Zoekresultaten 21001-21050 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17258

    Klager had een aneurysma (AAA) van 53 mm. De vaatchirurg heeft een expectatief beleid niet met klager besproken, maar is meteen uitgegaan van een operatie. De radioloog had op grond van de CTA-scan een contra-indicatie gegeven voor een EVAR-procedure vanwege de conische hals van het aneurysma. Voorafgaand aan het gesprek met klager heeft er geen MDO plaatsgevonden. Tijdens het informed consent gesprek waren het advies en de berekeningen van de leverancier van de stent nog niet bekend en had ook de radioloog zijn visie (nog) niet gewijzigd. Klager i s daar niet op gewezen. De vaatchirurg is ook niet binnen de Instructions for Use van de leverancier gebleven. Te grote discrepantie. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-299

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Het College acht het voor de hand liggend dat de administratieve verwerking door het secretariaat plaatsvindt en verzending van het rapport aan klager valt dus buiten de verantwoordelijkheid van de psychiater, geen aanwijzing voor valsheid in geschrifte. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:222 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.534

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is twee maal uitgevallen voor zijn werk als meewerkend voorman schilder. Verweerder is werkzaam als verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV en heeft twee rapportages over klager uitgebracht. Klagers klacht is gericht tegen de wijze van totstandkoming en de beoordeling van deze twee rapportages. Klager verwijt de verzekeringsarts samengevat dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door geen eigen onderzoek te verrichten, dat hij onzorgvuldig is omgegaan met de feiten, dat hij zich had behoren te onthouden van de tweede rapportage over klager en dat zijn handelwijze onjuist, onzorgvuldig en onrechtmatig was en in strijd met de reeds jaren vaststaande jurisprudentie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:334 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 7574

    Verweerder heeft een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep van klager, omdat klager het beroepschrift in strijd met het Reglement van het hof niet in zevenvoud heeft ingediend. Dit beroep faalt, nu het betreffende voorschrift – dat overigens is ontleend aan art. 56 lid 3 van de Advocatenwet – slechts een orderegel bevat en geen ontvankelijkheidsvereiste is voor het hoger beroep. Het hoger beroep van klager slaagt niet. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:216 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.020

    Klacht tegen huisarts. Twee klagers hebben beiden een klacht ingediend tegen verweerder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft over de beide klachten in één beslissing uitspraak gedaan. In deze zaak verwijt klager verweerder in de kern dat hij in het dossier van een van zijn patiënten heeft genoteerd dat klager een pornoverleden heeft, zonder dat hij klager kent. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard. Ook in de zaak van de andere klager verklaart het Regionaal Tuchtcollege een klachtonderdeel gegrond en deze beide gegrondverklaringen tezamen leiden tot het opleggen aan verweerder van een waarschuwing. De huisarts komt in beide zaken tegen de gegrondverklaring in beroep. Het Centraal Tuchtcollege heeft de zaken in beroep afzonderlijk behandeld, vernietigt in deze zaak de beslissing in eerste aanleg en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2009:2 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5260

    De klacht van de deken dat de publiciteitsuiting van verweerder niet in overeenstemming is met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt en dat het gebruik van het visitekaartje het vertrouwen in de advocatuur schaadt, is ook in hoger beroep gegrond. Waarschuwing. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2013:377 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6530

    Klacht tegen deken dat hij klaagster ongemotiveerd heeft uitgesloten van rechtsbijstand door haar verzoek tot aanwijzing van een advocaat niet in behandeling te nemen. Nu de deken, na het verzoek om aanwijzing van een advocaat aanvankelijk buiten behandedingen te hebben gsteld, klaagster alsnog in de gelegenheid heeft gesteld een verzoek tot aanwijzing van een advocaat in te dienen, dat verzoek in behandeling is genomen en op dat dat verzoek een uitvoerig gemotiveerd beslissing is gegeven, kan alleen al daarom niet worden geoordeeld dat de deken zich zodanig heeft gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad en is van tuchtrechtelijk handelen geen sprake. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.346

    Klacht tegen oogarts. Bij klager is vanwege een netvliesloslating een plombe in het oog geplaatst. Toen klager later oogproblemen heeft verweerder voor wat betreft het al dan niet verwijderen van de plombe een afwachtend beleid gevoerd. Tien maanden na het laatste consult bij verweerder is de plombe verwijderd. Met zijn klacht verwijt klager verweerder in de kern dat hij na het verwijderen van de plombe op verschillende momenten heeft verzwegen dat hij eerder naar aanleiding van de door klager gemelde problemen aan zijn oog onjuist zou hebben gehandeld door een afwachtend beleid te voeren. Het Regionaal heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Nu het afwachtende beleid van de oogarts bij het Centraal Tuchtcollege geen vragen oproept oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de eerste vier klachtonderdelen bij gebrek aan feitelijke grondslag dienen te worden afgewezen. Het beroep van klager wordt daarom verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.545

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft zich ziek gemeld vanwege klachten van overspanning en burn-out. Klager is na zijn ziekmelding begeleid door de bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij 1) niet heeft gehandeld volgens de professionele standaard, zoals beschreven in de relevante richtlijnen, 2) een onjuiste c.q. geen diagnose heeft gesteld, 3) de diagnose van klagers behandelend psychiater heeft gemarginaliseerd en genegeerd, 4) onjuiste adviezen heeft gegeven ten aanzien van de behandeling en re-integratie van klager, 5) onvolledige en onjuiste rapportages en verklaringen heeft afgegeven, 6) dat hij de wettelijke meldingsplicht beroepsziekten niet heeft nageleefd, 7) dat hij op enig moment grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond, en 8) dat hij in een telefoongesprek met de verzekeringsarts onwaarheden heeft verteld over klager, zijn werk en zijn gezondheid en klager in een kwaad daglicht heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-030

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater is op goede gronden uitgegaan van de diagnose schizofrenie, behandeling met antipsychotica is passend bij de diagnose. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:217 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.050

    Klacht tegen oogarts. Klager heeft diverse hoorntransplantaties aan zijn linkeroog ondergaan. Na een door verweerder verrichte hoornvliestransplantatie in 2012 is klager, een dag na de operatie en nog tijdens zijn ziekenhuisopname, buiten bewustzijn geraakt en op de geopereerde zijde van zijn gezicht gevallen. Door de val is de operatiewond opengesprongen en is een bloeding achter het netvlies ontstaan. Klager is vervolgens met spoed geopereerd, onder ander door verweerder. Klager verwijt verweerder dat hij klager tweemaal een hoge dosis Diamox heeft gegeven. Volgens klager is er de dag na de operatie onvoldoende toezicht gehouden en is hij onvoldoende begeleid. Tevens verwijt klager verweerder dat hij na de val te lang allen is gelaten met een gewond en onbeschermd oog. Tot slot maakt klager verweerder het verwijt dat de verslalegging in de status niet juist is. Datzelfde geldt voor de weergave van het ongeluk door de klachtencommissie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.461

    Klacht tegen neuroloog. Klager werd in een periode van vier jaar meerdere keren door verweerder op het spreekuur gezien, aanvankelijk in verband met hoofdpijnklachten, toen een lange periode niet en uiteindelijk vanwege wegrakingen. Omstreeks dit laatste consult heeft verweerder zijn praktijk beëindigd. Klager verwijt verweerder dat hij onjuiste diagnoses heeft gesteld en ten onrechte medicatie heeft voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/330660 KL RK 17-208

    Klager vertegenwoordigt de belangen van diverse leden van de familie X. De familie X heeft in 1981 circa 46 ha grond in eigendom overgedragen aan Y. In die akte stonden een aantal bijzondere bepalingen opgenomen. De gronden die Y in 1981 van X heeft gekocht zijn op 8 december 2014 middels een akte van toedeling kavelruil, gepasseerd ten overstaan van de notaris, toebedeeld aan de CV. Klager is van mening dat de notaris zijn ministerie had moeten weigeren ten aanzien van de akte van 8 december 2014. Subsidiair is klager van mening dat de notaris meer onderzoek had moeten verrichten en meer subsidiair dat de notaris eerst had bij X had moeten nagaan of alle verplichtingen voortvloeiend uit de akte uit 1981 waren vervuld. De kamer is van oordeel dat de kavelruil een grote transactie betrof die met de grootst mogelijke aandacht en zorgvuldigheid voorbereid diende te worden. Bij de voorbereiding van de kavelruil kwam de akte uit 1981 aan bod. De akte uit 1981 betreft een complexe akte met een aantal bijzondere bepalingen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. De kamer rekent het de notaris aan dat hij, ondanks dat de bepalingen in de akte uit 1981 voor meerdere uitleg vatbaar waren en zonder hierover navraag te doen bij Y, de conclusie heeft getrokken dat de bepalingen onder H in de akte uit 1981 in samenhang dienden te worden gelezen met de bepalingen onder A en B in de betreffende akte. Hierdoor is de notaris onvoldoende nagegaan of hij in het belang van derden meer onderzoek had moeten doen waar het gaat om de bepalingen onder H. Het onderzoek door de notaris is gestopt na antwoord van Y over sub A en B, waarna de notaris wat betreft sub H zijn eigen idee heeft gevormd, zonder dit, allereerst bij Y te verifiëren. De notaris is daarom ook niet toegekomen aan een afweging over het al dan niet raadplegen van klager en het vragen van toestemming van Y daarvoor. Daarom komt de kamer tot het oordeel dat de notaris onvoldoende zorgvuldig en derhalve tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De kamer verklaart dit klachtonderdeel gegrond en legt de notaris de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-691 17-692

    Verzetbeslissing. De curator heeft mogen handelen zoals hij heeft gedaan. De curator behoeft de toestemming van de rechter-commissaris voor het verrichten van rechtshandelingen waaronder het treffen van een regeling maar er bestaat geen verplichting om in elke stand van de onderhandelingen die de curator met een wederpartij voert met de rechter-commissaris overleg te plegen, te meer niet als, zoals in dit geval, de rechter-commissaris voorafgaand aan de onderhandelingen is betrokken en daarbij zijn goedkeuring heeft gegeven aan de in dat verband aan te houden kaders. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/34

    Klacht tegen arts/apotheker in zijn hoedanigheid van expert in een strafzaak. Verweerder wordt verweten dat hij zich onnodig grievend heeft uitgelaten over zijn collega expert in contra-expertise. De vraag is of sprake is van handelen in strijd met de tweede tuchtnorm. Hiervan is sprake als de gedraging weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Dit kan het geval zijn als de grievende uitlatingen in het openbaar zijn gedaan. Het college oordeelt dat hiervan in onderhavige zaak sprake was omdat de uitlatingen van verweerder tijdens een openbare strafzaak naar voren zijn gebracht. Klager is derhalve ontvankelijk. Dan rijst de vraag of het handelen van verweerder de toets aan de norm van artikel 47 lid 1 sub b Wet BIG kan doorstaan. Het college beantwoordt die vraag bevestigend. Verweerder en klager zijn beiden in een strafzaak als deskundigen benoemd. Verweerder heeft op het rapport van klager gereageerd in een brief aan de rechtbank. Dit stuk behelst de uitlatingen waarop de klacht in deze procedure ziet. De uitlatingen van verweerder en de setting waarin verweerder die heeft gedaan dienen in de context te worden beschouwd van de strafzaak en de in dat verband eerder gedane uitlatingen van klager in zijn rapportage in reactie op de rapportage van verweerder. Klager heeft zich in zijn rapportage meerdere malen denigrerend en onnodig diskwalificerend uitgelaten over de conclusies en de persoon van verweerder. Daarmee heeft klager het vertrouwen van de justitiabelen en de rechtstreeks bij het strafproces betrokken partijen in verweerder als gerechtelijke deskundige ondermijnd. Het college heeft in deze context dan ook begrip voor het feit dat verweerder op deze uitlatingen van klager ter zitting heeft willen reageren en in dat verband bovendien de behoefte heeft gevoeld de rechtbank – gelet op de ernst en aard van de strafzaak - te informeren over de hoedanigheid en (beperkte) kundigheid van klager in de betreffende strafzaak te rapporteren. Conclusie: klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-786

    Verzetbeslissing. De verzetgronden zijn nieuwe bezwaren tegen het optreden van verweerster die door de deken niet als klacht zijn aangewezen. De raad kan deze nieuwe bezwaren niet in behandeling nemen. Het verzet is beperkt tot de klachtonderdelen die in de voorzittersbeslissing zijn beoordeeld. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-300

    Tussenbeslissing waarin de raad de klacht terugverwijst naar de deken voor nader onderzoek. Om te kunnen beoordelen of sprake is geweest van het ontijdig en/of ten onrechte treffen van rechtsmaatregelen tegen klaagster (als voormalig cliënt) moet worden onderzocht wanneer volgens verweerder sprake was van opeisbaarheid van de vordering en of verweerder mocht overgaan tot het incasseren hiervan. Terugverwijzing naar een andere deken dan de deken die de klacht heeft onderzocht om elke schijn van partijdigheid uit te sluiten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 127/2018

    Klacht van de inspectie tegen een verloskundige met betrekking door de verloskundige verleende zorg inzake een zorgvraag vallend onder de Leidraad ‘Verloskundige zorg buiten richtlijnen’ (een stuitbevalling in de thuissituatie). De klacht wordt in alle onderdelen gegrond verklaard. Volgt ontzegging van het recht wederom in het BIG-register te worden ingeschreven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-889

    Dekenbezwaar betreft handelen van advocaat in hoedanigheid van curator. In verband daarmee loopt tegen de advocaat een strafrechtelijk onderzoek. Verweerder verweert zich tegen de dekenbezwaren maar wil niet inhoudelijk op de dekenbezwaren ingaan. Als verweerder zaken naar voren brengt kan hij zich incrimineren. Ter zitting doet verweerder de toezegging om afspraken te maken met als thema dat hij zich voorlopig niet op het tableau laat inschrijven. Om deze zaak goed te kunnen beoordelen en daaraan het tuchtrechtelijk gevolg te kunnen geven dat bij de zaak past, oordeelt de raad van belang om over zoveel mogelijk feiten te kunnen beschikken. De raad geeft een tussenbeschikking en verwijst de zaak voor aanvullend onderzoek terug naar de deken met verzoek over enige tijd te rapporteren over de verdere ontwikkelingen en het standpunt van partijen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-033

    Gegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De IGJ heeft geklaagd over euthanasie bij een demente patiënte in een verpleeghuis. Aanleiding hiervoor was het oordeel van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) dat de euthanasie op onderdelen niet zorgvuldig was geweest. Het College is het hier grotendeels mee eens. De schriftelijke wilsverklaring was in dit geval niet in orde en de arts had moeten proberen om de uitvoering van de levensbeëindiging tevoren met patiënte te bespreken. Aan de arts, die zich open en toetsbaar heeft opgesteld, is een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-958

    Klacht van geschrapte oud-advocaat tegen verweerster, in haar hoedanigheid van (voormalig) lid van de Raad van de Orde, ongegrond. Dat verweerster zich tijdens een kantoorbezoek aan klager (toen nog advocaat) heeft misdragen en onder meer dit tot de schrapping van klager heeft geleid, heeft de raad niet kunnen vaststellen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-280

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft geen feiten geponeerd waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs had moeten kennen. Voorts is zij niet onzorgvuldig met de belangen van klaagster omgegaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:148 Raad van Discipline Amsterdam 18-083/A/A

    Klacht van Kamer in Eerste Aanleg binnen internationaal tribunaal over advocaat. Verweerder treedt op als advocaat van de heer C die, als één van de verdachten, terecht staat voor tijdens het regime van Democratisch Kampuchea (de Rode Khmer) begane misdrijven tegen de menselijkheid, genocide, oorlogsmisdrijven en schendingen van het internationaal humanitair recht. Klaagster is de Trial Chamber (in het Nederlands: Kamer in Eerste Aanleg) van het internationale tribunaal waar de zaak tegen de heer C wordt behandeld. Aangezien verweerder vanaf 1 januari 2016 niet langer in Nederland is ingeschreven als advocaat en evenmin de hoedanigheid bezit van een bezoekende advocaat zoals bedoeld in artikel 16b Advocatenwet, is de raad voor zover de klacht ziet op een handelen en/of nalaten van verweerder vanaf 1 januari 2016 niet bevoegd om van de klacht kennis te nemen. Klacht ziet voor het overige in de kern op opmerkingen van verweerder met betrekking tot twee internationale rechters die deel uitmaken van de Trial Chamber. De Trial Chamber bestaat daarnaast evenwel ook nog uit drie Cambodjaanse rechters, zodat klaagster hierbij naar het oordeel van de raad onvoldoende eigen en rechtstreeks belang heeft. De raad verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van gedeelte van klacht, klaagster voor het overige niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:56 Accountantskamer Zwolle 18/129 Wtra AK

    Betrokkene heeft een verklaring gegeven, waarbij op vele punten de voorschriften uit paragraaf 18 van Standaard 4400 zijn geschonden, en daarmee ook het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid (artikel 2 onder d VGBA). Daarnaast heeft hij ontoelaatbare druk uitgeoefend op klager om geen klacht in te dienen. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2016:268 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 150066

    De klacht dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de rechter te misleiden, te trachten klager weg te houden bij zijn cliënt en niet met klager te willen spreken maar uitsluitend rechtstreeks met zijn cliënt, wordt in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-284

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. Klager heeft voorts geen belang bij klacht over het – volgens hem – door verweerster op basis van onjuiste informatie aanvragen van een toevoeging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:2 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6066

    De klacht dat verweerder als dienstdoende piketadvocaat klaagster niet de bijstand en ondersteuning heeft verleend waarom zij heeft gevraagd en die zij nodig had, is ook in hoger beroep gegrond. Het hof verlicht de maatregel tot een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-285

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster feiten heeft geponeerd waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs had moeten kennen en voorts geen sprake van onnodige grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:149 Raad van Discipline Amsterdam 18-237/A/NH

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad geen afdoende verklaring kunnen geven voor de trage voortgang van de zaak. Het antwoord op de vraag of klager hierdoor al dan niet schade heeft geleden is niet doorslaggevend voor de beoordeling of er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond, gezien specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-252

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klachten over de advocaat van de wederpartij van klager in een burengeschil over overhangende takken kennelijk ongegrond. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen of bewust poneren van onjuiste feiten door verweerder.

  • ECLI:NL:TAHVD:2014:394 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6954

    De klacht dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat verweerder genoemde beelden openbaar heeft gemaakt zonder dat de verdediging daarbij enig redelijk belang had, is ook in hoger beroep gegrond. Waarschuwing. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-273

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA2084 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5987 5988 5989

    Dekenbezwaar dat verweerders op onrechtmatige wijze toevoegingen hebben aangevraagd c.q. gedeclareerd en dat het beheer van derdengelden grote onregelmatigheden vertoont, is ook in hoger beroep gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:150 Raad van Discipline Amsterdam 18-421/A/A/W

    Wrakingsverzoek tegen voorzitter. Het wrakingsverzoek strekt ertoe dat de klachtzaak verder zal worden behandeld door een voorzitter die verzoeker de mogelijkheid biedt kennis te nemen van de ontslagbrief van Genpact NL B.V. van 26 maart 2002. Met verweerster is de wrakingskamer van oordeel dat het niet voldoen aan het verzoek van verzoeker om de ontslagbrief van 26 maart 2002 van Genpact NL B.V. te verschaffen niet meebrengt dat sprake is van gegronde vrees voor rechterlijke partijdigheid. Zoals verweerster terecht aangeeft zal ook een andere voorzitter niet aan het verzoek van verzoeker kunnen voldoen, aangezien de raad niet over de bewuste brief beschikt. Daarom valt aan het niet voldoen aan het verzoek van verzoeker om de ontslagbrief van 26 maart 2002 van Genpact NL B.V. te verschaffen niet de gevolgtrekking te verbinden dat de rechterlijke onpartijdigheid van verweerster schade zou kunnen lijden. Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond, volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:163 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-248

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in de klacht ex artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Van verschoonbare termijnoverschrijding niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-121

    Dekenbezwaar naar aanleiding van een melding van het OM over mobiel telefonisch contact tussen behandelend advocaat en een gedetineerde cliënt, die op grond van huisregels van de penetentiaire inrichting geen telefoon op cel mocht hebben. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:333 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 7479

    Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaarheid gehandeld door in een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor de beweerdelijke rol van klager te presenteren als een conclusie van het betrokken forensisch onderzoeksbureau. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-249

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft gehandeld in hoedanigheid van klachtenfunctionaris van de interne klachtencommissie waarbij hij de klacht van klager tegen een kantoorgenoot heeft behandeld. Niet gebleken dat verweerder zich in de civiele procedure heeft gemengd of andere door klager ongewenste advocatenwerkzaamheden voor klager heeft verricht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:145 Raad van Discipline Amsterdam 18-019/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Dat verweerder geen schriftelijke pleitnota heeft voorbereid is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu verweerder onweersproken heeft gesteld dat een schriftelijke pleitnota niet nodig was. Verweerder heeft voorts onweersproken gesteld dat kort na de zitting het bericht kwam dat klaagster een andere advocaat had gevonden. In dat licht valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij niet met klaagster heeft nagepraat na de inhoudelijke terechtzitting en het vonnis. Voorts staat het een advocaat in beginsel vrij bij verhindering zich, met behoud van verantwoordelijkheid voor de behandeling van de zaak, te doen vervangen door een kantoorgenoot. Daarbij is niet gebleken dat klaagster hier op enig eerder moment bezwaar tegen heeft gemaakt. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:140 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170136

    Eindbeslissing. Onderzoek door de deken. Onvoldoende is komen vast te staan dat verweerder onder ede onwaarheid heeft gesproken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2013:376 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6467

    Het stond verweerder niet vrij om tegenover de media naar voren te brengen dat klaagster een valse aangifte jegens hem heeft gedaan. Anders dan verweerder aanvoert brengt de vrijheid van meningsuiting, dan wel zijn opvatting dat hij de waarheid verkondigt, niet mee dat hij klaagster tegenover de media van een strafbaar feit mag betichten, iets waarvan een duidelijke diffamerende werking uitgaat. Ook voor verweerder dient in zijn contacten met de media het oordeel van het gerechtshof uitgangspunt te zijn. Waarschuwing. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-976

    Klacht tegen optreden advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder onder meer onjuiste gegevens in beslagrekest te hebben opgenomen, beslag te leggen op haar bankrekeningen, terwijl er ook op minder bezwarende wijze beslag gelegd had kunnen worden en in strijd met de waarheid feiten als vaststaand “op te geven”. Klacht ongegrond. Een advocaat dient de belangen van zijn cliënt te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft. In het algemeen mag de advocaat ook afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen is hij gehouden de juistheid daarvan te verifiëren. Een advocaat mag alleen geen feiten poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen. Verweerder heeft erkend dat er in het beslagrekest een onjuiste grond is genoemd. Niet is gebleken dat daarbij van kwade opzet sprake was. Verweerder is in beginsel vrij in de keuze van zijn beslagobjecten. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan verweerder voor een ander beslagobject had moeten kiezen dan hij heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:165 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-877

    Verzet niet-ontvankelijk nu het te laat is ontvangen. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Dat klager vóór het uitspreken van de voorzittersbeslissing heeft gemeld dat hij enkele weken in het buitenland zou zijn, doet daaraan niet af onder meer omdat klager onvoldoende maatregelen heeft getroffen om zijn post tijdens zijn afwezigheid te laten waarnemen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-957

    Klacht van geschrapte oud-advocaat tegen verweerster, in haar hoedanigheid van (voormalig) lid van de Raad van de Orde, ongegrond. Dat verweerster zich tijdens een kantoorbezoek aan klager (toen nog advocaat) heeft misdragen en onder meer dit tot de schrapping van klager heeft geleid, heeft de raad niet kunnen vaststellen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/328724 KL RK 17-169

    Notaris heeft gegeven de van belang zijnde feiten en omstandigheden voldoende zorgvuldig gehandeld en was gehouden de leveringsakte te passeren als verzocht. Gezien de informatie waarover de notaris beschikte en kon beschikken, behoefde de notaris redelijkerwijze niet te twijfelen aan het uitgewerkt zijn van het voorkeursrecht van klaagster en/of aan het sterkere recht van de beoogd verkrijgster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-879

    Klacht van klaagster over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerster in een arbeidsgeschil met een bij aanvang van de arbeidsovereenkomst al zieke werknemer van klaagster. Met verweerster is aanvankelijk afgesproken een ontbindingsprocedure te starten. Dat verweerster klaagster bij aanvang onjuist heeft geadviseerd over stopzetting van de loonbetaling is de raad niet gebleken. Conflict tussen klaagster en werknemer over loondoorbetaling is pas later ontstaan, namelijk nadat het UWV, anders dan in de twee eerdere brieven aan klaagster, in een derde brief had gemeld dat klaagster toch re-integratieplichtig was jegens de werknemer. Ook het advies van verweerster daarna om het loon weer door te bepalen, is naar oordeel van de raad geen onbegrijpelijk advies geweest. Dat klaagster ervoor heeft gekozen om dat nieuwe advies niet op te volgen in afwachting van het deskundigenoordeel van het UWV en wegens het restitutierisico, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden verweten. Het conflict over stopzetting van de loonbetaling heeft uiteindelijk, ondanks de hervatte loonbetaling, toch geleid tot een kort geding van de werknemer, in welk vonnis klaagster alsnog tot betaling van extra kosten is veroordeeld. De raad is niet gebleken dat verweerster klaagster schriftelijk heeft geadviseerd over haar positie in dat kort geding en de mogelijkheid om die procedure te voorkomen. Vooral vanwege de tussentijdse ontwikkelingen tussen klaagster en de werknemer had het naar het oordeel van de raad op de weg van verweerster had gelegen om die nieuwe situatie schriftelijk vast te leggen (gedragsregel 8 oud). Ook is wegens ontbreken van een schriftelijke uitleg aan klaagster een misverstand ontstaan over het door verweerster ingenomen uitgangspunt, wat eveneens voor risico van verweerster blijft. In zoverre klacht gegrond. Waarschuwing. Overige klachten over op voorhand kansloze procedure en te hoge declaraties gelet op volgens klaagster ondermaatse kwaliteit werkzaamheden ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:147 Raad van Discipline Amsterdam 18-113/A/NH

    Klacht over eigen advocaat. Driejaarstermijn verstreken. Klaagster heeft aangevoerd dat de gevolgen van het nalaten van verweerster haar pas later bekend zijn geworden. Naar het oordeel van de raad kan klaagster worden ontvangen in haar klacht, aangezien zij de klacht heeft ingediend binnen een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken (artikel 46g lid 2 Advocatenwet). De raad is van oordeel dat verweerster een met klaagster gemaakte afspraak om het convenant te bespreken en het daarover gegeven advies of informatie schriftelijk had moeten vastleggen. Nu verweerster dat niet heeft gedaan, is niet komen vast staan dat zij het convenant met klaagster heeft besproken en klaagster daarover heeft geadviseerd of geïnformeerd. Aldus is niet komen vast te staan dat verweerster aan de op haar rustende zware zorgplicht heeft voldaan. Klacht gegrond, waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6198

    De klacht, inhoudende dat verweerder in opdracht van zijn cliënte stelselmatig klaagster heeft geïntimideerd, beschadigd en op kosten gejaagd, doordat hij niet klaagster zelf maar haar advocaat heeft aangeschreven om een bedrag van €18.231,58 te betalen, waartoe klaagster bij vonnis van de kantonrechter was veroordeeld, voorts het vonnis heeft laten betekenen en executoriaal beslag op klaagsters huis heeft laten leggen, terwijl inmiddels door klaagster betaald was, is ook in hoger beroep gegrond. De raad heeft in de bestreden beslissing naar het oordeel van het hof terecht overwogen dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij direct na ontvangst van een betaling de deurwaarder hiervan op de hoogte stelt. De betekenings-en overbetekeningskosten zijn onnodig gemaakt en het doorzetten van de executiemaatregelen nadat klaagster was overgegaan tot betaling van de hoofdsom valt verweerder tuchtrechtelijk aan te rekenen. Het hof voegt hieraan toe dat verweerder regisseur van het proces was. Door het stellen van zo’n korte termijn voor de voldoening lag het op de weg van verweerder om de ontvangst van betalingen scherp in de gaten te houden en om zijn kantooradministratie dienovereenkomstig te instrueren. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 037/2018

    Klacht tegen MDL-arts kennelijk ongegrond. Verweerder heeft op basis van de anamnese, het lichamelijk onderzoek en de overige bevindingen, gelet op de door klager geuite klachten, een gastroscopie en colonoscopie kunnen voorstellen. Verweerder heeft, alvorens zijn vermoeden van een waanbeeld te uiten naar de huisarts, overleg gevoerd met een psychiater en hem de situatie van klager geanonimiseerd voorgelegd. Daarmee heeft verweerder zorgvuldig gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 036/2018

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De brief geeft een volledige beschrijving van bevindingen weer, op basis van de anamnese en lichamelijk onderzoek, en daaruit blijkt niet dat de klager op dat moment in acute ademnood verkeerde of anderszins bedreigend ziek was. Het college is van oordeel dat verweerster haar vermoeden van een waanstoornis aan de huisarts heeft mogen melden gelet op haar bevindingen. Het is bovendien niet gebleken dat verweerster een verder onderzoek of behandeling bij klager heeft gehinderd.