Zoekresultaten 12951-13000 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-55 en 20-56

    Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun ministerie hebben verleend aan de opdracht van de hypotheekbank tot veiling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 228/2020

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij onvoldoende actief is geweest ten aanzien van de monitoring van cariës, dat hij onvoldoende diagnostiek heeft uitgevoerd door voorafgaand aan de uitgevoerde endodontische behandelingen geen röntgenfoto’s te maken en dat hij geen foto’s heeft gemaakt in het kader van de diagnosestelling waardoor er bij klaagster geen sprake kon zijn van informed consent. Klacht is ongegrond. Naar het oordeel van het college heeft de tandarts, mede gelet op de onregelmatige momenten dat klaagster op controle kwam, de cariësactiviteit voldoende gemonitord op basis van solo röntgenfoto’s en visuele inspectie. Het was verdedigbaar dat beklaagde geen röntgenfoto heeft gemaakt voorafgaand aan de endostart en er was geen sprake van onzorgvuldig handelen. De tandarts had voldoende informatie om de diagnose te stellen en klaagster te informeren. Dat er geen sprake zou zijn van informed consent is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/38

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klacht over bejegening, communicatie en behandeling. Beklaagde ziet patiënt kort op SEH met gezwollen knie. Punctie. Gewrichtsvocht geeft geen vermoeden van bacteriële infectie. Behandeling wordt overgedragen aan internist. Over klachtonderdeel bejegening kan het college niet vast stellen wat er precies is gezegd. Dat beklaagde tijdens de punctie een voor patiënt pijnlijke tik zou hebben gegeven tegen injectienaald, is niet gebleken. Vermoedelijk betrof het hier een correctie omdat bij de eerste poging onvoldoende vocht werd opgevangen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 196/2020

    Klacht tegen tandarts. Verwijt dat de diagnose amelogenesis imperfecta bij minderjarige patiënte is gemist. Het college overweegt dat beklaagde niet persoonlijk betrokken was bij de behandeling van patiënte. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 197/2020

    Klacht tegen tandarts. Verwijt dat de diagnose amelogenesis imperfecta bij minderjarige patiënte is gemist. Het college overweegt dat beklaagde niet persoonlijk betrokken was bij de behandeling van patiënte. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 198/2020

    Klacht tegen tandarts. Verwijt dat beklaagde de diagnose amelogenesis imperfecta bij minderjarige patiënte heeft gemist, terwijl daarvoor wel aanwijzingen waren, zoals verkleuringen op de melktanden. Het college overweegt dat klaagster ervan uitgaat dat beklaagde had kunnen voorzien dat haar dochter aan amelogenesis imperfecta zou (gaan) lijden. Het college kan echter niet vaststellen dat beklaagde op het moment waarop hij patiënte zag al (voldoende) objectieve aanwijzingen had dat hij met deze mogelijkheid rekening had moeten houden en daar in de behandeling op had moeten anticiperen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 199/2020

    Klacht tegen tandarts. Verwijt dat beklaagde de diagnose amelogenesis imperfecta bij minderjarige patiënte heeft gemist, terwijl daarvoor wel aanwijzingen waren, zoals verkleuringen op de melktanden. Het college overweegt dat klaagster ervan uitgaat dat beklaagde had kunnen voorzien dat haar dochter aan amelogenesis imperfecta zou (gaan) lijden. Het college kan echter niet vaststellen dat beklaagde op het moment waarop hij patiënte zag al (voldoende) objectieve aanwijzingen had dat hij met deze mogelijkheid rekening had moeten houden en daar in de behandeling op had moeten anticiperen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 230/2020

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich bij beklaagde gemeld met ADHD-problematiek. Beklaagde heeft hem vervolgens doorverwezen voor diagnose en behandeling naar de tweedelijns GGZ. Hier is vastgesteld dat bij klager sprake is van ADHD, gecombineerd beeld (primair), in ernstige mate en een stoornis in alcoholgebruik, matig. Bij ontslag zijn door de psychiater medicijnen voorgeschreven: 10mg methylfenidaat, 2dd1.5T zo nodig, 90 tabletten. Anderhalve maand later meldt klager zich bij beklaagde voor een herhaalrecept. Beklaagde wil de medicatie niet voorschrijven, omdat zij de tijd dat klager stabiel en zonder alcohol is te kort vindt om de medicatie over te nemen. Klager verwijt beklaagde dat zij niet bekwaam is om de diagnose ADD/ADHD te stellen, klager heeft doorverwezen naar een specialist bij ADHD-centraal en vervolgens weigert om de door de psychiater voorgeschreven ADHD-medicatie te herhalen. Naar het oordeel van het college heeft beklaagde gehandeld overeenkomstig het NHG-Standpunt Herhalen gespecialiseerde GGZ-medicatie zoals dat op dat moment gold. Van een stabiele situatie was geen sprake. Daar komt bij dat klager al binnen twee maanden om een herhaalrecept vroeg, ondanks dat hij 90 tabletten had gekregen om te gebruiken op de dagen dat hij voor zijn werk concentratie en focus nodig had. Volgens het college getuigt het van zorgvuldigheid dat beklaagde, gegeven deze omstandigheden, de door de psychiater voorgeschreven medicatie niet heeft herhaald. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/69

    Verwijt van klaagster dat beklaagde geen acht heeft geslagen op de door haar toegezonden medicijnlijst. Voorts zou beklaagde zijn toezegging om ervoor zorg te dragen dat klaagster direct en met voorrang zou worden aangemeld bij het MCL niet zijn nagekomen. Het college oordeelt dat beklaagde voldoende heeft toegelicht waarom hij geen acht heeft kunnen slaan op de medicatielijst van klaagster. Bovendien heeft beklaagde het medicatiegebruik met klaagster besproken tijdens het consult. Hiervoor was het consult ook bedoeld. Klachtonderdeel een faalt. Met betrekking tot klachtonderdeel twee oordeelt het college dat het verweer van beklaagde steun vindt in het dossier. Beklaagde heeft zich ingespannen klaagster zo spoedig mogelijk te verwijzen naar het MCL. De klacht is derhalve kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.267

    Klacht tegen (bekken)fysiotherapeut. Klaagster heeft zich tot de fysiotherapeut gewend in verband met langdurige en terugkerende pijn aan haar schaambeen. Zij verwijt de fysiotherapeut onder meer dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld, dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door bij klaagster een onjuiste behandeling (volgens de NIMOC-methode) toe te passen, dat er sprake is van onvolledige en onjuiste dossiervorming en dat zij klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat het Regionaal Tuchtcollege op enkele klachtonderdelen niet heeft beslist en geeft hierover alsnog een oordeel. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht over de dossiervorming en de voorlichting over de NIMOC-methode alsnog gegrond en legt aan de fysiotherapeut een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2387-2021-013d

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts. Klager klaagt over de behandeling van zijn minderjarige dochter, gediagnosticeerd met anorexia nervosa. De kinderarts heeft niet onzorgvuldig gehandeld door de huisarts en de verwijzer op de hoogte te stellen dat geen consult tot stand is gekomen toen klager aan de kinderarts vertelde dat hij het niet eens was met de verwijzing. Niet kan worden vastgesteld dat de huisarts of anderen door de kinderarts onjuist zijn geïnformeerd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.072

    Klacht tegen tandarts. Klager is in de zomer van 2014 gezien bij een universitair tandheelkundig centrum in verband met bloedend tandvlees bij een in 2005 geplaatste brug. De tandarts werkte daar als supervisor van studenten. Uit een röntgenfoto bleek dat onder een kroon cariës was ontstaan. Klager is hiervoor behandeld. Ruim twee weken later heeft hij zich opnieuw bij het centrum gemeld, omdat hij nog steeds last had. Onderzoek wees toen op een ontsteking aan de wortelpunt(en). Klager is verwezen naar een endodontoloog. Enkele weken later heeft hij zijn dossier opgevraagd. De klacht luidt als volgt: 1. Na de behandeling van klager heeft de tandarts verklaard dat klager alleen de eerste twee weken last zou hebben van de ontsteking, maar klager bleef last houden van bloedingen; 2. Klager kreeg in september 2014 bij zijn aanvraag om zijn medisch dossier niet de foto’s mee die in juli en augustus 2014 zijn gemaakt. En de naam van de tandarts is weggelaten in zijn medisch dossier; 3. Klager stelt de tandarts verantwoordelijk voor de geleden schade. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1 en 2 kennelijk ongegrond verklaard en klager in klachtonderdeel 3 niet-ontvankelijk verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 2 gegrond daar waar het gaat om het niet vermelden van de naam van de tandarts in het medisch dossier van klager. Gelet op de omstandigheden van het geval wordt geen maatregel aan de tandarts opgelegd. Voor het overige wordt het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.274

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht betreft de behandeling van de moeder van klager. Zij was tot haar overlijden van opgenomen op de verpleeghuisunit van een woonzorglocatie. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij 1. ten onrechte de antistollingsmedicatie heeft stopgezet, 2. patiënte onvoldoende heeft laten drinken, 3. palliatieve zorg heeft verleend in plaats van zorg op het leven, 4. dat patiënte niet is gereanimeerd en 5. een actieve levensbeëindiging heeft verricht door het toedienen van een te hoge dosis morfine. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1. gegrond verklaard, aan de specialist ouderengeneeskunde de maatregel van waarschuwing opgelegd en de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2392-2021-013c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager klaagt over de behandeling van zijn minderjarige dochter, gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Geen sprake van onvoldoende onderzoek of geen goed integraal behandelplan. Uit het dossier blijkt dat de arts de diagnostiek en het behandelplan meermaals met klager heeft besproken en toegelicht en dat telkens op de brieven van klager is gereageerd. De arts heeft verder onweersproken gesteld dat klager geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden gelegenheid om anderen te betrekken bij dan wel suggesties te doen over de diagnostiek en/of behandeling. Het dossier biedt geen grond voor het oordeel dat de arts klager onvoldoende heeft geïnformeerd dan wel onvoldoende betrokken heeft bij haar beslissingen en de behandeling of dat zij anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.186

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021.037

    Klacht tegen arts die in opdracht van een rechtbank een psychiatrisch expertise heeft uitgebracht in een letselschadeprocedure van klager. Klager klaagt over de onzorgvuldige inhoud van de concept- en de definitieve rapportage psychiatrische expertise en verwijt de arts dat hij zich niet onafhankelijk heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2390-2021-013b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager klaagt over de behandeling van zijn minderjarige dochter, gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Uit het dossier blijkt dat de arts de diagnostiek en het behandelplan meermaals met klager heeft besproken en toegelicht en dat telkens op de brieven van klager is gereageerd. De arts heeft verder onweersproken gesteld dat klager geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden gelegenheid om anderen te betrekken bij dan wel suggesties te doen over de diagnostiek en/of behandeling. Het dossier biedt geen grond voor het oordeel dat de arts klager onvoldoende heeft geïnformeerd dan wel onvoldoende betrokken heeft bij haar beslissingen en de behandeling of dat zij anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.190

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2389-2021-013a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager klaagt over de behandeling van zijn minderjarige dochter, gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Het verrichte onderzoek, de gestelde diagnose en het behandeladvies van de arts zijn adequaat geweest. Uit het dossier blijkt dat de arts de diagnostiek en het behandelplan meermaals met klager heeft besproken en toegelicht en dat telkens op de brieven van klager is gereageerd. De arts heeft verder onweersproken gesteld dat klager geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden gelegenheid om anderen te betrekken bij dan wel suggesties te doen over de diagnostiek en/of behandeling. Het dossier biedt geen grond voor het oordeel dat de arts klager onvoldoende heeft geïnformeerd dan wel onvoldoende betrokken heeft bij haar beslissingen en de behandeling of dat zij anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.192

    Klaagster en de gynaecoloog hebben elkaar ontmoet in het kader van een intakegesprek. Klaagster werd verwezen door de huisarts voor overname van de verloskundige zorg in verband met een eerdere keizersnede. De gynaecoloog heeft, toen zij vermoedde dat klaagster haar zwangerschap niet wilde laten begeleiden, een melding bij Veilig Thuis gedaan. Klaagster verwijt de aangeklaagde gynaecoloog – zakelijk weergegeven - dat zij: 1. klaagster onheus heeft bejegend en de grenzen van het goed hulpverlenerschap stevig met voeten heeft getreden; 2. onzorgvuldig, eenzijdig en gekleurd dossier heeft gevoerd en overleg heeft gepleegd waarbij zij een verbluffend hardnekkige tunnelvisie heeft gehanteerd; 3. klaagster bewust recht op inzage en afschrift van dossierstukken heeft onthouden waardoor het ook onmogelijk werd het verzoek tot vernietiging van delen van het dossier te realiseren binnen een redelijke termijn; 4. het medisch beroepsgeheim heeft doorbroken zonder klaagsters toestemming, terwijl er geen sprake was van een uitzonderingssituatie op grond van wet- en regelgeving; 5. een valse verklaring heeft afgegeven (de verklaring strookte niet met de werkelijkheid want klaagster was nog steeds in de zorg) en deze verklaring meermaals via een onbeveiligde e-mailverbinding aan Veilig Thuis en aan twee klachten-functionarissen heeft verzonden tegen de richtlijnen van de KNMG in, waarmee de gegevens semi-openbaar zijn geworden; 6. zichzelf na het beëindigen van de behandelrelatie regelmatig toegang heeft verschaft tot het medisch dossier van klaagster zonder geldige reden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond, legt de maatregel van berisping op en bepaalt dat de beslissing ter bekendmaking aan het tijdschrift Medisch Contact zal worden aangeboden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het principaal beroep van de gynaecoloog ongegrond, verklaart het incidenteel beroep niet-ontvankelijk, verklaart dat de berisping gehandhaafd blijft en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2406-2021-006b

    Ongegronde klacht tegen een kinderarts. Het College acht het verdedigbaar dat de kinderarts door het zichtbare effect van de medicatie het beleid van behandeling van een virale luchtweginfectie is blijven volgen. Daarbij hoort op dat moment geen aanvullend bloedonderzoek of het reeds starten met antibiotica. Ook is het niet onzorgvuldig dat de kinderarts de moeder heeft geadviseerd om eerst zelf te gaan kijken bij hun zoontje met verhoging op het kinderdagverblijf en bij twijfel laagdrempelig contact op te nemen voor een beoordeling in het ziekenhuis. De kinderarts betwist dat hij het gebruik van antibioticum niet heeft meegewogen. Het zou weliswaar beter zijn geweest als de kinderarts zelf op zijn toezegging te voor verder onderzoek was teruggekomen, maar dit is niet zodanig onzorgvuldig. Onvoldoende dossiervoering komt niet vast te staan. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2308-2020-159

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts. Klager klaagt over de behandeling van zijn minderjarige dochter, gediagnosticeerd met anorexia nervosa. De dochter is ten tijde van het indienen van de klacht twaalf jaar. Klager is als wettelijk vertegenwoordiger van zijn dochter rechtstreeks belanghebbende in deze klacht en bevoegd de klacht in te dienen, zonder dat de dochter met het indienen van de klacht heeft ingestemd. De kinderarts heeft het reeds ingezette beleid (behandelen van het somatische deel en verwijzen naar een centrum voor eetstoornissen voor psychiatrische behandeling) voortgezet. Beklaagde heeft klager éénmalig per abuis de toegang tot het spreekuur heeft geweigerd, omdat hij in de veronderstelling was dat op grond van de vanwege het coronavirus aangepaste bezoekregels slechts één begeleider per patiënt was toegestaan. Achteraf bezien bleek die regel pas voor kinderen vanaf dertien jaar te gelden, zodat klager samen met zijn toen twaalfjarige dochter en haar moeder het spreekuur had mogen bezoeken. Beklaagde heeft dit nadien met klager besproken en hem bericht dat hij met toestemming van de dochter de notities in het elektronisch patiëntendossier van dit consult kon inzien. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.227

    Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt hem (1) dat hij haar jarenlang seksueel heeft misbruikt en (2) dat hij een situatie heeft laten ontstaan waarin zij steeds afhankelijker van hem werd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het eerste klachtonderdeel ongegrond, omdat er geen bewijs is voor een seksuele relatie en deze ook niet aannemelijk is gemaakt. Dat college laat zich niet uit over het tweede klachtonderdeel. Ook het Centraal Tuchtcollege acht seksueel misbruik niet aannemelijk gemaakt, maar verklaart het tweede klachtonderdeel wel gegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de fysiotherapeut buiten zijn deskundigheidsterrein is getreden en niet voldoende professionele distantie heeft bewaard. Aan de fysiotherapeut wordt een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2403-2021-006a

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kinderarts. De kinderarts wordt verweten dat hij geen bloedkweek heeft afgenomen en ook onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar een eventuele lijninfectie bij de zoon van klagers. De klacht is terecht. Een lijninfectie kon niet worden uitgesloten. De visuele inspectie van een Broviac lijn sluit lijninfectie niet uit. Er is nagelaten meteen een bloedkweek te doen. Geen aanleiding gevonden om aan te nemen dat de dossiervoering onvoldoende is. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2301-2020-109

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts. Klager klaagt over de behandeling van zijn minderjarige dochter, gediagnosticeerd met anorexia nervosa. De dochter is ten tijde van het indienen van de klacht twaalf jaar. Klager is als wettelijk vertegenwoordiger van zijn dochter rechtstreeks belanghebbende in deze klacht en bevoegd de klacht in te dienen, zonder dat de dochter met het indienen van de klacht heeft ingestemd. De kinderarts heeft na het somatische deel van de behandeling een juiste doorverwijzing voor het psychiatrische deel van de behandeling gegeven. Klager heeft niet nader onderbouwd waarom het verrichte onderzoek onvoldoende was en niet geconcretiseerd naar wie zijn dochter zou moeten worden doorverwezen. Het dossier biedt geen grond voor het oordeel dat de kinderarts brieven van klager onbeantwoord heeft gelaten dan wel anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld door klager onvoldoende te informeren. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.256

    Klacht tegen psychiater. Klager is bij de psychiater onder behandeling geweest na een verwijzing van de huisarts. In die periode speelde bij klager een ‘vechtscheiding’. De psychiater heeft tijdens de behandeling contact gehad met de Raad van de Kinderbescherming over klager en verslag uitgebracht. Ook heeft de psychiater na beëindigen van de behandelrelatie aan de huisarts een specialistenbrief gestuurd. Klager klaagt over onzorgvuldige dossiervorming, onzorgvuldig informatieverstrekking aan derden zonder klagers toestemming, onzorgvuldige overdracht, het niet verstrekken van een second opinion en onzorgvuldige communicatie met klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten van klager kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2310-2021-014

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts. Klager klaagt over de behandeling van zijn minderjarige dochter, gediagnosticeerd met anorexia nervosa. De dochter is ten tijde van het indienen van de klacht twaalf jaar. Klager is als wettelijk vertegenwoordiger van zijn dochter rechtstreeks belanghebbende in deze klacht en bevoegd de klacht in te dienen, zonder dat de dochter met het indienen van de klacht heeft ingestemd. De kinderarts heeft na het somatische deel van de behandeling een juiste doorverwijzing voor het psychiatrische deel van de behandeling gegeven. Klager heeft niet nader onderbouwd waarom het verrichte onderzoek onvoldoende was en niet geconcretiseerd naar wie zijn dochter zou moeten worden doorverwezen. Het dossier biedt geen grond voor het oordeel dat de kinderarts brieven van klager onbeantwoord heeft gelaten dan wel anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld door klager onvoldoende te informeren. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:178 Raad van Discipline Amsterdam 21-267/A/A

    Klacht over de eigen advocaat is ongegrond. De advocaat heeft aannemelijk gemaakt dat hij niet tegenover de politie heeft verklaard niet in de onschuld van klaagster te geloven, hetgeen klaagster hem heeft verweten.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch 23-07-2021

    De vraag die in deze zaak centraal staat, is of het faillissement van de praktijkvennootschap van de notaris grond vormt voor schorsing van de notaris in de zin van artikel 26 lid 1 sub d Wna. Een schorsing op grond van artikel 26 lid 1 sub d Wna is een ordemaatregel, die het gevolg is van een (acuut) rechtsfeit van zodanig ernstige aard dat de ambtsuitoefening van een notaris moet worden onderbroken. Met de voorzitter is de kamer van oordeel dat deze bepaling zo dient te worden gelezen, dat zij ook van toepassing is op een notaris die het notarisambt uitoefent door middel van een besloten vennootschap waarin hij zijn notariële onderneming heeft ondergebracht en waarvan hij - direct of indirect - enig aandeelhouder en bestuurder is. Indien artikel 26 lid 1 sub d Wna in laatstgenoemd geval niet van toepassing zou zijn, zou een notaris de werking van deze bepaling kunnen ontlopen door (telkens) een zelfstandige entiteit in het leven te roepen. Daarmee zou de bepaling feitelijk nauwelijks tot geen betekenis hebben. De ratio van artikel 26 lid 1 Wna is of er een reële dreiging is die de ambtsuitoefening in gevaar zou kunnen brengen, die vervolgens vraagt om direct ingrijpen. Op grond van het voorgaande en gelet op het feit dat in de in artikel 26 lid 1 Wna geregelde gevallen sprake is van een verplichting van de voorzitter tot schorsing, is de kamer van oordeel dat de voorzitter artikel 26 lid 1 sub d Wna op de juiste wijze heeft toegepast.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:173 Raad van Discipline Amsterdam 21-096/A/A/D 21-097/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar met als maatregel schorsing van verweerder 1 voor 16 weken en verweerder 2 voor 8 weken. Beiden zijn ernstig en langdurig tekortgeschoten in de wijze van het gebruik van de derdengeldenrekening en door niet te erkennen dat de Wwft van toepassing was op de zaak. Verweerder 1 wordt daarnaast verweten dat hij de deken heeft belemmerd in zijn onderzoek door niet tijdig – en vooral onjuiste – informatie te verstrekken, heeft gebankierd met de derdengeldenrekening en Gedragsregels en Kernwaarden niet in acht heeft genomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:174 Raad van Discipline Amsterdam 20-840/A/A 20-841/A/A

    Gegrond verzet omdat de voorzitter een bepaald feit niet (uitdrukkelijk) in aanmerking heeft genomen. De klacht dat verweerders feiten hebben geponeerd waarvan ze de waarheid wisten of konden weten is ongegrond. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem bedoelde foto’s die verweerders bij de rechtbank hebben ingediend zijn bewerkt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:175 Raad van Discipline Amsterdam 21-320/A/A

    Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening is deels gegrond, omdat niet is gebleken dat verweerster klaagster op de hoogte heeft gebracht van haar strategie om een rechtskeuze uit te stellen en die strategie schriftelijk aan klaagster heeft bevestigd. Klaagster heeft verweerster nog tal van andere verwijten gemaakt, maar in die verwijten bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het werk van verweerster niet voldeed aan de professionele standaard binnen haar beroepsgroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/383854 / KL RK 21-25

    De notaris heeft een duidelijke en plausibele verklaring gegeven waarom de akte van levering niet op 21 augustus 2020 kon worden ondertekend. Klagers hebben niet ontkend dat het hun handtekening is die onder de volmacht staat voor de akte van levering. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:176 Raad van Discipline Amsterdam 21-295/A/A

    Klacht over de patroon van de voormalige advocaat van klager is ongegrond, omdat verweerder de praktijk van deze advocaat niet onbeheerd heeft gelaten en niet is gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan klager.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/385228 / KL RK 21-38

    De notaris heeft niet uitdrukkelijk gevraagd of klager de concept akte heeft ontvangen. Dit klachtonderdeel is gegrond. Een verzachtende omstandigheid is dat de akte was opgesteld door een medewerker die een voormalig notaris was. Daarom onvoldoende ernst voor een tuchtrechtelijk verwijt. Overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:177 Raad van Discipline Amsterdam 21-266/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening is gegrond, omdat hij klaagster niet schriftelijk heeft geinformeerd over de gevolgen van het intrekken van het beroep en over het indienen van een verzoek om vergoeding van proceskosten.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:54 Accountantskamer Zwolle 20/2447 Wtra AK

    Dienen van twee heren. Beginsel van objectiviteit. Vastlegging van genomen maatregelen in het dossier. Betrokkene heeft twee van zijn cliënten met elkaar in contact gebracht, omdat hij mogelijkheden zag voor een samenwerking tussen hun vennootschappen. Betrokkene is bij de totstandkoming van de samenwerking intensief betrokken geweest en heeft beide cliënten geadviseerd. Hij is zich daarbij bewust geweest van een mogelijke belangenverstrengeling en het feit dat daarmee zijn objectiviteit in het gedrang zou kunnen komen. In verband daarmee heeft betrokkene maatregelen genomen. Niet gebleken is dat betrokkene zich daadwerkelijk ongepast en ten nadele van klager heeft laten beïnvloeden. Hij heeft evenwel de bedreiging, zijn beoordeling daarvan en de toegepaste maatregelen niet in zijn dossier vastgelegd. Daarmee heeft hij gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 21 lid 3 VGBA. Maatregel: waarschuwing

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:13 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2021-12 (2021.V1-EEBORG)

    Op 6 oktober 2020, rond 03.50 LT (=UTC+2), vond aan boord van de Eeborg een incident plaats. Betrokkene was officier van de wacht. Het schip voer toen in het VTS gebied Storebelt. Zij waren net de Storebeltbrug gepasseerd. Betrokkene is naar het toilet gegaan. Daarbij liet hij de uitkijk alleen achter op de brug, die bovendien de Engelse taal niet machtig was en zodoende ook niet kon begrijpen wat er over de VHF-radio gezegd werd.Er vond bijna een aanvaring plaats met het schip Flag Mette (Malta-vlag).

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:52 Accountantskamer Zwolle 20/2449 Wtra AK

    Klacht over diverse werkzaamheden. Zo zou betrokkene niet conform afspraak aangifte hebben gedaan voor 1 april 2019. Betrokkene bestrijdt dat die afspraak is gemaakt en uit de gedingstukken is daarvan niet gebleken, zodat verwijt geen doel treft. Dat betrokkene onduidelijkheden rondom de omzetbelasting verband houdend met de aankoop van een nieuwe auto niet tijdig en correct heeft opgelost is evenmin gebleken. Klagers vinden de wijze van communiceren door betrokkene onder de maat. Betrokkene heeft erkend dat het beter kon. De Accountantskamer is niet gebleken dat de communicatie van betrokkene richting klagers dusdanig slecht was dat sprake is van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Wel gegrond is het klachtonderdeel waarin betrokkene wordt verweten dat hij zijn facturen niet heeft gespecificeerd. Van 2 facturen hebben klagers om een specificatie gevraagd. Eén factuur heeft betrokkene wel gespecificeerd, de andere alleen toegelicht. Dat laatste is niet conform vaste rechtspraak dat een accountant zijn facturen desgevraagd specificeert. Klacht (deels) gegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:53 Accountantskamer Zwolle 20/2594 Wtra AK

    Klacht over voormalig accountant van fysiotherapiepraktijk. Deze stelde jaarrekeningen samen en deed aangiften. Een medewerker van het accountantskantoor verzorgde de salarisadministratie van de praktijk. Klaagster heeft de achterblijvende resultaten van de praktijk met betrokkene besproken, maar dit leidde niet tot een oplossing. Een door klaagster ingeschakelde externe deskundige concludeerde dat het salaris van de medewerkers van de praktijk jarenlang onjuist was berekend, waardoor aan hen te veel zou zijn uitbetaald. Klacht hierover deels niet-ontvankelijk in verband met drie- en zesjaarstermijn, maar voor het overige ontvankelijk en gegrond. Betrokkene is immers verantwoordelijk voor toezicht op en begeleiding van zijn medewerker. Niet is gebleken dat betrokkene met zijn medewerker sprak over zijn werkzaamheden voor klaagster, ook niet nadat betrokkene de tegenvallende resultaten met klaagster had besproken, zodat hij onvoldoende invulling heeft gegeven aan art. 14 VGBA. Klacht ziet verder op het niet publiceren van de jaarrekening van de vennootschap van betrokkene en het niet verzekeren van het uitlooprisico. Betrokkene heeft zich niet gehouden aan voor hem geldende wet- en regelgeving. Beide klachtonderdelen zijn dan ook gegrond. Maatregel: doorhaling in de registers.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2476-2070a

    Dermatoloog wordt verweten dat er sprake is van onverantwoorde, onveilige zorg omdat hij de operatie van klaagster heeft uitbesteed aan een arts die niet is opgeleid tot oncoloog. Het college is van oordeel dat de dermatoloog de operatie kon en mocht overlaten aan zijn collega-plastisch chirurg. Geen sprake van onverantwoorde, onveilige zorg. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2480-2070b

    Plastisch chirurg wordt verweten dat hij zich bij de verwijdering van een basaalcelcarcinoom op de neusvleugel van klaagster niet heeft gehouden aan het protocol waardoor klaagster niet weet of de randen van de neusvleugel kankervrij zijn en zonder te vragen de wond heeft gesloten middels een huidtransplantaat. Ook zou er sprake zijn van onverantwoorde, onveilige zorg omdat de operatie is uitgevoerd door een arts die niet is opgeleid tot oncoloog en als gevolg van de lokale verdoving bij de operatie zou een infectie zijn ontstaan. Niet gebleken dat plastisch chirurg verkeerde inschatting heeft gemaakt tijdens operatie, hiervoor bestaat geen protocol. Niet vast te stellen of het sluiten van de wond middels huidtransplantaat is besproken met klaagster. Plastisch chirurg was bevoegd om operatie uit te voeren. Geen sprake van onverantwoorde, onveilige zorg en niet gebleken dat er verband zou zijn tussen een eventuele infectie en de verdoving. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:125 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200277

    Klacht tegen eigen advocaat. Diverse klachtonderdelen die er in de kern op neerkomen dat de door klager met verweerder en klagers ex-partner gemaakte afspraken niet goed door verweerder zouden zijn neergelegd in het convenant dat hij op 6 mei 2014 heeft ondertekend. Zoals klager desgevraagd heeft bevestigd tijdens de mondelinge behandeling bij dit hof, had hij de door hem gestelde onjuistheden meteen kunnen constateren indien hij het convenant, zoals aan hem toegestuurd door verweerder per e-mail van 14 april 2014, zou hebben gelezen alvorens dit te ondertekenen. Nu klager dit heeft nagelaten en het convenant in plaats daarvan ongezien heeft ondertekend en pas later heeft gelezen, is het hof met de raad van oordeel dat het tijdsverloop tussen het tekenen en het lezen van het convenant voor zijn rekening en risico komt. Klager had al op 14 april 2014 dan wel bij ondertekening op 6 mei 2014 van het convenant kennis kunnen nemen van handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft en derhalve ook met de gevolgen van het handelen van verweerder. Gelet hierop komt het hof niet toe aan klagers beroep op artikel 46g lid 2 Advocatenwet. De raad heeft klagers vorengenoemde klachtonderdelen terecht niet-ontvankelijk verklaard. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:87 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/677492 / DW RK 19/682 LvB/SM

    Beslissing op verzet. Klaagster heeft aangevoerd het niet eens te zijn met de beslissing van de voorzitter waartegen zij in verzet komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:51 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/685914 / DW RK 20/318 MdV/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarders niet conform de wet hebben gehandeld en dat zij erop uit zijn om klager te benadelen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:45 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683553 / DW RK 20/202 LvB/SM

    Beslissing op verzet. Klager stelt, onder meer, de dagvaarding nooit te hebben ontvangen en geen antwoord te hebben gekregen op zijn vragen over waarom loonbeslag is gelegd. Daarnaast betwist klager de vordering niet te hebben betaald. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:126 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210088W2

    Wrakingsverzoek. Verzoek tot wraking griffier terecht niet in behandeling genomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:88 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672444 / DW RK 19/501 LvB/SM

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder geen rekening met de beslagvrije voet heeft gehouden bij het gelegde bankbeslag, nu reeds ook beslag lag op zijn loon. Indien en voor zover van toepassing klager een aanpassing van de beslagvrije voet wens zal hij daartoe de relevantie gegevens moeten aanleveren. Klager is er ten onrechte van uitgegaan dat de gerechtsdeurwaarder kan beschikken over gegevens die klager reeds eerder naar een andere instantie heeft opgestuurd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/693569 / DW RK 20/587 MdV/SM

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder executiemaatregelen heeft getroffen terwijl van een rechtsgeldige titel geen sprake was. Bovendien was klaagster op huwelijkse voorwaarden getrouwd en maakte zij onderdeel uit van het arrest dat tegen haar echtgenoot is gericht. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/684749 / DW RK 20/261 LvB/SM

    Beslissing op verzet. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder, onder meer, dat hij ten onrechte een vordering probeert te innen waartoe klager niet zou zijn veroordeeld. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.