belangen van haar 2e echtgenoot gaan behartigen in diens echtscheidingsprocedure tegen klaagster, onder meer vanwege persoonlijke betrokkenheid bij hem. Verweerder beroept zich daarbij op daartoe verkregen toestemming van klaagster. Naar het oordeel van de raad had verweerder, ondanks de toestemming van klaagster om (alleen) in de echtscheidingsprocedure tegen haar op te mogen treden, ook toen al zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat moeten nemen door niet de belangen van de 2e echtgenoot van klaagster te gaan behartigen, juist omdat hij al eerder in familierechtelijke sfeer voor hen samen had opgetreden. Verweerder had zich in elk geval in de procedures ná de echtscheidingsprocedure tegen klaagster als advocaat van zijn cliënt moeten terugtrekken omdat hij, zoals hiervoor uiteengezet, naar het oordeel van de raad daartoe niet al op voorhand toestemming van klaagster heeft gekregen zoals bedoeld in lid 6 van gedragsregel 7. Geen sprake van de uitzonderingssituaties als bedoeld in lid 5 van gedragsregel 7. Alhoewel verweerder heeft betwist vertrouwelijke informatie, waarover hij beschikte, ook tegen klaagster te hebben gebruikt, had de omstandigheid dat hij daarover beschikte hem ervan moeten weerhouden om voor de 2e echtgenoot op te treden tegen klaagster. Klacht in zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 158/2017

    Klacht tegen arts in opleiding tot neurochirurg. Patiënt kreeg de diagnose tethered cord. Achteraf bleek een osteosarcoom met uitzaaïngen, waaraan patiënt is overleden. Aangezien de klachten ook konden passen bij een tethered cord en de conclusie van divers beeldvormend materiaal was dat er geen sprake was van een maligniteit, is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 157/2017

    Klacht tegen neurochirurg. Patiënt kreeg de diagnose tethered cord. Achteraf bleek een osteosarcoom met uitzaaïngen, waaraan patiënt is overleden. Aangezien de klachten ook konden passen bij een tethered cord en de conclusie van divers beeldvormend materiaal was dat er geen sprake was van een maligniteit, is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:316 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-269

    Tussenbeslissing. Advocaat wederpartij wordt verweten mee te werken aan diverse constructies, onder meer via stromannen, om verhaalsmogelijkheden van klaagster illusoir te maken op vermogen van (inmiddels) ex-cliënt van verweerder. Onduidelijkheid over rol van verweerder als bestuurder van een aantal vennootschappen van die ex-cliënt. Sprake van strijd met de Wwft? Beroep door verweerder op zijn geheimhoudingsplicht jegens ex-cliënt maakt voor raad nader onderzoek door deken noodzakelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 256/2017

    Klacht tegen psychotherapeut ongegrond. Er is geen sprake is van een door verweerster eenzijdig beëindigde behandelingsovereenkomst. Zij heeft terecht de frequentie van de schematherapie aan de orde gesteld en met klager naar een voor hem juiste vervolgbehandeling willen kijken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-269

    Eindbeslissing over de door de deken tegen verweerder voortgezette klacht op grond van artikel 47a Advocatenwet. De bevindingen uit het namens de deken verrichte onderzoek naar verweerder worden door de raad tot de zijne gemaakt. Het enkele feit dat verweerder twee hoedanigheden had, zowel advocaat van zijn cliënt als bestuurder van de vennootschap van die cliënt, levert nog geen tuchtrechtelijk verwijt op. Of het niet op voorhand op eigen initiatief melden van die twee hoedanigheden aan de advocaat van de wederpartij tuchtrechtelijk verwijtbaar is, kan in het midden blijven, nu uit het dossier is gebleken dat dat feitelijk al bekend was bij de advocaat van de wederpartij, terwijl het bovendien ook uit openbare registers kenbaar was. De onderhavige kwestie ziet volgens de raad niet op de klassieke situatie waarop gedragsregel 29-1992 betrekking heeft, nu verweerder zich niet tevens als bestuurder van de vennootschap heeft opgesteld jegens de oorspronkelijk klaagster. Verdere verwijten dat verweerder heeft meegewerkt aan schijnconstructies ten behoeve van zijn cliënt en bewust onjuiste informatie heeft verstrekt, is feitelijk niet komen vast te staan. Evenmin is feitelijk komen vast te staan, eveneens op grond van de bevindingen van de deken, dat sprake is van geconcretiseerde verwijten aan verweerder die de financiële integriteit raakten. De raad oordeelt de klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 054/2018

    Drie samenhangende klachten tegen psychiaters. Aan klager is een eerder aanvulling op de klacht terug gestuurd wegens onacceptabel (seksueel getint) taalgebruik. Klager stuurt een nieuwe aanvulling op de klacht. Naar het oordeel van het college moet een (onder)grens worden getrokken aan hetgeen als acceptabel woordgebruik is te beschouwen. En deze moet van meet af aan duidelijk zijn. Het woordgebruik in de gewijzigde aanvulling op de klacht nog steeds onacceptabel. Klager wordt daarom in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:71 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-028/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-044/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:75 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-543

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Klager is het met de voorzittersbeslissing niet eens maar heeft verzuimd gronden van verzet aan te voeren. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:72 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1020/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-058/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Uit het dossier blijkt dat verschillende contactmomenten hebben plaatsgevonden tussen klager en verweerder. Er heeft een intakegesprek plaatsgevonden en klager en verweerder hebben bovendien op diverse momenten telefonisch en per e-mail contact gehad. Verweerder heeft ook vragen van klager beantwoord en hem geadviseerd. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is de voorzitter van oordeel dat er wel degelijk een opdracht tot stand is gekomen, zodat het verweerder was toegestaan om klager een declaratie te zenden. Van een advocaat kan niet worden verlangd dat hij voor een cliënt werkzaamheden verricht zonder dat daar een financiële vergoeding tegenover staat. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-167

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Het betreft een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en terecht geoordeeld dat de advocaat binnen de grenzen van zijn vrijheid is gebleven. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:73 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-171/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-286

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en is op grond daarvan tot een juist oordeel gekomen. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-140/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1021/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1181

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-818/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1098

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:76 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-890/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-122/DH/RO-a-b

    Dekenbezwaar ongegrond. Verweerders hebben in strijd met de in de PI geldende regels beeld- en geluidsopnames gemaakt van hun cliënt die zij in de PI bezochten. Alleen verweerster 2 heeft kennis kunnen nemen van de in de PI geldende regels. Het is niet gebruikelijk dat in PI's regels gelden ten aanzien van met maken van opnames. Verweerders hadden begrijpelijke redenen voor het maken van de opnames. Verweerster heeft aan de aanwezige medewerker gevraagd of opnames gemaakt mochten worden en heeft zich gehouden aan de door de medewerker gestelde voorwaarde. De opnames waren niet in strijd met de wens van de cliënt van verweerdere. Na een klacht van de directeur van de PI over de gang van zaken hebben verweerders hun excuses gemaakt. Niet is gebleken dat de orde en veiligiheid in de PI in het geding is gekomen door de opnames.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:73 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-469

    Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure. De weigerachtige houding van klaagster maakte dat verweerster namens haar cliënt mocht gaan procederen. Van een agressieve of grievende wijze van procederen door verweerster is de raad niet gebleken. Klaagster heeft nog gesteld dat verweerster zich in privé niet passend heeft gepresenteerd. De raad slaat geen acht op de door klaagster van internet (Facebook) gehaalde (privé)foto’s van verweerster. Deze worden bij de beoordeling buiten beschouwing gelaten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:70 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-498/DH/RO-a-b-c

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-901/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:74 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-145

    Klacht tegen eigen advocaat in echtscheidingsprocedure. De raad oordeelt klaagster wel ontvankelijk in haar klacht, ook nu het klachtrecht volgens de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst (schikking) is uitgesloten. Verweerster heeft klaagster voldoende geïnformeerd over de mogelijke intrekking van de toevoeging en dat klaagster dan alsnog de declaraties zelf moest voldoen. Geen onterechte beslaglegging door verweerster nu klaagster de indruk heeft gewekt de declaraties van verweerster niet tijdig te zullen betalen. Verder heeft de raad niet kunnen vaststellen dat verweerster bewust informatie heeft achtergehouden en dat klaagster daardoor de schikking onder valse voorwendselen is aangegaan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:65 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-098/DH/DH

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17239

    Arts die verzekeringsgeneeskundige werkzaamheden uitvoerde, wordt verweten dat hij klager, die voor 57% arbeidsongeschikt was, ten onrechte en zonder het opvragen van informatie bij klagers behandelend artsen volledig arbeidsgeschikt heeft bevonden. Criteria rapportage. De arts kwam in afwijking van de recente beoordeling uit 2017 tot een vermindering van eerder aangenomen beperkingen zonder de door klager aangegeven toename van klachten te toetsen aan actuele gegevens vanuit de behandelende sector en bood daarmee de basis voor een herbeoordeling waarbij niet langer recht op een uitkering bestond. De arts toetste de in de rapportage opgenomen prognose van behandelmogelijkheden voor klager evenmin aan de ervaringen en wetenschap van de behandelende sector. Onzorgvuldige formuleringen in de rapportage. Nagelaten eigen waarnemingen en meningen te toetsen aan de behandelende sector. Onvoldoende zelfreflectie. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-397/DH/DH-a

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-397/DH/DH-b

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-458/DH/DH

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-706/DH/DH-a-b

    Verweerders hebben een verbinding gemaakt tussen het afzien van aanspraak van klaagster op proceskosten en een tuchtklacht tegen mr. T. Hiermee hebben zij de grens van hetgeen tuchtrechtelijk geoorloofd is overschreden. Hun excuses zijn gemaakt na het indienen van een tuchtklacht en doen niet af aan de laakbaarheid van de gedraging. De raad acht de maatregel van waarschuwing aan mr. K en aan mr. B passend.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:46 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-852/DB/ZWB

    Verweerder heeft mededelingen gedaan aan de rechter waarvan hij de onwaarheid kende dan wel behoorde te kennen. Stellingen geponeerd die haaks staan op in andere procedure namens dezelfde cliënt geponeerde stellingen, in die procedure ook door de cliënt onder ede bevestigd. Voorts heeft verweerder relevante informatie achtergehouden en heeft hij belet dat de rechter recht zou doen op basis van alle relevante informatie. Deels gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken. Verkorting termijn 8a tot twee jaar. Proceskosten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:62 Raad van Discipline Amsterdam 17-650/DH/DH

    Verweerster heeft een fout gemaakt en heeft klager daarvan te laat in kennis gesteld. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar en de klacht is gegrond. De raad ziet evenwel grond om aan verweerster geen maatregel op te leggen. Hiervoor is redengevend dat verweerster herhaaldelijk haar excuses heeft gemaakt aan klager en dat zij inzicht toont in haar eigen gedragingen. Verweerster heeft verder correct en zorgvuldig gehandeld nadat zij klager op de hoogte had gesteld over de onfortuinlijke gang van zaken. Doorslaggevend voor de beslissing om aan verweerster geen maatregel op te leggen is evenwel dat dat verweerster ter zitting te kennen heeft gegeven een second opinion over de kans van slagen van het hoger beroep van klager tot een bedrag van maximaal € 1.000,- te willen financieren.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17179

    Verzekeringsarts wordt verweten dat hij ongeldige, eenzijdige en niet onafhankelijke rapportages over klager heeft opgesteld. Persoonlijke verwijtbaarheid. Verweerder was ten volle verantwoordelijk voor de beoordeling van de medische aspecten, niet voor juridische merites van de bezwaarprocedure. Criteria rapportage. Niet gebleken van ondeugdelijke en onzorgvuldige rapportages. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:47 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-853/DB/ZWB

    Stellingen geponeerd die haaks staan op in andere procedure namens dezelfde cliënt geponeerde stellingen, in die procedure ook door de cliënt onder ede bevestigd. Voorts heeft verweerder relevante informatie achtergehouden en heeft hij belet dat de rechter recht zou doen op basis van alle relevante informatie. Deels gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken. Verkorting termijn 8a tot twee jaar. Proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/159

    Cardioloog schrijft op verzoek van de klachtencommissie een advies over een klachtzaak. Deze rapportage voldoet niet aan de eisen die aan een deskundigenrapport worden gesteld. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-258

    Klacht gerechtigdheid nabestaanden. Niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/160

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is ziek uitgevallen voor werk en in dat kader door verweerder begeleid. Klager is van mening dat verweerder onvoldoende inlichtingen heeft ingewonnen en onvoldoende overleg met klagers behandelend psycholoog heeft gehad. Ook wilde verweerder de adviezen van de behandelend psycholoog niet overnemen. Voorts is verweerder blijven aandringen op re-integratie op het moment waarop klager daartoe niet in staat was. Verweerder heeft eveneens de impact van het ontstane arbeidsconflict op klagers psychische gezondheid onderschat. Daarnaast heeft verweerder onjuiste informatie verstrekt in zijn ‘medisch eindoordeel’ en hij heeft geweigerd dit op verzoek van klagers moeder te wijzigen. Het college is van oordeel dat de verwijten niet terecht zijn en dat de klacht daarmee ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:61 Raad van Discipline Amsterdam 17-826/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft kantonrechter niet onjuist geïnformeerd. De raad acht het inkopiëren van de voormalig advocaat van klager in de e-mail van verweerder aan klager in de geschetste omstandigheden onvoldoende ernstig om tuchtrechtelijk verwijtbaar te zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 238/2017

    Verweerder heeft erkend dat hij uiteindelijk de controle over de uitvoering van de behandeling van klaagster (en zijn andere patiënten) is kwijtgeraakt. Hij is ernstig tekort geschoten in de (continuïteit van de) zorg voor klaagster. Verweerder heeft door de hem verweten gedragingen – de wijze waarop hij de praktijk uitoefende, het niet functioneren als hulpverlener, het gebrek aan continuïteit van zorg voor een kwetsbare patiënt – het vertrouwen in de beroepsgroep ernstig ondermijnd. Verweerder, die heeft benoemd psychotisch te zijn geweest en met waangedachten te hebben gekampt, heeft hieraan geen consequenties verbonden maar bleef met de zichzelf (op naam van anderen) voorgeschreven medicatie aan het werk zonder professionele hulp of intervisie. Tenslotte konden patiënten hem helemaal niet meer bereiken. De praktijk is nog steeds niet afgebouwd en ook failliet. Verweerder meent dat hij ondanks dit alles, het voortdurende gebruik van medicatie en het feit dat hij niet hersteld is - van een aanvang van de gestelde behandeling is niet gebleken – in staat is om patiënten te behandelen. Het college is van oordeel dat de gedragingen van verweerder zodanig in strijd zijn met hetgeen van een goede zorgverlener, die de zorg heeft voor een kwetsbare groep patiënten, verwacht mag worden dat alleen de zwaarste maatregel, te weten doorhaling van de inschrijving, passend en geboden is om te voorkomen dat patiënten aan die gedragingen worden blootgesteld. Het belang van de bescherming van de individuele gezondheidszorg (artikel 48, lid 7 en 8 wet BIG) vordert voorts dat deze doorhaling zal worden gecombineerd met een onmiddellijke schorsing als hieronder weergegeven. Publicatie.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:18 Accountantskamer Zwolle 17/718 en 17/719 Wtra AK

    Klacht tegen controlerend accountant van entiteit over de in de jaarrekening opgenomen vordering in rekening-courant (uit hoofde van lening aan de STAK in verband met inkoop certificaten van aandelen door de STAK) ongegrond. Betrokkene heeft het opnemen van de post gelet op de gegevens waarover hij beschikte aanvaardbaar kunnen achten. Voor de wijze van verantwoording van de vordering is op de STAK is niet van belang of de aandeelhouders van de entiteit hebben ingestemd met de lening aan de STAK. Klacht dat in de jaarrekening had moeten worden vermeld dat de besluitvorming met betrekking tot de lening nog bekrachtigd had moeten worden door de aandeelhoudersvergadering is dan ook ongegrond.