ECLI:NL:TGZRSGR:2018:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-024c
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSGR:2018:170 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 06-11-2018 |
| Datum publicatie: | 06-11-2018 |
| Zaaknummer(s): | 2018-024c |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Vanwege het ten tijde van het consult ontbreken van plekken in het gezicht en op de voeten en handen die zo kenmerkend zijn voor de diagnose hand-, voet en mondziekte, heeft de huisarts in redelijkheid die diagnose niet hoeven overwegen. De huisarts heeft overeenkomstig de NHG-standaard ‘Bacteriële huidinfecties’ een zalf voorgeschreven. Klacht afgewezen. |
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:
A,
wonende te B,
klaagster,
tegen:
C, huisarts,
werkzaam te F,
verweerster,
gemachtigde: mr. D.M. Pot, werkzaam te Utrecht.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 6 februari 2018
- het aanvullend klaagschrift, ontvangen op 13 februari 2018
- een brief van de huidige huisarts van klaagster met medische gegevens van D
- het verweerschrift met bijlagen
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek op 19 juni 2018.
1.2 Het College heeft de klacht op 25 september 2018 in raadkamer behandeld.
2.
De feiten
2.1 Klaagster is de moeder van D en E. Op 19 oktober 2017 heeft verweerster klaagster met haar dochters tijdens een consult in de huisartsenpraktijk gezien. D was toen ruim anderhalf jaar oud en E was een baby van circa anderhalve maand. Bij D waren rode plekken zichtbaar in de linker mondhoek, waarop een gele korst zat. Ook zaten er rode plekken op de beide benen van D. Daarover staat in het medisch journaal:
“19-10-2017 S Rode vlekken op mond en ook op benen sinds 2 dgn. ziek geweets maar nu niet
Orode plekken mn li mondhoek ook met gele korst enop benen alleen rode vlekjes (…)”.
Vanwege die bevindingen heeft verweerster de diagnose ‘impetigo (krentenbaard)’ gesteld. Hiervoor heeft verweerster fucidinezuurzalf voorgeschreven. Verweerster heeft klaagster ook adviezen meegegeven over de besmettelijkheid van krentenbaard en gezegd dat als E ook vlekjes zou krijgen, klaagster haar met dezelfde zalf mocht insmeren.
2.2 Nadien is gebleken dat sprake was van hand-, voet- en mondziekte.
3.
De klacht
Klaagster verwijt verweerster – zakelijk weergegeven – dat zij bij haar dochter D een onjuiste diagnose heeft gesteld en onjuiste medicatie heeft voorgeschreven en voorts dat zij ten onrechte heeft gezegd dat de zalf ook op de baby (E) mocht worden gesmeerd in geval zij soortgelijke klachten zou krijgen.
4. Het standpunt van verweerster
Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.
5.
De beoordeling
5.1 Bij de beoordeling van de klacht gaat het College uit van de verslaglegging in het journaal. Daarin staat dat tijdens het consult van 19 oktober 2017 alleen sprake was van rode plekken in de linker mondhoek met een gele korst erop en van rode plekken op de benen van D. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat er toen ook al plekken zichtbaar waren in de rest van het gezicht en op de voeten en handen. Vanwege het ten tijde van het consult op 19 oktober 2017 ontbreken van plekken in het gezicht en op de voeten en handen die zo kenmerkend zijn voor de diagnose hand-, voet- en mondziekte, heeft verweerster in redelijkheid die diagnose toen niet hoeven te overwegen of stellen. De gele korst in de mondhoek wees bovendien op een mogelijke bacteriële huidinfectie.
Overeenkomstig de NGH-standaard ‘Bacteriële huidinfecties’ heeft verweerster voor de besmettelijke bacteriële huidaandoening impetigo fucidinezuurzalf voorgeschreven. Dat verweerster ook heeft gezegd dat zij hetzelfde zalfje ook bij E mocht smeren zodra zij ook last zou krijgen van soortgelijke vlekjes, ontmoet bij het College geen bedenkingen. Het College is daarom van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat sprake is geweest van een beroepsfout. Verweerster treft dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt.
5.2 Om bovenstaande redenen zal de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
6. De beslissing
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:
wijst de klacht af.
Deze beslissing is gegeven op 6 november 2018 door M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, E.B. Schaafsma-van Campen, lid-jurist, H.C. Baak, E.P. van Heuzen en B. van Ramshorst, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door B.J. Dekker, secretaris.
voorzitter secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te
Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.