ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8281
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 18-11-2025 |
| Datum publicatie: | 20-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8281 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verwijt de tandarts in de penitentiaire inrichting (PI) dat zij klagers pijnklachten niet serieus neemt, een doorverwijzing naar zijn eigen tandarts heeft afgewezen en geen structurele oplossing voor zijn gebitsproblemen biedt. Het college overweegt dat de tandarts adequaat heeft gereageerd op de hulpvraag van klager. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 18 november 2025 op de klacht van:
A,
verblijvende te B,
klager,
gemachtigde: mr. M.C.W. Houtepen,
tegen
D,
tandarts,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. V.C.A.A.V. Daniels.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager verwijt de tandarts in de penitentiaire inrichting (PI) dat zij klagers
pijnklachten niet serieus neemt, een doorverwijzing naar zijn eigen tandarts heeft
afgewezen en geen structurele oplossing voor zijn gebitsproblemen biedt.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 maart 2025;
- de brief van de secretaris van 24 april 2025, met het verzoek de naam van de zorgverlener op te vragen bij de PI;
- de e-mail van de gemachtigde van klager, met de persoonsgegevens van de tandarts;
- het verweerschrift, ontvangen op 8 juli 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 23 september 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Het college gaat bij de beoordeling, op basis van het medisch dossier, uit van
de volgende feiten en omstandigheden.
3.2 Klager had voor zijn verblijf in detentie facings laten maken. Op 3 december
2024 bezocht hij de de tandarts in de PI. Hij had last van zijn bovenfront, daar chipten
hoekjes af. De tandarts concludeerde dat de beetverhoging op de molaren met composiet
aan slijtage onderhevig was, waardoor het front weer contact maakte. Klager wilde
naar de kliniek waar de renovatie destijds was uitgevoerd. De tandarts stelde voor
de molaren in de bovenkaak iets op te hogen, zodat het front iets vrij kwam.
3.3 Op 10 december 2024 sprak de tandarts met de eigen tandarts van klager (buiten
de PI) over het behandelplan. Op 2 januari 2025 werd klager opgeroepen voor het ophogen
van de bovenmolaren. Klager vertelde dat hij contact had over eventueel een behandeling
bij zijn eigen tandarts om de facings te laten herstellen. Over twee weken kreeg hij
uitsluitsel. De tandarts overlegde met klager dat zij nu geen verantwoordelijkheid
meer nam voor eventueel verder afchippen van de facings door prematuur contact in
het front. Klager ging akkoord en deelde mee dat sommige al afgebroken waren, hij
had het geaccepteerd dat er eventueel nog wat af zou chippen.
3.4 Klager bezocht daarna de tandarts niet meer. Op 14 maart 2025 diende hij de
onderhavige tuchtklacht in.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts dat zij:
- klagers pijnklachten niet serieus nam;
- een doorverwijzing naar klagers eigen tandarts afwees;
- geen structurele oplossing voor klagers gebitsproblemen bood.
4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Naar
aanleiding van het eerste consult op 4 december 2024 heeft zij contact opgenomen met
de eigen tandarts van klager, om tot een passende oplossing te komen. Deze bevestigde
dat de opbouw van de molaren met composiet de juiste benadering was en dat dit zonder
bezwaar binnen de PI verholpen kon worden. Daarna konden de chips hersteld worden.
De tandarts ontving van de eigen tandarts van klager het juiste composietmateriaal,
afgestemd op de kleur van de huidige facings. Toen zij dit plan op 2 januari 2025
aan klager voorstelde, wilde hij de behandeling niet binnen detentie laten uitvoeren
maar uitsluitend door de kliniek die de facings had vervaardigd. Hij zou binnen twee
weken uitsluitsel krijgen. Klager ging akkoord met het risico dat hij zou nemen, namelijk
het verder afchippen van de facings. Daarna wendde klager zich niet meer tot de tandarts,
ook niet met pijnklachten of zorgvragen.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat nader uitleggen.
Klachtonderdeel a) niet serieus nemen pijnklachten
5.3 Op de hulpvraag van klager is, volgens het dossier, adequaat gereageerd
door het contact met de eigen tandarts van klager, het verkrijgen van materialen en
het aanbieden van een behandeling. Van dit aanbod heeft klager geen gebruik gemaakt.
Dat er ook een hulpvraag zou zijn vanwege pijnklachten, is niet gebleken zodat hieruit
geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen kan worden afgeleid. Dit klachtonderdeel
is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdelen b) en c) geen doorverwijzing eigen tandarts en geen structurele oplossing
bieden
5.4 Vanwege de samenhang zal het college deze klachtonderdelen gezamenlijk beoordelen.
De tandarts heeft onbetwist gesteld dat klager zelf aangaf dat hij de behandeling
uitsluitend door de kliniek wilde laten uitvoeren die de facings buiten de PI had
vervaardigd. Tijdens het mondeling vooronderzoek erkende klager dit, echter hij stelde
dat deze wens bestond omdat hij gelet op de duur van zijn detentie (12 jaar) een structurele
oplossing wilde. Bij een mede-gedetineerde had hij gezien dat binnen de PI geen mooi
resultaat was bereikt. Volgens de tandarts was het haar bedoeling om een blijvende
oplossing aan te bieden, de ophoging met composiet is een gebruikelijke behandeling
die zo nodig kon worden herhaald. Het college ziet geen aanleiding om aan de uitleg
van de tandarts te twijfelen, die bovendien wordt ondersteund door het medisch dossier.
Dat klager vervolgens, op basis van een verkeerde veronderstelling, een andere beslissing
nam, dient voor zijn rekening te komen.
Het was de eigen keuze en verantwoordelijkheid van klager om er niet voor te kiezen
het gesprek met de tandarts aan te gaan over de behandeling en het te verwachten eindresultaat.
Nu de tandarts binnen de PI een passende oplossing voor klagers probleem had, was
zij binnen het justitiële kader niet gehouden een doorverwijzing naar zijn eigen tandarts
te geven. Het stond klager hierbij vrij om op eigen initiatief een afspraak bij zijn
voorkeurstandarts te maken, echter hiervoor diende hij verlof te vragen. Gelet op
het voorgaande heeft de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Ook deze
klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 18 november 2025 door W.P. Claus, voorzitter, M.E. Geertman en J.W. Prakken, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.