Zoekresultaten 19401-19450 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340435 / KL RK 18-101
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 03-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:1
Gelet op het feit dat de kandidaat-notaris, ondanks waarschuwingen van het BFT, voor de derde keer veel te weinig opleidingspunten heeft gehaald, acht de kamer het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:197 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-795/DB/OB
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:197
In hoedanigheid van deken niet zodanig gedragen dat vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:3 Accountantskamer Zwolle 18/446 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 09-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:3
Uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid vloeit voort (net als geldt bij het samenstellen van een jaarrekening) dat een accountant bij het verrichten van fiscale werkzaamheden (het in casu opstellen van een OB-aangifte), indien deze constateert dat de door de cliënt verschafte gegevens onjuist, onvolledig of anderszins onbevredigend zijn, bij de cliënt inlichtingen inwint om de betrouwbaarheid van de door deze verstrekte informatie vast te stellen of te verifiëren. In casu heeft betrokkene ter zake de post privéonttrekkingen nagelaten daaraan te voldoen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/340
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:1
Klacht tegen verpleegkundig specialist door patient (klager) die via rechterlijke machtiging was opgenomen. Klager is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en psychotisch toestandsbeeld met grootheidswanen. De psychiater is tijdens zijn opname met nieuwe medicatie (depakine) gestart om zijn manische episode te stabiliseren. Klager kreeg al een antipsychotisch middel. Klager verwijt verweerster dat zij de depakine tegen zijn zin heeft voortgezet. Klacht ongegrond. Klager is akkoord gegaan met start depakine. Verweerster had niet (eerder) kunnen afleiden dat klager enkel akkoord ging met de depakine onder druk van de rechterlijke machtigig. Zodra verweerster vernam dat klager bezwaar had tegen de depakine, is deze afgebouwd. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 18119
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 09-01-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:5
--
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336560 KL RK 18-60
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 06-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:49
D e kamer vindt dus dat de notaris beter had moeten laten vastleggen en zelf had moeten vastleggen welke stappen zijn ondernomen om de wilsbekwaamheid van testatrice te beoordelen. Dat is onvoldoende gebeurd, hetgeen tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klacht wordt daarom op deze onderdelen gegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat het tuchtrechtelijk verwijt dat de notaris hier gemaakt moet worden niet zodanig ernstig is dat oplegging van een maatregel aangewezen is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:1 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-386/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:1
Advocaat heeft een zaak van een voormalig kantoorgenote overgenomen. Advocaat had als lid van de maatschap aan die kantoorgenote mede de instructie gegeven om de cliënt niet te informeren over haar vertrek. Van die advocaat had mogen worden verwacht dat zij de cliënt tijdig op de hoogte had gesteld van de overdracht van de zaak. Het valt de advocaat tuchtrechtelijk te verwijten dat zij de cliënt hiermee een week voor de zitting tijdens de voorbespreking van die zitting heeft overvallen. Klacht gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:50 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/337502 / KL RK 18-67
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 20-12-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:50
De in de verklaring opgenomen conclusie van de notaris dat door de executeur in diens rekening en verantwoording een aantal keuzes is gemaakt, die door hem als niet onredelijk worden beschouwd, geeft naar het oordeel van de kamer geen blijk van partijdigheid. De notaris heeft met deze conclusie voldoende afstand gehouden van de door de executeur opgestelde rekening en verantwoording.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18119
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 09-01-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:11
---
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-086a
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:6
Klager niet-ontvankelijk in klacht tegen tandarts. Verweerder was niet betrokken bij de zorg van klager. Ook geen sprake van handelen op grond van de tweede tuchtnorm, nu de tandarts als lid van het managementteam geen rol heeft gehad bij de handelingen die hebben geleid tot onderhavige klacht. Klager niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-187
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:11
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft gebrekkig aantekening gemaakt in het medisch dossier en heeft daarin niet zijn bevindingen betreffende het lichamelijk onderzoek weergegeven. Ook had de huisarts de patiënt moeten opvolgen, in die zin dat hij zich had moeten vergewissen van de uitslag van de onderzoeken en de toestand van de patiënt nadat hij had besloten tot beeldvormend onderzoek. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-086b
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:7
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts was bevoegd en bekwaam om de uitgevoerde endodontische behandeling te verrichten, dit geldt ook voor de daarna verrichtte handelingen aan de frameprothese, zodat deze weer optimaal passend zou zijn. Het is niet ongebruikelijk dat een frameprothese niet meer goed aansluit nadat is gewerkt aan de elementen waaraan deze is bevestigd. In het geval van klager is het niet gelukt om de frame aan te passen aan de nieuwe situatie. Niet is gebleken dat de tandarts hierbij de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening heeft overschreden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-196
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:12
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet vast komen te staan dat de bedrijfsarts niet mee heeft willen werken. Ook geen sprake van medische nalatigheid, dan wel onvoldoende kennis van medische aspecten. Van een bedrijfsarts wordt kennis verwacht op het niveau van een generalist. Wel van oordeel dat de bedrijfsarts zorgvuldig(er) moet omgaan met het opslaan van de gegevens van consulten, maar geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:208 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180141
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 02-11-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:208
Volledige bekrachtiging beslissing raad: Verweerster is niet de persoon geweest die de betalingsregeling heeft beëindigd, zodat haar daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klachtonderdeel niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-145
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:8
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Het door de tandarts uitgevoerde beleid ten aanzien van een verticale breuk in een element, namelijk het verwijderen van het loszittende deel van de kies en een kanaalbehandeling starten in het resterende deel, was gerechtvaardigd. De lezingen lopen uiteen over het voor en na de behandeling al dan niet verstrekken van informatie. Dat de tandarts niet naar de reden voor uitschrijving heeft gevraagd levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-139
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:13
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Niet is gebleken dat de verzekeringsarts een onjuiste diagnose heeft gesteld en heeft gelogen over het contact met de behandelaren van klaagster. Het is voorts aan de arbeidsdeskundige om te beoordelen of klaagster voor een re-integratietraject in aanmerking komt. Ook is er wel degelijk nieuwe informatie betrokken in de rapportage. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:209 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160281
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 02-11-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:209
Bekrachtiging beslissing raad: Kwaliteitsklacht eigen advocaat. Tussen klager en verweerster is een vertrouwenscrisis ontstaan. Verweerster heeft zowel in aanloop naar de vertrouwenscrisis als nadien niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-186
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:9
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. De klacht betreft het handelen van de assistente van de tandarts, namelijk het niet inschrijven van klaagster om financiële redenen en haar afkomst. Nu beide partijen een andere interpretatie geven aan het gesprek, kan het college niet vaststellen dat er klachtwaardig is gehandeld. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-166
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:14
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De wijze van de afhandeling van een aanvraag voor voorzieningen op grond van de WOOS door het UWV is correct. Binnen de beroepsgroep en volgens de werkafspraken is het niet noodzakelijk dat er een persoonlijk gesprek tussen de verzekeringsarts en de aanvrager van de voorzieningen plaatsvindt. Niet gebleken dat hij geen medische gronden heeft gehanteerd. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:210 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180190
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 02-11-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:210
Klacht over eigen advocaat. Klager heeft zijn instructie om beroep in te stellen tegen de beslissingen op bezwaar niet aan verweerster gegeven maar aan een ander, van wie klager wist dat die zijn zaak niet behandelde. Geen verwijt aan verweerster. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-074
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:4
Gegronde klacht tegen een tandarts. Zowel in de onderkaak als in de bovenkaak van klaagster heeft de tandarts kwalitatief zo te kort schietend werk verricht dat het gebit van klaagster hierdoor schade heeft opgelopen en dat de gehele ingreep opnieuw zal moeten worden uitgevoerd. Op vele vlakken heeft de tandarts onvakkundig gehandeld. Hij heeft onvoldoende vooronderzoek gedaan om zich te vergewissen van de toestand en conditie van het gebit van klaagster, waardoor hij een bestaande ontsteking aan de wortelpunt over het hoofd heeft gezien. Door op een tandtechnicus te vertrouwen, miskent hij zijn eigen verantwoordelijkheid. De schade aan het gebit van klaagster wordt nog steeds niet onder- en erkend. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:211 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180121 en 180122
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 02-11-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:211
Klacht over eigen advocaat. Van de klacht van klagers tegen verweerders zien 7 onderdelen op de periode waarin klagers geen bestuurder van de stichting waren noch hebben zij de klacht niet ingediend namens de stichting, waardoor het hof oordeelt dat klagers niet-ontvankelijk zijn in deze klachtonderdelen. Voor zover klagers klagen dat verweerder sub 1 zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog door te handelen vanuit een procesfinanciering B.V. en daarover geen duidelijkheid gaf, oordeelt het hof dat dit vanuit tuchtrechtelijk oogpunt niet relevant is en klagers daarom niet-ontvankelijk zijn. Voor zover klagers klagen dat verweerder sub 1 onjuiste mededelingen heeft gedaan over de hoedanigheid van de tijdelijk bestuurder van de stichting, zijn klagers volgens het hof niet-ontvankelijk omdat zij de klacht niet indienen namens de stichting en daar dus geen rechtstreeks belang bij hebben. De klacht over het handelen van deze tijdelijk bestuurder is niet gericht op verweerders, waardoor klagers ook in dat klachtonderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard. Wat betreft de klacht dat verweerders stukken van de verzoekschriftprocedure niet naar klagers hebben gestuurd, oordeelt het hof dat klagers geen partij waren in de verzoekschriftprocedure en derhalve geen rechtstreeks belang hebben bij deze klacht en niet-ontvankelijk zijn. De overige klachtonderdelen, waarin klagers wel ontvankelijk zijn, zijn door het hof ongegrond verklaard wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing. Gedeeltelijke vernietiging en bekrachtiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-144
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:5
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts is niet betrokken geweest bij het uitvoeren van de behandeling en de scan zodat klaagster in de klachtonderdelen hieromtrent niet-ontvankelijk is. Het College ziet voorts geen grond voor juistheid in de onderbouwing van klaagster van het klachtonderdeel dat de tandarts gaatjes niet op tijd vult zodat hij later een duurderde zenuwbehandeling kan uitvoeren en dat hij dit beleid alleen op buitenlanders toepast. Klaagster niet-ontvankelijk, klacht voor het overige afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-173
- Datum publicatie: 08-01-2019
- Datum uitspraak: 08-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:10
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet gebleken dat de bedrijfsarts klaagster onheus heeft bejegend, ook niet dat hij te ver is gegaan in zijn kritische houding. Wel is gebleken van miscommunicatie welke de bedrijfsarts niet heeft kunnen oplossen, maar geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:249 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-878
- Datum publicatie: 07-01-2019
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:249
Geheimhoudingsplicht. Ter zitting hebben partijen toegelicht dat verweerder als familieadvocaat van klagers wordt beschouwd en hij in dat kader tevens als advocaat betrokken is geweest bij de strafzaak van hun inmiddels overleden zoon. Na deze nieuwe informatie ter zitting is de raad gebleken dat de beslissing van de voorzitter is gebaseerd op een onjuiste feitelijke basis en op een onjuiste duiding van de klacht van klagers door de deken in de aanbiedingsbrief. Op grond hiervan oordeelt de raad het verzet gegrond. Klagers beklagen zich erover dat verweerder met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht jegens hun overleden zoon weigert om de van hun zoon verkregen en mogelijk relevante informatie te gebruiken in een te entameren voorlopig getuigenverhoor namens klagers. De raad is van oordeel dat het meewerken door verweerder aan een voorlopig getuigenverhoor op basis van de hiervoor genoemde wens van klagers ook naar het oordeel van de raad leidt tot een schending van de geheimhoudingsplicht van verweerder jegens zijn cliënt. Het overlijden van de cliënt van verweerder maakt daar geen einde aan. Dat sprake is van zwaarwegende gronden, die een doorbreking van de geheimhoudingsplicht van verweerder zouden rechtvaardigen, is de raad niet gebleken; daartoe is onvoldoende gesteld. Ter zitting is door verweerder nog verklaard dat de zoon van klagers hem uitdrukkelijk had gevraagd om de informatie met niemand, ook niet met zijn ouders, te delen. Verweerder had ook nog aan die wens gevolg te geven. Daarbij merkt de raad op dat een veronderstelde toestemming van een kind aan zijn ouders in dit soort kwesties in het algemeen niet worden aangenomen, zoals klagers hebben betoogd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:2 Raad van Discipline Amsterdam 18-906/A/A
- Datum publicatie: 07-01-2019
- Datum uitspraak: 03-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:2
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder de afwikkeling van het vonnis heeft gefrustreerd. Verweerder heeft overigens de grenzen van de hem als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet overschreden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 097/2018
- Datum publicatie: 07-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:1
Een van vier samenhangende klachten tegen twee longartsen en twee longchirurgen. Patiënt heeft een lobectomie ondergaan wegens verdenking van een maligne tumor, die achteraf benigne bleek te zijn (longontsteking). Klachten over onvoldoende dossiervoering, onvoldoende onderzoek, onzorgvuldig MDO, het missen van een ‘zwanenhals’ na de lobectomie. Dit betreft de klacht tegen de longchirurg die de lobectomie samen met een college heeft uitgevoerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 096/2018
- Datum publicatie: 07-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:2
Een van vier samenhangende klachten tegen twee longartsen en twee longchirurgen. Patiënt heeft een lobectomie ondergaan wegens verdenking van een maligne tumor, die achteraf benigne bleek te zijn (longontsteking). Klachten over onvoldoende dossiervoering, onvoldoende onderzoek, onzorgvuldig MDO, het missen van een ‘zwanenhals’ na de lobectomie. Dit betreft de klacht tegen de longchirurg die de lobectomie samen met een collega heeft uitgevoerd. Het enige klachtonderdeel dat doel treft betreft het feit dat de longchirurg een huisartsenbrief van de aios, waarin niet is vermeld bij de tumor dat deze benigne van aard was, niet heeft gecorrigeerd. Volstaan wordt met de constatering dat dit klachtonderdeel gegrond is zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 095/2018
- Datum publicatie: 07-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:3
Een van vier samenhangende klachten tegen twee longartsen en twee longchirurgen. Patiënt heeft een lobectomie ondergaan wegens verdenking van een maligne tumor, die achteraf benigne bleek te zijn (longontsteking). Klachten over onvoldoende dossiervoering, onvoldoende onderzoek, onzorgvuldig MDO, het missen van een ‘zwanenhals’ na de lobectomie. Dit betreft de klacht tegen de longarts die de behandeling van de eerste longarts heeft overgenomen en de casus op het MDO heeft geplaatst. Het enige klachtonderdeel dat doel treft betreft het feit dat de longarts een telefoongesprek met klager niet heeft genoteerd. Aangezien dit een belangrijk telefoongesprek was (doorgeven van de uitslag van het MDO) is dit verwijtbaar en wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 094/2018
- Datum publicatie: 07-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:4
Een van vier samenhangende klachten tegen twee longartsen en twee longchirurgen. Patiënt heeft een lobectomie ondergaan wegens verdenking van een maligne tumor, die achteraf benigne bleek te zijn (longontsteking). Klachten over onvoldoende dossiervoering, onvoldoende onderzoek, onzorgvuldig MDO, het missen van een ‘zwanenhals’ na de lobectomie. Dit betreft de klacht tegen de longarts die het eerste onderzoek in gang heeft gezet. Het enige klachtonderdeel dat doel treft betreft het feit dat de longarts een telefoongesprek met klager niet heeft genoteerd. Aangezien dit onderdeel van onvoldoende gewicht is, wordt de klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:1 Raad van Discipline Amsterdam 18-912/A/A
- Datum publicatie: 07-01-2019
- Datum uitspraak: 03-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:1
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Klager heeft, tegenover het gemotiveerde verweer van verweerder, onvoldoende onderbouwd dat verweerder degene is geweest die het gesprek met klager heeft opgenomen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:1 Accountantskamer Zwolle 17/1149 Wtra AK
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 04-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:1
Ambtshalve aanvulling van de klacht, behandeld door nieuwe samenstelling van de kamer. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding 3-jaarstermijn. Betrokkene en zijn echtgenote zijn minderheidsaandeelhouder in een bepaalde (dochter)vennootschap; betrokkene heeft ook de jaarrekening van deze vennootschap over meerdere jaren samengesteld. Betrokkene en zijn echtgenote hebben een civiele procedure tegen de (moeder)vennootschap ingesteld, die het overgrote deel in het aandelenkapitaal van de (dochter)vennootschap houdt en tevens bestuurster van de (dochter)vennootschap is; in deze procedure vorderen ze dat de moedervennootschap het aandelenbelang van betrokkene en zijn echtgenote overneemt. In die civiele procedure maken betrokkene en zijn echtgenote (voor eigen gewin) gebruik van documenten waarvan betrokkene als accountant van de (dochter)vennootschap kennis had. Hierdoor heeft betrokkene het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid en art. 21 VGBA geschonden.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:123 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/618881 / DW RK 16/1241
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:123
De gerechtsdeurwaarder heeft een door klager verrichte betaling in een ander dossier afgeboekt en ten onrechte derdenbeslag gelegd. De vordering is niet duidelijk met klager gecommuniceerd. De gestelde bejegening kan niet worden vastgesteld. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:2 Accountantskamer Zwolle 18/1126 Wtra AK
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 04-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:2
Betrokkene heeft organogram van ondernemingsstructuur van een voormalige cliënt toegestuurd aan klager. Dit organogram was afkomstig van haar voormalige cliënt en maakte deel uit haar dossier. Wat erin staat over de verhouding tussen een groot aantal vennootschappen is geen informatie waarover eenieder door raadpleging van het handelsregister kan beschikken. Schending van het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid. Uit de tussen betrokkene en klager gewisselde e-mailberichten leidt de Accountantskamer af dat betrokkene wist dat klager het toegezonden organogram wenste te gebruiken in het kader van diens geschil met de voormalige cliënt van betrokkene. Waarschuwing
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:124 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621417 / DW RK 16/1410
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:124
Beslissing op verzet. Uit rechtsoverweging 4.1 van het arrest blijkt dat klager het bedrag waarvoor hij is veroordeeld reeds betaald heeft. Dit had naar het oordeel van de kamer aanleiding voor de gerechtsdeurwaarder moeten zijn om de titel terug te koppelen naar de opdrachtgever. Uit de overgelegde producties en het verhandelde ter zitting blijkt bovendien dat klager de gerechtsdeurwaarders op de inhoud van het arrest heeft gewezen en daarmee ook op de reeds verrichte betaling. Nu de gerechtsdeurwaarders de opdracht niet hebben teruggekoppeld aan de opdrachtgever en zich aan hun ministerieplicht hebben gehouden zonder de inhoud van het arrest met de opdrachtgever te overleggen, is in dit geval sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Voor zover de opdrachtgever de executie na overleg toch had willen doorzetten was dit aanleiding voor de gerechtsdeurwaarders geweest om de weg van artikel 438 lid 4 Rv te volgen. Verzet gegrond, maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:118 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/611211 / DW RK 16/693
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:118
Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft ten onrechte bankbeslag gelegd. Gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft het bankbeslag slechts overbetekend. De gestelde bejegening is niet onderbouwd. De klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 1 is ongegrond. De klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 2 is ten aanzien van het gelegde bankbeslag gegrond. Klacht is voor het overige ongegrond. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:125 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/634237 / DW RK 17/843
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:125
Beslissing op verzet. Betekening heeft op juist wijze plaatsgevonden. Voor het overige richt de klacht zich tegen de executie. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:119 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619825 / DW RK 16/1299
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:119
Klager stelt dat er leugens in de dagvaarding staan. Hiervan is niet gebleken. Overige onderdelen betreffen civielrechtelijke onderdelen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:126 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/608750 / DW RK 16/537
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:126
Beslissing op verzet. Exploot is achtergelaten op de wijze zoals in de wet bepaald. De financiële situatie van klager staat aan het betekenen van een dagvaarding niet in de weg. Evenmin bestaat voor een schuldeiser een verplichting met een betalingsregeling akkoord te gaan. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:120 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619762 / DW RK 16/1297
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:120
Er is niet binnen een redelijke termijn op een brief van klaagster gereageerd. Aanmelding schuldhulptraject schort tenuitvoerlegging vonnis niet op. Niet gebleken dat kosten niet conform de daarvoor geldende regelingen zijn berekend. Klacht gedeeltelijk gegrond, geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:127 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/612691 / DW RK 16/811
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:127
Beslissing op verzet. De persoonlijke (financiële) situatie van klager staat aan het leggen van het beslag niet in de weg. Ook een aanbod voor het treffen van een betalingsregeling staat niet aan het leggen van beslag in de weg. Het verzoek om een betalingsregeling is beantwoord. Er is geen sprake van oneigenlijke druk. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:121 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632956 / DW RK 17/753
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:121
Beslissing op verzet. Klaagster klaagt over hetzelfde feitencomplex als waar zij eerder over heeft geklaagd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:122 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631550 / DW RK 17/653
- Datum publicatie: 04-01-2019
- Datum uitspraak: 03-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:122
Beslissing op verzet. Klacht gaat over beslaglegging van meer dan drie jaar geleden, dus is te laat ingediend. Dat klagers toenmalige advocaat de dochter van de gerechtsdeurwaarder is, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:29 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650194/NT 18-28
- Datum publicatie: 03-01-2019
- Datum uitspraak: 18-10-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:29
De kamer is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten tijde van het passeren alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van erflater en dat hij geen aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Dat oordeel vindt mede steun in de omstandigheid dat de kamer van de notaris ter zitting heeft begrepen dat erflater op 28 september 2015 op eigen initiatief en onaangekondigd op het notariskantoor kwam om het testament van 2007 te wijzigen en daarbij zelf het testament van 2007 had meegenomen. De notaris heeft erflater vervolgens driemaal onder vier ogen gesproken en, na inhoudelijke voorbespreking, het testament in concept eerst aan erflater toegezonden. Broer [A] is bij geen van deze gesprekken aanwezig geweest; deze was op verzoek van erflater uitsluitend bij het gesprek met betrekking tot het levenstestament aanwezig. Voorts heeft de notaris verklaard dat hij erflater nog twee keer heeft getest, door in het gesprek van 29 maart 2016 bewust fouten te maken, die steevast door erflater werden gecorrigeerd, en door in het gesprek op 4 april 2016 erflater te laten afleiden door een medewerker van het notariskantoor, hetgeen door erflater werd genegeerd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:30 Kamer voor het notariaat Amsterdam 642910/NT 18-4
- Datum publicatie: 03-01-2019
- Datum uitspraak: 01-11-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:30
Ongeacht hetgeen hierboven onder 5.3 is overwogen – waaraan valt toe te voegen dat bij een geschil over de inhoud van de opdracht het op de weg van de notaris ligt zijn visie te onderbouwen met een schriftelijke opdrachtbevestiging of gespreksaantekeningen – is de kamer van oordeel dat de precieze inhoud van de opdracht in het midden kan blijven. Ook indien klaagster en haar echtgenoot zich begin 2012 opnieuw tot de notaris wendden uitsluitend met de opdracht testamenten op te stellen – waarbij voorts opvalt dat de notaris ter zitting niet kon uitleggen wat de voorafgaande testamenten van de echtgenoot van klaagster en, indien daarvan sprake was, dat van klaagster, inhield(en) en waarom deze gewijzigd moest(en) worden, terwijl het opnemen van een uitsluitingsclausule in die tijd als betrekkelijk standaard moet worden aangemerkt (hetgeen de reden is voor de huidige wettelijke verankering) en klaagster voorts heeft verklaard dat er geen concrete aanleiding voor bestond – acht de kamer het, zeker onder de onder 5.4 geschetste omstandigheden, onbegrijpelijk en ernstig nalatig dat de notaris bij het opmaken van de testamenten niet het huwelijksgoederenregime heeft betrokken en noch tijdens de voorbespreking noch tijdens de passeerafspraak van beide testamenten niet bij klaagster en haar echtgenoot heeft geverifieerd of de specifieke feiten en omstandigheden, die in 2006 aanleiding waren voor het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden en die naar hun aard doorgaans tijdelijk zijn, nog steeds aanwezig waren of dat deze inmiddels waren gewijzigd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:31 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650979/NT 18-36
- Datum publicatie: 03-01-2019
- Datum uitspraak: 18-12-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:31
Voorop staat dat de notaris, toen hij - niet door erflaatster zelf maar door [broer H] werd benaderd in verband met een wijziging van haar testament - op de hoogte was van de verminderde geestvermogens van erflaatster. Daarmee bestond voor hem al alle aanleiding om te toetsen of zij in voldoende mate in staat was om zelfstandig haar wil te bepalen. Dat heeft hij evenwel in onvoldoende mate gedaan. Hij heeft erflaatster niet alleen gesproken, maar alleen in aanwezigheid van (onder anderen) [broer H], die duidelijk een eigen belang had bij de wijziging van het testament. Het concepttestament, dat hij naar aanleiding van de eerste bespreking had opgesteld, heeft hij aan [broer H] doen toekomen, met het verzoek dit met erflaatster te bespreken en ook bij het passeren van het testament was [broer H] aanwezig. Aldus heeft hij te weinig invulling gegeven aan zijn eigen verantwoordelijkheid om te onderzoeken of de wens tot wijziging van het testament de wens van erflaatster zelf was.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:116 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/654507 / DW RK 18/507
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 16-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:116
Verzoek tot wraking met acht gronden waaronder de inhoudelijke behandeling van de zaak, de door de kamer gevolgde procedure en een algemene beschouwing ten aanzien van de partijdigheid van de kamer. De Wrakingskamer is van oordeel dat de aangevoerde gronden niet afzonderlijk en ook niet in samenhang bezien grond opleveren voor feiten en/of omstandigheden die erop duiden dat de rechterlijke onpartijdigheid van de tuchtrechter schade zou kunnen leiden. Het verzoek wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640380/NT 17-85
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 14-06-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:27
De kern van de klacht is dat de notaris klaagster niet althans onvoldoende heeft gewezen op de risico’s die een bankhypotheek in zich draagt. Die klacht is gegrond. Zo is het antwoord op de door [A] gestelde, concrete vragen over de voorbelasting zoals hierboven onder 2.e. onder a.) weergegeven inadequaat en daardoor onzorgvuldig. Nog afgezien van het feit dat de notaris hier abusievelijk laat weten dat sprake is van inschrijvingen ten gunste van de bank tot een totaal van € 720.000,- in plaats van effectief € 360.000,-, stelt hij klaagster hierbij ten onrechte gerust, in het licht van de getaxeerde executiewaarde van € 435.000,-, door te volstaan met de vermelding dat de openstaande schuld volgens opgave (slechts) € 139.500,- bedroeg, zonder daarbij uitdrukkelijk te waarschuwen dat de schuld aan de bank op ieder moment nadien weer kan oplopen en het inschrijvingsbedrag van€ 360.000,- dus kan ‘vollopen’, in beginsel door wat voor reden dan ook, hetgeen in dit geval ook gebleken is.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:110 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/628658 / DW RK 17/495
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:110
Aan de klacht, voor zover die begrijpelijk is, zijn door klagers geen concrete feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd. Uit hetgeen als klacht kan worden opgevat, kan geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen worden vastgesteld. Voor het overige valt de klacht niet te volgen. Het handschrift van klagers is moeilijk leesbaar en bij de klacht is een groot aantal stukken gevoegd. Van de kamer kan niet worden verwacht dat zij uit een onleesbaar klaagschrift en een stapel daarbij ogenschijnlijk willekeurig gevoegde stukken probeert te achterhalen waarover geklaagd wordt. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:117 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/655361 / DW RK 18/528
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 17-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:117
Verzoek tot wraking gericht tegen medewerkers, leden van de kamer en het tuchtgerecht als geheel. Afdoening buiten zitting. Met betrekking tot de wrakingsgronden waarbij een beroep wordt gedaan op het EVRM en de onafhankelijke en onpartijdige behandeling door de tuchtrechters wijst de Wrakingskamer op vaststaande jurisprudentie van het EHRM. Voor zover het verzoek is gericht tegen de secretaris, medewerkers en niet met de behandeling van de zaak van klager belaste leden, en het hele tuchtgerecht, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard. Voor zover het verzoek is gericht tegen de tuchtrechters die belast zijn met de behandeling van het door verzoeker ingediende verzetschrift, geldt dat de in het verzoek omschreven gronden niet voldoen aan de minimale deugdelijke en concrete motiveringsvereisten. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek met toepassing van de antimisbruikbepaling..
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 388
- Pagina: 389
- Pagina: 390
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten