Zoekresultaten 12951-13000 van de 47613 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:95 Raad van Discipline Amsterdam 29-940/A/NH
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:95
De klacht is ongegrond: er is geen sprake van een geheimhoudingsplicht die is geschonden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:96 Raad van Discipline Amsterdam 20-710/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:96
gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:97 Raad van Discipline Amsterdam 20-637/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:97
Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij niet of nauwelijks heeft gereageerd op (de e-mails van) de advocaat van klager, dat hij zonder voorafgaande aankondiging of sommatie ten laste van klager beslag heeft gelegd op zijn aandeel in de overwaarde van de woning en dat hij een onjuiste mededeling aan de deurwaarder heeft gedaan. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden. De raad rekent het verweerder aan dat hij ten aanzien van het onaangekondigde beslag verwijst naar een advies van zijn patroon, waarmee verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat miskent.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.298
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:103
Klacht tegen verpleegkundige. Verweerder is als verpleegkundige werkzaam bij de medische dienst van de instelling waar klaagster woont. Medio 2018 heeft hij klaagster gezien in verband met een dikke, opgezette rechterhand. Verweerder constateerde geen afwijkingen en adviseerde klaagster koelen, pijnstilling en de hand hooghouden. Toen klaagster na ruim een maand pijn bleef houden, heeft de huisarts een röntgenfoto aangevraagd en is een fractuur van de hand vastgesteld. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij de klachten van klaagster aan haar rechterhand niet goed heeft behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/243
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 14-05-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:57
Klacht van vader tegen huisarts. Vader vindt dat de huisartsenpraktijk hem onvoldoende op de hoogte heeft gehouden van belangrijke ontwikkelingen over zijn dochter. Klacht kennelijk ongegrond. De aangeklaagde huisarts heeft de dochter slechts eenmaal gezien. Er was toen geen sprake van een ingrijpende beschadiging of behandeling en verweerder. De dochter was samen met haar moeder, die eveneens het gezag heeft, bij de huisarts. Voor het overige is niet gebleken dat aan de vader informatie is onthouden. Ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:98 Raad van Discipline Amsterdam 20-640/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:98
Klacht over de eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een beroepstermijn ongebruikt te laten verlopen. Hiermee heeft hij de zorgvuldigheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet geschonden. De raad acht de maatregel van berisping passend en geboden. Hierbij weegt mee dat verweerder er geen blijk van geeft dat hij achteraf inziet dat op hem als advocaat de verantwoordelijkheid rust om een lopende beroepstermijn veilig te stellen, ook als het voor verweerder mogelijk (nog) onzeker is of hij de gevraagde rechtshulp zal verlenen. Om deze reden acht de raad een berisping meer op zijn plaats dan een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.044
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:104
Klaagster heeft diabetes mellitus type 2 en is onder behandeling bij een huisartsenpraktijk waar de aangeklaagde als praktijkondersteuner en diabetesverpleegkundige werkzaam is. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij klaagsters medicatie (metformine) van 4 maal daags naar 1 maal daags heeft verlaagd, waardoor de wortels van haar tanden zijn aangetast. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:99 Raad van Discipline Amsterdam 20-795/A/A 20-796/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:99
Klacht van voormalig advocaat over zijn voormalig patroon en voormalig kantoorgenoot ongegrond. Niet is gebleken dat klager is misleid bij het aangaan van de stageovereenkomst. Ook niet gebleken dat patroon tekort is geschoten in zijn begeleiding.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.247
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:105
Klacht tegen een huisarts. Klager is twee keer door de (waarnemend) huisarts gezien met buikpijn. Bij een derde contact, dit keer met de HAP, is klager doorgestuurd naar de spoedeisende hulp, waar hij diezelfde dag is geopereerd aan een blindedarmontsteking. Klager verwijt de huisarts dat zij onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, waardoor een verkeerde, onvolledige diagnose is gesteld, en dat de huisarts heeft nagelaten contact met klager op te nemen naar aanleiding van diens ziekenhuisopname. Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat de huisarts bij het komen van de door haar gestelde diagnose niet onzorgvuldig, en dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, heeft gehandeld en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:100 Raad van Discipline Amsterdam 20-677/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:100
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.159
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 07-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:106
Klacht tegen psychiater werkzaam in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Klager is na een incident voorgeleid bij een rechtbank en na een psychiatrische beoordeling in een PPC geplaatst. Verweerster is werkzaam in het PPC en heeft klager opnieuw beoordeeld en (dwang)medicatie voorgeschreven. De klacht houdt in dat verweerster e en verkeerde of te late diagnose heeft gesteld, verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven en onvoldoende informatie heeft gegeven over de behandeling, het risico en eventuele andere mogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:310 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-454
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:310
Raadsbeslissing. De raad constateert dat verweerder artikel 7.7, eerste lid onder b, Voda en gedragsregel 25 heeft geschonden doordat hij met zijn cliënte een resultaatgerelateerd honorarium is overeengekomen. Verweerder heeft daarmee in strijd met de kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit gehandeld. De raad rekent dat verweerder zwaar aan. De raad houdt er bij de oplegging van een maatregel rekening mee dat verweerder onvoldoende inzicht heeft getoond in het ontoelaatbare van zijn handelen. In het voordeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad is - rekening houdend met alle omstandigheden - van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van acht weken passend en geboden noodzakelijk is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:85 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190312 en 190313D
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:85
Dekenbezwaar en klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou in zijn hoedanigheid van bestuurder van klaagster onbevoegd gelden uit het vermogen van klaagster weg hebben gesluisd naar zichzelf, zijn (derdengeldenrekening van zijn) kantoor en naar derden, zonder daarvan een gedegen administratie op te maken of daarover achteraf bij klaagster verantwoording af te leggen. Ook zou verweerder trustdiensten voor klaagster hebben verricht zonder te beschikken over de vereiste vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren 4 (Wtt). Naar het oordeel van het hof heeft verweerder zichzelf ten koste van de aan hem toevertrouwde belangen bevoordeeld doordat hij gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om aan zichzelf (of de maatschap waarvan hij deel uitmaakte of een medebestuurder die evenzeer profiteerde van onttrekkingen) geldbedragen over te maken, hetzij als leningen die hij naar eigen believen al dan niet kon aflossen, hetzij als betalingen voor diensten die hij naar eigen zeggen heeft verricht of als privé-opnames die hij al dan niet heeft terugbetaald. Verweerder heeft zijn eigen financiële belangen boven die van de aan hem toevertrouwde belangen van klaagster gesteld en zichzelf daarmee verrijkt ten koste van die belangen. Het hof stelt verder vast dat verweerder tot 2015, dus gedurende meerdere jaren, is opgetreden als trustee. Hij heeft daarvoor niet de benodigde vergunning aangevraagd of gekregen, noch komt hij in aanmerking voor een vrijstelling daarvan. Verweerder heeft op zo ernstige wijze in strijd gehandeld met de van een advocaat te vergen integriteit dat enkel de maatregel van schrapping volstaat. Dat betekent dat zijn beroep ongegrond is en het hof de beslissing van de raad zal bekrachtigen. Schrapping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-024
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:84
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:86 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200241
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:86
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou zonder overleg met klager of de wederpartij een zeer belangrijk document hebben getoond tijdens het getuigenverhoor. Het hof overweegt dat voorafgaand aan het getuigenverhoor wel degelijk overleg over het inbrengen van de Excelsheet tussen verweerder en klager heeft plaatsgevonden, namelijk – in meer algemene zin - ter zake van ‘de verrassingsaanval’. Klagers verwijt dat verweerder het document niet in zijn geheel aan de getuige heeft voorgehouden als gevolg van het feit dat een gedetailleerder vooroverleg door verweerder achterwege is gelaten, valt naar het oordeel van het hof onder een klachtonderdeel dat reeds gegrond is geoordeeld door de raad. Hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-355
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:85
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. Gelet op de genoemde omstandigheden is de raad van oordeel dat verweerder in de onderhavige zaak wél in strijd met de letter van Regel 15 Gedragsregels 2018 heeft gehandeld, maar niet in strijd met de geest daarvan. De raad is van oordeel dat verweerder dan ook niet onbetamelijk heeft gehandeld zoals bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en dat zijn handelen daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad verklaart het dekenbezwaar ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:309 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-024
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:309
Voorzittersbeslissing. Een klacht over de eigen advocaat wordt door de voorzitter kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-788
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:86
Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar over het op een onjuiste wijze aanwenden van de derdengeldrekening (deels) gegrond. De raad ligt een berisping op.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:32 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/679893 / DW RK 20/73
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:32
Beslissing op verzet. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij misbruik maakt van zijn titel en zijn macht door te dreigen met een beslag tegen de wet in. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-113/DH/DH
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:66
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft nagelaten belangrijke informatie en afspraken over de voortgang van de zaak en het benodigde getuigenbewijs schriftelijk vast te leggen, waardoor de raad ervan uit gaat dat verweerder klaagster daarover onvoldoende heeft geïnformeerd. Verweerder lijkt onvoldoende inzicht te hebben in het belang van schriftelijke vastlegging van belangrijke informatie en gemaakte afspraken. Klachtonderdelen over bereikbaarheid, kans inschatting en overname toevoeging ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:33 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/676678 / DW RK 19/654
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:33
Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het exploot op het adres, zoals dit in de Brp stond geregistreerd, te betekenen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/17
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:14
Klacht tegen een forensisch arts van de GGD, in verband met het o.a. stellen van een onjuiste diagnose en het advies om beklaagde in een cel met cameratoezicht te plaatsen en alleen ‘veilig voedsel’ te verstrekken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-034/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:67
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat grotendeels gegrond. Verweerder heeft klaagster niet voldoende en niet tijdig geïnformeerd over de inhoud van haar zaak, alsmede over de financiële aspecten ervan. Ook heeft verweerder een levensverzekering willen afsluiten met hem als begunstigde, hetgeen de raad onbehoorlijk en zeer kwalijk acht.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:34 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/686393 / DW RK 20/334
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:34
Beslissing op verzet. Het vonnis is leidend voor de betalingsverplichting van klager. De door klager aangehaalde jurisprudentie betekent niet dat een fout in een exploot zoals hier aan de orde deze betalingsverplichting doet verdwijnen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-153/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:68
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat in een strafzaak over de wijze van bijstand en de onttrekking kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-890/DB/OB
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:82
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft zijn advies aan klaagster met daarin gevoelige informatie en een negatief procesadvies heeft verzonden naar het adres van de ex-echtgenoot van klaagster. Het verzenden van een vertrouwelijke, voor de cliënte bestemde, brief naar het adres van de wederpartij, levert handelen op dat in strijd is met de kernwaarde vertrouwelijkheid zoals vastgelegd in artikel 10a lid 1 sub e Advocatenwet en gedragsregel 3. Daarnaast is deze gedraging in strijd met de zorgvuldigheid die de advocaat op grond van de gedragsregels 1 en 12 bij de behandeling van de hem opgedragen zaken dient te betrachten. Aldus heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-152/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:69
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende onderbouwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-910/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:83
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening ongegrond. Niet gebleken dat verweerster geen goede kwaliteit heeft geleverd doordat zij hoge kosten in rekening heeft gebracht maar geen resultaat heeft behaald, foute berekeningen heeft gemaakt en klaagster zelf berekeningen heeft moeten maken, noch dat zij over de zaak niet of te laat aan klager is teruggekoppeld, noch dat de zaak zonder toestemming aan verweerster is overgedragen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:93 Raad van Discipline Amsterdam 21-206/A/A
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:93
Toewijzing verzoek 60b Advocatenwet. De raad is van oordeel dat verweersters kwaliteit (ver) onder de maat is en daarnaast heeft verweerster de RvR de afgelopen jaren – en nog steeds – nodeloos in het goed functioneren belemmerd. Verweerster is niet in staat gebleken de praktijk uit te oefenen in overeenstemming met de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit/betamelijkheid. De gevraagde schorsing en voorziening (‘juridisch contactverbod’) worden toegewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:30 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683303 / DW RK 20/196
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:30
Er is beslag op de bankrekening van klager gelegd zonder hem op de hoogte te brengen van de reactie van de opdrachtgever op het betalingsvoorstel van klager, terwijl dit wel was toegezegd. Verder acht de kamer het gelet op de formulering in het exploot begrijpelijk dat klager er vanuit ging dat hij met het betalingsvoorstel en tevens het instellen van hoger beroep niet langer aan het bevel tot (onmiddellijke) betaling hoefde te voldoen. Klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond. Klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 2 gegrond. Maatregel van berisping opgelegd en tevens veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-911/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:84
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder had voortvarender kunnen overdragen, maar niet is gebleken dat klager nadeel heeft ondervonden door de opgetreden vertraging. Van excessief declareren is voorts niet gebleken. Verweerder heeft uitdrukkelijk betwist dat hij van klager de opdracht heeft gekregen en aanvaard om hem bij te staan dan wel te adviseren in de schadevergoedingskwestie met twee deurwaarders. Uit de aan de raad overgelegde stukken is ook niet van een dergelijke opdrachtaanvaarding gebleken. Het verwijt dat verweerder in de schadevergoedingskwestie ten onrechte niets heeft ondernomen mist dan ook feitelijke grondslag. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:70 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-129/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:70
Voorzittersbeslissing. Klacht over onder meer de onttrekking van de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:31 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683814 / DW RK 20/213
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:31
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het vonnis, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, te executeren. De gerechtsdeurwaarder hoefde na de inhoudelijke reactie van de gemachtigde van klager geen (nadere) termijn te bieden voor vrijwillige nakoming van het verschuldigde bedrag. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-097b
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:56
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Het College overweegt dat er voor de verloskundige goede redenen waren om zich zorgen te maken over het eetpatroon en de (mogelijke) effecten daarvan op de gezondheidstoestand van het gezin, in het bijzonder de kinderen, de (nog ongeboren) baby en klaagster. Daarnaast vormde het tekort aan ijzer bij klaagster daadwerkelijk een gevaar als klaagster bij de bevalling erg zou gaan bloeden. Uit het dossier blijkt dat de verloskundige een eventuele melding aan Veilig Thuis tevoren met klagers heeft besproken en heeft aangekondigd dat, als de huisarts en het consultatiebureau de zorg van de verloskundige en haar collega zouden delen, tot die melding zou worden overgegaan. Zij werd daarbij gesteund door haar collega. Daarmee heeft de verloskundige gehandeld volgens de toepasselijke meldcode “Huiselijk geweld en kindermishandeling” en ingevolge die meldcode behoorde het ook tot haar professionele verantwoordelijkheid om zo te handelen. Zij mocht de melding dus niet achterwege laten. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/33
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:13
Klacht tegen huisarts. Klager verwijt zijn vorige huisarts dat zij niet zou hebben meegewerkt aan een correcte en juiste dossieroverdracht aan zijn nieuwe huisarts. Zij zou hebben geweigerd bepaalde zaken in het medisch dossier te corrigeren. Daarnaast is beklaagde over klager benaderd door de GGD en heeft ze hierover niets tegen hem gezegd. Het college overweegt over het eerste verwijt dat de correctieverzoeken zijn gedaan nadat het dossier al was overgedragen. Beklaagde kon na de overdracht geen wijzigingen meer aanbrengen, nog daargelaten of de gewenste wijzigingen juist zouden zijn. Daarnaast heeft beklaagde klager niet ingelicht over het contact met de GGD, omdat zij tijdens het bewuste gesprek geen informatie over klager heeft verstrekt. Het college verklaart bij deze stand van zaken beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-121/DB/OB
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:86
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond. Het meest verstrekkende verweer van verweerder luidt dat klaagster niet in de klacht kan worden ontvangen omdat niet zij, maar haar moeder, verweerders cliënte is geweest, zodat klaagster niet over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder kan klagen. De raad volgt verweerder niet in dat verweer. Klaagster heeft met de door verweerder voorgestelde aanpak ingestemd en verweerder is conform de door hem voorgestelde aanpak overgegaan tot indiening van het verzoek namens de moeder. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, zodat geen voorlopige voorziening is getroffen en geen voorlopige door de vader aan klaagster te betalen bijdrage is vastgesteld. Omdat tussen de door verweerder geadviseerde aanpak en klaagsters (financiële) belangen een voldoende rechtstreeks verband heeft bestaan, is de raad van oordeel dat klaagster wel in haar klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat verweerder correct en volledig heeft geadviseerd over de te volgen strategie, terwijl vast staat dat de rechtbank het verzoek, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie en als niet steunend op de wet, heeft afgewezen. De raad is van oordeel dat verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand en advisering, ten gevolge waarvan klaagster in haar (financiële) belangen is geschaad. De klacht is dan ook gegrond. Omdat de raad in de eveneens vandaag gegeven beslissing in de klachtzaak met kenmerk 20-879/DB/OB reeds de maatregel van waarschuwing aan verweerder heeft opgelegd, ziet de raad af van het voor het in de onderhavige klachtzaak gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-097a
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:57
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Het College overweegt dat er voor de verloskundige goede redenen waren om zich zorgen te maken over het eetpatroon en de (mogelijke) effecten daarvan op de gezondheidstoestand van het gezin, in het bijzonder de kinderen, de (nog ongeboren) baby en klaagster. Daarnaast vormde het tekort aan ijzer bij klaagster daadwerkelijk een gevaar als klaagster bij de bevalling erg zou gaan bloeden. De collega van de verloskundige heeft een melding gemaakt volgens de toepasselijke meldcode “Huiselijk geweld en kindermishandeling” en ingevolge die meldcode behoorde het ook tot haar professionele verantwoordelijkheid om zo te handelen. Zij mocht de melding dus niet achterwege laten. Dat de verloskundige deze melding heeft ondersteund, kan haar daarom niet worden verweten. Het College is voorts van oordeel dat de verloskundige tijdens de visite op 27 december 2018 de juiste afweging heeft gemaakt om de baby van klagers naar de kinderarts te verwijzen. Het College overweegt dat het daarbij aan de verloskundige is om in te schatten of een ambulance moet worden ingeschakeld. Daar bestaat geen verplichting toe en de situatie waarin de baby zich bevond gaf daarvoor ook geen aanleiding. De verloskundige heeft de juiste inschatting gemaakt om geen ambulance in te schakelen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:83 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210062
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:83
Appelverbod. Klager stelt hoger beroep in tegen een verzetsbeslissing van de raad. Op grond van artikel 46h lid 7 Advocatenwet staat tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-879/DB/OB
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:87
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond. Verweerder heeft onvoldoende gesteld ter onderbouwing van het verzoek tot het vaststellen van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van het levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige dochter. Niet is gebleken dat verweerder klaagster correct en volledig heeft geadviseerd over de kansen en risico’s van het door klaagster namens de dochter ingediende verzoek tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud en studie van de dochter. Vast staat dat de rechtbank het verzoek, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie en als niet steunend op de wet, heeft afgewezen. De raad is van oordeel dat verweerder ook op dit punt is tekortgeschoten in zijn bijstand en advisering aan klaagster. Bij het indienen van het verzoekschrift heeft verweerder de door klaagster aangereikte stukken ter onderbouwing van het verzoek tot toevertrouwing van de zoon niet ingediend. Verweerder heeft naar voren gebracht dat hij van oordeel was dat het niet in klaagsters belang was om de stukken in het geding te brengen en dat hij om die reden van het indienen van die stukken heeft afgezien. Het moge zo zijn dat verweerder als dominus litis de leiding van de zaak heeft, maar waar het de taak van de advocaat is om een verzoek deugdelijk te onderbouwen met de voorhanden zijnde stukken en het bovendien voor verweerder duidelijk was dat klaagster er groot belang aan hechtte dat de stukken onder de aandacht van de rechter werden gebracht, had het op zijn weg gelegen om zijn negatieve advies over het in het geding brengen van de stukken schriftelijk aan klaagster uiteen te zetten, opdat hierover bij klaagster geen misverstand zou kunnen ontstaan. Verweerder heeft dit nagelaten, hetgeen hem tuchtrechtelijk moet worden aangerekend. De raad is van oordeel dat de door verweerder genoemde omstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor het tijdsverloop tussen het in behandeling nemen van klaagsters zaak en de indiening van het verzoek voorlopige voorzieningen. Een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen heeft immers naar zijn aard een spoedeisend karakter, zodat verweerder bij het opstellen en indienen daarvan voortvarendheid had moeten betrachten. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2021/69
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:15
Klacht tegen huisarts. Klaagster wendde zich in 2019 met – onder andere – een plekje op haar bovenlip tot haar huisarts. Beklaagde dacht dat het om een koortslip ging en schreef daarop afgestemde medicatie voor. Ondanks dat de plek niet wegging bleef beklaagde er tijdens volgende consulten van uitgaan dat het om een koortslip ging. Op een bepaald moment werd klaagster door een waarnemer gezien die twijfelde en klaagster doorverwees naar de dermatoloog. Vastgesteld werd dat het plekje een plaveiselcelcarcinoom betrof. Klaagster verwijt beklaagde dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en klaagster niet heeft doorverwezen. Daarnaast verwijt zij beklaagde het feit dat ze niets meer van haar heeft gehoord. Het college verklaart de klacht gegrond en legt aan beklaagde een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:84 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200222
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:84
Klacht van curatoren over advocaat van de failliet. Nadat de raad klagers niet-ontvankelijk hebben verklaard omdat klagers het vermogensrechtelijk nadeel van de gezamenlijke schuldeisers niet voldoende concreet hebben gemaakt, verklaart het hof de curatoren in beroep ontvankelijk in hun klacht. Het hof oordeelt dat de curatoren in het onderhavige geval een klachtrecht toekomt als zij aannemelijk maken dat het beklaagde handelen van de advocaat de vermogensrechtelijke belangen van de gezamenlijke schuldeisers in brede zin raakt of kan raken, waaronder ook valt de belemmering van curatoren bij het onderzoeken van verhaalsmogelijkheden. Niet vereist is dat de curatoren daarbij concrete financiële nadelige gevolgen van de schuldeisers aantonen. In dit geval hebben de curatoren voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door het handelen van verweerster maanden later zijn benoemd als curator, zij daardoor pas later de hen toekomende middelen voor verhaal konden inzetten en zij extra uren ten laste van de boedel hebben gemaakt voor de door verweerster geëntameerde beroepsprocedure. Hierdoor hebben de curatoren, als belangenbehartigers van de gezamenlijke schuldeisers, een eigen rechtstreeks belang voldoende aannemelijk gemaakt. De klacht van de curatoren tegen verweerster heeft het hof in beide onderdelen ongegrond verklaard. Verweerster komt als advocaat wederpartij grote vrijheid toe de belangen van haar cliënte te behartigen en zij mag daarbij in beginsel vertrouwen op de informatie die haar cliënte haar verstrekt. Dat het gerechtshof heeft overwogen dat de stellingen van verweerster de grens van het geloofwaardige overschrijden, betekent niet dat verweerster op voorhand nader onderzoek had moeten verrichten naar de juistheid van die stellingen dan wel dat zij die informatie namens haar cliënte niet mocht inbrengen. Ook stond het verweerster vrij een beroepsprocedure namens haar cliënte te entameren tegen de tussentijdse beëindiging van de WSNP, nu haar cliënte daar belang bij had vanwege een reëel zicht op de schone lei.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-743/DB/LI
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:88
Verzet. Klacht tegen advocaat van de wederpartij is door de voorzitter met toepassing van de juiste maatstaf als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/10
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:17
Beklaagde is als specialist ouderengeneeskunde werkzaam bij de instelling waar de echtgenote van klager opgenomen is geweest. Beklaagde heeft te weinig regie over de gevoerde zorg gevoerd en is niet zorgvuldig geweest ten aanzien van het medicatiebeleid. Daar komt bij dat de beklaagde heeft verzuimd om de familie voldoende bij de behandeling te betrekking en te rapporteren. Het college acht de klacht gedeeltelijk gegrond en legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-148a
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:55
Klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft vijf andere vergelijkbare klachten ingediend tegen (verzekerings)artsen (die zaken zijn bekend onder dossiernummers 2020-148b, 2020-148c, 2020-148d, 2020-148e en 2020-148f). Klaagster klaagt als collega. Onder omstandigheden kunnen ook collega’s van beroepsbeoefenaren als rechtstreeks belanghebbenden worden beschouwd. In zo’n geval moet de klagende collega als medische professional echter wel een concreet eigen belang hebben, dat bovendien verband houdt met de individuele gezondheidszorg (ECLI:NL:TGZCTG:2017:225). Klaagster klaagt er in feite over dat beklaagde haar werk niet goed gedaan heeft en dat daardoor de cliënt van klaagster is benadeeld. Klaagster heeft echter niet gesteld in welk concreet eigen belang zij daardoor zou zijn geraakt. Ook anderszins is niet gebleken dat klaagster door het handelen van beklaagde in haar professionele autonomie of op een andere manier in een eigen belang is geschaad (ECLI:NL:TGZCTG:2016:155). Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in de klachten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210003D
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:81
Dekenbezwaar. Verweerder heeft kort voor de in overleg met hemzelf bepaalde nieuwe zittingsdatum de verdediging neergelegd omdat zijn verzoek om aanhouding was afgewezen en heeft, nadat aldus uitstel was verkregen, zich opnieuw als advocaat van zijn cliënt gesteld om de behandeling van de zaak voort te zetten. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder met het neerleggen van de verdediging een dag vóór de zitting, een disproportioneel middel heeft gehanteerd om voor een tweede maal uitstel te bewerkstelligen. Verweerder heeft daarmee de belangen van de overige procesdeelnemers (zoals het OM, de getuige en zijn raadsman), alsmede de voortgang van het strafproces, nodeloos en op ontoelaatbaar wijze geschaad en hierbij niet de goede rechtsbedeling als bedoeld in artikel 10a Advocatenwet voor ogen gehad. Dit klemt te meer nu de vervolging van de cliënt van verweerder deel uitmaakte van een veel grotere strafzaak met in totaal twaalf verdachten, waarvoor meerdere zittingsdagen waren gereserveerd. Een dergelijk lichtvaardig onjuist gebruik van een belangrijk middel voor een advocaat om de belangen van zijn cliënt te dienen is bepaald onzorgvuldig en schadelijk voor het aanzien van de advocatuur. Gedeeltelijke vernietiging dekenbezwaar, bekrachtiging maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-981/DB/OB
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:85
Vast staat dat verweerster, nadat uitspraak was bepaald, het Hof heeft aangeschreven zonder vooraf verkregen toestemming van klaagsters advocaat. Verweerster heeft toegelicht dat zij de van haar cliënt verkregen informatie onder de aandacht van het Hof heeft willen brengen omdat deze naar haar mening van groot belang was voor de door het Hof te geven beschikking. Ofschoon het de taak van verweerster was om de belangen van haar cliënt te behartigen en de raad begrijpt dat verweerster het in het belang van haar cliënt achtte dat het Hof van de van haar cliënt verkregen informatie op de hoogte werd gesteld, stond het haar niet vrij om die informatie zonder voorafgaande toestemming van klaagsters advocaat aan het hof toe te sturen. Nadat de uitspraak is bepaald, is het de advocaat op grond van gedragsregel 21 lid 3 immers niet geoorloofd zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden. De raad is van oordeel dat verweerster van dit handelen een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Verweerster is afgegaan op de door haar cliënt aangeleverde gegevens van de website van klaagsters werkgever en klaagsters LinkedIn pagina en naar het oordeel van de raad mocht verweerster ook op die informatie afgaan. Omstandigheden op grond waarvan verweerster de juistheid van de door haar cliënt aangereikte informatie had moeten verifiëren zijn gesteld noch gebleken, terwijl die informatie naar achteraf is gebleken ook juist was. Klachtonderdeel 2 is derhalve ongegrond. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat het stadium van het tot stand brengen van een minnelijke regeling reeds was gepasseerd, omdat klaagster niet bereid was gebleken tot het treffen van een regeling. De raad overweegt dat, als tussen partijen de bereidwilligheid om elkaar tegemoet te komen ontbreekt dan wel in onvoldoende mate aanwezig is, de advocaat uiteindelijk niet veel anders kan dan de opdracht van de cliënt om formele paden te bewandelen te volgen. Het stond verweerster dan ook vrij en het was zelfs haar taak om haar cliënt bij te staan in de procedure bij het Hof en datgene te doen wat in haar ogen in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënt noodzakelijk was. Ook klachtonderdeel 3 is derhalve ongegrond. Klachtonderdeel 1 gegrond, nu verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door te handelen in strijd met gedragsregel 21. De gewraakte brief is conform het verzoek van klaagsters advocaat ingetrokken. Niet is gebleken dat klaagster door het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster enig nadeel heeft ondervonden. Om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/375742 KL RK 20-108
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:12
Klacht van twee legatarissen over de afwikkeling van de nalatenschap door de notaris. Ondanks dat de nalatenschap positief lijkt te zijn, kan de notaris er als executeur voor kiezen om de uitbetaling van de legaten op te schorten. De klacht is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:110 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/52
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 25-09-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:110
Klacht over het handelen van de notaris als boedelnotaris bij de afwikkeling van een echtscheidingsconvenant. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/348855 / KL RK 19-17
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 09-12-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:45
ABC-transactie. De beoordelingen en de afwegingen die de notaris bij haar werkzaamheden in deze specifieke zaak heeft dienen te maken, zijn wellicht juridisch en praktisch veelomvattend en complex te noemen, maar dit neemt niet weg dat deze beoordeling en afweging de notaris uit hoofde van haar ambt zijn toevertrouwd en dat zij deze met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient uit te voeren. De kamer is van oordeel dat de notaris wat dat betreft tekort is geschoten. Klacht gegrond. Wegens verzachtende omstandigheden maatregel beperkt tot berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/212
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:55
Klager verwijt verweerder, optredende als medisch adviseur in zijn advisering niet onafhankelijk is geweest. Verweerder heeft in deze zaak betreffende klager een medisch advies geschreven in een aansprakelijkheidskwestie én in een tuchtrechtprocedure tegen een andere verweerder. Verweerder voert verweer. Ongegrond
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 259
- Pagina: 260
- Pagina: 261
- ...
- Pagina: 953
- Volgende pagina zoekresultaten