Zoekresultaten 19801-19850 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/82

    Klacht tegen huisarts. Klagers minderjarige zoontje is door diens moeder, klagers ex-echtgenote, ingeschreven in de praktijk van verweerster. Klager verzocht verweerster per e-mail om een afschrift van het medisch dossier van zijn zoontje. Verweerster kende klager toen nog niet en wilde het dossier niet verstrekken zonder eerst een afschrift van een identificatiebewijs van klager te ontvangen. Klager weigerde dit en verwijt verweerster deze handelwijze. Verweerster had hem niet mogen vragen naar (een kopie van) zijn identificatiebewijs. Zij had zonder voorwaarden aan klager te stellen een afschrift van het medisch dossier aan hem moeten verstrekken. Het college deelt klagers standpunt niet. Verweersters werkwijze in deze is juist zorgvuldig geweest. Het college wijst de klacht als ongegrond af.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-024b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft de oorverstopping van klaagster conform de NHG-standaard ‘Otitis externa’ behandeld door haar eerst met oordruppels met antibiotica te behandelen en pas daarna een kweek af te nemen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:197 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180159

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster had klager een redelijke termijn na het arrest van het Gerechtshof moeten gunnen om hieraan te voldoen voordat zij overging tot beslaglegging (vgl. gedragsregel 19 (oud)). Het beroep op een uitzondering op deze gedragsregel slaagt niet. Voorts ziet het hof geen aanleiding voor matiging van de proceskostenveroordeling, die volgens verweerster onredelijk is gezien de door haar ontvangen vergoeding in de zaak. De proceskostenveroordeling dient ter tegemoetkoming in de kosten voor de tuchtprocedure die door de beroepsgroep wordt gedragen en een grond voor matiging is niet aangevoerd. Bekrachtiging beslissing raad. Klacht gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-024c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Vanwege het ten tijde van het consult ontbreken van plekken in het gezicht en op de voeten en handen die zo kenmerkend zijn voor de diagnose hand-, voet en mondziekte, heeft de huisarts in redelijkheid die diagnose niet hoeven overwegen. De huisarts heeft overeenkomstig de NHG-standaard ‘Bacteriële huidinfecties’ een zalf voorgeschreven. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-024d

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft overeenkomstig de NHG-standaard ‘Acute Keelpijn’ gehandeld. Uit het dossier blijkt niet dat klaagster ten minste vijf ernstige keelontstekingen per jaar of drie ernstige keelontstekingen in elk van de afgelopen twee jaar heeft gehad, zodat de huisarts klaagster niet hoefde door te verwijzen naar een KNO-arts. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:144 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-402/DB/ZWB

    Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klacht tegen klager in te dienen. Niet onnodig grievend uitgelaten. Klager heeft geen eigen belang bij klacht dat verweerder jegens zijn cliënte is tekortgeschoten. Deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:75 Accountantskamer Zwolle 18/1902 Wtra AK

    Verzoek Nba, om bij wijze van voorlopige voorziening de inschrijving van betrokkene tegen wie een tuchtklacht is ingediend (wegens valsheid in geschrifte bij het aanvragen van een geldlening) door te halen, afgewezen. Gelet op het gemotiveerde verweer van betrokkene is er geen sprake van een voldoende ernstig vermoeden zoals bedoeld in artikel 41 eerste lid, Wtra dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het handelen dat ten grondslag is gelegd aan de klacht. Wil dat handelen (ook zonder dat betrokkene daarvoor strafrechtelijk is veroordeeld) aannemelijk worden, dan is daarvoor meer onderzoek vereist en daarvoor leent zich de onderhavige procedure niet. Dat onderzoek dient in beginsel plaats te vinden in het kader van de behandeling van de klacht, waarna de behandelende kamer eventueel kan beslissen of toepassing van artikel 48, eerste lid, Wtra geboden is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:194 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180115

    Doorbreking appelverbod. Schending van fundamentele rechtsbeginselen. Klacht over de schending van het recht op hoor en wederhoor door de raad wegens het afwijzen van het aanhoudingsverzoek en het verzetschrift zonder aanwezigheid van klager te behandelen, is gegrond. Klager heeft drie dagen voor de zitting de huisarts verzocht om een verklaring en klager heeft, toen hij die niet kreeg van de huisarts o.b.v. regelgeving over het omgaan met medische gegevens, een toelichting gegeven op zijn medische toestand en klachten. De raad had nader onderzoek moeten verrichten of klager in redelijkheid wel in staat was nadere medische gegevens ter onderbouwing van zijn aanhoudingsverzoek te verstrekken. Niet gebleken is dat uitstel onaanvaardbaar was dan wel dat verweerder daardoor in enig belang zou worden geschaad. Terugverwijzing naar de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:205 Raad van Discipline Amsterdam 18-510/A/A

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:188 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180178

    Art. 13-beklag. Verzoek om aanwijzing advocaat. Klager is op vrijwillige basis reeds bijgestaan door een advocaat om de gewenste gegevens over zijn kinderen te verkrijgen, maar dit is niet gelukt. Klager voldeed niet aan de eisen: klager is geen belanghebbende en geen wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen. De advocaat schatte een procedure verder kansloos in. Bij het hof zijn door klager geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen blijken dat de procedure wel enige kans van slagen zou hebben noch zijn die gebleken. Het ontbreken van een kans van slagen is voldoende grond voor de weigering tot aanwijzing van een advocaat. Beklag tegen beslissing van de deken is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:145 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-276/DB/ZWB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:195 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180088

    Klacht over eigen advocaat. Schending kernwaarde partijdigheid. Verweerder is zonder (aantoonbare) toestemming van klaagster voor haar opgetreden in een kortgedingprocedure. Op grond van zijn betrokkenheid bij de correspondentie van en naar de wederpartij en gelet op de onduidelijkheid over de afbakening van taken en verantwoordelijkheden met zijn kantoorgenoot, wordt aangenomen dat ook hij in de bodemprocedure voor klaagster is opgetreden. Daarom was (ook) hij verantwoordelijk voor het op de hoogte houden van klaagster over het verloop van de bodemprocedure en had verweerder bij klaagster moeten verifiëren of zij akkoord ging met de communicatie over de zaak via het bedrijf van haar ex-partner. Verder is verweerder later opgetreden tegen klaagster, waardoor hij in strijd met Regel 15 heeft gehandeld. Niet is komen vast te staan dat een uitzonderingssituatie van toepassing is. Bekrachtiging beslissing raad. Klacht gegrond. Berisping. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:206 Raad van Discipline Amsterdam 18-517/A/A

    Deels niet-ontvankelijk en deels ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor zover verweerder het aanvraagformulier om een toevoeging onjuist zou hebben ingevuld heeft klaagster daarbij geen rechtstreeks belang. Verweerder mocht voorts afgaan van de mededeling van zijn cliënt dat klaagster niet had voldaan aan een veroordelend vonnis en betekenis van dat vonnis was dan ook niet onnodig. Ook de klacht over het niet opvragen van verhinderdata is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:189 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180199

    Verzoek tot aanwijzing advocaat. Art. 13 Advocatenwet. Het verzoek van klager is een variatie op eerder voorgelegde verzoeken, waarin door het hof afwijzend is beslist. Het voorliggende verzoek aan de deken en beklag bij het hof bevat geen onderbouwing waaruit volgt dat deze keer wel sprake is van een procedure die een redelijke kans van slagen zou kunnen hebben. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 210/2018

    Klacht tegen internist. Klager niet ontvankelijk. onvoldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het medisch dossier van klager was immers al vernietigd en het om administratieve redenen bewaren van de persoonsgegeven raakt niet de aan hem verleende of te verlenen gezondheidszorg. Daarbij heeft verweerder bij het hem verweten handelen of nalaten zich in elk geval niet begeven op het terrein waarop hij de deskundigheid bezit behorende bij zijn inschrijving als arts-internist in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:146 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-396/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerster klaagster informatie heeft verstrekt waarvan zij onjuistheid kende of kon kennen. Niet onnodig grievend uitgelaten. Belangen van klaagster niet onevenredig geschaad doordat verweerster haar cliënte heeft verteld dat klaagster klacht had ingediend tegen verweerster. Handelen in strijd met gedragsregel 18 in casu niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gezien de aard van het telefonisch contact. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:207 Raad van Discipline Amsterdam 18-490/A/NH

    Gedeeltelijk gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft nagelaten klager tijdig op de hoogte te stellen van zijn conclusie dat het indienen van een of meer cassatiemiddelen niet mogelijk is. Hierdoor heeft hij klager de mogelijkheid ontnomen om een second opinion aan een andere cassatieadvocaat te vragen. Dat valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:190 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180189

    Beklag over afwijzing verzoek tot aanwijzing van advocaat. Artikel 13 Advocatenwet. Klaagster doet - na de afwijzing van haar verzoek om aanwijzing van een advocaat in 2015 en de ongegrondverklaring van het beklag daartegen door het hof - een hernieuwd verzoek en voert als nieuw feit een kort geding in het onderliggende geschil aan. Het hof is van oordeel dat door klaagster geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die moeten leiden tot een andere beoordeling. Afwijzing beklag.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/047GZP

    Klaagster verwijt de GZ-psycholoog onvoldoende zorg door onder meer haar onvoldoende houvast te bieden tijdens de behandeling door een inconsequente aanpak en wisselende houding (waardoor klaagster niet goed wist waar zij aan toe was), het ontbreken van een concreet behandelplan, onderbreking van de behandeling, grensoverschrijdend gedrag, het te laat opmerken van de anorexia-problematiek en het bieden van onvoldoende nazorg. deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/334

    Verweerster heeft in het kader van een strafzaak een psychologisch onderzoek verricht naar klager. Klager en zijn echtgenote (klaagster) verwijten verweerster o.a. dat zij daarbij het inzage- en correctierecht heeft geschonden, de rapportage veel slordigheden en onjuistheden bevat en suggestief is, zowel over klager als klaagster. Verweerster voert verweer. Gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:192 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180188

    Afwijzing verzoek om aanwijzing advocaat. Art. 13 Advocatenwet. Meerdere advocaten hebben zich over de vorderingen van klaagster op haar ex-echtgenoot gebogen. De door de deken aangewezen advocaat voor het kort geding, waarin op 24 mei 2018 vonnis is gewezen, heeft uitgebreid en gemotiveerd toegelicht waarom hij een hoger beroep tegen dit vonnis kansloos acht. Dit advies komt het hof niet onjuist of onredelijk voor. Geen aanknopingspunten voor ander oordeel. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:143 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-516/DB/LI

    Geschil tussen twee advocaten over de afwikkeling van voormalige maatschap. Oordeel voorbehouden aan de civiele rechter. Niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:193 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180157

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft voorafgaand aan getuigenverhoor zijn conclusie van antwoord naar getuigen gezonden om hen op de hoogte te houden over de ontwikkelingen in het dossier. Deze getuigen waren de schade-experts die zijn cliënt had ingehuurd en zij maakten deel uit van het verweerteam. Dan valt volgens het hof het toesturen binnen de vrijheid die een advocaat van de wederpartij toekomt. Niet gebleken is dat verweerder in de gegeven omstandigheden de getuigen hiermee (voorwaardelijk) opzettelijk heeft beïnvloed. Vernietiging beslissing raad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:204 Raad van Discipline Amsterdam 18-411/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 645691/NT 18-18

    De notaris heeft niet voortvarend gehandeld in de afwikkeling van het dossier. Van een notaris wordt professioneel handelen verwacht. Wanneer persoonlijke problemen van een notaris een goede praktijkvoering lastig maken mogen cliënten of belanghebbenden bij notariële werkzaamheden daar niet de dupe van worden. De notaris had moeten inzien dat het noodzakelijk was om, als zij daartoe zelf niet in staat was, een ander met de afwikkeling van het dossier te belasten, of het dossier aan een ander over te dragen, en in ieder geval om over het gebrek aan voortgang te communiceren met klaagster, zeker waar klaagster bij herhaling om informatie heeft verzocht. Dat zij dat inzicht niet heeft, maar wel weet dat ze een en ander (om gezondheidsredenen) niet aankan, baart de kamer zorgen waar het de praktijkvoering van het notariskantoor betreft. Ter zitting heeft de kamer de notaris voorgehouden dat in het verleden twee andere tuchtzaken tegen haar zijn behandeld waarin het gebrek aan voortvarendheid van haar handelen eveneens aan de orde is geweest, hetgeen in die zaken tot een gegrondverklaring van de klachten en de oplegging van een maatregel heeft geleid. Berisping. De notaris wordt in de kosten van klaagster en van de behandeling van de zaak door de kamer veroordeeld.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 649900/NT 18-26

    De klacht is gericht op het door de notaris in rekening brengen van verschillende tarieven aan klaagsters, die bij de overdracht van een woning optreden als verkopers. De kamer heeft de notaris in een eerdere uitspraak de maatregel van waarschuwing opgelegd voor het in rekening brengen aan verkoper van zakelijke lasten en kadastrale en hypothecaire inzage. De kamer sluit zich aan bij dat eerdere oordeel, verklaart de klacht op dat op dat punt gegrond en legt de notaris de maatregel van berisping op. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard. De notaris wordt in de kosten van klaagsters en van de behandeling van de klacht door de kamer veroordeeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:281 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.015

    Klacht tegen chirurg. Klager is in 2012 geopereerd door de aangeklaagde chirurg vanwege pijnklachten door een liesbreuk via een kijkoperatie, de zgn TEP-procedure. Na de operatie had klager last van zenuwpijn. Klager is vervolgens naar het pijnteam verwezen vanwege neuropathie. Klager is thans 100% arbeidsongeschikt en ontvangt een IVA-uitkering. De klacht luidt als volgt. A. de chirurg is heeft door klager niet betrokken bij de besluitvorming over de ingreep. Hij heeft klager noch geïnformeerd over verschillende behandelmethoden noch informatie verschaft over mogelijke complicaties van de ingreep. Klager kon niet voldoende geïnformeerd een beslissing nemen omtrent de behandeling. B. de chirurg heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar het verloop van de zenuwen van klager; C. de chirurg heeft nagelaten een melding te maken op het moment dat hij bekend raakte met de klachten die klager na de ingreep ervoer.Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af in raadkamer. . Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager, maar overweegt dat geen sprake was van “kennelijk” ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:282 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.054

    De klacht heeft betrekking op de dochter van klager, patiënte. Patiënte mist twee kleine snijtanden in de bovenkaak en is vanaf 2014 onder behandeling van verweerster, orthodontist. De ouders hebben gekozen voor optie 2 uit het zorgplan d.w.z. voor het sluiten van de diastemen en het plaatsen van twee implantaten (distaal 14 en 24). Omdat bij de voorgaande behandelingen het sluiten van alle ruimtes zo makkelijk verliep heeft verweerster ervoor gekozen alle ruimten te sluiten (optie 3). Er is een dispuut ontstaan tussen klager en verweerster over de (gewijzigde) behandeling. Klager verwijt verweerster: 1. dat zij na een (ernstige) fout in haar praktijk niet proactief volledige transparantie heeft nagestreefd. Zij heeft na de klachtenprocedure (bij de KNMT) geen zelfreflectie getoond en/of excuses gemaakt; 2. zij heeft geen volledige openheid gegeven m.b.t. het medisch dossier van de patiënte en zij heeft de relevante stukken (te) laat aan klager overgedragen; 3. zij heeft zich na de fout en de klachtenprocedure niet professioneel en dienstvaardig opgesteld. Ook heeft zij onwaarheden over (de familie) van klager vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 deels gegrond verklaard en aan de orthodontist de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige afgewezen. Klager komt in beroep tegen de gedeeltelijke ongegrondverklaring van klachtonderdeel 1 en de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en 3. Het Centraal Tuchtcollege verenigt zich met de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege dienaangaande en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1846

    De arts maatschappij en gezondheid had klaagster om toestemming moeten vragen voordat hij medische gegevens van klaagsters minderjarige zoon in een rapport aan derden had verstrekt. Wanneer zou worden aangenomen dat een heftige discussie ontstond nadat verweerder aan klaagster zijn voorgenomen conclusie had meegedeeld, vormt dit geen rechtvaardiging voor het nalaten van een essentieel vormvereiste. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:283 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.055

    De klacht heeft betrekking op de dochter van klager, patiënte. Patiënte mist twee kleine snijtanden in de bovenkaak en is vanaf 2014 onder behandeling van verweerster, orthodontist. De ouders hebben gekozen voor optie 2 uit het zorgplan d.w.z. voor het sluiten van de diastemen en het plaatsen van twee implantaten (distaal 14 en 24). Omdat bij de voorgaande behandelingen het sluiten van alle ruimtes zo makkelijk verliep heeft verweerster ervoor gekozen alle ruimten te sluiten (optie 3). Er is een dispuut ontstaan tussen klager en verweerster over de (gewijzigde) behandeling. Klager verwijt verweerster: 1. dat zij na een (ernstige) fout in haar praktijk niet proactief volledige transparantie heeft nagestreefd. Zij heeft na de klachtenprocedure (bij de KNMT) geen zelfreflectie getoond en/of excuses gemaakt; 2. zij heeft geen volledige openheid gegeven m.b.t. het medisch dossier van de patiënte en zij heeft de relevante stukken (te) laat aan klager overgedragen; 3. zij heeft zich na de fout en de klachtenprocedure niet professioneel en dienstvaardig opgesteld. Ook heeft zij onwaarheden over (de familie) van klager vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 deels gegrond verklaard en aan de orthodontist de maatregel van waarschuwing opgelegd. De orthodontist is in beroep gekomen en stelt primair dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht van klager te ruim heeft opgevat. Dit betoog slaagt niet. Ten aanzien van het subsidiaire beroep van de orthodontist oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat het onder de gegeven omstandigheden niet nodig is een tuchtrechtelijke maatregel aan de orthodontist op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:277 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.425 + C2017.426

    Klacht tegen gz-psycholoog tevens psychotherapeut. Verweerder is werkzaam als behandelcoördinator voor A en als clustermanager van de Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LFPZ) te B, waar klager verblijft. Klager verwijt verweerder dat hij in zijn verlengingsadvies de diagnose schizofrenie heeft bijgesteld naar de onjuiste diagnose autismespectrumstoornis (ASS) en dat hij een onjuist verlengingsadvies heeft uitgebracht. Voorts verwijt klager verweerder dat hij tegen zijn wil op de Autistenafdeling van de LFPZ is geplaatst en dat zijn verzoek om overplaatsing is afgewezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:284 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.061

    Klacht tegen cardioloog. Verweerder heeft bij klager een diagnostische hartkatheterisatie uitgevoerd. Naar de wens van klager is de ingreep niet via de lies maar via de pols verlopen. Na herhaaldelijk aanprikken in de pols en nadien in de elleboog heeft klager vanwege de pijn aangegeven dat hij de procedure wenste te beëindigen. Na de ingreep had klager een doof gevoel in drie vingers. Later nam dat af maar het dove gevoel bleef in één vinger bestaan. Klager verwijt verweerder dat hij zonder toestemming en zonder klager te informeren over de risico’s de procedure via de elleboog heeft vervolgd en is doorgegaan terwijl klager al een aantal malen had gezegd dat hij wilde stoppen. Voorts verwijt klager verweerder dat deze de feiten tracht te verdraaien. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:278 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.021

    Klacht tegen huisarts. Klager en zijn ex-partner zijn verwikkeld in een felle juridische strijd over de omgangsregeling van hun dochter. Klagers dochter is patiënt bij de huisarts. De klacht van klager houdt in dat de huisarts ervoor gezorgd heeft dat de omgang met de dochter van klager is geëindigd door zonder voldoende medisch en psychologisch onderzoek te doen en zonder klager hierbij te betrekken, te adviseren de omgangsregeling te verminderen. Daarnaast stelt klager dat de journaalregels die naar de advocaat van de moeder zijn gestuurd, bewust eenzijdig zijn opgesteld om te kunnen worden gebruikt in de door moeder te starten procedure om de omgang te stoppen. Het Regionaal Tuchtcollege berispt de huisarts. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en legt de huisarts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:279 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.148

    Klacht tegen psychiater die bij klager een specialistische rijbewijskeuring in het kader van een Eigen Verklaring (Gezondheidsverklaring) heeft verricht en daarover heeft gerapporteerd. Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat het rapport van de psychiater voldoet aan de daaraan te stellen criteria. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. De psychiater heeft aan de toepasselijke richtlijn voldaan en het feit dat klager geen inzage- en correctiemogelijkheid is geboden levert geen tuchtrechtelijke verwijtbaarheid op, omdat klager had afgezien van de mogelijkheid om gebruik te maken van dit inzage- en correctierecht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:280 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.387

    Klacht tegen cardiothoracaal chirurg. Bij klager is onder leiding van verweerster een bypassoperatie met drie omleidingen uitgevoerd. Na de operatie werd het zicht van klager wazig en verminderde progressief tot nagenoeg volledige blindheid. Klager verwijt verweerster onzorgvuldig handelen tijdens de operatie waardoor klager een te lage bloeddruk en zuurstoftekort heeft gehad met als gevolg geen doorbloeding naar de oogzenuw en vervolgens blindheid. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:11 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-11 "2017.V6 Atlantic Dawn"

    Inzake een dodelijk ongeval (omtrent electriciteit/ gevaarlijke stoffen/ verminderd bewustzijn) op 17 oktober 2016 op het Nederlandse zeeschip Atlantic Dawn. Het schip lag op dat moment voor anker voor de kust van Saoedi-Arabië nabij Jazan (Rode Zee).

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/59

    Klacht tegen bedrijfsarts, werkzaam als geneeskundig adviseur bij een zorgverzekeraar. Klager is veel lichaamsgewicht kwijtgeraakt, waardoor hij een huidoverschot heeft. Zijn plastisch chirurg heeft een aanvraag bij de zorgverzekeraar ingediend teneinde een operatieve buikwandcorrectie vergoed te krijgen. De zorgverzekeraar wijst dit af op advies van een geneeskundig adviseur. De plastisch chirurg verzoekt de zorgverzekeraar dit standpunt te heroverwegen. Verweerder wordt er bij betrokken als ‘tweede’ geneeskundig adviseur en adviseert net als zijn voorganger negatief. Klager verwijt verweerder dat hij een negatief advies heeft gegeven zonder klager op te roepen voor het spreekuur. Daarnaast verwijt hij verweerder ook dat enkele klachtbehandelaars van de zorgverzekeraar kennis hebben genomen van klagers medisch dossier. Verweerder zou hiermee zijn beroepsgeheim hebben geschonden. Het college verklaart de klacht gegrond met betrekking tot het niet oproepen van klager. Gezien het afwijkende standpunt van de plastisch chirurg, had verweerder klager moeten oproepen voor nader onderzoek alvorens een advies uit te brengen. Het college is echter niet van oordeel dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-146

    Gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door ongevraagd van het behandelplan van de orthodontist af te wijken ten aanzien van het extraheren van twee melkkiezen. Ook heeft verweerder nadat duidelijk werd dat de elementen 35 en 45 niet waren aangelegd, zijn eerdere handelen in afwijking van het behandelplan van de orthodontist niet met klager en diens ouders besproken. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-176

    Gegronde klacht tegen een tandarts. Vast is komen te staan dat de tandarts tijdens de behandeling met een boor of frees de mondbodem van klaagster heeft geraakt, waardoor een verwonding is ontstaan. Dit is een voorkomende complicatie die niet als onzorgvuldig handelen kan worden aangemerkt. De professionele norm van informatievoorziening binnen de medische beroepsgroep vereist in het geval van complicaties dat de tandarts de patiënt onmiddellijk, in ieder geval aan het einde van de behandeling afdoende, informeert over de opgetreden complicatie en uitleg geeft over de gevolgen daarvan. De tandarts heeft dit nagelaten. Het feit dat klaagster gespannen was, rechtvaardigt niet dat de informatievoorziening achterwege is gebleven. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/42

    Klacht tegen bedrijfsarts, werkzaam als medisch adviseur. Verweerder heeft klagers gezien in opdracht van hun gemeente om advies uit te brengen in het kader van een Wmo-aanvraag inzake huishoudelijk hulp en extra schoonmaak. Verweerder heeft een negatief advies uitgebracht. Klagers verwijten verweerder dat zijn rapportage onjuistheden bevat en dat de rapportage rechtstreeks naar de gemeente is gestuurd en niet eerst naar hen. Het college is van oordeel dat verweerders rapportage niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, voortvloeiend uit vaste jurisprudentie. Ook had verweerder naar het oordeel van het college de rapportage niet naar de gemeente mogen zenden zonder klagers desgewenst eerst gebruik te laten maken van hun inzage- en correctierecht. Klacht geheel gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:224 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-353

    Voorzittersbeslissing. De verschillende klachtonderdelen hebben allemaal betrekking op een handelen en/of nalaten van verweerder in de civiele procedure tussen het advocatenkantoor (en verweerder in persoon) en klaagster, welke procedure sinds 16 februari 2011 loopt. Nu verweerder per 1 januari 2010 als advocaat is uitgeschreven, is het advocatentuchtrecht hier niet op van toepassing. Klaagster is reeds gelet hierop kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht. Voor zover klaagster niet kennelijk niet-ontvankelijk is in haar klacht vanwege de hiervoor genoemde reden, is de klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 125/2018

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft betreffende het consult van de zoon van klager conform afspraak schriftelijk verslag gedaan. Verweerster is binnen grenzen redelijk bekwame beroepsuitoefening gebleven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:225 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-354

    Voorzittersbeslissing. De klacht heeft betrekking op privégedragingen van verweerder. Hetgeen klaagster heeft aangevoerd is onvoldoende om tot de conclusie te komen dat de gedragingen die klaagster verweerder verwijt verband houden met zijn praktijkuitoefening. Evenmin is sprake van gedragingen van verweerder die absoluut ongeoorloofd moeten worden geacht in het licht van zijn beroepsuitoefening.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:226 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-355

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond. Dat de getuigenverklaring onjuist is en dat verweerder dat wist of redelijkerwijs had kunnen weten en hij die verklaring daarom niet had mogen aanhalen, heeft klaagster onvoldoende onderbouwd en is ook niet gebleken.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:220 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-522

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klager. Niet gebleken is dat verweerder de rechtbank opzettelijk onjuist heeft geïnformeerd over het moment van beëindiging van de mediation. Ook op andere onderdelen is de klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/113

    Klaagster dient de klacht in namens haar echtgenoot. De klacht is ingediend tegen de bedrijfsarts van haar echtgenoot, waar hij drie keer op consult is geweest. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder andere ontoelaatbaar en grensoverschrijdend gedrag door het gebruik van agressie, het aanzetten tot verzekeringsfraude, het schenden van beroepsgeheim on onprofessioneel handelen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:227 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-357

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Dat verweerder heeft getracht om mr. B een onjuiste verklaring te laten afleggen is niet gebleken. Dat de verklaring van mevrouw S onjuist is en dat verweerder dat wist of redelijkerwijs had kunnen weten en hij die verklaring daarom niet had mogen inbrengen in de procedure tegen klaagster is evenmin gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1051 17-1052

    Klacht tegen advocaten in hun hoedanigheid van faillissementscurator, tevens wederpartij van klaagster. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van verweerders wordt gepasseerd: het Advocatentuchtrecht is van toepassing op hun handelen als curator. De klacht van klaagster ziet op civielrechtelijke kwesties en daarover kan de raad geen oordeel geven. Het is immers niet aan de tuchtrechter om te bepalen of verweerders zich al dan niet terecht hebben voorgedaan als eigenaar van het pand en of al dan niet sprake was van een onterechte hypotheekinschrijving. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:222 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-387

    Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 185/2018

    Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft conform afspraak met klager gecommuniceerd in de symboliek van vlaggen die deel uitmaken van het crisis signaleringsplan. Dat sprake is van onjuiste medicatieverstrekking is het college niet gebleken.