ECLI:NL:TGZRGRO:2018:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/59

ECLI: ECLI:NL:TGZRGRO:2018:64
Datum uitspraak: 30-10-2018
Datum publicatie: 30-10-2018
Zaaknummer(s): G2018/59
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Klacht tegen bedrijfsarts, werkzaam als geneeskundig adviseur bij een zorgverzekeraar. Klager is veel lichaamsgewicht kwijtgeraakt, waardoor hij een huidoverschot heeft. Zijn plastisch chirurg heeft een aanvraag bij de zorgverzekeraar ingediend teneinde een operatieve buikwandcorrectie vergoed te krijgen. De zorgverzekeraar wijst dit af op advies van een geneeskundig adviseur. De plastisch chirurg verzoekt de zorgverzekeraar dit standpunt te heroverwegen. Verweerder wordt er bij betrokken als ‘tweede’ geneeskundig adviseur en adviseert net als zijn voorganger negatief. Klager verwijt verweerder dat hij een negatief advies heeft gegeven zonder klager op te roepen voor het spreekuur. Daarnaast verwijt hij verweerder ook dat enkele klachtbehandelaars van de zorgverzekeraar kennis hebben genomen van klagers medisch dossier. Verweerder zou hiermee zijn beroepsgeheim hebben geschonden. Het college verklaart de klacht gegrond met betrekking tot het niet oproepen van klager. Gezien het afwijkende standpunt van de plastisch chirurg, had verweerder klager moeten oproepen voor nader onderzoek alvorens een advies uit te brengen. Het college is echter niet van oordeel dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.   

Rep.nr. G2018/59

30 oktober 2018

Def. 214

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE GRONINGEN

Beslissing op de klacht van:  

A ,

wonende te B,

klager,

tegen

C ,

bedrijfsarts,

verweerder,

BIG-reg.nr.:,

advocaat: mr. M.F. van der Mersch.

1. Verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het ongedateerde klaagschrift met bijlagen, ingekomen op 8 maart 2018;

- het verweerschrift met bijlagen van 26 april 2018, ingekomen op 30 april 2018;

Voornoemde stukken zijn ingekomen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle. De zaak is, inclusief voornoemde stukken, op 3 mei 2018 overgedragen aan dit college vanwege de woonplaats van verweerder. Hierna zijn nog de volgende stukken aan het dossier toegevoegd:

- het proces-verbaal van het op 29 mei 2018 gehouden mondeling vooronderzoek onder leiding van J. Wiersma-Veenhoven, plaatsvervangend secretaris van het college;

- een aanvullend stuk, op 31 augustus 2018 ontvangen namens verweerder.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van 18 september 2018. Partijen zijn verschenen, verweerder vergezeld van zijn advocaat.

2. Vaststaande feiten

Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

2.1

Verweerder is BIG-geregistreerd als bedrijfsarts en werkzaam als geneeskundig adviseur bij zorgverzekeraar D. (hierna: zorgverzekeraar).

2.2

Klager is 65 kilogram lichaamsgewicht verloren na een gastric bypass operatie in 2015. Hierdoor is er een veloverschot bij hem ontstaan. Op 18 oktober 2017 meldt klager zich bij zijn plastisch chirurg voor een buikwandcorrectie. Op 29 oktober 2017 dient de plastisch chirurg van het E ziekenhuis (hierna: het ziekenhuis) een aanvraag in bij de zorgverzekeraar om een machtiging af te geven voor deze operatie. Deze aanvraag is afgewezen, omdat er volgens de geneeskundig adviseur van de zorgverzekeraar, niet zijnde verweerder, bij klager geen sprake is van een score van 3 op de Pittsburgh Rating Scale. De plastisch chirurg verzoekt de zorgverzekeraar deze beslissing te heroverwegen, omdat klager volgens haar last heeft van functionele klachten en smetten waar dermatologische zalven niet tegen helpen. Verweerder is de geneeskundig adviseur die de aanvraag opnieuw beoordeelt. Hij sluit zich zonder klager op te roepen aan bij het advies van zijn voorganger. Er is volgens hem ‘geen sprake van verminking of onbehandelbare smetten’ bij klager.   

3. De klacht

De klacht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

3.1

Klager is het niet eens met het standpunt van verweerder dat hij niet zou voldoen aan de voorwaarden om voor een buikwandcorrectie in aanmerking te komen. Ook klagers plastisch chirurg is het niet met verweerder eens. Verweerder is ook niet op zorgvuldige wijze tot zijn oordeel gekomen, nu hij klager niet in persoon heeft gezien en onderzocht maar enkel op een paar foto’s is afgegaan. Klager heeft als gevolg hiervan eerst een klacht ingediend bij de zorgverzekeraar en later ook nog bij het F. Op 5 december 2017 werd klager gebeld door een klachtbehandelaar van de zorgverzekeraar die hem mededeelde dat zijn klacht was afgewezen. Zij verwees klager naar een brief die klager niet kende en die zij daarom naar hem mailde. Bovenaan de brief stond ‘medisch geheim’. Ze had het ook over klagers medisch dossier dat ze had ingezien. Hetzelfde werd gezegd door een andere klachtbehandelaar met wie klager op 2 februari 2018 een gesprek had. Ook dit acht klager verwijtbaar. Klagers medisch dossier had niet door hen mogen worden ingezien.

3.2  Klachtonderdelen

Klager verwijt verweerder:

1.      dat hij zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden door medische gegevens van klager aan derden te verstrekken, te weten een drietal klachtbehandelaars van de zorgverzekeraar;

2.      dat hij tot een herbeoordeling is gekomen zonder klager in persoon te zien en te onderzoeken.

4. Het verweer

Het verweer luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

4.1

Op 29 oktober 2017 diende een plastisch chirurg van het ziekenhuis een aanvraag in bij D. om een machtiging af te geven. In klagers situatie was op basis van de ‘Werkwijzer beoordeling behandelingen van plastisch-chirurgische aard’ relevant of er sprake was van (samengevat) een verminking of onbehandelbare smetten in huidplooien. Volgens de eerste adviserend geneeskundige die betrokken was bij deze zaak was hiervan geen sprake. De plastisch chirurg verzocht om een herbeoordeling die verweerder vervolgens uitvoerde. Verweerder kwam tot dezelfde conclusie als de eerste adviserend geneeskundige. Dit werd doorgegeven in een brief, ondertekend door een klachtbehandelaar van de zorgverzekeraar, aan de plastisch chirurg. 

4.2 Aangaande het eerste klachtonderdeel

Verweerder betwist dat hij zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden door een brief van de arts van klager met medische informatie door te zenden aan enkele medewerkers van de zorgverzekeraar. De vertrouwelijkheid van medische gegevens binnen zorgverzekeraar is goed geborgd en de betreffende medewerkers behoren tot de functionele eenheid ‘Klacht en Bezwaar’. Zij waren bevoegd de medische informatie in te zien. Overigens is het ook niet verweerder die de informatie aan hen heeft verstrekt. Verweerder heeft juist via hen de benodigde informatie ontvangen om het eerder gegeven advies van zijn voorganger te heroverwegen.    

4.3 Aangaande het tweede klachtonderdeel

Daarnaast mocht verweerder ook volstaan met een beoordeling van de medische informatie zonder klager in persoon te zien. Geneeskundig adviseurs beoordelen machtigingsaanvragen op basis van de daarbij gevoegde informatie. Bij onduidelijkheid kan nadere informatie worden opgevraagd bij behandelaars of de verzekerde. Alleen bij twijfel is een spreekuuronderzoek een mogelijkheid. Verweerder had voldoende aan de bij de aanvraag verstrekte medische informatie. De foto’s waren ook duidelijk. Er was geen reden voor een persoonlijk onderzoek.

5. Beoordeling van de klacht

5.1

Het college wijst er allereerst op dat het er bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2 Eerste klachtonderdeel

Wat het eerste klachtonderdeel betreft, overweegt het college het volgende. Niet is komen vast te staan dat verweerder medische informatie aan de klachtbehandelaars van de zorrgverzekeraar heeft verstrekt. Verweerder betwist dit en stelt dat zaken na een afgewezen aanvraag en een verzoek om herbeoordeling of een klacht bij de afdeling ‘Klacht en Bezwaar’ terechtkomen en van daaruit aan een geneeskundig adviseur worden toegewezen. Alle medewerkers hebben beroepsgeheim en werken onder verantwoordelijkheid van het hoofd van de afdeling. Verweerder heeft de onderhavige casus als zaak toegewezen gekregen en de medische informatie niet verder verspreid. Het college acht het aannemelijk dat dit de gebruikelijke gang van zaken is bij de zorgverzekeraar en ziet geen aanleiding om aan te nemen dat hiervan is afgeweken in de onderhavige casus. Dit betekent dat klagers medische gegevens niet als gevolg van verspreiding door verweerder zijn ingegezien door enkele klachtbehandelaars, maar als gevolg van de interne organisatie bij de zorgverzekeraar en meer in het bijzonder binnen de afdeling ‘Klacht en Bezwaar’, wat hier verder ook van zij. Bij deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat verweerder zijn beroepsgeheim jegens klager heeft geschonden en is het eerste klachtonderdeel ongegrond.

5.3 Tweede klachtonderdeel

Uit de stukken blijkt dat de behandelend plastisch chirurg van klager op het aanvraagformulier voor een machtiging onder meer het volgende heeft aangegeven:

“(…)

‘Vel over broek doet pijn.’(…)

 ‘In zomer ook last van smetplekken in plooien, niets helpt. Navel smet soms ook.’

(…)”

De plastisch chirurg heeft in haar brief van 22 november 2017, gericht aan ‘de medisch adviseur’ van de zorgverzekeraar en met daarin het verzoek om een heroverweging, hetzelfde gemeld onder ‘Anamnese’. Daarna heeft zij volgende toegevoegd:

“(…)

Lichamelijk onderzoek

Aantal huidplooien 2; Pttsburg 3

Buikspieren: geen diastase

Lichte smetplekken onder onderste plooi

Conclusie

Buikwandcorrectie: Fleur de lis

(…)     

Tav de ziektekostenverzekering

Kunt u nogmaals naar de foto en de aanvraag kijken. Hij heeft functionele klachten en last van smetten. Dermatologische zalven helpen hier niet tegen. Zie ook de foto”.    

5.4

Verweerder heeft de aanvraag opnieuw beoordeeld en kwam tot de conclusie dat klager niet voldeed aan de voorwaarden, omdat er op basis van de foto’s geen sprake leek te zijn van een verminking of onbehandelbare smetten. Verweerder zag geen reden om klager voor het spreekuur op te roepen. Zoals hij ter zitting uiteengezet heeft, vindt er alleen een oproep plaats als er echt sprake is van twijfel en dat was in casu niet aan de orde. Het college volgt verweerder niet in deze overweging. Het hardnekkige verschil van mening met de behandelend plastisch chirurg van klager had verweerder aanleiding moeten geven tot het doen van meer onderzoek dan enkel het bestuderen van enkele foto’s, zoals de eerste geneeskundig adviseur al had gedaan. Gezien het feitensubstraat kon verweerder niet in redelijkheid komen tot een zorgvuldige heroverweging zonder klager op te roepen voor het spreekuur voor nader onderzoek. Door dit na te laten, heeft hij jegens klager niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam handelend beroepsbeoefenaar verwacht had mogen worden. Daar komt bij dat verweerder ook niet toetsbaar heeft vastgelegd op grond waarvan hij tot zijn conclusie is gekomen. Dit behoort verweerder tuchtrechtelijk te worden aangerekend, wat betekent dat het tweede klachtonderdeel gegrond is.

6 . Slotsom en motivering van de maatregel

Uit het voorgaande volgt dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. De vraag ligt voor welke maatregel passend is. Het college is van oordeel dat een waarschuwing volstaat. Daarbij wordt aangetekend dat een waarschuwing een zakelijke terechtwijzing is die de onjuistheid van een handelwijze naar voren brengt zonder daarop een stempel van laakbaarheid te drukken.

Om redenen aan het algemeen belang ontleend, zal deze uitspraak op hierna te noemen wijze worden gepubliceerd. 

7. Beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen:

- verklaart het tweede klachtonderdeel gegrond en waarschuwt verweerder;

- verkaart de klacht voor overige ongegrond en wijst deze af;

- bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en met het verzoek tot plaatsing zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact.

Aldus gegeven door:

W.P. Claus, voorzitter;

J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, lid-jurist;

I.S. Krabbe-Timmerman, lid-beroepsgenoot;

G. Koster, lid-beroepsgenoot;

H. Donkers, lid-beroepsgenoot,

bijgestaan door L.C. Commandeur, secretaris, 

en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2018 door voornoemde voorzitter, in tegenwoordigheid van B.J.K. Boter, secretaris.

De secretaris:                                                                         De voorzitter:                                    

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door: a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard; b. degene over wie is geklaagd; c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat. Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.