Zoekresultaten 21001-21050 van de 47460 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/012GZp

    Verweerster heeft als GZ-psycholoog een rapportage ingediend inzake een procedure omgangsregeling tussen klager en zijn ex-partner. Op basis van de rapportage heeft klager niet langer het gezag over zijn zoontje, en is hem tevens contact met hem ontzegd. Klager verwijt verweerster dat zij zonder onderzoek of eigen waarneming een rapportage heeft opgesteld. Zij had in deze situatie terughoudendheid dienen te betrachten. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-353

    Klacht tegen eigen echtscheidingsadvocaat deels gegrond. Verweerder heeft verzuimd om stukken van klaagster bij de rechtbank in te dienen waarna het verzoek om partneralimentatie is afgewezen. Dat de persoonlijke omstandigheden van verweerder er mogelijk aan hebben bijgedragen dat de stukken niet (tijdig) zijn ingediend, doet aan de terechtheid van het verwijt niet af. Verder had verweerder klaagster expliciet moeten wijzen op het reële risico van het afwijzen van de gevorderde partneralimentatie door niet een concreet bedrag aan alimentatie te noemen. Dat klaagster geen concreet bedrag wilde noemen zoals verweerder heeft gesteld, doet daaraan niet af. Klacht voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:90 Raad van Discipline Amsterdam 18-235/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop (46g lid 1 sub a Advocatenwet), en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:91 Raad van Discipline Amsterdam 18-233/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft onweersproken aangevoerd dat hij klager tijdens de behandeling van de zaken reeds een kopie van alle processtukken en correspondentie heeft toegezonden. Dit neemt echter niet weg dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij, op verzoek zijn (voormalig) cliënt, de processtukken, een kopie van alle correspondentie en andere stukken en waar nodig de originele stukken aan hem overhandigt. In onderhavig geval heeft verweerder aangeboden dit te doen, onder de voorwaarde dat klager de daarmee gepaard gaande kopieerkosten voor zijn rekening neemt. Naar het oordeel van de voorzitter is dit geen onredelijke voorwaarde en heeft verweerder hiermee dus ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarbij geldt dat – zoals verweerder terecht stelt - verweerder er een gerechtvaardigd belang bij heeft om zelf (een kopie van) het dossier te behouden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:92 Raad van Discipline Amsterdam 18-148/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. De wijze waarop een deken een verzoek ex artikel 13 Advocatenwet behandelt valt binnen de beleidsvrijheid van de deken. Het staat een deken vrij om een oordeel te geven over de vraag of iemand in aanmerking komt voor de aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet. Indien dit oordeel onjuist wordt geacht, staat daartegen beklag open bij het Hof van Discipline. Het is de voorzitter overigens niet gebleken dat verweerder door zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17153a

    Klagers verwijten verweerder, verpleegkundige, dat hij in strijd met professionele standaard gehandeld heeft door onder andere afspraken over opname niet na te komen en klager onheus heeft bejegend. Het college is van oordeel dat er geen sprake is geweest tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17153b

    Klagers verwijten verweerster, GZ-psycholoog, dat zij in strijd met haar professionele standaard gehandeld heeft door onder andere afspraken over opname niet na te komen en haar dossierplicht heeft geschonden door geen dossier te voeren. Het college is van oordeel dat verweerster onterecht geen dossier heeft gevoerd en verklaart de klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:88 Raad van Discipline Amsterdam 18-084/A/A

    Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerder, althans zijn kantoor, de overdracht van het dossier heeft gefrustreerd door gemaakte afspraken niet na te komen. Klacht voor zover deze ziet op de inzet die verweerder heeft getoond bij de behandeling van de zaken van klager deels kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 47b Advocatenwet, deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324194 / KL RK 17-104 C/05/324196 / KL RK 17-105

    Vaststaat dat partijen in de akte hebben verklaard dat er door verjaring een erfdienstbaarheid, inhoudende een recht van weg, was ontstaan. Er dient vanuit te worden gegaan dat hetgeen in de akte is opgenomen ook zo is besproken met partijen. Dit betekent dat de kandidaat-notaris op basis van hetgeen door de buren is verteld, heeft aangenomen dat een erfdienstbaarheid was ontstaan, waarna zij als oplossing een persoonlijk recht van weg heeft geadviseerd. Hoewel het mogelijk is dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan, kon dit naar het oordeel van de kamer niet worden geconstateerd op basis van enkel de in het gesprek aan de orde gekomen gegevens. In zoverre heeft de kandidaat-notaris klagers onjuist geïnformeerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1018

    Voorzittersbeslissing. Klacht dat verweerders - na het speciale verzoek van klager daartoe na zijn arrestatie - hebben geweigerd rechtsbijstand te verlenen aan klager. Klager is in deze klacht (kennelijk) niet-ontvankelijk wegens verjaring resp. ne bis in idem. Klacht dat verweerders klager hebben doorverwezen naar een ander kantoor die de zaak van klager vervolgens hebben ‘verknald’ is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-483/DH/DH

    Verzet ongegrond. De raad is van oordeel dat de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond heeft verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:98 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-242/DH/RO

    Beslissing op verzet. Het verzet is alleen voor wat betreft klachtonderdeel b) gegrond. In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij de met klager overeengekomen betalingsregeling éénzijdig heeft opgezegd. De voorzitter heeft geoordeeld dat dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond is. De raad heeft echter geconstateerd dat niet verweerster, maar een voormalig kantoorgenote de met klager overeengekomen betalingsregeling éénzijdig heeft beëindigd. De voorzitter is in zoverre van een verkeerd feitencomplex uitgegaan. Daarom is het verzet ten aanzien van klachtonderdeel b) gegrond. Nu verweerster echter niet de persoon is geweest die de betalingsregeling heeft beëindigd - en haar daarvan derhalve geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt - is dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:71 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170300

    Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de cliënt van klager in de penitiaire inrichting te bezoeken zonder voorafgaand contact met klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:99 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-222/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft een klacht ingediend over verweerder, die haar ex-echtgenoot bijstaat c.q. heeft bijgestaan in diverse familierechtelijke procedures. De voorzitter acht de wijze waarop verweerder heeft gehandeld en zich over klaagster heeft uitgelaten, niet onnodig grievend of anderszins van dien aard dat hij daarmee de grenzen van de hem als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:72 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180026

    Verweerder trad op als advocaat van de wederpartij van klagers en heeft één van de aandeelhouders van klaagster sub C een brief gestuurd waarin die aandeelhouder wordt gewezen op het feit dat zijn aandelen wellicht minder waard zijn dan hij dacht en waarop wordt gewezen op langdurige en kostbare procedures. De raad heeft de klacht gegrond verklaard omdat de brief geen enkel doel diende en verweerder daardoor de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig heeft geschaad. De raad heeft een berisping en een geldboete van € 3.000,- opgelegd. Het door verweerder ingestelde hoger beroep richt zich tegen de boete. Het hoger beroep van verweerder slaagt. De aan verweerder verweten gedraging is niet zodanig ernstig dat aan hem een berisping en een boete dient te worden opgelegd. Het moet een advocaat in beginsel vrij staan om tegenover de tuchtrechter een standpunt over het hem verweten handelen in te nemen en dit standpunt kan op zichzelf niet tot een zwaardere maatregel leiden. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:93 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-966/DH/DH

    Klacht over advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-213/DB/OB

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Bemiddelingsverzoek in behandeling genomen en op goede gronden beëindigd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:73 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180092

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klaagster door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:94 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-750/DH/DH

    Verzet ongegrond. De voorzitter heeft de klacht terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de driejaarstermijn voor het indienen van een klacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-195/DB/ZWB

    Klacht ingediend meer dan 3 jaar nadat het verweten handelen heeft plaatsgevonden en derhalve niet tijdig. Dat in appel anders is beslist dan in eerste aanleg maakt dit niet anders. Advocaat heeft schadeclaim bij zijn verzekeraar gemeld. Hij is niet gehouden het polisnummer aan zijn wederpartij in een civiele procedure door te geven. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:28 Accountantskamer Zwolle 17/918 t/m 17/926 Wtra AK

    Splitsing van klachtzaken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:74 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180016

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:95 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-734/DH/RO

    Verzet ongegrond. Naar het oordeel van de raad heeft de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-194/DB/ZWB

    Klacht ingediend meer dan 3 jaar nadat het verweten handelen heeft plaatsgevonden en derhalve niet tijdig. Dat in appel anders is beslist dan in eerste aanleg maakt dit niet anders. Advocaat is niet gehouden om een brief die aan een kantoorgenoot is gericht te beantwoorden. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:75 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180027

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep van klaagster is na het verstrijken van de hoger beroep termijn ingediend. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:96 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-640/DH/DH

    Verzet ongegrond. De raad is van oordeel dat de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond heeft verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:76 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180042

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep van klaagster is ontvangen na het verstrijken van de hoger beroep termijn, zodat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en om die reden wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-254b

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog kan handelingen van het ziekenhuis zelf niet worden verweten. Gelet op de frequente incontinentieklachtenen de resultaten uit het urodynamisch onderzoek, ontmoet het voorschrijven van het middel Vesicare geen bedenkingen. De uroloog heeft ieder consult zorgvuldig de afweging gemaakt tussen de werkzaamheid van de medicatie en de door klager gemelde bijwerking. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:70 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170290

    Klacht tegen eigen advocaat dat sprake is van excessief declareren en geen inzicht is gegeven in de urenspecificaties is ook in hoger beroep gegrond. Gezien de aard en omvang van de zaak en het bedrag dat de wederpartij op aanspraak van klaagster heeft betaald is het totaal honorarium, waarvan een deel resultaatgerelateerd, excessief. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat verweerder klaagster zeer onduidelijk heeft geïnformeerd over hetgeen hij in rekening zou brengen.Een advocaat dient zijn cliënt op regelmatige basis inzicht te geven in de door hem bestede tijd en verrichte werkzaamheden, ook als de declaraties zijn of worden betaald door de verzekeraar van de wederpartij. Nergens uit blijkt dat verweerder urenoverzichten heeft verstrekt. Voorwaardelijke schorsing van 13 weken met als bijzondere voorwaarde dat verweerder het resultaatgerelateerd honorarium aan klaagster terugbetaalt. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-254c

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog kan handelingen van het ziekenhuis zelf niet worden verweten. Gelet op de frequente incontinentieklachtenen de resultaten uit het urodynamisch onderzoek, ontmoet het voorschrijven van het middel Vesicare geen bedenkingen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:66 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170288

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder is ernstig tekort geschoten in de kwaliteit van de dienstverlening die van hem als een redelijk handelend advocaat verwacht had mogen worden. Verweerder heeft niet getracht de arbeidsovereenkomst in onderling overleg te beëindigen en heeft pas, na toewijzing van de loonvordering, de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Het hof passeert de stelling van verweerder dat hij de mogelijkheid van een ontbindingsverzoek met zijn cliënt heeft besproken, nu verweerder dit niet schriftelijk heeft vastgelegd en klaagster dit gemotiveerd betwist. Verweerder legt ook geen enkel bewijs over van zijn stelling dat hij klaagster heeft geïnformeerd over de afwijzende beschikking van de kantonrechter, zodat het hof ook dit klachtonderdeel gegrond verklaard. Verweerder erkent dat hij er niet mee bekend was dat hoger beroep mogelijk was tegen de beschikking van de kantonrechter en dat hij dus niet met klaagster daarover heeft gesproken. Van een advocaat die een cliënt bijstaat in een arbeidszaak mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de meest recente wetgeving en jurisprudentie. Verweerder heeft erkend dat hij heeft verzuimd in hoger beroep van grieven te dienen tegen het vonnis van de rechtbank. Ook heeft verweerder niet of onvoldoende gereageerd op verzoeken van de (opvolgend) advocaat van klaagster. Van verweerder had mogen verwacht dat hij de naam en adresgegevens van zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar direct aan de (opvolgend) advocaat had doorgegeven nadat zij daarom verzocht. Klacht in alle onderdelen gegrond, onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 26 weken. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:67 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170287

    Dekenbezwaar. Gegrond. Verweerder is ernstig tekort geschoten in de kwaliteit van de dienstverlening die van hem als een redelijk handelend advocaat verwacht had mogen worden (zie 170288). Verweerder heeft niet meegewerkt aan onderzoek van deken in klachtzaak, waardoor deken wordt belemmerd in toezichthoudende taak. Schrapping. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:68 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180084

    Verzoek aanwijzing advocaat. Beklag (art. 13). Klager wenst dat hem een advocaat wordt aangewezen voor een procedure tot herroeping van het arrest van het gerechtshof. Klager stelt dat het gerechtshof in zijn uitspraak de door hem overgelegde stukken niet heeft meegewogen. De aanvankelijk door klager genoemde grond, dat de wederpartij bedrog heeft gepleegd, wordt door hem niet gehandhaafd. Nu klager niet langer stelt dat het gerechtshof stukken zijn onthouden, levert de stelling van klager evident geen grond voor herroeping als bedoeld in artikel 382 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op. Een herroepingsprocedure moet dus als kansloos worden aangemerkt. Reeds op die grond heeft de deken met juistheid geoordeeld dat het verzoek van klager geen redelijke kans van slagen heeft. Het beklag van klager is dus ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:69 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170278

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster de belangen van klager onvoldoende en/of op ondeskundige wijze heeft behartigd. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-254a

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog kan handelingen van het ziekenhuis zelf niet worden verweten. Gelet op de frequente incontinentieklachtenen de resultaten uit het urodynamisch onderzoek, ontmoet het voorschrijven van het middel Vesicare geen bedenkingen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/251

    Klacht jegens UWV-arts wegens (onder meer) schending beroepsgeheim. Volgens de klacht heeft verweerster tijdens een spreekuur met een cliënt in het bijzijn van de re-integratie consulente van die cliënt, ter sprake gebracht dat klager HIV-positief was. Verweerster stelt zich - kort gezegd - op het standpunt dat cliënt er bekend mee was dat zijn medische situatie zou worden besproken, zodat zij ervan uit mocht gaan dat er toestemming was om die te bespreken in het bijzijn van de re-integratieconsulente (die de cliënt zelf had meegenomen). Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:24 Accountantskamer Zwolle 17/1989 Wtra AK

    Toepassing driejaarstermijn art. 22 Wtra; klager niet ontvankelijk. Stuiting van deze termijn is niet mogelijk.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:25 Accountantskamer Zwolle 17/1263 Wtra AK

    De eventuele omstandigheid dat klager bij de onderhavige door hem aangespannen klachtprocedure (mogelijk) ook een belang heeft dat niet samenvalt met de doelstelling van de tuchtrechtspraak, betekent nog niet dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Evenmin is door klager aannemelijk gemaakt dat betrokkene bij genoemde verrichtingen anderszins in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels heeft gehandeld. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17210a

    Verwijt aan cardioloog dat zij verdere behandeling van klager heeft geweigerd, omdat klager in het verleden tuchtklachten tegen maatschapsleden had ingediend en dat zij negatieve informatie over klager op het overdrachtsformulier heeft gezet. Onvoldoende wederzijds vertrouwen. Aanmerkelijk belang. Behandeling op zorgvuldige wijze overgedragen. Aan voorwaarden KNMG-richtlijn voor beëindiging behandelovereenkomst is voldaan. Geen aanwijzingen voor negatieve informatie. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-775/DB/LI

    Kwaliteit van de dienstverlening was onvoldoende. Onvoldoende nauwgezet en zorgvuldig in financiële aangelegenheden (gedragsregel 23 lid 1). In gebreke gebleven met verstrekken urenspecificaties, vaststellingsovereenkomst ter zake verschuldigde honorarium in strijd met gedragsregels. Deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:26 Accountantskamer Zwolle 17/1599 Wtra AK

    Betrokkene heeft, nadat een werkneemster van zijn cliënte hem had gemeld dat zij bij het indienen van haar aangifte inkomstenbelasting had ontdekt dat er ten onrechte loonheffingskorting was toegepast, bij de belastingdienst een correctie aangifte loonheffing ingediend. Hij heeft ook een gecorrigeerde jaaropgave vervaardigd en die als bijlage bij een brief aan de belastingdienst doen toekomen met het verzoek daarmee rekening te houden bij het beoordelen van de aangifte. Afzender van de brief is volgens de aanhef van de brief de werkneemster. De brief bevat ook een verzoek om uitstel van betaling van een eventueel opgelegde aanslag. Betrokkene heeft een en ander telefonisch uitgelegd aan de werkneemster. Het zonder volmacht sturen van deze brief en het niet ter kennisneming sturen van een afschrift van de brief aan de werkneemster is in strijd met de eisen die voortvloeien uit het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Innemen standpunt over verschuldigdheid kosten advocaat werkneemster is niet in de strijd met de maatstaf die voor de beoordeling daarvan geldt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17210b

    Verwijt aan cardioloog dat hij verdere behandeling van klager heeft geweigerd, omdat klager in het verleden tuchtklachten tegen maatschapsleden had ingediend en dat hij negatieve informatie over klager op het overdrachtsformulier heeft gezet. . Onvoldoende wederzijds vertrouwen. Aanmerkelijk belang. Behandeling op zorgvuldige wijze overgedragen. Aan voorwaarden KNMG-richtlijn voor beëindiging behandelovereenkomst is voldaan. Geen aanwijzingen voor negatieve informatie. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:27 Accountantskamer Zwolle 17/1483 Wtra AK

    Beperkte tuchtrechtelijke aansprakelijkheid voor leidinggevende bij Belastingdienst (accountant in business) voor wat betreft niet-professionele diensten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-266

    Klachten over kwaliteit dienstverlening van de eigen advocaat in verschillende zaken van klager en zijn zoon. Verweerder heeft klager niet schriftelijk gewaarschuwd voor de risico’s en kosten van het voeren van een kort geding (gedragsregel 8 oud). Klacht in zoverre gegrond. Dat verweerder zich onvoldoende heeft voorbereid voor het kort geding en daarbij (ter zitting) onvoldoende deskundig heeft gehandeld, is de raad niet gebleken. Verweerder heeft op voldoende zorgvuldige wijze de met klager gemaakte financiële afspraken bevestigd en slechts uit coulance zijn uurtarief gematigd. Verweerder heeft van klager de opdracht gekregen om incassowerkzaamheden voor zijn zoon te verrichten en heeft in dat kader ook concepten aan klager gestuurd, tussentijds overleg met hem gehad over alle te nemen vervolgstappen. In zoverre klachten ongegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-58

    De klacht bestaat uit de volgende onderdelen: 1. overtreding van artikel 11 van de Wet op het notarisambt hierna te noemen Wna. Op 4 november 2016 werd een aantal notarissen per e-mail benaderd met een aanbod van [C]. Deze mail was mede ondertekend door de notaris. Door gebruik van het briefpapier en het vermelden van een dossiernummer kan worden verondersteld dat de notaris in zijn hoedanigheid van notaris betrokken was. De notaris heeft ook diverse e-mailberichten gestuurd uit naam van zijn notariskantoor. De notaris heeft verder zijn werkzaamheden voor [C] niet gemeld als nevenactiviteit, hetgeen in strijd met de wet is; 2. overtreding van artikel 17 Wna. De notaris promoot, blijkens ondertekening van de e-mail van 4 november 2016 als “[naam], notaris”, [C] bij zijn vakgenoten en geeft in dezelfde mail aan dat er sprake is van een initiatief van notarispraktijk [V]. De aanmatigende toonzetting en de onzorgvuldigheid die uit zijn correspondentie blijkt zijn in strijd met de wet. Er is geen scheiding tussen notarispraktijk [V] en [C], waarmee de onafhankelijkheid van de notaris in het geding is; 3. overtreding van artikel 23 Wna. Nadat klager op 14 februari 2017 bij kort geding vonnis van de rechtbank Amsterdam een executoriale titel heeft verkregen bleek dat [C] geen verhaal kon bieden (er stond een bedrag van € 140,05 op de bankrekening); 4. overtreding van artikel 93 Wna. [C] en de notaris als verantwoordelijk bestuurder zijn niet op de kort geding zitting verschenen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-593

    Klacht tegen eigen advocaat ongegrond. De door klager gestelde betalingsafspraken zijn niet komen vast te staan. Verweerder heeft toegelicht dat zijn opdracht beperkt was tot de behandeling van de strafzaak van klager in hoger beroep. Dat verweerder destijds heeft toegezegd na de afronding daarvan ook nog andere werkzaamheden (kosteloos) te zullen verrichten, is de raad niet gebleken. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-076

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen (piket)advocaat kennelijk ongegrond nu niet is komen vast te staan dat verweerster in haar dienstverlening tekort is geschoten. Verweerster is niet gebonden aan tijden uit een folder die klager na zijn arrestatie van de politie heeft ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1041

    Dekenklacht over verweerster, eerst in hoedanigheid van faillissementscurator en later ook als advocaat. Dat verweerster zich bij de vervulling van haar taak als curator zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd, is de raad niet gebleken. Weliswaar staat vast dat verweerster als curator een groot actief in de faillissementsboedel heeft gemist en was nader onderzoek naar aanleiding van de vrij summiere bevindingen van de door verweerster als curator ingeschakelde externe partij wellicht geboden geweest, maar mogelijk had dat nadere onderzoek op dat moment voor verweerster in de gegeven omstandigheden niet tot een andere uitkomst geleid. In zoverre is de dekenklacht ongegrond. Dat verweerster jaren na sluiting van het faillissement alsnog als advocaat heeft opgetreden door namens de Stichting, de enig aandeelhouder van de gefailleerde, een akkoord aan te bieden aan de crediteuren van de gefailleerde wordt haar tuchtrechtelijk verweten. De evidente mogelijkheid van tegenstrijdige belangen had verweerster ervan moeten weerhouden om die opdracht te aanvaarden. Door deze opdracht als advocaat wel te aanvaarden, heeft verweerster naar het oordeel van de raad in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Daarnaast verwijt de raad verweerster in ernstige mate dat zij 1) gezien haar voorkennis als curator bij aanvaarding van de opdracht niet naar de herkomst van de gelden van de Stichting ten behoeve van het akkoord heeft geïnformeerd, 2) in de brieven aan de crediteuren niet heeft vermeld, dan wel had dienen te vermelden, dat sinds begin 2007 een aanzienlijk bedrag in depot stond bij een notaris ten gunste van de boedel van de gefailleerde, en 3) in diezelfde brieven de crediteuren op juridische foutieve gronden met betrekking tot de vermeende verjaring van hun vordering onder druk zette en misleidde , dit alles ten gunste van een akkoord in het belang van de Stichting. Eveneens gegrond is de dekenklacht voor zover verweerster wordt verweten niet op eerste verzoek te hebben meegewerkt aan het ter beschikking stellen van alle opgevraagde stukken aan de later wegens nagekomen bate aangestelde vereffenaar op de voet van art. 2:23C lid 4 BW. Maatregel van vier weken voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/613232 / DW RK 16/851

    De klacht betreft het volgens klager ten onrechte gebruik maken van de BRP gegevens in de pre-justitiële fase. Op een adresverificatie door een gerechtsdeurwaarder is de “Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens” van toepassing. De Gedragscode beoogt onnodige raadpleging van het BRP te voorkomen. Het doel van de Gedragscode is niet de schuldeiser en schuldenaar te beperken in het uitvoeren van een volwaardig minnelijk incassotraject. In de onderhavige zaak werd de gerechtsdeurwaarder 2 maal met een adreswijziging van klager geconfronteerd. Dat deed veronderstellen dat eerdere aanmaningen klager niet hadden bereikt. Dat de gerechtsdeurwaarder verschillende keren een adresverificatie heeft genomen acht de kamer onder deze omstandigheden niet tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621670 / DW RK 17/12

    Klacht over het innen van alimentatie. Bij de inning daarvan is de gerechtsdeurwaarder aangewezen op de opgave van zijn opdrachtgever van de hoogte van het verschuldigde bedrag. Het kenmerk van een alimentatiebeschikking is dat daarin in het algemeen alleen de verschuldigdheid van toekomstige verplichtingen wordt vastgelegd. Of en in hoeverre die verplichtingen, in dit geval door klager, zijn nagekomen, is niet door een rechterlijke uitspraak bepaald, maar blijkt uit de opgave van degene die recht heeft op de alimentatie. De gerechtsdeurwaarder heeft de bezwaren van klager serieus genomen, besproken met zijn opdrachtgever en om uitleg verzocht. De klacht wordt ongegrond verklaard. Hoger beroep ingesteld.