Zoekresultaten 1461-1480 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/32
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:34
Hond. Dierenarts wordt verweten dat hij naar aanleiding van hetgeen klaagster op verschillende momenten in de avond en nacht over de klachten van haar hond aan hem heeft gemeld, telkens niet adequaat heeft gehandeld en dat de verslaglegging daarvan in het patiëntendossier van de hond onjuistheden en onvolkomenheden bevat. [Klacht is deels gegrond, met oplegging van een waarschuwing.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/53
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:28
Hond. Dierenarts wordt verweten bij de behandeling van plasproblemen van een hond en in de nazorg volgend op een operatieve verwijdering van blaasstenen, diverse fouten te hebben gemaakt, die tot de dood van de hond hebben geleid. [Klacht gegrond.] Volgt geldboete van € 500 en een voorwaardelijke schorsing voor drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7961
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35
Klacht tegen een bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping met bekendmaking in het BIG-register. De klacht gaat over een bedrijfsarts die klaagster heeft begeleid in het kader van ziekteverzuim. Klaagster maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over een consult en het naar aanleiding daarvan door hem opgestelde advies. Zo vindt klaagster onder meer dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, zij onheus is bejegend, de dossiervoering onvoldoende is en onjuistheden bevat, en dat het stappenplan voor een second opinion en de richtlijnen niet zijn gevolgd. Het college overweegt dat de bedrijfsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende diagnostiek te verrichten, een onzorgvuldig advies aan de werkgever uit te brengen, zich niet in te zetten voor het realiseren van de gevraagde second opinion en de richtlijnen van de NVAB niet of onvoldoende te volgen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8747
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34
Klacht tegen huisarts. Klagers hebben zich tot (de praktijk van) de huisarts gewend in verband met toegenomen gedragsproblemen bij hun minderjarige zoon en met het verzoek om herhaling van een in het buitenland voorgeschreven antipsychoticum aan hun zoon. Klagers maken de huisarts uiteenlopende verwijten over onder meer de wijze waarop zij heeft gehandeld naar aanleiding van de hulpvraag voor hun zoon, haar dossiervoering, communicatie, klachtafhandeling en een door haar gedane melding bij Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-105/AL/NN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:51
Naar het oordeel van de raad heeft klager tijdig geklaagd. Op grond van de stukken en de betwisting door verweerster kan de raad niet vaststellen dat verweerster niet doelmatig heeft gehandeld en daardoor onnodige kosten voor klager heeft gemaakt. De juistheid van het verwijt dat verweerster er bij klager op heeft aangedrongen om zich kort voor een zitting ziek te melden om aanhouding te bewerkstelligen, kan de raad, tegenover de betwisting daarvan door verweerster, evenmin vaststellen. Het verwijt dat verweerster excessief heeft gedeclareerd, is door klager onvoldoende concreet gemaakt. Alhoewel voor de raad het totaalbedrag van € 52.000,- hoog voorkomt, en opvalt dat verweerster voor een juridisch medewerkster haar eigen uurtarief heeft gedeclareerd, is dat alleen onvoldoende om daaraan de conclusie te verbinden dat verweerster excessief heeft gedeclareerd. Het komt de raad voor dat klager uit mededelingen van verweerster heeft opgemaakt dat zijn advocaatkosten fiscaal aftrekbaar zouden zijn voor de inkomstenbelasting maar voor de raad is niet bekend of verweerster dat werkelijk zo tegen hem heeft gezegd of heeft bedoeld te zeggen. Stukken die dat standpunt van klager onderbouwen, ontbreken ook. Klacht ook overigens ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8628
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29
Klager is door de huisarts gezien in verband met een plek op zijn knie. De huisarts heeft de diagnose verruca seborroica (ouderdomswratje) gesteld en het plekje weggekrabd. Een aantal maanden later heeft de huisarts besloten een excisie te doen en het weefsel op te sturen. Nadien bleek dat sprake was van een melanoom. Klager maakt de huisarts onder meer verwijten over de gestelde diagnose, het wegkrabben en het niet opsturen van weefsel voor nader onderzoek. De huisarts heeft aangevoerd dat hij het betreurt dat achteraf sprake was van een melanoom maar dat hij op basis van de kennis die hij op dat moment had zorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-025/AL/OV
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:52
Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat er veelvuldig contact en overleg tussen klager en verweerster is geweest en ook dat verweerster bij de behandeling van de zaak van klager rekening heeft gehouden met zijn wensen. Als klager het niet eens was geweest met de aanpak van verweerster, had hij een andere advocaat kunnen zoeken, zoals verweerster ook heeft gezegd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster de belangen van klager op adequate en zorgvuldige wijze behartigd. Na de ontstane vertrouwensbreuk diende verweerster zich te onttrekken. Dat heeft zij op zorgvuldige en correcte wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-633/DB/OB
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:26
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 26 november 2021, is de klacht met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Niet gebleken dat verweerder in de diverse procedures die hij namens zijn cliënten heeft gevoerd gelogen tegen de rechters en de curator, noch dat hij procedures is gestart op onjuiste gronden. De verwijten dat verweerder zich escalerend en intimiderend heeft gedragen en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan smaad en laster missen feitelijke grondslag. Klager kan niet worden ontvangen in het klachtonderdeel dat verweerder S ten onrechte in de procedures heeft betrokken, omdat niet is gebleken dat klager door het verweten handelen rechtstreeks in zijn belangen is getroffen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8675
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30
Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. De verpleegkundige werkte bij een bemoeizorg-team. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek. Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-140/AL/NN/D
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:53
dekenbezwaar. De deken heeft in haar bezwaar over dezelfde gedragingen van verweerster geklaagd als een cliënt van haar, de heer R. In die klachtzaak (25-105/AL/NN) is op dezelfde dag uitspraak gedaan als in het dekenbezwaar. De raad oordeelt dat onderdeel van het dekenbezwaar ongegrond en de twee andere bezwaren gegrond. De deken is door het onderzoek naar de klacht van de heer R over verweerster bekend geworden met twee e-mails van verweerster aan de heer R. In de e-mail van oktober 2022 heeft verweerster aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden voor 90% zagen op haar werkzaamheden in zijn alimentatiekwestie. In haar e-mail van december 2022 heeft verweerster echter aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden grotendeels door hem als zakelijk konden worden geboekt. Vast staat dat die declaraties van ruim € 50.000,- zagen op werkzaamheden van verweerster voor de heer R privé, zoals verweerster twee maanden eerder in haar e-mail van oktober 2022 ook aan hem had geschreven. Verweerster heeft niet alleen opzettelijk gelogen in haar e-mail van december 2022 maar heeft daarmee ook valsheid in geschrifte gepleegd en gepoogd mee te werken aan oplichting door de heer R van de Belastingdienst. Dat het zover niet is gekomen, is dankzij de accountant van de heer R die de valse verklaring van verweerster niet wilde gebruiken bij de aangifte van de heer R voor de inkomstenbelasting over 2021. Verweerster heeft naar aanleiding van vragen van de deken over de inhoud van genoemde e-mails van oktober en december 2022 aan de heer R in haar eerste reactie geprobeerd om de waarheid over haar valse verklaring aan de heer R te verdoezelen. Pas na ontvangst van het concept-dekenbezwaar heeft verweerster open kaart met de deken gespeeld. Verweerster heeft met haar handelen op ernstige wijze in strijd met de normen van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid gehandeld en ook op onbetamelijke wijze de deken in haar toezichthoudende taak belemmerd en geprobeerd te misleiden. Alhoewel de zeer grote ernst hiervan een onvoorwaardelijke schorsing zou rechtvaardigen, zeker ook gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, legt de raad aan verweerster een voorwaardelijke schorsing van 26 weken op met een proeftijd van twee jaar en ook een bijzondere voorwaarde. De raad hecht waarde aan het in het voorjaar van 2025 door verweerster gestarte coaching traject bij collega-advocaat. De raad hoopt, net als de deken tijdens de zitting heeft verklaard, dat die coaching zal resulteren in een verbetering van de bedrijfsvoering van verweerster, zodanig dat hierover geen klachten meer worden ingediend. Omdat de deken tijdens de zitting ook heeft verklaard dat verweerster inhoudelijk een goede advocaat is, en verweerster medische problemen heeft gehad, is de raad bereid om verweerster nog één laatste kans te geven.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8694
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Het college is met de huisarts van oordeel dat het missen van de juiste diagnose niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar is. In dit geval is de huisarts wat het college betreft te snel en te stellig op het spoor van de bijwerking van Saxenda gaan zitten als oorzaak van de tachycardie. De kortademigheid en de daarmee gepaard gaande immobiliteit, het overgewicht en het pilgebruik van patiënte hadden voor de huisarts aanleiding moeten zijn om nader diagnostisch bloedonderzoek te doen (D-dimeer). Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8801
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31
Klacht tegen een bedrijfsarts ongegrond. Als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts begeleidde zij klager in het kader van de verzuimbegeleiding. Er vond een (video)consult plaats met klager. Volgens Klager waren onder andere de uitleg en informatieverstrekking over de rol van de arbo-arts en de bedrijfsarts als supervisor niet in orde. Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht het college het aannemelijk dat de rollen van de arbo-arts en de bedrijfsarts aan het begin van het consult zijn uitgelegd. Het college kan niet vaststellen dat de arbo-arts zich als bedrijfsarts heeft voorgedaan. Daarnaast staat in de rapportage vermeld dat de bedrijfsarts de supervisor is. Hoewel het beter geweest als de supervisieconstructie van tevoren expliciet was aangekondigd en in het medisch dossier was genoteerd levert dat geen tuchtrechtelijk verwijt op. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-764/AL/MN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:54
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8362
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:34
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is door twee huisartsen, verweerder en verweerster in de zaak A2025/8821, gezien en beoordeeld. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Het is in het kader van de tuchtklacht niet aan het college om het ingebrachte deskundigenbericht te beoordelen. Het college betrekt dit wel bij de beoordeling van de klachtonderdelen. Het college overweegt dat in de situatie van klager het geenszins voor de hand lag dat de klachten waarmee klager eerst bij de waarnemend huisarts en vervolgens ook bij de andere huisarts presenteerde, zich uiteindelijk zo zouden ontwikkelen zoals zij hebben gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8993
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32
Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster wordt door de voorzitter (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard omdat zij al eerder en klacht tegen de verzekeringsarts heeft ingediend en de nieuwe klacht in de kern op hetzelfde neerkomt. De door klaagster genoemde feiten en omstandigheden zijn in de vorige procedure meegewogen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8821
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:35
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is door twee huisartsen, verweerster en verweerder in de zaak A2025/8362, gezien en beoordeeld. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Het is in het kader van de tuchtklacht niet aan het college om het ingebrachte deskundigenbericht te beoordelen. Het college betrekt dit wel bij de beoordeling van de klachtonderdelen. Het college overweegt dat in de situatie van klager het geenszins voor de hand lag dat de klachten waarmee klager eerst bij de waarnemend huisarts en vervolgens ook bij de andere huisarts presenteerde, zich uiteindelijk zo zouden ontwikkelen zoals zij hebben gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8426
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33
Klacht tegen verpleegkundige. De (coördinerend) verpleegkundige heeft een verklaring opgesteld over een bezoek van klager aan de woonzorglocatie waar zijn moeder verbleef, en dit verslag aan de mentor verstrekt. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van het verslag en het beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht ten aanzien van de zorgvuldigheid bij het opstellen van het verslag is gegrond. De verpleegkundige had deze verklaring niet zelf moeten opstellen en ondertekenen. Ook maakt de verpleegkundige onvoldoende onderscheid tussen waarnemingen van anderen en haar (beperkte) eigen waarnemingen en is het verslag onvoldoende objectief geformuleerd. Het klachtonderdeel dat ziet op schending van het beroepsgeheim is ongegrond. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8652
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:36
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij onredelijk lang met een risico van een hartinfarct heeft gelopen en dat zijn herstelproces is vertraagd doordat er geen adequate behandeling heeft plaatsgevonden. Het college is van oordeel dat de huisarts voldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Gezien de hoge hartslag is voor het college navolgbaar dat de huisarts klager heeft doorverwezen voor een holteronderzoek en een fietsergometrie. Tijdens de spreekuurcontacten was er geen sprake van symptomen die duidden op een dreigend hartinfarct.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:50
Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:24
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.