ECLI:NL:TGZRZWO:2018:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 210/2018
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2018:171 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-11-2018 |
| Datum publicatie: | 05-11-2018 |
| Zaaknummer(s): | 210/2018 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen internist. Klager niet ontvankelijk. onvoldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het medisch dossier van klager was immers al vernietigd en het om administratieve redenen bewaren van de persoonsgegeven raakt niet de aan hem verleende of te verlenen gezondheidszorg. Daarbij heeft verweerder bij het hem verweten handelen of nalaten zich in elk geval niet begeven op het terrein waarop hij de deskundigheid bezit behorende bij zijn inschrijving als arts-internist in het BIG-register. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 5 november 2018 naar aanleiding van de op 25 juli 2018 bij het Regionaal
Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , wonende te B,
k l a g e r
-tegen-
C , internist, werkzaam te B,
bijgestaan door mr. T.A.M. van Oosterhout, verbonden aan VvAA te Utrecht,
v e r w e e r d e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid mondeling gehoord te worden in het vooronderzoek.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klager heeft op 11 juli 2018 aan de klachtenfunctionaris van het D verzocht zijn gegevens bij het ziekenhuis te vernietigen. Klager heeft daarover met de klachtenfunctionaris per e-mail over gecorrespondeerd.
Op 6 juli 2018 heeft klager een brief aan de Raad van Bestuur gestuurd dat hij zich beklaagd dat zijn NAW-gegevens nog in het systeem van het D staan. Verweerder is lid van de Raad van Bestuur.
3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt verweerder -zakelijk weergegeven- dat zijn NAW-gegevens niet uit het systeem van het ziekenhuis zijn verwijderd.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu geen sprake is van handelen als bestuurder dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Wat verweerder in deze zaak als BIG-geregistreerd arts wordt verweten is geen handelen dat wordt bestreken door de eerste tuchtnorm (art. 47 lid 1, aanhef en onder a, Wet BIG), die kort gezegd betrekking heeft op de relatie tussen een zorgverlener en een patiënt, maar het handelen van verweerder als lid van de Raad van Bestuur. Volgens de tweede tuchtnorm (art. 47 lid 1, aanhef en onder b, Wet BIG) is verweerder tevens onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in de hoedanigheid van arts-internist in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg. Daarvoor is vereist dat dit handelen of nalaten voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg én dat verweerder niet alleen heeft gehandeld als lid van de Raad van Bestuur maar zich daarbij tevens heeft begeven op het terrein waarop hij ook de deskundigheid bezit behorende bij zijn inschrijving als arts-internist in het BIG-register.
Het door klager aan de orde gestelde handelen of nalaten heeft onvoldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het medisch dossier van klager was immers al vernietigd en het om administratieve redenen bewaren van de persoonsgegeven raakt niet de aan hem verleende of te verlenen gezondheidszorg. Daarbij heeft verweerder bij het hem verweten handelen of nalaten zich in elk geval niet begeven op het terrein waarop hij de deskundigheid bezit behorende bij zijn inschrijving als arts-internist in het BIG-register. Het toezien op de NAW-gegevens in het systeem van het ziekenhuis, is een kwestie die verweerder als lid van de Raad van Bestuur wellicht aanging maar waarbij hij geen gebruik heeft gemaakt van zijn deskundigheid als arts-internist.
5.2
Het voorgaande houdt in dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn klacht.
6. DE BESLISSING
Het college verklaart klager niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven in raadkamer door A.L. Smit, voorzitter, P.J.M. van Gurp en J. den Boon, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.