Zoekresultaten 19401-19450 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-758/DB/LI

    Advocaat wordt verweten dat hij zich gelden heeft toegeëigend die klager toekomen en dat hij heeft geweigerd dossiers af te geven. De voorzitter heeft op juiste gronden overwogen dat de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond is. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:15 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180231

    Klacht tegen eigen advocaat over niet doorbetalen van derdengelden. Mede hoger beroep ingesteld door deken van algemene raad (artikel 56 lid 1 Advocatenwet). Na het onherroepelijk worden van een eerdere beslissing van de raad van discipline over de derdengelden had verweerder deze uit eigen beweging aan klager moeten betalen. Dat heeft hij niet gedaan, waarna klager in kort geding betaling heeft gevorderd. Voorzieningenrechter heeft vordering afgewezen. De tuchtrechter komt een eigen oordeel toe over de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid van het handelen van een advocaat en de maatstaven ter beoordeling daarvan zijn niet hetzelfde als die van de civiele rechter. Door de derdengelden niet aan klager te betalen, heeft verweerder de inhoud van de tuchtrechtelijke beslissing genegeerd en aangetoond inzicht noch gevoel te hebben voor wat een behoorlijk advocaat betaamt. Uitgebreid tuchtrechtelijk verleden. Kennelijk onverbeterlijk gedrag. Schrapping van het tableau.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:6 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180277

    Voorzittersbeslissing. Verzoek verwijzing dekenklacht (art. 46c lid 5 Advocatenwet). Dekenklacht is gecombineerd met een art. 13-beklag (verzoek aanwijzing advocaat) en ziet op communicatie van de deken jegens klager. Nu art. 13-beklag ongegrond blijkt omdat klager meent dat hij een advocaat nodig heeft om zijn problemen in kaart te brengen maar geen aanknopingspunten daartoe biedt, kon de deken niets voor klager betekenen en is het begrijpelijk dat de deken terughoudend is in zijn communicatie. De stelselmatige dekenklachten van klager in het verleden hebben daarnaast nergens toe geleid. Misbruik van klachtrecht door weer te klagen over de deken. Verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:16 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180287

    Beklag art. 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof constateert dat dit (vierde) verzoek om aanwijzing van een advocaat betrekking heeft op dezelfde problematiek waarvoor klaagster in 2013, 2014 en 2017 ook om aanwijzing heeft gevraagd. De deken heeft die verzoeken telkens afgewezen en klaagster heeft tegen die beslissingen van de deken telkens beklag ingesteld. Het hof heeft in die drie zaken geoordeeld dat de deken de verzoeken om aanwijzing terecht heeft afgewezen. Het hof is van oordeel dat de deken ook het vierde verzoek van klaagster terecht en op de juiste gronden heeft afgewezen. Het is spijtig dat klaagster kennelijk nog steeds dezelfde problemen ervaart, maar zij moet er ernstig rekening mee houden dat het hof een volgend beklag over een soortgelijke beslissing van de deken wegens misbruik van recht niet in behandeling neemt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:7 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180325

    Voorzittersbeslissing. Verzoek om verwijzing klacht stafjurist deken. Beroep op analoge toepassing art. 46c lid 5 Advocatenwet afgewezen, nu geen sprake is van samenhang met een dekenklacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:10 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180142

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een brief rechtstreeks aan klagers te sturen, hoewel zij een advocaat hadden, waarin hij aangeeft in hoger beroep te zullen gaan tegen het vonnis van de rechter als klagers niet instemmen mijn zijn oplossingsvoorstel. Verder heeft verweerder de belangen van klagers zonder redelijk doel geschaad door een concept van diezelfde brief – die vertrouwelijke en privacygevoelige informatie van de zaak bevat - te verstrekken aan een derde (een buurvrouw), die met klagers en de cliënten van verweerder deel uitmaakt van een kleine dorpsgemeenschap. Verder staat onvoldoende vast dat klager onvoldoende professionele distantie heeft betracht. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing. Vernietiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/651389 / DW RK 18/388

    Beslissing op verzet. Klager stelt dat hij de betreffende vonnissen en het exploot van het gelegde derdenbeslag nooit heeft ontvangen en de kosten daarvan dan ook niet terecht zijn. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170258

    Dekenbezwaar. Vervolg op tussenbeslissing (ECLI:NL:TAHVD:2018:18). Eindbeslissing op het verwijt van de deken dat verweerder ten onrechte toevoegingen heeft aangevraagd/laten aanvragen op naam van een andere advocaat, werd aangehouden. Nadat die andere advocaat, die korte tijd op het kantoor van verweerder werkzaam is geweest, en een medewerker van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) als getuigen zijn gehoord, oordeelt het hof dat genoegzaam is gebleken dat die andere advocaat slechts 14 van de 74 zaken waarvoor op haar naam een toevoeging was aangevraagd, zelf heeft behandeld. Nu niet is gebleken dat zij actieve bemoeienis heeft gehad met de resterende zestig zaken waarvoor op haar naam, buiten haar medeweten en zonder haar toestemming, een toevoeging is aangevraagd door verweerder of door medewerkers van verweerder die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn (geweest), is het hof van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016 van de RvR. Hierdoor heeft hij op een niet toelaatbare wijze gebruik gemaakt van het systeem van gefinancierde rechtsbijstand, dat al ernstig onder druk staat. Het vertrouwen dat de RvR als uitgangspunt neemt bij de toepassing van dit systeem heeft verweerder stelselmatig en in ernstige mate geschaad. Het hof rekent verweerder dit handelen, dat in strijd is met de kernwaarde (financiële) integriteit, ernstig aan. Nu tegen verweerder niet eerder een tuchtklacht is ingediend, volstaat het hof met het opleggen van een schorsing voor de duur van acht weken, waarvan vier weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:36 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-863/DB/LI

    Letstelschadebureau heeft een advocaat ingeschakeld om het dossier op te vragen bij de voorgaande advocaat. De advocaat van het letselschadebureau heeft namens zichzelf geklaagd dat de voorgaande advocaat heeft nagelaten om desgevraagd het dossier aan het letselschadebureau tot te zenden. Geen eigen belang nu de advocaat die de klacht heeft ingediend de letselschadezaak niet behandelt. Klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:17 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180124-W2

    Wrakingsverzoek van alle kroonleden van het hof na behandeling ter zitting, voorafgaand aan de uitspraak. Na het aanwijzen van een wrakingskamer zijn de kroonleden van die wrakingskamer ook (opnieuw) gewraakt. De wet noch het wrakingsprotocol voorziet in deze situatie. De wrakingskamer handelt naar bevind van zaken en oordeelt dat alléén (kroon)leden die de zaak behandelen kunnen worden gewraakt. De wraking van de wrakingskamer wordt gepasseerd, omdat ten aanzien van de kroonleden die de wrakingszaak behandelen door verzoeker onvoldoende is onderbouwd dat enkel op basis van de benoemingsprocedure van de kroonleden sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die aanwijzingen opleveren voor vooringenomenheid van die leden. De wraking van de kroonleden in de hoofdzaak wordt, omdat die tardief is, niet-ontvankelijk verklaard. De feiten en omstandigheden waarop de wraking is gebaseerd waren al bekend ten tijde van de behandeling van de hoofdzaak en zijn daar ook besproken. Het hof bepaalt dat volgende wrakingsverzoeken met deze grond niet in behandeling worden genomen. Geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:8 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180324

    Voorzittersbeslissing. Verzoek om verwijzing dekenklacht (art. 46c lid 5 Advocatenwet). Vierde klacht over vergelijkbare kwestie. Verzoeker moet er rekening mee houden dat een volgend verzoek wegens misbruik van klachtrecht niet in behandeling wordt genomen. Verwezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:11 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180254 180255

    Klacht over advocaat in hoedanigheid van curator. Verweerders hebben niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een borderel, waarin staat dat de gefailleerde eigenaar is van een pand in Knokke dat klaagster bedoelde over te dragen aan de stichting t.b.v. zijn kinderen, in te schrijven in het Belgische hypothecaire register. Het hof is van oordeel dat verweerders zich met het borderel niet, zoals klager stelt, hebben voorgedaan als eigenaar van het pand noch dat zij daarmee valsheid in geschrifte hebben gepleegd. De vraag welk rechtsstelsel van toepassing is voor de beoordeling van de vraag wie eigenaar van het pand is, is voorbehouden aan de civiele rechter. Het standpunt van verweerders in die civiele kwestie is een rechtens te verdedigen standpunt en is niet klachtwaardig. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/653104 / DW RK 18/458

    Aan de thans geformuleerde klacht ligt (min of meer) hetzelfde feitencomplex ten grondslag als aan de klacht die in de eerdere procedure aan de orde is gesteld. Klager kan deze klacht niet opnieuw aan de kamer voorleggen. De klacht is daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:2 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180247

    Beklag ex. art.13 Advocatenwet (aanwijzing advocaat). Omdat klager inmiddels al advocaat bereid heeft gevonden om hem bij te staan in procedure bij Centrale Raad van Beroep heeft hij geen belang meer bij zijn beklag tegen afwijzende beslissing van deken Midden-Nederland. Voor gevraagde bijstand i.v.m. arbeidsgeschil bij kantonrechter Amsterdam had klager zich tot Amsterdamse deken moeten wenden, terwijl voor procedure bij kantonrechter bijstand van advocaat niet verplicht is zodat verzoek aan Amsterdamse deken kansloos zou zijn geweest. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-921/DB/LI

    Het valt een advocaat niet te verwijten dat de verzekeraar de causaliteit betwist en verdere bevoorschotting weigert. Verweerder heeft zijn advies om geen procedure aanhangig te maken voldoende onderbouwd. Niet gebleken dat advocaat leugens heeft verteld en informatie heeft verdraaid. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:18 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180202

    Klacht over eigen advocaat. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar te lang heeft gewacht met uitbrengen kort geding dagvaarding voor loonvordering. Klacht ongegrond. Vernietiging beslissing Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:9 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180249 en 180250

    Appelschrift met geluidsbestanden op de laatste dag na sluiting griffie per e-mail ingediend. Door griffie niet ontvangen, geen notificatie aan indiener daarvan. Niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, niet verschoonbaar.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18154

    Chirurg wordt - kort gezegd – onder meer verweten dat hij de uitslag van het histologisch-pathologisch onderzoek niet tijdig heeft bekeken, de diagnose galblaascarcinoom bij patiënte heeft gemist, een te rooskleurige voorstelling van zaken heeft gegeven en tekort is geschoten in de regiefunctie die hij had als hoofdbehandelaar. Patiënte is overleden. Het college oordeelt als volgt. De galblaas was afwijkend groot en had een stugge wand. De chirurg had daarom de galblaas voor onderzoek moeten opsturen. De chirurg had er in zijn hoedanigheid van hoofdbehandelaar op moeten letten dat hij geen uitslagen of handelingen van medebehandelaars zou missen. De chirurg heeft een belangrijke uitslag over patiënte gemist. Door de galblaas niet op te sturen voor onderzoek – zoals de chirurg heeft gesteld – en doordat hij de uitslag van het onderzoek heeft gemist, heeft de chirurg onzorgvuldig gehandeld. De klacht is gedeeltelijk gegrond en er wordt een schorsing van drie maanden opgelet vanwege de ernst van het verwijtbaar handelen en het feit dat aan de chirurg al eerder een berisping is opgelegd vanwege onzorgvuldig handelen. v

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:12 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180179D

    Schrapping n.a.v. dekenbezwaar. Verweerder in appel wegens strafmaat. Het hof acht de maatregel van schrapping gepast en geboden. Verweerder heeft stelselmatig art. 46 AW geschonden. Zijn gedragingen, zoals het niet verschijnen bij piketten en BOPZ-meldingen, passen in een structureel patroon van volstrekt onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor zijn praktijkvoering. Bekrachtiging beslissing raad. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/657894 / DW RK 18/607

    Beslissing op verzet. Klager betwist de ontvangst van exploten. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:3 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180278

    Beklag art. 13 Advocatenwet (i.v.m. aanwijzing advocaat) ongegrond. Klager wil bijstand van advocaat om - inmiddels onherroepelijk geworden - alimentatiebeslissingen aan te vechten. Deken heeft geconcludeerd dat tegen die beslissingen geen rechtsmiddelen meer kunnen worden aangewend met een reële kans van slagen. Klager heeft onvoldoende concrete aanknopingspunten gegeven voor de juridische procedure(s) waarvoor rechtsbijstand van advocaat nodig is. Hij meent ten onrechte dat voor het in kaart brengen van zijn problematiek een advocaat aangewezen zou moeten worden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-862/DB/LI

    Advocaat heeft verjaring betwist en tijdig gestuit. Een advocaat hoeft niet bij iedere stellingname in een processtuk of tijdens een zitting aan te geven welk specifiek wetsartikel op de betreffende stelling van toepassing is. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180264

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft na beroepsfout inzake verdeling in 2009 echtscheidingsdossier gesloten en schrijft in 2015 op verzoek van klaagster eenmalig de wederpartij aan over exact die kwestie. Gelet op de gemaakte beroepsfout en het feit dat de kwestie in 2015 kennelijk niet was opgelost, had van verweerster verwacht mogen worden dat zij het nodige zou hebben gedaan om de fout te herstellen. Zij mocht niet volstaan met het schrijven van één brief. Bekrachtiging beslissing raad. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:13 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190026

    Voorzittersbeslissing. Beroep op schending fundamentele rechtsbeginselen voor de doorbreking van het appelverbod omdat de verzetsbeslissing van de raad niet met redenen zou zijn omkleed (art. 46h lid 4 Aw). Plv. voorzitter oordeelt dat uit de verzetsbeslissing volgt dat de raad een gedegen herbeoordeling heeft gemaakt. Beroep afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:4 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180294

    Klacht over eigen advocaat. Hoger beroep gericht op de maatregel van schorsing van 26 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk. Verzoek om matiging van de maatregel afgewezen, vanwege het structurele karakter van het handelen van verweerder dat ziet op de communicatie met de cliënt. De raad heeft op goede gronden een langere schorsing dan gebruikelijk opgelegd nu de schorsingen van verweerder in het verleden gezien de terugval kennelijk onvoldoende effect hebben gehad. Ook heeft verweerder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door hem voorgenomen maatregelen een terugval in de toekomst zullen voorkomen. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-760/DB/LI

    Voorzitter heeft terecht overwogen dat niet kan worden vastgesteld dat de advocaat een betaling dan wel een stageplek aan X heeft aangeboden voor het aanbrengen van een zaak/ claim tegen klaagster. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:224 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180251

    Voorzittersbeslissing. Verzoek om verwijzing dekenklacht (art. 46c lid 5 Advocatenwet). Zodanig onbegrijpelijk dat hieruit niet een serieus te nemen klacht valt af te leiden. Niet verwezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:14 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180231

    Herstelbeslissing. Deel van het dictum was weggevallen: vernietiging beslissing raad, klacht gegrond en ingangsdatum raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:5 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180242

    Voorzittersbeslissing. Verzoek verwijzing dekenklacht (art. 46c lid 5 Advocatenwet). Dekenklacht is gecombineerd met een art. 13-beklag (verzoek aanwijzing advocaat) en ziet op communicatie van de deken jegens klager. Nu art. 13-beklag ongegrond blijkt omdat klager reeds een advocaat heeft in de ene procedure en de deken in de andere procedure niet bevoegd blijkt om een advocaat aan te wijzen en klager stelselmatig klachten indient tegen dekens, kon de deken niets voor klager betekenen en is het begrijpelijk dat de deken terughoudend is in zijn communicatie. De stelselmatige dekenklachten van klager in het verleden hebben nergens toe geleid. Misbruik van klachtrecht door weer te klagen over de deken. Verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/436

    Klager is geopereerd aan een liesbreuk. Na de operatie is een nabloeding ontstaan. Klager verwijt verweerder - kort samengevat - dat hij de medische staat van klager voor de operatie lichtvaardig heeft beoordeeld en tijdens de operatie een clip heeft geplaatst en dat niet op het operatieverslag heeft gemeld. Ook is de situatie van klager na de operatie onvoldoende door verweerder gemonitord. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-293

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts kon in redelijkheid tot haar diagnose beklemming van een spier of zenuw en het gegeven advies (in plaats van de diagnose arteriële occlusie in het linkerbeen) komen en heeft zorggedragen voor een correct vangnet. Zij was niet op de hoogte van een voor haar bestemde, maar aan de huisartsenpost gerichte uitnodiging voor een evaluerend gesprek, zodat haar niet verweten kan worden dat zij hier niet op in is gegaan. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-135

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet is gebleken dat de huisarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de verkregen informatie van de familie van klaagster te noteren op de S-regel in het dossier van klaagster, evenmin dat informatie over klaagster aan derden is verstrekt. De huisarts heeft klaagster verwezen naar een tweedelijnskliniek. Dat de huisarts bij die verwijzing niet heeft benadrukt dat het ging om een kliniek voor eetstoornissen, acht het college in casu niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De huisarts heeft klaagster voorts meermalen in de gelegenheid gesteld een verklaring aan het dossier toe te voegen en heeft de wens ingewilligd om (delen van) het dossier te verwijderen. Er was tevens een gewichtige reden voor het beëindigen van de behandelrelatie en er is voldaan aan de bijbehorende zorgvuldigheidseisen. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-195

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet gebleken dat de huisarts de spullen van klager na overplaatsing naar een andere kliniek heeft weggegooid, of hierbij betrokken is geweest. Klager is voorts voor zijn diabetes behandeld door een internist, niet door desbetreffende huisarts. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-309

    Gegronde klacht tegen een neuroloog. Door het niet voldoende uitvoeren van basisonderzoek (namelijk geen anamnese, lichamelijk onderzoek en een screenende cognitietest) is de neuroloog onzorgvuldig tot zijn diagnose gekomen en heeft hij geen inzicht gegeven in de wijze waarop hij tot deze diagnose is gekomen. Daarnaast heeft de neuroloog nagelaten eventuele medicatie met de familie van patiënt te bespreken alsook met de familie te bespreken wat mogelijke vervolgstappen zouden kunnen zijn. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-256

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft zorgvuldig gehandeld nadat zij de melding kreeg dat klager bloed in zijn urine had aangetroffen. De lezingen lopen uiteen over hetgeen door klager en de psychiater is besproken op de patio, zodat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater haar beroepsgeheim heeft geschonden. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/499

    Klaagster verwijt verweerder dat hij keer op keer geen actie heeft ondernomen, ondanks dat klaagster hartpatiënt was en zij zich steeds zieker ging voelen met toenemende buikpijn. Er is volgens klaagster tijdens de opname teveel vocht toegediend. De dag na ontslag uit het ziekenhuis werd klaagster met spoed wederom opgenomen, er was sprake van hartfalen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-312

    Ongegronde klacht tegen een internist. De internist is niet te traag en/of op onjuiste wijze tot haar diagnose gekomen, noch heeft zij symptomen van pijn en gewichtsverlies bij de echtgenote/moeder van klagers genegeerd en evenmin heeft zij te laat een academisch ziekenhuis ingeschakeld. Met de kennis van achteraf zijn zorgelijke signalen aan te wijzen, maar het doen of nalaten van de internist is tijdens haar behandelperiode niet onder de maat geweest. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/498

    Verweerder was de hoofdbehandelaar van klaagster. Klaagster verwijt hem dat zowel klaagster als haar familie gedurende de opname in het ziekenhuis geen persoonlijk contact met hem hebben gehad. Ondanks dat klaagster hartpatiënt was en zich steeds zieker ging voelen, is er volgens klaagster niet naar haar geluisterd. Er is tijdens de opname teveel vocht toegediend. De dag na ontslag uit het ziekenhuis werd klaagster met spoed wederom opgenomen, er was sprake van hartfalen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-784/DB/ZWB

    Niet is gebleken dat de behandeling van het dossier door toedoen van verweerster onnodig heeft stilgelegen. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerster zich teveel heeft laten leiden door wat de wederpartij stelt. Niet is gebleken dat verweerster de voor de behandeling van klaagsters zaak benodigde kennis ontbeerde, noch dat zij bij de behandeling van klaagsters zaak steken heeft laten vallen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:50 Raad van Discipline Amsterdam 18-658/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:35 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-455/DB/ZWB

    Klager is niet bijgestaan door verweerder, maar door mrs. P en S, indertijd kantoorgenoten van verweerder. Verweerder is voor het optreden van zijn kantoorgenoten niet verantwoordelijk. Verweerder heeft namens het kantoor de openstaande declaratie geïncasseerd en daarbij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Niet gebleken dat verweerder heeft geweigerd klagers dossier af te geven aan een opvolgend advocaat. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:51 Raad van Discipline Amsterdam 18-657/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 238/2018

    Klacht van zus van een overleden patiënt. Patiënt verbleef op de (GRZ)afdeling waar verweerder tijdelijk als ANIOS tijdelijk in dienst was en als zodanig bij de behandeling van patiënt was betrokken. Hij stond onder supervisie van de specialist ouderengeneeskunde. Klaagster verwijt verweerder verwaarlozing van patiënt en het niet (tijdig) verwijzen naar het ziekenhuis. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 266/2018

    Klacht tegen apotheker wegens verstrekken van medicatie met E-nummers in de hulpstof. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:53 Raad van Discipline Amsterdam 18-904/A/NH

    Klacht over advocaat wederpartij in verband met rechtstreeks aanschrijven. Niet gebleken is dat de brief van 23 januari 2018 een aanzegging met rechtsgevolg bevat. Bovendien is niet gebleken dat het beoogde rechtsgevolg van de in de brief van 23 januari 2018 vervatte aanzegging niet had kunnen worden bewerkstelligd door deze aan de advocaat van klaagster te sturen. Van een andere rechtens aanvaarbare reden om de aanzegging niet aan de advocaat te doen is evenmin gebleken. Klacht gegrond, gelet op specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:48 Raad van Discipline Amsterdam 18-757/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar. Op de cliënte van verweerster rustte een inspanningsverplichting om de informatie op de computer te ontsluiten en, voor zover de informatie relevant was, aan de deurwaarder ter beschikking te stellen. Nu de computer op het kantoor van verweerster aanwezig was en ter zitting de indruk is gegeven dat de opgeslagen gegevens gekoppeld zouden worden aan het kantoorsysteem van verweerster, heeft verweerster, door de computer op de laatste dag van de door de rechtbank gestelde termijn aan haar cliënte te versturen, in strijd gehandeld met hetgeen van haar verwacht mocht worden. Nu de door verweerster overtreden norm een kernwaarde – integriteit – betreft kan niet worden volstaan met een lichtere maatregel dan een voorwaardelijke schorsing van vier weken. De klacht die op hetzelfde feitencomplex ziet (18-756/A/A) is eveneens gegrond verklaard en in beide zaken zal de raad één maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:49 Raad van Discipline Amsterdam 18-756/A/A

    Gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Op de cliënte van verweerster rustte een inspanningsverplichting om de informatie op de computer te ontsluiten en, voor zover de informatie relevant was, aan de deurwaarder ter beschikking te stellen. Nu de computer op het kantoor van verweerster aanwezig was en ter zitting de indruk is gegeven dat de opgeslagen gegevens gekoppeld zouden worden aan het kantoorsysteem van verweerster, heeft verweerster, door de computer op de laatste dag van de door de rechtbank gestelde termijn aan haar cliënte te versturen, in strijd gehandeld met hetgeen van haar verwacht mocht worden. Nu de door verweerster overtreden norm een kernwaarde – integriteit – betreft kan niet worden volstaan met een lichtere maatregel dan een voorwaardelijke schorsing van vier weken. Het dekenbezwaar dat op hetzelfde feitencomplex ziet (18-757/A/A/D) is eveneens gegrond verklaard en in beide zaken zal de raad één en dezelfde maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-059 DB/ZWB

    Klager is in cassatie door cassatieadvocaat bijgestaan. Deze heeft een negatief cassatie-advies gegeven. Advocaat die klager eerder heeft bijgestaan in de strafzaak heeft geen opdracht aanvaard om de zaak in cassatie te behandelen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:18 Accountantskamer Zwolle 18/805 Wtra AK

    De klacht ziet op de controle door betrokkene van de jaarrekening van een stichting die onderwijs aanbiedt op ruim dertig scholen. Klager verwijt betrokkene, samengevat weergegeven, dat hij a) het jaarverslag ten onrechte heeft goedgekeurd, b) zich niet integer heeft gedragen, c) heeft geprobeerd klager te intimideren en d) in strijd heeft gehandeld met het Onderwijsaccountantprotocol. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-950

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat is onvoldoende onderbouwd. Ook het klachtdossier biedt geen aanknopingspunten voor de verwijten van klaagster aan het adres van verweerster. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.