ECLI:NL:TGZRZWO:2018:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 275/2017
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2018:104 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-05-2018 |
| Datum publicatie: | 25-05-2018 |
| Zaaknummer(s): | 275/2017 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen verzekeringsarts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster was als praktijkopleider bij de zaak betrokken. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet is onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 25 mei 2018 naar aanleiding van de op 19 oktober 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , wonende te B,
bijgestaan door mr. M.J. de Jong, werkzaam bij Univé Rechtshulp te Assen,
k l a a g s t e r
-tegen-
E , verzekeringsarts, (destijds) werkzaam te D,
bijgestaan door mr. drs. G.P. van Delft, als jurist verbonden aan UWV te Amsterdam,
v e r w e e r s t e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Dit blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de op 3 april 2018 ontvangen brief met bijlagen van de zijde van klaagster.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.
De zaak is behandeld ter openbare zitting van 17 april 2018, alwaar zijn verschenen klaagster, bijgestaan door mr. De Jong en verweerster, bijgestaan door mr. Van Delft.
Ter zitting is verder de klacht behandeld tegen arts (ANIOS) C (274/2017), verder te noemen de ANIOS. In beide zaken wordt tegelijkertijd uitspraak gedaan.
2. DE FEITEN
Klaagster, geboren in 1972, is op 2 april 2015 met spanningsklachten en later ook pijnklachten, uitgevallen voor haar werk als verzorgende IG, niveau 3.
Na het volmaken van de wachttijd van twee jaar is op 30 maart 2017 een aanvraag WIA ingediend. In dit kader is door een verzekeringsarts een functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. Met inachtneming van deze FML heeft de arbeidsdeskundige onderzoek gedaan en heeft deze geconcludeerd dat klaagster haar eigen werk niet meer kan doen, maar wel werkzaamheden kan verrichten waarin sprake is van een voorspelbare werksituatie zonder hoge werkdruk of handelingstempo, die fysiek niet te zwaar zijn. De arbeidsdeskundige heeft een aantal functies genoemd als voorbeeld van functies die klaagster zou kunnen verrichten: schadecorrespondent, productiemedewerker (samenstellen van producten), wikkelaar en samensteller elektronische apparatuur. De arbeidsdeskundige heeft voorts geconcludeerd dat klaagster in deze functies 20,7% minder kan verdienen dan in het eigen werk.
Bij beschikking van 12 april 2017 is de WIA-aanvraag van klaagster afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Klaagster heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt.
Op 5 mei 2017 heeft klaagster zich ziek gemeld. Naar aanleiding van deze ziekmelding is klaagster op 21 september 2017 gezien door de ANIOS, destijds werkzaam voor het UWV. Tijdens het spreekuur heeft klaagster onder meer aangegeven dat zij eind september 2017 een afspraak had bij de afdeling ‘Angst en Stemming’ van F. Klaagster heeft verder een rapportage fysiotherapie van 25 augustus 2017 en een brief van de huisarts van 23 mei 2017 overhandigd. In de brief van de huisarts staat:
“Geachte collegae van UWV
Op verzoek van A wil ik een medische verklaring schrijven over haar ziekte (oude en nieuwe)
Er is bij patiente sprake van een lage belastbaarheid. Mentaal door haar eigen kwetsbaarheid.
Er is sprake van
01.01.1998 Angststoornis/angsttoestand PTSD
25.08.2004 Hypothyreoidie/myxoedeem
27.04.2009 IUD mirena
01012014 Depressie recidiverend
Actieve medicatie
29.03.2017-27.06.2017 Levocetirizine Tablet Fo 5 mg 90 1D1T
29.03.2017-27.06.2017 Levothyroxine Tablet 125 ug (Natrium) 90 1D1T
19.04.2017-18.07.2017 Divisun Tablet 800ie 90 1D1T
03.05.2017-10.07.2017 Sertraline Tablet 50mg 1 1D2T
18.05.2017-02.06.2017 Lyrica Capsule 75mg 30 2D1C
18.05.2017-02.06.2017 Diazepam Aurobindo Tablet 5mg 15 1D1T VN
Patiente volgde een opleiding in de zorg, echter bleek niet te kunnen functioneren door haar kwetsbaarheid. Het betreft een omvangrijk probleem waarbij zich steeds tot het uiterste van haar kunnen gaat te werken. Dit mechanisme put haar telkens uit en valt zij in depressie en diepe ontregeling.
Het lijkt met passend haar kwetsbaarheid te onderkennen en haar psychiatrische belasting in deze
U kunt mij bellen onder nummer [telefoonnummer] overleglijn hulpverleners.”
Na afloop van het spreekuur heeft de ANIOS haar bevindingen doorgesproken met verweerster, haar praktijkopleider. De informatie van de huisarts en fysiotherapeut heeft zij daarbij niet aan verweerster overgelegd.
In de “medische rapportage Ziektewet” van 9 november 2017 heeft de ANIOS onder ‘anamnese’ opgenomen:
“Klant is sinds in mei 2017 ingestort. Volgens klant was er van een psychotische depressie. Klant hoorde stemmen en had het gevoel dat er dingen over haar bed liepen. Zij hoorde roepen om moeder of het geluid alsof kinderen buiten lopen en had het gevoel alsof er een kat over het bed loopt.
Zij heeft 28 september 2017 een eerste afspraak bij F bij een sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
Op 3 oktober 2017 heeft zij een afspraak bij G, neuroloog. Dit is in verband met de pijn. De pijn zit nu tussen de schouders, soms een doof gevoel in nek- en schouderregio.
Klant weet niet wat zij van de afspraak met de neuroloog moet verwachten. Huisarts heeft gezegd, dat klant er niet teveel van moet verwachten. Klant is ook bang voor kanker. Klant krijg angstaanvallen, huilbuien en woedeaanvallen. Klant is dan aan het schelden, is daarbij niet fysiek agressief.
Klant gaat 1 keer per week naar de fysiotherapeut toe.
Haar stemming is somber en verdrietig. Klant kan met moeite van haar kinderen genieten.
Slapen: zij slaapt vrij veel, volgens echtgenoot ongeveer 20 uur per dag.
Zij is 10 kg afgevallen sinds april 2017.
Zij heeft een paar keer per week een gevoel van angst en een gevoel van druk op de borst.
Haar ‘echte moeder’ heeft zelfmoord gepleegd, toen zij 2 was.
Klant denkt ook wel eens aan zelfmoord. Klant is bang om dat te doen. Zij heeft 2 keer gedachtes gehad om naar beneden te springen. Ook heeft zij aan een overdosis medicijnen gedacht.
Het is bij gedachtes gebleven. Er zijn nu geen plannen tot suïcide.
Volgens klant heeft ze de klachten vanaf 2015 en worden deze depressieve klachten en de nekklachten alleen maar erger.”
Bij lichamelijk onderzoek heeft de ANIOS opgeschreven:
“Maakt een goed verzorgde indruk. Klant zit normaal op de stoel, het looppatroon is ook normaal. Onderzoek nek: geeft veel pijn aan bij onderzoek van de nek, de beweging is actief beperkt in alle richtingen.
Rotatie naar links en rechts tot ongeveer 70 graden. Geprobeerd om passief iets verder te laten bewegen. Dit is niet gelukt i.v.m. pijn.
Onderzoek schouders; abductie van de schouders tot ongeveer 90 graden, geeft aan niet verder te kunnen door de pijn. Drukpijn m. trapezius beiderzijds.”
Onder medische overwegingen heeft de ANIOS genoteerd:
“Cliënt is bekend vanuit een WIA beoordeling in maart 2017 met een aanpassingsstoornis bij vastgestelde sub assertiviteit, spanning gerelateerde nek- en schouderpijn, duizeligheid en draaierigheid; zonder verklarende oorzaak.
Zij heeft zich weer ziek gemeld per 5-5-17.
Bij de toen geduide functies is cliënt reeds beperkt geacht ten aanzien van o.a. sociaal en persoonlijk functioneren: voorspelbaar werk, geen veelvuldige deadlines, geen hoog handelingstempo, zonder verhoogd persoonlijk risico, conflicthantering beperkt, samenwerking beperkt, leidinggeven beperkt.
Er loopt een bezwaarzaak, er is nog geen uitspraak gedaan.
Bij onderzoek op 21-9-17 zijn er geen duidelijke aanwijzingen voor een ernstige psychiatrische stoornis, zodanig dat die het werk met een zeer beperkte mentale belasting zoals wikkelaar onmogelijk maken.
In het mondeling overleg wat plaatsvond tussen verweerster en [naam ANIOS] na het spreekuur van 21-9-17 kwam namelijk naar voren:
Er zijn depressieve kenmerken gezien, maar deze klachten bestaan al langere tijd. Zij heeft een behandeling met antidepressiva hiervoor. Zij gebruikte deze medicatie al tijdens de WIA-beoordeling. Er is gevraagd naar suïcidegedachtes. Zij heeft geen concrete suïcideplannen. Zij vermeldt een psychotische decompensatie te hebben gehad. Ten tijde van het spreekuur waren er geen psychotische verschijnselen. Het behandelbeloop tot heden is niet passend bij een psychotische decompensatie.
Een behandeling bij een GGZ instelling begint namelijk pas eind september. Ze is tot nu bij de huisarts in behandeling.
[…]”
Over het overleg tussen de ANIOS en verweerster is verder genoteerd:
“Na overleg met supervisor [naam verweerster], verzekeringsarts, wordt gesteld dat er op 21-9-2017 geen sprake is van een ernstige stoornis. In de belastbaarheid ten tijde van de WIA beoordeling in maart 2017 is er voldoende rekening gehouden met de huidige klachten.
Ten aanzien van de fysieke klachten kan gesteld worden dat er geen sprake is van een wezenlijke verandering van de medische situatie, ondanks dat de klachten subjectief zijn toegenomen. De beperkingen t.a.v. fysieke belasting zijn dan ook ongewijzigd.
Klant is dan ook geschikt voor minimaal 1 van de geduide functies, in ieder geval wikkelaar.”
Op 21 september 2017 heeft de ANIOS, volgens afspraak, contact opgenomen met de partner van klaagster en meegedeeld dat zij arbeidsgeschikt zou worden geacht voor minimaal één van de geduide functies. Dit oordeel is vastgelegd in een beschikking van 22 september 2017 waarin klaagster formeel is meegedeeld dat zij vanaf 25 september 2017 weer arbeidsgeschikt werd geacht voor ten minste één van de geduide functies.
In een telefonisch contact op 28 september 2017 heeft de partner van klaagster aan de ANIOS meegedeeld dat klaagster na de beslissing op 21 september 2017 een overdosis medicatie heeft genomen en daarna is opgenomen in het ziekenhuis. Daarop is door UWV bij beschikking van 28 september 2017 het besluit van 22 september 2017 ingetrokken.
3. HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN DE KLACHT
Klaagster verwijt verweerster -zakelijk weergegeven en na bespreking ter zitting - dat:
a. de lichamelijke en psychische problemen van klaagster niet serieus zijn genomen, ondanks een reeds geplande afspraak bij F Angst en Stemming. Dat klaagster psychoses had, werd niet geloofd;
b. niet geluisterd is naar klaagster en haar huisarts. De door klaagster meegenomen informatie is niet beoordeeld. Ook werd niet voldaan aan het verzoek van klaagster contact op te nemen met de huisarts en niet gereageerd op het verzoek van de huisarts zelf contact op te nemen;
c. zij zonder enig inzicht in klaagster als persoon een oordeel heeft geveld, hetgeen directe invloed op klaagster heeft gehad.
De hiervoor beschreven bejegening heeft een zodanige impact gehad op klaagster dat zij in psychische nood is gekomen en een overdosis medicijnen heeft genomen met het doel niet meer wakker te worden.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERSTER
Verweerster voert -zakelijk weergegeven- aan dat zij wel betrokken is geweest bij de beoordeling van klaagster, maar niet aanwezig is geweest bij het spreekuur op
21 september 2017. Op de ervaringen van klaagster tijdens dit spreekuur kan verweerster dan ook niet ingaan. Verweerster heeft als praktijkopleider van de ANIOS vooraf met haar doorgesproken welke vraagstelling beantwoord diende te worden. De ANIOS moest beoordelen of er ten opzichte van de WIA-beoordeling in maart 2017 nieuwe medische feiten en/of omstandigheden aan de orde waren. De ANIOS heeft tijdens het spreekuur op 21 september 2017 geen duidelijke aanwijzingen geconstateerd voor een ernstige psychiatrische stoornis, die het werken in de geduide functies onmogelijk zouden maken. De ANIOS zag geen psychotische verschijnselen (meer) bij klaagster en het behandelverloop van klaagster paste daar ook niet bij. Zij was immers pas voor eind september 2017 opgeroepen voor een intake bij F Angst en Stemming. De ANIOS heeft voorts gevraagd naar mogelijke suïcidale plannen en gedachten, die waren ten tijde van het spreekuur niet aanwezig. Verweerster kon in de gegeven omstandigheden met de op dat moment voorliggende informatie tot het oordeel komen dat er ten opzichte van maart 2017 geen nieuwe feiten en omstandigheden aan de orde waren, die op dat moment tot een ander inhoudelijk oordeel zouden moeten leiden.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard. De door klaagster ingediende klacht over de beoordeling moet voorts uitsluitend worden beoordeeld in het licht van wat er ten tijde van het klachtwaardig handelen aan verweerster bekend was en bekend moest zijn omtrent de aard en de ernst van de bij klaagster bestaande beperkingen. Dit betekent dat bij de beoordeling van verweersters handelen geen rekening kan worden gehouden met de - na dit handelen - gedane zelfmoordpoging, hoe afschuwelijk dit voor klaagster en haar familie ook moet zijn geweest.
5.2
De ziekmelding van klaagster op 5 mei 2017 volgde op een kort daarvoor gedane beoordeling van haar arbeids(on)geschiktheid in het kader van de WIA. Bij deze WIA-beoordeling zijn beperkingen aangenomen in de mentale weerbaarheid en voor lichamelijk te zwaar belastende aspecten. Hierna zijn functies geselecteerd die passend waren bij deze beperkingen.
Na de ziekmelding van klaagster diende te worden beoordeeld of de eerder in het kader van de WIA-beoordeling aangenomen beperkingen waren toegenomen en of klaagster op grond daarvan niet langer in staat kon worden geacht tot het uitvoeren van (minimaal) één van de eerder geselecteerde functies.
5.3
Verweerster is niet bij het spreekuur op 21 september 2017 aanwezig geweest. Wel is zij in de hoedanigheid van praktijkopleider (mede) verantwoordelijk voor de door haar (mede) ondertekende beoordeling.
De ANIOS is begin 2017 in dienst gekomen bij het UWV. Daarvoor is zij jarenlang huisarts geweest. Op basis van de door haar in deze functies opgedane kennis en ervaring moest zij in staat geacht worden zelfstandig een spreekuur in het kader van een Ziektewetbeoordeling uit te voeren. Verweerster kan dan ook niet in tuchtrechtelijke zin worden verweten dat zij klaagster niet persoonlijk heeft gezien.
Ten aanzien van de door klaagster genoemde psychotische verschijnselen is verweerster tijdens de nabespreking met de ANIOS tot de conclusie gekomen dat klaagster op het moment van beoordeling geen psychotische verschijnselen had en dat het behandelbeloop tot dan niet passend was bij een psychotische decompensatie. Deze afweging is inzichtelijk en gerechtvaardigd zodat verweerster, met de ANIOS, op goede gronden heeft kunnen concluderen dat de door klaagster genoemde psychotische verschijnselen niet (meer) in de weg stonden aan de uitoefening van in ieder geval één van de geduide functies. Verweerster heeft ook geen aanleiding hoeven zien klaagster nogmaals op te roepen voor een spreekuur bij verweerster zelf.
Verweerster en de ANIOS hebben in de nabespreking ook aandacht besteed aan de depressieve kenmerken en eventuele suïcidegedachtes. Verweerster mocht hierbij afgaan op de mededeling van de ANIOS dat klaagster op dat moment geen concrete suïcideplannen had. Daarvan uitgaande kan verweerster niet worden verweten dat zij bij klaagster aanwezige suïcidaliteit niet heeft onderkend. Evenmin kan worden geconcludeerd dat verweerster in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de WIA-beoordeling al waren vastgesteld.
Verweerster kan niet worden verweten dat niet is voldaan aan het verzoek contact op te nemen met de huisarts van klaagster. Dat klaagster tijdens het spreekuur heeft verzocht contact op te nemen met de huisarts wordt door de ANIOS betwist en kan daarom niet worden vastgesteld. Niet kan worden geoordeeld dat verweerster op grond van de informatie van de huisarts en fysiotherapeut zelf contact had moeten opnemen met de huisarts van klaagster. In de medische rapportage staat vermeld dat de informatie van de huisarts niet is overgelegd aan verweerster. Afgezien daarvan bevatte deze informatie ook geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de belastbaarheid van klaagster ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling verminderd was c.q. dat sprake was van nieuwe medische feiten. De beslissing geen nadere informatie op te vragen bij de huisarts van klaagster was dan ook te billijken.
5.4
Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht in al zijn onderdelen ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gedaan door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, mr. H.L. Wattel, lid-jurist,
H. Donkers, C.A.W.M. Hertog en P. Jongerius, leden-arts, in tegenwoordigheid van
mr. M. Keukenmeester, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2018 door
mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.