Zoekresultaten 21001-21050 van de 47604 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:87 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180005

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van een civiele procedure tegen de Staat. De deken heeft een advocaat aangewezen. Deze advocaat heeft de bijstand beëindigd vanwege het ontbreken van vertrouwen van klager in haar. Daarop heeft klager de deken verzocht zijn beslissing om de advocaat aan te wijzen te herroepen en een nieuw, vervangend besluit te nemen en aan hem een advocaat aan te wijzen. De deken heeft het verzoek afgewezen. Klager is niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen de toewijzende beslissing van de deken omdat de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid om hier tegen op te komen. Van een verkapte afwijzing is geen sprake. Het beklag tegen de afwijzende beslissing van de deken is ongegrond. Door zijn ondoordachte handelwijze heeft klager zichzelf in de situatie gebracht dat hij geen advocaat heeft. Het beroep van klager op het Unierecht gaat niet op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 275/2017

    Klacht tegen verzekeringsarts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster was als praktijkopleider bij de zaak betrokken. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet is onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-695

    Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure deels gegrond. Verweerster heeft klager geen redelijke termijn gegund om aan het arrest te voldoen door al na zes dagen na het arrest beslag te (laten) leggen, terwijl klager volgens het arrest binnen één maand na betekening daarvan bij pensioenfondsen informatie diende in te winnen om daarna tot betaling over te gaan. Het beslag is te snel (ontijdig) gelegd en heeft een escalerende werking gehad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:94 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170297

    Niet is gebleken dat advocaat zich onvoldoende voor zijn cliënt heeft ingespannen. Advocaat heeft zijn cliënte herhaaldelijk voorgehouden dat de verleende toevoeging na verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap kon worden ingetrokken. Toezending van de declaratie bij afwikkeling van de zaak, maar nog voordat de toevoeging definitief is ingetrokken is niet wenselijk, maar onder vermelde omstandigheden niet dusdanig verwijtbaar dat dit de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.175

    Klacht tegen tandarts. Klaagster kwam bij verweerder (tandarts) voor een second opinion omdat bij haar de hoektanden niet waren doorgekomen en zij daar pijnklachten van ondervond. Bij klaagster zijn door verweerder in samenwerking met een kaakchirurg twee tanden getrokken teneinde de hoektanden vrij te leggen en door te laten komen. Hoektand 23 stond na enkele maanden in de juiste positie. Hoektand 13 kwam niet door waarna met verschillende technieken is getracht deze alsnog door te laten komen. Later bleek dat deze ankylotisch was en dat het zeer moeilijk zou zijn om die tand verder te laten doorkomen. Na een woordenwisseling met verweerder is klaagster overgestapt naar een andere orthodontist. De klacht van klaagster houdt in dat verweerder: I. geen duidelijk behandelplan met klaagster heeft besproken of dit niet heeft opgesteld; II. zijn orthodontische team en de bij de behandeling betrokken specialisten onvoldoende heeft gecoördineerd; III. klaagster niet overeenkomstig de professionele standaard heeft behandeld IV. klaagster niet heeft geïnformeerd over de risico’s en de duur van de behandeling en onvoldoende heeft gedaan om haar schade te besparen; V. klaagster onheus heeft bejegend; VI. niet heeft meegewerkt aan klaagsters verzoek om naar een andere orthodontist over te stappen. Het RTG wijst de klacht af. Klaagster komt van klachtonderdelen I t/m IV in beroep. Het CTG verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:88 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180111

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft de deken verzocht om een cassatieadvocaat aan te wijzen om het door klager zelf bij de Hoge Raad ingediende cassatieverzoek te ondertekenen en via het web-portaal van de Hoge Raad in te dienen. De deken heeft het verzoek afgewezen op de grond dat klager twee advocaten bereid heeft gevonden hem bij te staan in de cassatiezaak door hem te adviseren, maar dat hij de uitkomst van de bijstand in de vorm van de verstrekte adviezen niet wenst te aanvaarden. Klager heeft geen, althans onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld, waaruit blijkt dat de adviezen onjuist zijn en dat is de deken ook op andere wijze niet gebleken. Het beklag is ongegrond, aangezien klagers doel (een rechtsmiddel instellen tegen de uitspraak van het gerechtshof) vanwege het verstrijken van de door de Hoge Raad verleende termijn niet meer bereikt kan worden en de deken het verzoek van klager op juiste gronden heeft afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 274/2017

    Klacht tegen arts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster heeft het spreekuur gedaan en de zaak voorafgaand en na afloop van het spreekuur met haar praktijkopleider doorgenomen. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat zij bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet heeft onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:331 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170328

    De beoordeling van de raad sluit volgend het hof niet aan op de klachtonderdelen. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat verweerder klaagster niet heeft gewezen op de noodzaak om een deskundige in te schakelen. Verweerder heeft zich volgens klaagster in een procedure begeven, waarvan hij niet alle finesses doorzag en aldus een bepaald component niet heeft meegenomen in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in appel te beperken tot hetgeen door de kantonrechter was vastgesteld (aan de subsidiaire vordering kwam de kantonrechter niet toe). Klaagster heeft niet weersproken dat voor haar het onderwerp van de primaire vordering het belangrijkst was. Voorts staat voor het hof genoegzaam vast dat klaagster door verweerder voldoende is gewezen om een deskundige te raadplegen. Het valt verweerder echter te verwijten dat hij zijn cliënte niet de vereiste duidelijkheid heeft verschaft dat een eventuele deskundige opinie gereed moest zijn vóór de memorie van grieven, om een en ander in appel nog aan de orde te kunnen stellen. Dat klaagster heeft ingestemd met de memorie van grieven maakt zulks niet anders. Klacht deels gegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-077

    Klacht tegen advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk (verjaard) nu klagers al in 2010 of 2012 het vermoeden hadden dat verweerder wist van de schijnconstructie die klagers financieel heeft benadeeld. Het arrest van het gerechtshof uit 2016 (veroordeling cliënten verweerder wegens onrechtmatige schijnconstructie) doet daaraan niet af. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.350

    Het Centraal Tuchtcollege overweegt in dit kader dat er in gevallen als de onderhavige aan de orde vanuit mag worden gegaan dat de mentor de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. In onderhavige geval is niet gebleken van dergelijke omstandigheden en heeft de mentor bij brief bericht geen toestemming te verlenen voor het indienen van klachten over de verzorging van hun beider moeder. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:82 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180039

    Verzoek aanwijzing advocaat (art. 13 Advocatenwet). Beklag. Klaagster heeft de deken verzocht een advocaat aan te wijzen om haar belangen te behartigen met betrekking tot de letselschade die is ontstaan na een ongeval. De deken heeft dit verzoek afgewezen, omdat hij een procedure kansloos acht. Het hof acht deze grond ontoereikend, omdat het besluit van de deken op twee gedachten hinkt (enerzijds wordt het verzoek afgewezen omdat niet gevergd kan worden dat de deken een advocaat aanwijst voor een kansloze procedure, anderzijds opent de deken de mogelijkheid een advocaat aan te wijzen die bereid is contact op te nemen met de wederpartij van klaagster om te vernemen of het gedane aanbod nog openstaat), het schriftelijk advies van de door de deken benaderde advocaat voor de beoordeling van de slagingskansen ontbreekt, dit advies niet is gegeven op basis van een compleet dossier en niet concludent is. Het hof kan niet vaststellen dat de procedure die klaagster zou willen voeren geen kans van slagen heeft. Het beklag is gegrond en het hof verwijst de zaak terug naar de deken teneinde opnieuw op het verzoek van klaagster te beslissen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:95 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180107

    Voorzittersbeslissing. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod (46h lid 7 Advocatenwet), nu de brief van klager enkel een betwisting van de inhoudelijke beslissing van de raad bevat en niets is gesteld over een schending van de fundamentele rechtsbeginselen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.272

    K lager werkt als tandarts. Verweerder, ook tandarts, werkt als tandheelkundig adviseur in loondienst bij een zorgverzekeraar. Als tandheelkundig adviseur werkt hij mee aan de formele en materiële controles van tandartspraktijken. Deze controles hebben tot doel de rechtmatigheid van de in rekening gebrachte prestaties en de doelmatigheid van de geleverde zorg na te gaan. Verweerder is betrokken bij een materiële controle van de praktijk van klager. Er is besloten tot een detailcontrole in verband met geconstateerde afwijkingen met betrekking tot de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door klager vervaardigde röntgenfoto’s. Klager wilde niet meewerken aan de controle. In dit kader is de zorgverzekeraar overgegaan tot het aanschrijven van de individuele verzekerden (ook minderjarigen) met het verzoek om toestemming te geven tot inzage in hun medisch (tandheelkundig) dossier. Klager verwijt verweerder dat hij ten onrechte meent dat het niet aan hem is om zich als tandheelkundig adviseur uit te laten over de wijze waarop zijn werkgever omgaat met medische machtigingen voor minderjarigen en dat hij, indien er fouten zouden zijn gemaakt bij die machtigingen, hierbuiten zou staan. Het Regionaal Tuchtcollege beantwoordt de door klager ingediende klacht niet inhoudelijk, omdat nader is gebleken dat voor de controle in deze zaak geen machtigingen van de patiënten of hun vertegenwoordigers noodzakelijk waren en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege beantwoordt de klacht wel inhoudelijk en komt tot de conclusie dat de door verweerder gebruikte machtigingen niet voldoen aan de uit de artikelen 7:447 en 7:450 BW voortvloeiende vereisten. Ten aanzien van minderjarigen van 16 en 17 jaar volstaat een handtekening van henzelf en is een handtekening van hun wettelijk vertegenwoordiger(s) niet aan de orde. Voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar volgt uit artikel 7:450, tweede lid, BW dat zowel aan de patiënt als aan de wettelijk vertegenwoordiger(s) toestemming dient te worden gevraagd. Ten slotte vloeit uit de rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege voort dat de hulpverlener die een machtiging verstuurt of laat versturen dient te bewaken dat zo’n machtiging voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:77 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170318

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De raad heeft de klacht deels ongegrond en deels gegrond verklaard. Verweerder is in zijn beroep niet-ontvankelijk, omdat het beroep is ontvangen ruim na het verstrijken van de beroepstermijn. Het beroep van klaagster faalt en het oordeel van de raad wordt bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:80 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170296

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij en zijn (latere) kantoorgenoot. Klagers hebben hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bij de beoordeling van het hoger beroep in ogenschouw genomen dat zware beschuldigingen worden geuit aan verweerders, die betwist worden en in rechte niet zijn vastgesteld. Klachtonderdelen die betrekking hebben op gedragingen in periode waarin de advocaat nog geen advocaat was zijn niet-ontvankelijk. Voor het overige zijn de klachten ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170320

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De enkele uitspraak van een lagere rechter in een andere zaak noopte niet tot het doen van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek, laat staan tot het inroepen van de nietigheid van een beding in de samenlevingsovereenkomst. Verweerster heeft evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in reconventie in te stellen en producties zonder toelichting in het geding te brengen. Het behoort tot verweersters vrijheid om de slagingskans van een eis in reconventie in te schatten en in geval van een negatief oordeel daarvan af te zien. Ook in hoger beroep is niet komen vast te staan dat verweerster een ongeoorloofde druk op klager heeft uitgeoefend om akkoord te gaan met de schikking. Klacht ongegrond. Bekrachtiging. Het verzoek van klager tot schadevergoeding en betaling van een voorschot wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614742 / DW RK 16/967

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op e-mailberichten. Klacht gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614817 / DW RK 16/977

    Klaagster maakt bezwaar tegen het bankbeslag en de daarbij in rekening gebrachte kosten. De beslagvrije voet bij het gelegde beslag onder de belastingdienst is ten onrechte op nihil gesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld nadat klaagster hem hierop heeft gewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft in strijd met artikel 8 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders gehandeld. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614732 / DW RK 16/966

    De gerechtsdeurwaarder heeft het gelegde derdenbeslag niet binnen de wettelijke termijn van acht dagen aan klager betekend. Klacht gegrond met maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-03 "2017.V8-Guardian"

    Op donderdag 29 juni 2017 omstreeks 13.21 uur lokale tijd liep de Guardian met een snelheid van ongeveer 14 knopen op een ondiepte nabij het eiland Storfosna in Noorwegen. Het schip raakte daarbij zodanig beschadigd dat in ieder geval de machinekamer en een deel van de accommodatie vol liepen met water en de pompen aan boord niet in staat waren om dit bij te houden. De bemanning heeft uiteindelijk het schip via het reddingsvlot verlaten. Het schip is niet gezonken en later vervoerd naar Nederland. Niemand raakte gewond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621634 / DW RK 17/8

    Verzet. Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen het maken van foto's van haar inboedel tijdens het leggen van beslag. Klaagster stelt dat het betreffende arrest niet executabel is omdat er geen bedrag in het dictum is vermeld. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-04 "2017.V7-Sea Bronco"

    Op 23 december 2016 vond in de haven van Vlissingen aan boord van het schip Sea Bronco een ernstig ongeval plaats, waarbij de eerste stuurman ernstig hoofdletsel opliep. Op het moment van het ongeval was de Sea Bronco aan het afmeren langszij een andere sleepboot, de Sea Bulldog. Een koplijn was reeds vastgemaakt en een bemanningslid was op het achterdek bezig met de achtertros. Betrokkene, kapitein van de Sea Bronco, was vanuit de achterzijde van de brug bezig om een tros, bevestigd aan de sleepdraad, met de sleepwinch strak te trekken. Deze tros was door het latere slachtoffer om de middenbolder van de Sea Bulldog gelegd. Op het moment dat de tros strak kwam te staan, stopte betrokkene niet op tijd met halen op de winch, waardoor de tros brak. Het slachtoffer werd getroffen door het rondzwiepende eind van de gebroken tros.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:58 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam /13/623991 / DW RK 17/155

    Verzet. De klacht gaat over een periode van meer dan drie jaar geleden. Klaagster kan niet meer worden ontvangen in de klacht. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-244

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Na het vallen van glas op de teen van klaagster, had de huisarts niet kunnen volstaan met de controle of de wond goed verzorgd was. Hij had ook moeten onderzoeken of er functieverlies was van pees of zenuw. Ook had de huisarts geen toestemming om de brief met medische informatie over klaagster ter kennis aan de (al dan niet) partner van klaagster te brengen, temeer omdat klaagster uitdrukkelijk verzocht om een vertrouwelijke afhandeling. Niet is gebleken dat de huisarts de brieven niet beantwoordde, omdat hij zowel telefonisch als persoonlijk contact met klaagster zocht. Eerste twee klachtonderdelen gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/164

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar burn-outklachten niet serieus heeft genomen. Ook verwijt klaagster hem dat hij zich onprofessioneel heeft gedragen door (1) een andere bedrijfsarts te vertellen over de – volgens hem – benutbare mogelijkheden van klaagster en (2) op een behandeltraject aan te dringen bij een specifiek zorgcentrum, waarschijnlijk met een financieel oogmerk. Het college acht geen aanknopingspunten aanwezig voor de juistheid van de stellingen van klaagster. Om die reden wordt de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:96 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180057

    Voorzittersbeslissing. Appellanten worden niet ontvangen in hun hoger beroep tegen een beslissing van de raad, omdat zij als derdepartij geen appel kunnen instellen (vgl. 56 lid 1 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/32

    De klacht heeft betrekking op een bij een hond uitgevoerde TPO-operatie (Triple Pelvic Osteotomy). Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/476VP

    De IGJ dient een klacht in tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt verweerster dat zij ten opzichte van een patiënt de grenzen van de professionele relatie niet in acht heeft genomen door een intieme / seksuele relatie met de patiënt aan te gaan. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-019

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Dat de huisarts niet meteen een röntgenfoto van de neus heeft laten maken toen klager op de HAP verscheen met een scheur in zijn neus, is niet onzorgvuldig. De huisarts heeft in het dossier een herinnering aan de eigen huisarts van klager om later een röntgenfoto te laten maken aangetekend. Onheuse bejegening is niet vast komen te staan. Wel verwijtbaar is de nazorg met betrekking tot de wondlijm die in het oog van klager terecht is gekomen bij het dichtplakken van de snee op de neus. Hij heeft nagelaten klager te verwijzen naar een oogarts of de huisarts. Het advies om thuis het oog met water te spoelen was niet voldoende. Laatste klachtonderdeel gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/07

    Klager is van mening dat hij hoogstwaarschijnlijk lijdt aan Mucormycose (een zeldzame maar ernstige schimmelaandoening waarbij de bloedvatwanden van vooral de sinussen, hersenen en longen zijn aangetast) en hij wenst hiervoor een medicinale behandeling te krijgen. Verweerder heeft klager die behandeling geweigerd omdat er geen enkele aanwijzing is voor de diagnose Mucormycose en dat verwijt klager hem. De klacht is in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/394

    Klager dient mede namens zijn vrouw een klacht in betreffende de behandeling van hun zoon. De zoon van klagers is op 3 juni 2017 aan epilepsie overleden. Klager verwijt verweerder (neuroloog) onjuiste en onvolledige informatie te hebben verstrekt over de risico's van epilepsie. Tevens verwijten zij verweerder dat er geen lichamelijk onderzoek is verricht waardoor mogelijke hartproblemen niet zijn onderzocht. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-007

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft met zijn verklaring zoals gebruikt in de echtscheidingsprocedure niet gehandeld in strijd met de tweede tuchtnorm, omdat het geen gedragingen zijn die betrekking hebben op het verlenen van individuele gezondheidszorg of die een wezenlijke weerslag hebben op de individuele gezondheidszorg. Het feit dat de huisarts zich boven aan de brief als arts heeft gepresenteerd, maakt dit oordeel niet anders. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-289

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet is gebleken dat de bedrijfsarts dwingend of uit commercieel belang heeft verwezen naar een bepaalde psycholoog. Dat na verloop van tijd blijkt dat de behandeling van klaagster langduriger is dan destijds door de bedrijfsarts was ingeschat, maakt niet dat zij in maart 2017 met haar verwijzing naar een bepaalde psycholoog verwijtbaar heeft gehandeld. Anders dan klaagster betoogt kan de opgelopen v ertraging niet tot gevolg hebben dat het belastbaarheidsonderzoek wordt opgeschoven, dit dient voor het moment van 52 weken ziekte te zijn uitgevoerd. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/01

    Klager, een bedrijfsarts, is het niet eens met het door verweerder, een arts van het UWV, onder supervisie van een verzekeringsarts gegeven oordeel over klagers werkzaamheden ten behoeve van de begeleiding en re-integratie van een zieke werknemer. In het bijzonder kan klager zich niet vinden in het feit dat zijn inspanningen zijn geduid als ‘niet adequaat’. Volgens klager zou verweerder en met hem het UWV deze term niet mogen bezigen. Het college stelt vast dat de term ‘(niet) adequaat’ door het UWV is neergelegd in beleidsregels. Verweerder heeft de beoordeling verricht binnen de aan hem opgedragen taak en met inachtneming van deze beleidsregels van het UWV. Daarvan kan, zo oordeelt het college, verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De vraag of het UWV deze term in zijn beleidsregels mag opnemen en mag laten hanteren door zijn verzekeringsartsen kan het college niet beantwoorden. Het college oordeelt dat dit is voorbehouden aan de bestuursrechter. De klacht wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-247

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De verwijten omtrent de inhoud en wijze van de mondelinge communicatie kunnen zich moeilijk op juistheid laten beoordelen, de lezingen van partijen lopen uiteen. Verweerder heeft een adequate probleemanalyse van het fysieke spreekuur opgesteld. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-274

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft gelet op de beschikbaarheid van recente medische informatie in het dossier, de door klager tijdens het spreekuur verschafte informatie en tijdens het spreekuur verrichte onderzoek een consistent en inzichtelijke beoordeling gemaakt, waarop hij zijn conclusie dat er geen medische noodzaak bestond voor een bruikleenauto heeft kunnen baseren. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/02

    Klager, een bedrijfsarts, is het niet eens met het door verweerster, in haar hoedanigheid van supervisor van een verzekeringsarts van het UWV, gegeven oordeel over zijn werkzaamheden ten behoeve van de begeleiding en re-integratie van een zieke werknemer. In het bijzonder kan klager zich niet vinden in het feit dat zijn inspanningen zijn geduid als ‘niet adequaat’. Volgens klager zou verweerster en met haar het UWV deze term niet mogen bezigen. Het college stelt vast dat de term ‘(niet) adequaat’ door het UWV is neergelegd in beleidsregels. Verweerster heeft de beoordeling verricht binnen de aan haar opgedragen taak en met inachtneming van deze beleidsregels van het UWV. Daarvan kan, zo oordeelt het college, verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De vraag of het UWV deze term in haar beleidsregels mag opnemen en mag laten hanteren door zijn verzekeringsartsen kan het college niet beantwoorden. Het college oordeelt dat dit is voorbehouden aan de bestuursrechter. De klacht wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-276/DB/ZWB

    Feitelijke grondslag van de klacht is niet komen vast te staan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/475

    Klagers achten verweerder (gynaecoloog) hoofdverantwoordelijk voor het perinataal overlijden van hun dochter. Klagers verwijten verweerder dat hij alle zorg heeft onthouden en dat hun dochter tengevolge hiervan is overleden. Tevens verwijten zij hem het niet melden van het perinataal overlijden als calamiteit bij de IGZ. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-278

    Ongegronde klacht tegen een arts maatschappij en gezondheid. Klager wenste in aanmerking te komen voor ontheffing van het inburgeringsexamen, de arts heeft hiertoe een medisch rapport opgesteld. De arts heeft erkent feitelijke onjuistheden in het rapport te hebben opgenomen. Dit getuigt van slordigheid, maar niet dermate ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. De overwegingen konden wel uitvoeriger in het rapport kunnen worden verwoord, maar zij heeft verder een consistente en voldoende inzichtelijke beoordeling gemaakt dat er geen duidelijke medische aanwijzingen waren voor beperkingen op grond waarvan klager het inburgeringsexamen niet zou halen binnen vijf jaar. Een eventuele vertraging in de verzending van het rapport kan de arts niet worden aangerekend. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/96

    Klacht tegen huisarts. Verweerder is in het kader van een juridische procedure over de voogdij ten aanzien van de kinderen van klaagster en haar ex-echtgenoot gebeld door een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. Verweerder heeft desgevraagd informatie verstrekt over klaagster. De kinderen zijn vervolgens niet bij klaagster, maar bij haar ex-echtgenoot geplaatst. Klaagster verwijt verweerder dat hij (1) een onjuiste verklaring over haar heeft afgelegd en (2) zijn beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht is gegrond. Het college waarschuwt verweerder.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:2 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/3 2017/4 2017/5 2017/48

    Klachten tegen 4 dierenartsen die betrekking hebben op een bij een hond uitgevoerde laparoscopische sterilisatie, waarbij er in de visie van klaagster verwijtbaar onjuist c.q. nalatig moet zijn gehandeld, ook ten aanzien van de verleende nazorg, met het overlijden van de hond tot gevolg. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/451

    Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet heeft geïnformeerd over haar recht om in de eerste lijn te bevallen en zonder informatie en informed consent strippen heeft uitgevoerd. Verweerder voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:30 Accountantskamer Zwolle 17/2423 Wtra AK

    Door geen zorgtoeslag aan te vragen voor zijn cliënt heeft betrokkene het fundamentele beginsel ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA geschonden, zodat de klacht in zoverre gegrond wordt verklaard. In de specifieke omstandigheden van dit geval is naar het oordeel van de Accountantskamer echter sprake van een zodanig geringe (tuchtrechtelijke) verwijtbaarheid dat het opleggen van een maatregel niet aangewezen is.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:31 Accountantskamer Zwolle 17/1549 Wtra AK

    Op grond van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid dient een accountant voordat hij een opdracht tot het samenstellen van jaarrekeningen opzegt of wijzigt, eerst zijn bevindingen aan zijn opdrachtgever te rapporteren en deze voldoende duidelijk mede te delen welke gevolgen hij daaraan overweegt te verbinden. Standaard 4410 (zoals destijds geldend) bevat in paragraaf 14,15 en 16 specifieke regels voor het teruggeven van een samenstellingsopdracht. Betrokkene stelt dat hij de opdracht heeft teruggegeven althans dat de opdracht is gewijzigd. De Ack laat in het midden of voor het teruggeven voldoende grond was. Zij volstaat met de vaststelling dat betrokkene niet de in standaard 4410 voorgeschreven stappen heeft gevolgd alvorens de opdracht terug te geven. Betrokkene heeft zijn opdrachtgever ook niet voldoende duidelijk meegedeeld dat diens weigering om nadere informatie te verschaffen voor hem aanleiding zou zijn de opdracht niet verder uit te voeren en terug te geven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-062

    Voorzittersbeslissing. Niet is komen vast te staan dat verweerder (als advocaat van de ex-echtgenoot van klaagster in een strafzaak) klagers zwart heeft gemaakt of zich niet collegiaal heeft gedragen jegens de advocaat van klaagster door op de laatste termijndag en onaangekondigd hoger beroep in te stellen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:32 Accountantskamer Zwolle 17/2127 Wtra AK

    Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer voor de toetsing van de uitkomst van werkzaamheden van deze aard dat de accountant, die weet dat zijn rapportage dient ter publiekelijke ondersteuning van een standpuntinname door zijn opdrachtgever in een gerechtelijke procedure, in elk geval ervoor dient zorg te dragen dat zijn rapportage de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert. Van belemmering is sprake indien de inhoud van de rapportage, gelet op de voor de accountant beschikbare gegevens, onjuist of onvolledig is, indien de bevindingen of conclusies van het rapport een deugdelijke grondslag ontberen of indien het rapport ten onrechte geen duidelijke voorbehouden of beperkingen bevat. Een en ander vloeit voort uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De accountantsmededelingen waarover wordt geklaagd zijn opgemaakt voor de echtscheidingsprocedure van de opdrachtgeefster en hebben betrekking op de opgave van de opdrachtgeefster van haar prive-uitgaven in een bepaalde periode. De eerste mededeling houdt in dat op grond van de verstrekte dagafschriften niet is gebleken dat er bankafschrijvingen hebben plaatsgevonden die geen betrekking hebben op de kosten van de huishouding van de opdrachtgeefster, de tweede dat op grond van de verstrekte dagafschriften niet is gebleken dat er bankafschrijvingen hebben plaatsgevonden die geen betrekking hebben op de uitgaven van haar huishouding. Betrokkene heeft zijn interpretatie van het begrip kosten van de huishouding en van het begrip uitgaven van de huishouding niet duidelijk gemaakt en ook niet toegelicht waarom hij in de tweede mededeling het begrip uitgaven van de huishouding heeft gehanteerd. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/128

    Klagers, zus en neven van patiënt, verwijten de huisarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verzoek tot levensbeëindiging van patiënt en het opstarten van de euthanasieprocedure. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 341/2017

    Klacht tegen psychiater over (gedwongen) opname. Uitgaande van de (beperkt) beschikbare informatie kan niet worden geoordeeld dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van de (gedwongen) opname, de gedwongen medicatie en de tijdens de opname toegepaste dwangmiddelen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:33 Accountantskamer Zwolle 17/2433 Wtra AK

    Klagers zijn ontslagen door hun werkgever en hebben nadien een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij hun arbeidsovereenkomsten met wederzijds goedvinden zijn beëindigd. Een aantal medewerkers heeft daarna kenbaar gemaakt dat ze zich zorgen maken over de bedrijfscultuur. Betrokkene krijgt daarna de opdracht een onderzoek in te stellen. Hij spreekt in het kader van een onderzoek met verscheidene medewerkers en heeft kennisgenomen van documenten. Hij adviseert om geen nader onderzoek te laten instellen. In het rapport worden de namen van klagers genoemd. De eerste klacht houdt in dat betrokkene niet had mogen weigeren hen inzage te geven in het rapport en de daaraan ten grondslag liggende documenten. Betrokkene heeft inzage geweigerd omdat hij met zijn opdrachtgever is overeengekomen dat zijn advies alleen de opdrachtgever zal worden verstrekt. De Ack is van oordeel dat de Wet bescherming persoonsgegevens (ervan uitgaande dat sprake is van verwerking van persoonsgegevens) noch een beroeps- of gedragsregel een grondslag biedt voor wat klagers verlangen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter eerder heeft geoordeeld dat klagers geen rechtmatig belang hebben bij het beschikken over de gevraagde stukken en dat niet uitgesloten kan worden dat de belangen van de gesprekspartners met wie geheimhouding is afgesproken, zwaarder dienen te wegen dan het belang van klagers. Klacht ongegrond.