Zoekresultaten 20001-20050 van de 47540 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:71 Accountantskamer Zwolle 18/1763 Wtra AK
- Datum publicatie: 02-10-2018
- Datum uitspraak: 02-10-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:71
Klacht tegen een betrokkene tijdens een periode dat hij als accountant in het register is doorgehaald, kan niet ambtshalve (na intrekking door klager) in het algemeen belang worden voortgezet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/201
- Datum publicatie: 02-10-2018
- Datum uitspraak: 02-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:112
De klacht houdt in dat de psychiater een onzorgvuldig rapport over klaagster heeft uitgebracht. De klacht heeft onder andere betrekking op het correctierecht, de diagnosestelling en de validatietest.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/238
- Datum publicatie: 02-10-2018
- Datum uitspraak: 02-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:113
Klaagster verwijt verweerder (gynaecoloog) het stellen van een onjuiste diagnose. Verweerder stelde dat klaagster ongesteld was, terwijl er sprake was van een placentarest en een nabloeding. Tevens verwijt zij hem verkeerde nazorg en het niet serieus nemen van haar klachten. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 142/2018
- Datum publicatie: 01-10-2018
- Datum uitspraak: 01-10-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:158
Klacht tegen huisarts. Klager niet-ontvankelijk. Nu twee broers en twee zussen in een ingebrachte verklaring aangeven dat volgens hen in overeenstemming met de wil van patiënte is gehandeld is niet langer aannemelijk dat klager de veronderstelde wil van patiënte tot uitdrukking laat worden met de ingediende tuchtklacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:135 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-431/DB/ZWB
- Datum publicatie: 01-10-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:135
Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet tijdig beroep in te stellen, zonder voorafgaand overleg met klager betaling van het griffierecht achterwege te laten en klager niet naar behoren te informeren over de beroepsfout en de uitkomst van de procedure. Niet gebleken dat verweerder klager in strijd met de waarheid heeft voorgehouden dat in maart 2016 een zitting had plaatsgevonden. Deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:184 Raad van Discipline Amsterdam 18-624/A/A
- Datum publicatie: 01-10-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:184
Voorzittersbeslissing. De uitlatingen van verweerder zijn niet onnodig grievend. Daarnaast geldt dat een advocaat mag afgaan op de juistheid van het feitenmateriaal zoals de cliënt hem dat verschaft en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. Dat in dit geval van een dergelijk uitzonderingsgeval sprake zou zijn is onvoldoende onderbouwd en blijkt overigens ook niet uit het klachtdossier. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:185 Raad van Discipline Amsterdam 18-623/A/A
- Datum publicatie: 01-10-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:185
Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerder opzettelijk heeft geprobeerd te voorkomen dat het poststuk dat klager hem op 30 november 2016 heeft toegezonden hem zou bereiken. Het niet aannemen en het niet ophalen van een poststuk is, zonder bijkomende omstandigheden waaruit blijkt dat sprake is van opzet in voornoemde zin, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:69 Accountantskamer Zwolle 17/2701, 17/2702 en 17/2703 Wtra AK
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 28-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:69
In het geval van een vennootschap onder firma, bestaande uit twee vennoten, kan van de accountant worden verlangd dat hij zich in een persoonlijk contact met beide vennoten ervan vergewist met wie het overleg moet worden gevoerd en of de andere vennoot daarmee heeft ingestemd. Deze verplichting geldt ongeacht hoe de onderlinge afspraken luiden tussen de vennoten over de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vennootschap. Nu in geen van de jaren waarin de samenstellingswerkzaamheden zijn verricht in een persoonlijk contact is geverifieerd of klaagster ermee instemde dat de overleggen over de jaarrekeningen alleen met de andere vennoot (haar zoon) werden gevoerd, is Standaard 4410 niet nageleefd en is sprake van schending van de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag (art. A.100.4 onder c. en e. VGC)/ vakbekwaamheid en zorgvuldigheid (art. 2 onder d VGBA. Deze beginselen zijn eveneens geschonden door na te laten met klaagster te overleggen over haar aangiften inkomstenbelasting. De klacht is verder tegen een van de betrokkenen gegrond voor zover hem verweten wordt dat hij, gezien de tenaamstelling van twee facturen op een andere vof dan die van klaagster, niet heeft nagegaan of de met deze facturen in rekening gebrachte kosten, terecht voor rekening van de vof van klaagster werden gebracht en dat een aangifte inkomstenbelasting van klaagster zonder haar voorafgaande instemming is ingediend. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:70 Accountantskamer Zwolle 17/553 Wtra AK
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 28-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:70
Klacht tegen accountant die onderzoek heeft ingesteld naar het declaratiegedrag van de oud-burgemeester van Bussum grotendeels niet-ontvankelijk in zoverre er eerder door het College van Beroep voor het bedrijfsleven inhoudelijk is geoordeeld over hetzelfde handelen en nalaten van de accountant. Dat dit oordeel is gegeven op basis van een door een andere klager ingediende klacht is niet van belang. Het accountantstuchtrecht is immers primair gericht op handhaving van het peil van het beroep en van het vertrouwen dat het publiek daarin stelt ofwel op de goede beroepsuitoefening door accountants en handhaving van de eer van de stand van de accountants, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet op het accountantsberoep, en niet op correctie van het handelen of nalaten van een accountant jegens een individuele klager. Een klachtonderdeel (het aanvaarden van de opdracht voor een fixed fee) is wel ontvankelijk maar in het licht van het verweer onvoldoende aannemelijk gemaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:184 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180081
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:184
Klacht over advocaat wederpartij. Advocaat heeft belang klagers geschaad door onverwachts een contrarapportage in te brengen bij een onderhandelingsbijeenkomst. Zij hadden immers afgesproken te onderhandelen aan de hand van een bij partijen vooraf bekend deskundigenrapport. Verweerder had ten minste vooraf uitdrukkelijk een voorbehoud moeten maken toen duidelijk werd dat zijn cliënt het niet eens was met de inhoud van het deskundigenrapport. Het handelen van verweerder brengt een forse informatieachterstand en substantiële ongelijkwaardigheid van klagers ten opzichte van zijn cliënt mee. Klachtonderdeel gegrond. Voor zover verweerder een door klagers aangehaalde uitspraak niet heeft herkend als een eerder door hem behandelde zaak en verweerder klagers heeft bericht dat hij het niet correct acht dat de inhoud van de vaststellingsovereenkomst in de publiciteit komt, is de klacht ongegrond. Waarschuwing. Gedeeltelijk vernietiging beslissing raad. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:185 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180239
- Datum publicatie: 28-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:185
Art. 13-beklag. Gegrond. Klagers hebben bij de deken genoeg aangevoerd om te rechtvaardigen dat een advocaat nader advies uitbrengt over de haalbaarheid van de zaak. De deken heeft de afwijzing van het verzoek om aanwijzing van een advocaat onvoldoende onderbouwd door zich te baseren op een advies van een advocaat met de inhoud dat hij zich kan voorstellen dat klagers aanknopingspunten zien voor hun vordering en zich de vraag stelt of dat meebrengt dat de vorderingen reële kans van slagen hebben. De deken is niet gehouden een advocaat te verplichten rechtsbijstand te verlenen. De aan te wijzen advocaat mag een eigen afweging maken over het bijstaan van klagers (art. 3 lid 2 Aw en advocateneed).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:256 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.085
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 27-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:256
Klacht tegen huisarts. Klaagster is in 2003 betrokken geweest bij een ongeval waarbij zij persisterende lichamelijke klachten heeft opgelopen. Zij heeft hiervoor een groot aantal specialisten geraadpleegd. Klaagster heeft op 12 juli 2012 via haar toenmalige gemachtigde de huisarts verzocht om aan haar gemachtigde mogelijke berichtgeving van specialisten toe te sturen. De huisarts heeft op 30 juli 2012 een brief met inlichtingen verstrekt aan de toenmalige gemachtigde van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bewust twee specialistenbrieven heeft achtergehouden en niet heeft meegestuurd met de brief van 30 juli 2012. Hierdoor kon de gemachtigde van klaagster zijn werkzaamheden ten behoeve van klaagster niet goed uitvoeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:188 Raad van Discipline Amsterdam 18-599/A/A
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:188
Verzoek ex artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Schorsing in de uitoefening van de praktijk voor onbepaalde tijd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:253 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.533
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 27-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:253
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is de stiefdochter van patiënte die in een zorginstelling woont. Verweerster is de behandelend arts van patiënte. Ten tijde van het indienen van de klacht was klaagster tevens mentor en bewindvoerder van patiënte. Patiënte had op dat moment al wel het verzoek ingediend bij de rechtbank om klaagster als mentor en bewindvoerder te ontslaan, en kort na het indienen van onderhavige klacht door klaagster, heeft de rechtbank conform het verzoek van patiënte beslist. Klaagster verwijt verweerster: 1) onjuiste behandeling van patiënte, 2) onjuiste bejegening van klaagster en het geven van onvoldoende informatie aan klaagster over de behandeling van patiënte, en 3) manipulatie van het personeel van de zorginstelling om valse verklaringen over klaagster te krijgen. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel heeft het Regionaal Tuchtcollege klaagster niet-ontvankelijk verklaard. De overige twee klachtonderdelen zijn afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:254 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.538
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 27-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:254
De aangeklaagde arts werkte als specialist ouderengeneeskunde in het woonzorgcentrum waar de moeder van klager, patiënte, verblijft. Klager verwijt de arts kort gezegd dat zij 1) haar beroepsgeheim heeft geschonden door tegen een derde te zeggen dat patiënte lijdt aan Alzheimer, en 2) informatie die mede betrekking heeft op klager ten onrechte aan een derde heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 1, klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en in verband daarmee aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep tegen deze beslissing ingesteld. De arts heeft zich tegen dit beroep verweerd en tevens incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde beslissingen als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt beide beroepen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:255 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.004
- Datum publicatie: 27-09-2018
- Datum uitspraak: 27-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:255
Klacht tegen arts, werkzaam bij een instelling voor verslavingszorg. Klager was sinds 2006 onder behandeling bij de instelling en was daar ingesteld op methadon. De arts heeft in februari 2016 voor het laatst een herhaalrecept voor methadon uitgeschreven. In mei 2016 heeft zij geweigerd een nieuw herhaalrecept uit te schrijven. Nadien heeft de arts de verantwoordelijkheid voor klager overgedragen aan de regiebehandelaar, omdat klager zich niet aan de voorwaarden voor behandeling hield. Op 8 september 2016 is klager in een gesprek gehad met de regiebehandelaar en de manager bedrijfsvoering van de instelling meegedeeld dat hij zal worden uitgeschreven bij de instelling. Klager verwijt de arts dat zij hem heeft uitgeschreven bij de instelling zonder dat de behandeling is overgedragen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep. Het Centraal Tuchtcollege geeft geen oordeel over het verwijt van klager aan de arts dat de arts in mei 2016 geen nieuw herhaalrecept voor methadon heeft willen uitschrijven. Ten aanzien van dit feit is al een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing genomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:250 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.014
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:250
Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerder heeft patiënte in verband met benauwdheid samen met de eveneens aangeklaagde huisarts in opleiding (C2018.012) tijdens een visitedienst in de nacht van vrijdag op zaterdag bezocht. Klaagster verwijt verweerder dat hij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:244 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.194
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 18-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:244
Klacht tegen psychiater, verbonden aan een instituut voor geestelijke gezondheidszorg en aldaar hoofdbehandelaar van de zoon van klager. Klager verwijt verweerster dat zij in een gerechtelijke procedure als behandelaar van zijn zoon anonieme verklaringen heeft overgelegd en daarin uitlatingen over klager heeft gedaan en voorts dat zij heeft geweigerd klager daarover en over zijn zoon te informeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:251 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.121
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:251
Klacht tegen huisarts. Klager is patiënt in een huisartsenpraktijk waar verweerster als huisarts werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende zorg heeft verleend toen hij in oktober en november 2009, direct nadat hij een griepprik had gekregen, de Mexicaanse griep had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1832
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 26-09-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:71
Apotheker in hoedanigheid van mede-eigenaar apotheek. Tweede tuchtnorm. Voorwenden dat schadeclaim wegens verkeerde dosering medicijnen is doorgeleid aan verzekeraar en door deze afgewezen. Vertrouwen in individuele gezondheidszorg bijzonder geschaad. Voorwaardelijke schorsing 6 maanden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:245 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.036
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 11-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:245
Klager was patiënt bij één van de tandartsen van de tandheelkundige kliniek waarvan verweerder, tandarts, klinisch directeur is. Klager verwijt verweerder dat hij: 1. klager een afpersings-/dreigende/intimiterende/chanterende brief heeft geschreven, waarin hij heeft aangegeven dat hij bij een ongegrond verklaring van de klacht de tijd en inspanning van de tandarts bij klager in rekening zou worden gebracht, met het doel dat klager de klacht tegen de tandarts zou intrekken; 2. de brief van 27 maart 2017 aangetekend heeft verzonden, waarbij niet duidelijk was wie de afzender was; 3. de naam van klager op de website van klachtenkompas heeft vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat hetgeen de tandarts door klager wordt verweten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:252 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.122
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:252
Klacht tegen huisarts. Klager was als patiënt ingeschreven in de huisartsenpraktijk waar de huisarts tot aan zijn pensionering werkzaam was. Klager verwijt de huisarts het onrechtmatig intrekken van de jachtakte op 19 december 2012, omdat hij hem in de steek heeft gelaten door geen onderzoek te laten verrichten door een psychiater, waar klager recht op had. Voorts verwijt hij verweerder dat hij klager, bij het huisbezoek van 4 december 2013 betitelde als een spraakwaterval. Hij heeft ten onrechte in het dossier genoteerd dat klager een persoonlijkheidsstoornis had en een narcistisch type was en dat hij brieven had geschreven die nogal warrig en vol grammaticale onjuistheden waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:134 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-348/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:134
Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet ter zitting van de rechtbank te verschijnen, door de uitspraak van de rechtbank pas na een rappel van klagers en na bijna 4 weken aan klagers toe te sturen, door het dossier van klagers niet tijdig conform de afspraak toe te sturen aan hun nieuwe advocaat en door onjuiste mededelingen te doen over de termijn van hoger beroep en de instantie waar het beroep moest worden ingesteld. Gegrond. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden voorwaardelijke schorsing van één week. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn ex art. 8a Advocatenwet tot twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:246 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.056
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 11-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:246
Klaagster verwijt de aangeklaagde tandarts dat hij middels een verborgen camera in de woning van zijn oom een pornofilm van klaagster heeft gemaakt. De tandarts zou dit hebben gedaan om te voorkomen dat klaagster de erfenis van de oom zou ontvangen. Als gevolg van deze pornofilm zou de kantonrechter hebben geoordeeld dat klaagster een vrouw van lichte zeden is die nergens recht op heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat hetgeen de tandarts door klaagster wordt verweten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:247 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.460
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:247
Klacht tegen huisarts. Klager heeft vanaf enig moment regelmatig zijn PSA-waarde door de huisarts laten bepalen in verband met het feit dat zijn vader aan prostaatkanker is overleden. Klager verwijt verweerder niet adequaat te hebben gereageerd op de stijging van de PSA-waarde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het beroep van klager slaagt. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de huisarts, gedurende langere periode en in afwijking van hetgeen de richtlijn voorschrijft, klager niet heeft doorverwezen naar een uroloog voor nader onderzoek. De klacht wordt in beroep alsnog gegrond bevonden. Het Centraal Tuchtcollege legt aan de huisarts de maatregel van berisping op en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:248 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.012
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:248
Klacht tegen arts, destijds huisarts in opleiding. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerster heeft patiënte in verband met benauwdheid samen met haar eveneens aangeklaagde supervisor (C2018.014) tijdens een visitedienst in de nacht van vrijdag op zaterdag bezocht. Klaagster verwijt verweerster dat zij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:249 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.013
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:249
Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerster heeft patiënte in verband met benauwdheid tijdens een visitedienst op zaterdag bezocht. De nacht tevoren was patiënte door twee andere artsen bezocht. Patiënte was delirant. Verweerster heeft opname in een verpleeghuis voor patiënte geregeld. Klaagster verwijt verweerster dat zij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond nu verweerster niet met klaagster heeft besproken of er een onderliggende medische oorzaak voor de toestand van patiënte kon zijn. Voorts heeft zij nagelaten daar verder onderzoek naar te doen terwijl zij ook niet met klaagster heeft overlegd over de keuze tussen opname in een verpleeghuis of, vanwege de onduidelijkheid over de oorzaak van het delier, ziekenhuisopname. Aan de huisarts wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:192 Raad van Discipline Amsterdam 18-647/A/A/D
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:192
Verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. Financiële situatie van kantoor van verweerder is uitermate zorgwekkend. Niet valt te verwachten dat verweerder op korte termijn in staat zal zijn om zijn liquiditeitspositie te verbeteren en schulden af te lossen. Dit staat aan een goede praktijkuitoefening in de weg. Verzoek om verweerder met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd te schorsen toegewezen. Benoeming waarnemer bij wege van voorziening.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 277-2017
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:157
Raadkamerbeslissing. In verband met het voornemen tot toepassing van een dwangbehandeling op grond van Pwb is verweerder gevraagd om een second-opinion. Volgens klaagster heeft verweerder ten onrechte de diagnose psychose gesteld, heeft hij haar ten onrechte dwangmedicatie voorgeschreven en is de second-opinion onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:186 Raad van Discipline Amsterdam 18-550/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:186
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klaagster deels kennelijk niet-ontvankelijk, klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/123
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:18
Aansprakelijkstelling notaris. Naar het oordeel van de kamer mag van een behoorlijk handelend notaris worden verwacht dat hij, als hij ontdekt dat hij een fout heeft gemaakt, er voor zorgt dat hij zo spoedig mogelijk alles in het werk stelt om deze fout te herstellen. Indien herstel niet mogelijk blijkt, dient hij te zorgen voor een passende vergoeding van de schade die een benadeelde (cliënt) als gevolg van zijn handelwijze heeft geleden en nog zal lijden. Dit geldt eens te meer als de tuchtrechter al heeft geoordeeld dat een notaris ten aanzien van de betreffende cliënt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Mede in verband met het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen, ook als er helaas een fout wordt gemaakt, is het van groot belang dat een notaris in zo’n situatie duidelijk en tijdig met alle betrokkenen communiceert. De notaris heeft niet aan deze maatstaf voldaan. Al staat het een notaris uit hoofde van de polisvoorwaarden bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering niet vrij om zonder toestemming van zijn verzekeraar aansprakelijkheid te erkennen, dat neemt naar het oordeel van de kamer niet weg dat de notaris (zo nodig na overleg met zijn verzekeraar) met deze beperking in het achterhoofd wel degelijk tijdig op de verzoeken van klagers had kunnen reageren en/of met hen in gesprek had kunnen gaan. Indien hij met het oog op de aansprakelijkheidskwestie zelf geen contact met klagers wilde opnemen, had het in ieder geval op zijn weg gelegen om te bevorderen dat de verzekeraar dat namens hem zo spoedig mogelijk had gedaan. Door verzoeken onbeantwoord te laten en onvoldoende initiatief te nemen richting de verzekeraar hebben klagers bijna twee jaar in het ongewisse verkeerd over de vraag of/in hoeverre hun claim zou worden geaccepteerd, terwijl evenmin duidelijk was of de door hen gestelde schade door de verzekeraar werd gedekt. Daarbij neemt de kamer mede in aanmerking dat de notaris, zoals tijdens de zitting is gebleken, de verzekeraar pas (ruim) een jaar na ontvangst van de eerste aansprakelijkstelling over de schadeclaim heeft geïnformeerd. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris klagers daardoor aan een groot financieel risico blootgesteld omdat te late melding kan lijden tot verlies van dekking. Klacht gegrond, schorsing voor de duur van twee weken, waarbij de kamer mede in aanmerking heeft genomen dat de notaris, aan wie eerder tuchtmaatregelen zijn opgelegd, de ernst van zijn (gebrek aan) handelen niet voldoende serieus lijkt te nemen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:180 Raad van Discipline Amsterdam 18-052/A/DH
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:180
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:187 Raad van Discipline Amsterdam 18-549/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:187
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/72
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:19
Naar het oordeel van de kamer mag van een behoorlijk handelend notaris, die tot de ontdekking komt dat er in een tot zijn verantwoordelijkheid behorend dossier kennelijk niet juist is gehandeld, worden verwacht dat hij er alles aan doet om gemaakte fouten alsnog zo spoedig mogelijk te herstellen en dat hij daarover duidelijk met alle betrokkenen communiceert. De notaris heeft echter onvoldoende initiatief genomen om de nalatenschap alsnog zo voortvarend mogelijk af te wikkelen. Bovendien staat vast dat de notaris toezeggingen bij herhaling niet is nagekomen. Daardoor is het vertrouwen in het notariaat geschonden. Klacht gegrond. Schorsing voor de duur van één week, waarbij de kamer mede in aanmerking heeft genomen dat de notaris, aan wie eerder tuchtmaatregelen zijn opgelegd, de ernst van zijn (gebrek aan) handelen niet voldoende serieus lijkt te nemen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:181 Raad van Discipline Amsterdam 18-036/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:181
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:182 Raad van Discipline Amsterdam 18-416/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:182
Gegronde klacht over de verweerder in de klachtzaak van de partner van klaagster. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een passage over klaagster in zijn reactie op de klacht van haar partner op te nemen. Verweerder heeft erkend dat hij dat niet had moeten doen en heeft hiervoor zijn excuses aangeboden. Ook heeft hij de gevolgen van zijn handelen ongedaan gemaakt door zijn brief waarin die passage stond te vervangen door een andere brief. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:189 Raad van Discipline Amsterdam 18-541/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:189
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels kennelijk ongegrond en deels (kennelijk) niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop dan wel ne bis in idem.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:183 Raad van Discipline Amsterdam 17-1008/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:183
Gegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft niet adequaat opgetreden en klager onvoldoende geinformeerd. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/1
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:15
Klagers verwijten de notaris dat hij de nalatenschap van erflaatster incorrect heeft afgehandeld. Meer specifiek verwijten klagers de notaris dat hij: (1) het bestaan van een spaarrekening in eerste instantie voor klagers heeft verzwegen; (2) de woning van erflaatster ten onrechte onderhands en voor een te laag bedrag heeft verkocht en ten slotte (3) willen klagers vragen stellen bij hoe de notaris is omgegaan met het regelen van toegang tot het huis van erflaatster en daarmee samenhangende de bescherming van haar spullen. Alle drie de klachtonderdelen zijn ongegrond. (1) De notaris heeft het bestaan van een spaarrekening niet verzwegen. (2) Klagers hadden beiden een uitgebreide boedelvolmacht getekend die de notaris nadrukkelijk de bevoegdheid geeft tot het ‘verkopen en leveren van goederen, waaronder registergoederen en effecten onder de voorwaarden en voor een koopsom door de gevolmachtigde (dat wil zeggen de notaris) te bepalen’. Dit neemt echter niet weg dat een notaris gehouden is om zorgvuldig gebruik te maken van een uitgebreide boedelvolmacht. In dit geval, waarin een erfgenaam een bod heeft uitgebracht op de woning van erflaatster, was het passend geweest om de erven, zeker die een bod hebben gedaan, mee te nemen in het proces van verkoop van de woning. De notaris heeft echter gehandeld binnen de reikwijdte van de verleende volmacht en daarom komt de kamer tot de slotsom dat de notaris op dit klachtonderdeel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld heeft. (3) De verantwoordelijkheid van de notaris begint pas vanaf het moment dat hij ook daadwerkelijk in actie is gekomen, de beschikking heeft gekregen over de sleutels van de woning en daarmee de toegang tot de woning heeft kunnen krijgen. Niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt de notaris in dit verband zou kunnen worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:190 Raad van Discipline Amsterdam 18-546/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:190
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerster heeft gedaan wat was afgesproken en wel voordat klaagster de opdracht aan verweerster introk. Het valt verweerster dan ook niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij een toevoeging voor klaagster heeft aangevraagd en klaagster heeft verzocht het restant van de eigen bijdrage te voldoen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/120
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 18-06-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:16
Klager verwijt de notaris, samengevat, dat deze geen rekening houdt met de wensen van erflater. Daarnaast heeft de notaris klager ten onrechte als executeur aangemerkt. Klager stelt dat hij nooit executeur van de nalatenschap van erflater is geweest en dat hij dan ook niet verplicht kan worden rekening en verantwoording af te leggen. Beide klachtonderdelen slagen niet. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:191 Raad van Discipline Amsterdam 18-542/A/A 18-543/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:191
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerders hebben voldoende onderbouwd dat zij de conclusie van antwoord zelf hebben geschreven.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:179 Raad van Discipline Amsterdam 18-340/A/NH
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:179
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/124
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 08-08-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:17
Notaris die optreedt als executeur dient de belangen van álle erfgenamen te behartigen. Beroep op rechtsverwerking verworpen. Afspraken tussen acht erfgenamen over wijze van taxatie van onroerende zaak in afwijking van testament niet schriftelijk vastgelegd. Notaris heeft ook onvoldoende de regie genomen t.a.v. de benoeming van een taxateur die een (zakelijke) band had met een van de erfgenamen en t.a.v. het verloop van de taxatieprocedure . Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-537
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:211
Klacht tegen advocaat wederpartij. Van enige smaad en/of laster, of het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van klager door verweerder is niet gebleken. Verweerder mocht informatie van een televisieprogramma, dat een item over klager heeft gemaakt, in het geding brengen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:212 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-535
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 03-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:212
Voorzitter oordeelt deel klacht met toepassing van art. 47b Advocatenwet wegens ne bis in idem kennelijk ongegrond. Voor het overige oordeelt de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing ervan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:213 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-544
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 10-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:213
De voorzitter oordeelt klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht jegens verweerder, nu sprake is van privégedragingen van verweerder. Omstandigheden of feiten waaruit zou kunnen blijken van een dusdanige verwevenheid van de gedragingen van verweerder met zijn praktijkuitoefening als advocaat zijn gesteld noch gebleken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-553
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 10-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:214
Naar het oordeel van de voorzitter valt niet in te zien in welke zin verweerder in deze een tuchtrechtelijk verwijt treft. Niet is gesteld of gebleken op grond van welke (rechts)regel een advocaat in het algemeen en verweerder in de door hem omschreven specifieke omstandigheden verplicht is om op de brieven van klaagster met daarin een aansprakelijkheidsstelling te reageren. Daar komt bij dat het klaagster vrij stond om de aansprakelijkheidsstelling van verweerder ter beoordeling voor te leggen aan de civiele rechter; dat is niet aan de tuchtrechter. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/198
- Datum publicatie: 21-09-2018
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:111
Klaagster dient een klacht in namens haar overleden zoon. Verweerster heeft de zoon van klaagster gezien voor een crisisbeoordeling. Enkele uren na de beoordeling heeft de zoon suïcide gepleegd. Klaagster verwijt verweerster onvoldoende zorgvuldig en bekwaam handelen. Zij stelt dat de arts onvoldoende aandacht heeft gegeven aan de richtlijnen van suïcidaal gedraag. Ongegrond
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:68 Accountantskamer Zwolle 17/2735 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-09-2018
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:68
Klagers verwijten betrokkene onder meer dat hij als (indirect) bestuurder van zijn vennootschap onjuiste, onvolledige en informatie heeft ingebracht in een gerechtelijke procedure, dat hij ondanks een daartoe strekkend verzoek geen maatregelen heeft genomen om deze informatie weg te nemen of te corrigeren, maar daarentegen strafrechtelijk aangifte heeft gedaan en dat hij een onware verklaring heeft ondertekend en onder ede heeft bevestigd. Volgens vaste jurisprudentie kan het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Een en ander geldt eveneens wanneer een accountant strafrechtelijk aangifte doet. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als schadelijk voor de goede naam van het accountantsberoep of, in de terminologie van de VGBA: het accountantsberoep in diskrediet brengend. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van bedoelde bijzondere omstandigheden, zodat de klacht in zoverre ongegrond is. Voor zover de klacht inhoudt dat betrokkene functies combineert die onverenigbaar zijn met de aan een accountant te stellen eisen en dat hij nooit heeft vastgesteld of zijn vennootschap ook daadwerkelijk eigenaar is van haar belangrijkste activa, is deze, voor zover al ontvankelijk, bij gebreke van voldoende onderbouwing, ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 400
- Pagina: 401
- Pagina: 402
- ...
- Pagina: 951
- Volgende pagina zoekresultaten