ECLI:NL:TGZCTG:2025:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2961 VZ

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2025:189
Datum uitspraak: 17-11-2025
Datum publicatie: 24-11-2025
Zaaknummer(s): C2025/2961 VZ
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verblijft in een TBS-kliniek. De klacht gaat over de behandeling van klager in deze kliniek. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat klager al twee klachten tegen dezelfde zorgverlener heeft ingediend en hij niet duidelijk heeft gemaakt waarin de nieuwe klacht van de eerdere klachten verschilt. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

D E V O O R Z I T T E R V A N H E T C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2961 van:

A., verblijvende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,

tegen

C., gz-psycholoog, werkzaam in B.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de gz-psycholoog,
gemachtigde: mr. P.H.N. Keuning-Taapken werkzaam in Zoetermeer.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1 De klacht van klager heeft betrekking op de wijze waarop de gz-psycholoog hem behandelt in de Long Stay TBS kliniek, (Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg) waar klager verblijft.

1.2 De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager niet duidelijk heeft gemaakt waarin de onderhavige klacht verschilt van twee eerder door klager ingediende – en nog lopende – klachten tegen de gz-psycholoog. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager vervolgens niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat het college niet tweemaal dezelfde klacht in behandeling kan nemen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in ’s-Hertogenbosch van 27 augustus 2025 met nummer H2025/8454. Deze beslissing is als bijlage aan deze beslissing gehecht.

2.2 De voorzitter heeft kennisgenomen van het procesdossier in eerste aanleg, het beroepschrift en de klaagschriften in de zaken H2025/8122 en H2025/8435.

3. De feiten
3.1 Bij de beoordeling van het beroep gaat de voorzitter uit van de volgende feiten. Klager heeft op 1 februari 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege een klacht ingediend tegen de gz-psycholoog. In dit klaagschrift met zaaknummer H2025/8122 verwijt klager de gz-psycholoog dat zij hem vals beschuldigt van vluchtgevaar waardoor hij sinds 16 augustus 2024 ten onrechte in afzondering is geplaatst. Ook worden er geen inhoudelijke gesprekken met hem door een psycholoog of psychiater gevoerd.

3.2 Klager heeft op 20 april 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege een tweede klacht tegen de gz-psycholoog ingediend. In dit klaagschrift met zaaknummer H2025/8435 verwijt klager de gz-psycholoog dat zij hem in het verlengingsadvies aan de rechtbank onrechtmatig beschuldigt en onjuiste problematiek benoemt. Hierdoor heeft de rechter bij vonnis van 18 maart 2025 zijn TBS met twee jaar verlengd. Dat de beweringen onrechtmatig en niet juist zijn, volgt volgens klager uit het feit dat zij geen enkel inhoudelijk gesprek met hem heeft gevoerd, zij zich laat informeren door de verkeerde (onvoldoende deskundige) mensen, dossierinformatie gebruikt die is opgesteld door niet-gedragskundigen en haar beweringen niet onderbouwt met praktijkvoorbeelden.

3.3 Op 22 april en 28 april 2025 heeft klager twee verschillende klaagschriften tegen de gz-psycholoog ingediend. In deze klaagschriften, gezamenlijk behandeld onder zaaknummer H2025/8454, verwijt klager de gz-psycholoog dat zij in het verlengingsadvies serieuze incidenten verzint met het doel hem te beschadigen. Daarnaast weigert de gz-psycholoog klager te behandelen, voert zij geen enkel inhoudelijk gesprek met hem en baseert zij zich op informatie die is opgesteld door personen die geen behandelaar of gedragsdeskundige zijn.

3.4 Bij brief van 27 mei 2025 heeft het Regionaal Tuchtcollege klager medegedeeld dat deze klaagschriften als een gezamenlijke klacht worden opgevat en is klager verzocht te laten weten wat het verschil is tussen de eerdere klachten en de nieuwe klachten. Bij brief van 31 mei 2025 herhaalt klager dat de beweringen van de gz-psycholoog zijn gebaseerd op niet onderbouwde aannames, invullingen en inschattingen.

3.5 Bij brief van 18 juni 2025 deelt het Regionaal Tuchtcollege mee dat deze reactie onvoldoende concreet is en verzoekt klager specifiek aan te geven welke andere/nieuwe verwijten hij de gz-psycholoog maakt. Op verzoek van klager worden hem de klaagschriften in de zaken H2025/8122 en H2025/8435 toegestuurd zodat klager beter kan reageren op het voorliggende verzoek.

3.6 Bij brief van 29 juni 2025 stelt klager dat hij de gz-psycholoog verwijt dat haar beweringen zijn gebaseerd op niet onderbouwde aannames, invullingen en inschattingen en niet worden onderbouwd met praktijksituaties en dat zij hem behandeling weigert. Hierop volgt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege van 27 augustus 2025.

4. De klacht
Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij in het verlengingsadvies serieuze incidenten verzint met het doel hem te beschadigen, zij weigert klager te behandelen, zij geen enkel inhoudelijk gesprek met hem voert en zich op informatie baseert die is opgesteld door personen die geen behandelaar of gedragsdeskundige zijn.

5. De beoordeling
5.1 In beroep voert klager aan dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege onvoldoende oog heeft gehad voor de beperkingen waarin hij verbleef en de zaak niet serieus inhoudelijk heeft beoordeeld. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege begrijpt dat klager de onderhavige klacht in volle omvang voorlegt en verzoekt om de klacht alsnog gegrond te verklaren.

5.2 De vraag die ter beoordeling voorligt is of klager in deze zaak een nieuwe of andere klacht tegen de gz-psycholoog heeft ingediend dan hij in de zaken H2025/8122 en H2025/8435 al heeft verwoord. De voorzitter is net als de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat hiervan geen sprake is. De klacht zoals die in deze zaak door klager is beschreven (en hier verwoord onder rechtsoverweging 4) is inhoudelijk hetzelfde als de verwijten die klager benoemt in de nog lopende zaken bij het Regionaal Tuchtcollege (beschreven onder rechtsoverweging 3.1 en 3.2).

5.3 Klager is door het Regionaal Tuchtcollege in de gelegenheid gesteld om toe te lichten waarin deze klacht verschilt van de twee klachten die hij al had ingediend. Deze duidelijkheid heeft klager niet gegeven in zijn reacties. Sterker nog in zijn reacties van 27 mei en 29 juni 2025 benoemt klager (opnieuw) dezelfde verwijten als de verwijten in de zaken H2025/8122 en H2025/8435. De voorzitter is van oordeel dat wanneer iemand in korte tijd driemaal tegen dezelfde zorgverlener een klacht indient, van hem mag worden verwacht dat hij duidelijk maakt in welk opzicht of op welke manier de klachten van elkaar verschillen. Zoals hiervoor reeds geconcludeerd, heeft klager dat niet gedaan.

5.4 Een tuchtcollege kan niet tweemaal dezelfde klacht in behandeling nemen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege komt dan ook tot het oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt daarom afgewezen.

6. Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

wijst het beroep af.

Aldus gewezen op 17 november 2025 en ondertekend door mr. Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan door mr. C.J.M. Manders, secretaris.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.

Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH

Voorzittersbeslissing van 27 augustus 2025 op de klacht van:

A.,
verblijvende te B.,
klager,

tegen:

C.,
gz-psycholoog,
werkzaam in B.,
verweerster.

1. De klacht
De klacht gaat, kort gezegd, over de behandeling van klager in de PI waar hij verblijft.

2. De procedure
2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- twee klaagschriften met bijlagen ontvangen op 2 mei 2025;
- de brief van de secretaris van 27 mei 2025 aan klager waarin de secretaris onder meer aan klager meedeelt dat de twee klaagschriften als een gezamenlijke klacht worden opgevat;
- de brief van klager, ontvangen op 11 juni 2025;
- de brief van de secretaris aan klager van 18 juni 2025;
- de brief van klager, ontvangen op 24 juni 2025;
- de brief van de secretaris aan klager van 27 juni 2025;
- de brief met bijlagen van klager, ontvangen op 7 juli 2025;
- de brief van de secretaris aan klager van 11 juli 2025.

3. Overwegingen
3.1 Klager heeft al eerder, namelijk op 1 februari 2025 en 20 april 2025, klaagschriften tegen verweerster ingediend. In het eerste klaagschrift met zaaknummer H2025-8122 klaagt klager er kort gezegd over dat hij sinds 16 augustus 2024 zonder reden in afzondering is geplaatst, dat verweerster hem vals beschuldigt van vermoedelijk vluchtgevaar en dat er geen inhoudelijke gesprekken door een psycholoog of psychiater met hem worden gevoerd.

In het tweede klaagschrift met nummer H2025-8435 klaagt klager er kort gezegd over dat verweerster hem onrechtmatig beschuldigt en onterechte problematiek benoemt waardoor de rechter bij vonnis van 18 maart 2025 zijn TBS met twee jaar heeft verlengd. Hij verwijt haar voorts dat zij geen gesprekken met hem voert, zij zich door verkeerde mensen laat voorlichten, en zich laat leiden door dossierinformatie die is opgesteld door niet-gedragsdeskundigen.

3.2 Klager dient nu opnieuw een klacht in tegen verweerster. De klacht houdt in het kort gezegd in dat verweerster hem ten onrechte niet behandelt, het recidiverisico ten onrechte hoog inschat, zich op foutieve aannames en inschattingen van ondeskundigen baseert, serieuze incidenten verzint en hem tegenwerkt.

3.3 De secretaris heeft klager bij brieven van 27 mei 2025 en 18 juni 2025 verzocht aan te geven wat het verschil is tussen de klacht(en) in dit dossier en de twee eerdere klachten. Klager heeft hierover geen duidelijkheid verstrekt. De secretaris heeft bij brief van 11 juni 2025 aan klager meegedeeld dat de zaak om die reden aan de voorzitter zal worden voorgelegd voor een voorzittersbeslissing.

3.4 Omdat de voorzitter geen nieuwe klacht in dit klaagschrift kan ontdekken in vergelijking met de eerdere klaagschriften en klager desgevraagd niet duidelijk heeft gemaakt waarin de nieuwe klacht verschilt van de twee eerdere klachten, kan klager niet worden ontvangen in deze nieuwe klacht. Dit omdat het college niet tweemaal dezelfde klacht in behandeling kan nemen. Dat betekent dat de klacht niet inhoudelijk zal worden beoordeeld.

4. De beslissing
De voorzitter verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk, in zijn klacht.

Aldus gedaan op 27 augustus 2025 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter, in tegenwoordigheid van T.G. Nijenkamp, secretaris.
secretaris voorzitter

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG):
a. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
b. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het CTG, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) te ‘s-Hertogenbosch. Het beroepschrift moet zijn ontvangen binnen zes weken nadat het RTG de beslissing aan u heeft verstuurd.

Vanwege mogelijke vertraging bij de bezorging van post, kunt u uw beroep ook per e-mail indienen. Dan weet u zeker dat het RTG uw beroep op tijd ontvangt. U stuurt dan binnen die zes weken uw e-mail naar TG-DenBosch@minvws.nl. U moet het originele beroepschrift nog wel per post nasturen.

U hoeft bij uw brief of e-mail niet meteen de reden(en) van uw beroep op te geven. U ontvangt van het CTG bericht over de extra tijd die u krijgt om die redenen later toe te sturen.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het CTG. U ontvangt hierover bericht. Als u helemaal of voor een deel gelijk krijgt, ontvangt u het griffierecht terug.