ECLI:NL:TGDKG:2025:115 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751015 DW RK 24/202 HE/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:115
Datum uitspraak: 14-11-2025
Datum publicatie: 24-11-2025
Zaaknummer(s): C/13/751015 DW RK 24/202 HE/SM
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft niet binnen een redelijke termijn geantwoord op correspondentie van klager.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 14 november 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/751015 DW RK 24/202 HE/SM ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klager,

gemachtigde: [ ],

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde,

gemachtigde: [ ].

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 21 mei 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij e-mail, ingekomen op 19 juni 2024. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 21 augustus 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2025 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 14 november 2025.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • De gerechtsdeurwaarder is belast met een vordering van het CAK op klager. Klager is daartoe bij brieven van (in elk geval) 19 mei, 27 juni en 10 oktober 2023 door de gerechtsdeurwaarder aangeschreven om zorg te dragen voor de betaling, om zo ervoor te zorgen dat er geen dagvaarding wordt uitgebracht.
  • Klager is op 8 november 2023 gedagvaard te verschijnen ter zitting van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, tegen 20 december 2023.
  • In een telefoongesprek op 20 november 2023 heeft klager aangegeven dat hij de hoofdsom van € 209,- al heeft voldaan.
  • Bij (verstek)vonnis van 3 januari 2024 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, klager veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag aan het CAK.
  • Bij e-mail van 23 januari 2024 is aan klager een overzicht van het verschuldigde bedrag verstrekt met het verzoek tot betaling ervan.
  • Bij exploot van 14 maart 2024 is het vonnis van 3 januari 2024 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
  • Bij e-mail van 11 april 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager gesommeerd de openstaande vordering uiterlijk op 16 april 2024 te voldoen, teneinde beslaglegging te voorkomen.
  • Hierop heeft de gemachtigde van klager bij e-mail van 11 april 2024 aangegeven dat de hoofdsom al was betaald voordat de civiele procedure was aangevangen. Als bewijs is een betalingsbewijs van 17 november 2023 gevoegd.
  • Bij e-mail van 17 mei 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder diverse exploten die zijn achtergelaten op het adres van klager, aan de gemachtigde van klager overgelegd en is klager nog eenmaal in de gelegenheid gesteld om uiterlijk

24 mei 2024 een betalingsregeling met de gerechtsdeurwaarder te treffen voordat het executietraject in gang wordt gezet. Verder is aangegeven dat niet meer zal worden ingegaan op verdere bezwaren.

  • Op 4 juni 2024 is een overzicht aan de gemachtigde van klager verstrekt, waarin is aangegeven op welke facturen de betaling van klager van 17 november 2023 is afgeboekt.

2. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft gereageerd op het schrijven van de gemachtigde van klager van 11 april 2024, waaruit blijkt dat klager de hoofdsom ad € 209,- al op 17 november 2023 aan het CAK heeft betaald. De gerechtsdeurwaarder vordert op 17 mei 2024 nogmaals een bedrag van € 209,- conform een vonnis van 3 januari 2024. De gerechtsdeurwaarder had moeten aangeven waarom klager het bedrag nogmaals moet betalen en waarom de gerechtsdeurwaarder niet aan de rechter heeft gemeld dat klager het bedrag reeds had betaald.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Uit de overgelegde producties blijkt dat klager voorafgaand aan de zitting van

20 december 2023 meermaals is aangeschreven voor de openstaande vordering bij het CAK, zonder dat klager hierop heeft gereageerd. Klager heeft evenmin verweer gevoerd bij de rechtbank en heeft ook niet voldaan aan het vonnis van 3 januari 2024. Klager is evenmin in verzet gegaan tegen dat vonnis. Voor zover klager stelt dat hij de dagvaarding en het vonnis niet heeft ontvangen, kan klager hierin niet worden gevolgd. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat alle exploten aan klager zijn betekend op de in artikel 47 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze door achterlating van de exploten in een gesloten envelop op het adres zoals dit in de Basisregistratie Personen stond geregistreerd, omdat de betreffende gerechtsdeurwaarder niemand heeft aangetroffen aan wie rechtsgeldig een afschrift kon worden achtergelaten.

4.3 De enkele (telefonische) kennisgeving van klager dat hij de vordering (vóór de zitting) heeft voldaan, heeft voor de gerechtsdeurwaarder geen aanleiding hoeven zijn om de procedure in te trekken bij de rechtbank. Het lag immers op de weg van klager om, zoals verzocht, direct een betalingsbewijs te overleggen zodat de gerechtsdeurwaarder op grond daarvan actie had kunnen ondernemen. Voorts heeft klager ervoor gekozen de betaling (zonder vermelding van een kenmerk) rechtstreeks aan het CAK te voldoen terwijl de gerechtsdeurwaarder, blijkens voornoemde correspondentie, de incasso al op zich had genomen. De nadelige gevolgen van deze rechtstreeks betaling – de gerechtsdeurwaarder had hierdoor geen zicht op de betalingen én het CAK heeft de betaling afgeboekt op andere openstaande vorderingen – komen voor rekening van klager. Ten aanzien van dit onderdeel is niet gebleken van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

4.4 Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven en e-mails met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn, te weten binnen twee weken, beantwoordt. De gerechtsdeurwaarder heeft pas op 17 mei 2024 op de e-mail van de gemachtigde van klager van 11 april 2024 gereageerd. Vervolgens is pas op 4 juni 2024 een uitleg gegeven over het overgelegde betaalbewijs van klager. Op grond hiervan stelt de kamer vast dat de gerechtsdeurwaarder niet binnen een redelijke termijn heeft geantwoord op correspondentie van klager. Hiermee is sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Dit onderdeel van de klacht is dus terecht voorgesteld.

4.5 De kamer verklaart de klacht op grond van wat onder punt 4.4 is overwogen gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. Bij die stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten van de procedure. Omdat de klacht gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klager het betaalde griffierecht te vergoeden.

4.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;
  • bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht ad

€ 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. M.C.M. Hamer en mr. A.W. Veth, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

14 november 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.