ECLI:NL:TGZCTG:2018:277 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.425 + C2017.426
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2018:277 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-10-2018 |
| Datum publicatie: | 01-11-2018 |
| Zaaknummer(s): | c2017.425 + C2017.426 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen gz-psycholoog tevens psychotherapeut. Verweerder is werkzaam als behandelcoördinator voor A en als clustermanager van de Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LFPZ) te B, waar klager verblijft. Klager verwijt verweerder dat hij in zijn verlengingsadvies de diagnose schizofrenie heeft bijgesteld naar de onjuiste diagnose autismespectrumstoornis (ASS) en dat hij een onjuist verlengingsadvies heeft uitgebracht. Voorts verwijt klager verweerder dat hij tegen zijn wil op de Autistenafdeling van de LFPZ is geplaatst en dat zijn verzoek om overplaatsing is afgewezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaken onder nummer C2017. 425 en C2017.426 van:
A., verblijvende te B., appellant, klager in eerste aanleg,
tegen
C., gz-psycholoog (C2017.425) en psychotherapeut (C2017.426), werkzaam te B., verweerder in beide instanties,
gemachtigde: mr. drs. P.A. de Zeeuw te Amsterdam.
1. Verloop van de procedure
1.1 A. – hierna klager – heeft op 17 februari 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven tegen C. in zijn hoedanigheden van zowel gz‑psycholoog als psychotherapeut – hierna kortheidshalve: de psychotherapeut – een klacht ingediend. Bij afzonderlijke beslissingen van 2 augustus 2017, onder nummers 1751a en 1751b, heeft dat College de klacht afgewezen.
1.2 Klager is van die beslissingen tijdig in beroep gekomen. De psychotherapeut heeft een verweerschrift in de beroepen ingediend.
1.3 De zaken zijn in beroep gelijktijdig behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 18 september 2018, waar zijn verschenen klager, in persoon, en de psychotherapeut, in persoon en bijgestaan door mr. P.A. de Zeeuw. Zowel klager als de psychotherapeut en zijn gemachtigde hebben hun standpunten nader toegelicht.
2. Beslissing in eerste aanleg
2.1 Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan de beide beslissingen het volgende ten grondslag gelegd.
“2. De feiten
Het gaat in deze zaak om het volgende.
Verweerder is als behandelcoördinator werkzaam voor de D.-stichting. Hij is als clustermanager van de Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LFPZ) werkzaam in B., waar klager verblijft. Verweerder heeft op 5 januari 2016 een verlengingsadvies voor klager uitgebracht waarbij er voor gekozen is om de diagnose schizofrenie los te laten en te kiezen voor een autismespectrumstoornis (hierna: ASS).
Op 14 oktober 2016 is klager tegen zijn wil op de Autistenafdeling van de LFPZ B. geplaatst. Klager heeft overplaatsing naar een andere afdeling gevraagd, maar dat is geweigerd.
3. Het standpunt van klager en de klacht
Klager heeft de volgende klachtonderdelen geformuleerd:
a) klager verwijt verweerder dat hij ten onrechte de diagnose schizofrenie heeft bijgesteld naar de onjuiste diagnose ASS. Klager ontkent dat er bij hem sprake zou zijn van autismespectrumproblemen.
b) verweerder heeft een onjuist verlengingsadvies uitgebracht.
c) de diagnose ASS heeft het gevolg dat klager overgeplaatst is naar een afdeling die erg deprimerend is. Klager heeft een verzoek tot terugplaatsing gedaan, maar verweerder heeft dat verzoek geweigerd.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder heeft het volgende verweer gevoerd:
Ad a) Klager is lange tijd behandeld onder de diagnose schizofrenie, maar eigenlijk is er vanaf de eerste psychiatrische en psychologische onderzoeken over de jaren heen sprake geweest van verschillende invalshoeken om de verschillende symptomen een plaats te geven. Differentiaal diagnostisch lijkt er meer sprake te zijn van een ASS.
Ad b) Er is bij klager sprake van complexe psychopathologie, waarbij er grote overlap is in symptomen. Sinds januari 2015 wordt de diagnostiek benoemd als ASS. Recente rapportages hebben gemaakt dat is gekomen tot een completer beeld van klager en dientengevolge is de diagnostische classificatie aangepast. In het verlengingsadvies is deze keuze gemotiveerd verwoord.
Ad c) Klagers problematiek, door zijn extreme verbale uitingen en het onvermogen om de gevolgen van zijn gedrag voldoende te kunnen afwegen en het gedrag van anderen te kunnen interpreteren, vereist een strikt individuele benadering. Na sluiting van klagers afdeling binnen D.-stichting locatie E., is klager overgeplaatst naar locatie B., afdeling F.. Deze afdeling biedt een milieu van structuur, rust en duidelijkheid voor verpleegden met voornamelijk autismespectrumproblematiek met bejegening die hierop is aangepast. Deze afdeling biedt klager een voldoende mate van autonomie, maar is tevens zorggericht. De wijze van begeleiden en behandelen van klager is op dit moment passend en noodzakelijk om de best passende zorg aan klager te bieden gelet op zijn gedrag en problematiek, losstaand van de vraag hoe de diagnose luidt. Overplaatsing van klager naar een andere afdeling wordt door het behandelteam als onverantwoord geacht. De andere afdelingen binnen de LFPZ kunnen niet de individuele zorg aan klager bieden die noodzakelijk is om de situatie voor alle andere verpleegden leefbaar en veilig te houden. Het is niet alleen voor klagers psychische stabiliteit en zorgbehoefte noodzakelijk om hem te laten verblijven op afdeling F., maar ook voor de psychische stabiliteit en zorgbehoefte van de andere verpleegden en voor de orde en de veiligheid binnen de locatie B.. Met klager is besproken dat, zolang zijn gedrag dusdanige extreme vormen aanneemt en hij geen enkele ruimte biedt voor een gesprek met verweerder, plaatsing op een andere afdeling niet mogelijk is.
5. De overwegingen van het college
Ad a) Het enkele feit dat verweerder, nadat klager jarenlang gediagnosticeerd is met de diagnose schizofrenie, gekozen heeft voor een andere diagnose maakt nog niet dat daarmee de klacht kan slagen. De klacht is pas gegrond, als vast komt te staan dat de wijze waarop verweerder tot de diagnose is gekomen in strijd is met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame beroepsgenoot mag worden verwacht. Bij de beoordeling daarvan wordt rekening gehouden met de stand van de wetenschap ten tijde van het door klager klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard.
Het college is van oordeel dat verweerder niet op onzorgvuldige wijze tot vaststelling van de diagnose ASS is gekomen. Immers heeft hij voldoende gemotiveerd dat op basis van de laatste onderzoeken en inzichten tot een beter en completer beeld van klager gekomen is en dat dit noopte tot een andere diagnose. Dit klachtonderdeel kan niet slagen.
Ad b) Een rapportage zoals door verweerder is uitgebracht, wordt volgens vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege aan de hierna volgende criteria getoetst:
1. het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;
2. het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden;
3. in het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen;
4. het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;
5. de rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.
Het Centraal Tuchtcollege toetst ten volle of het onderzoek door de rapporteur uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of de deskundige in redelijkheid tot zijn conclusie heeft kunnen komen.
Het college is van oordeel dat het verlengingsadvies voldoet aan de hiervoor genoemde criteria. Klager laat na expliciet te duiden op welke punten de rapportage niet zou voldoen aan deze criteria. Dit klachtonderdeel is derhalve (te) algemeen geformuleerd en klager heeft deze stelling niet (voldoende) onderbouwd.
Ad c) Dat verweerder ervoor gekozen heeft om klager over te plaatsen naar een afdeling die passend en noodzakelijk was om de best mogelijke zorg aan klager, gelet op zijn gedrag en problematiek, te bieden is naar het oordeel van het college een te billijken keuze, zeker gezien in het licht van de door verweerder gegeven motivering.
Gelet op het voorgaande is het college van oordeel dat de klacht op alle onderdelen ongegrond moet worden verklaard en dient te worden afgewezen.”
3. Vaststaande feiten en omstandigheden
3.1 Voor de beoordeling van de beroepen gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.
4. Beoordeling van het beroep
4.1 Klager beoogt met zijn beroepen klaarblijkelijk de zaken in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege voor te leggen en concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen. Hij heeft zijn beroep onderbouwd met drie commentaren, waarvan één
(22 pagina’s) betrekking heeft op een verlengingsadvies van 23 februari 2017, één op een reclasseringsadvies van 22 april 2016 (15 pagina’s) en een derde op het verlengingsadvies van 5 januari 2016 (47 pagina’s).
4.2 De psychotherapeut voert hiertegen verweer en concludeert tot verwerping van de beroepen. Hij wijst erop dat de klacht is gedateerd op 12 januari 2017, derhalve van voor het verlengingsadvies van 23 februari 2017.
4.3 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennis genomen van de inhoud van de in eerste aanleg door klager geformuleerde klachten en het daarover in eerste aanleg door partijen gevoerde debat. Het door het Regionaal Tuchtcollege gevormde zaaksdossier is aan het Centraal Tuchtcollege gestuurd.
4.4 In beroep is het debat door partijen schriftelijk nog een keer gevoerd, waarbij door ieder van hen standpunten zijn ingenomen naar aanleiding van de door het Regionaal Tuchtcollege vastgestelde feiten en de door dat College gegeven beschouwingen en beslissingen. Tijdens de mondelinge behandeling op 18 september 2018 is dat debat voortgezet. De relevantie van het reclasseringsadvies van 22 april 2016 is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, voor de onderbouwing van de onderhavige klacht niet duidelijk. Het Centraal Tuchtcollege gaat daarom aan dat commentaar voorbij. Het verlengingsadvies van 23 februari 2017 dateert van na de indiening van de onderhavige klacht en het commentaar ter zake kan, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet dienen ter onderbouwing van de onderhavige klacht.
Weliswaar maakt klager in zijn het commentaar op het verlengingsadvies van
5 januari 2016 duidelijk dat hij het niet eens is met het advies, maar hij laat (wederom)
na expliciet aan te geven op welke punten het rapport van 5 januari 2016 niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
4.5 Een en ander brengt mede dat het beraad in raadkamer, na de behandeling in beroep, het Centraal Tuchtcollege niet heeft geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Het Centraal Tuchtcollege kan zich verenigen met de overwegingen en het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en neemt deze overwegingen en dit oordeel integraal over. Dit betekent dat de beroepen worden verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt de beroepen.
Deze beslissing is gegeven door: K.E. Mollema, voorzitter, L.F. Gerretsen-Visser en J. Legemaate, leden-juristen en E.D. Berkvens en B. van Giessen, leden-beroepsgenoten en E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 30 oktober 2018.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.