Zoekresultaten 19851-19900 van de 47540 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:223 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-388
- Datum publicatie: 26-10-2018
- Datum uitspraak: 06-08-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:223
Klacht over advocatenkantoor deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:139 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-512/DB/ZWB/D 18-513/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:139
Verweerder stond zichzelf bij in echtscheidingszaak en heeft daarbij onvoldoende professionele distantie in acht genomen. Inhoud en toonzetting van verweerders correspondentie aan de rechtbank, de deken, klaagsters advocaat en klaagster passen een behoorlijk handelend advocaat niet en zijn onnodig grievend. Voorwaardelijke schorsing van vier weken. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn ex art. 8a lid 3 tot twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1822
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:77
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij klaagster binnen enkele minuten arbeidsgeschikt heeft verklaard zonder haar op het spreekuur te hebben gezien en zijn beroepsgeheim heeft geschonden. College: verschil arbeidsomstandighedenspreekuur en verzuimspreekuur. De bedrijfsarts heeft nagelaten zich te vergewissen of de status van het spreekuur duidelijk was voor klaagster. Klaagster dacht dat zij op het arbeidsomstandighedenspreekuur kwam; in dat geval mocht de bedrijfsarts geen informatie delen met klaagsters werkgever. Nu de bedrijfsarts wel informatie heeft gedeeld, zal hij gehandeld hebben in het kader van verzuimbegeleiding. De door de bedrijfsarts richting de werkgever gebruikte kwalificaties ‘scherp’ en ‘persoonlijk’ vallen niet onder gegevens die de bedrijfsarts mocht doorgeven aan de werkgever: er is dus sprake van een schending van de geheimhoudingsplicht. De bedrijfsarts plaatste klaagsters verzuim in het kader van een arbeidsconflict. Ook dan had hij éérst klaagsters gezondheidssituatie medisch moeten beoordelen (zie ook STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten, versie 6, oktober 2014). Niet gebleken is dat de bedrijfsarts dat in voldoende mate heeft gedaan. Gedeeltelijk gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1857
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:78
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij 1) de benadering van klagers leidinggevenden en de beleidskeuze niet als belemmerende factor wilde benoemen in de FML, 2) in het deskundigenoordeel van UWV expliciet heeft laten opnemen dat klager bij het derde consult na 5 minuten is opgestapt en 3) aan de arbeidsdeskundige heeft aangegeven dat bij klagers inzetbaarheid en plaatsing geen rekening behoeft te worden gehouden met zijn cognitief niveau. College: 1) In een FML worden beperkingen en mogelijkheden van de werknemer weergegeven en niet het gedrag of het beleid van de werkgever. 2) De informatie in het deskundigenoordeel over het weglopen van klager uit het gesprek was hoe dan ook afkomstig van verweerder (zij het wellicht niet rechtstreeks). Die informatie valt niet onder gegevens die de bedrijfsarts in de terugkoppeling met derden mocht delen (zie ook de ‘KNMG-code Gegevensverkeer’ en de ‘Leidraad bedrijfsarts en privacy’). 3) Dat de bedrijfsarts deze uitlating heeft gedaan, is niet komen vast te staan. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:140 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-406/DB/OB
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:140
Niet gebleken dat door optreden van verweerder het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:141 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-423/DB/OB
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:141
Niet gebleken dat door optreden van verweerder het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2002:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1841
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2002
- ECLI:NL:TGZREIN:2002:1
KNO arts wordt verweten door zoon overleden patiënt: 1. niet (tijdig) stellen van juiste diagnose, 2. niet onderkennen van urgente situatie, 3. onvoldoende informeren, klachten niet serieus genomen, 4. 12 weken lang second opinion afgewezen, 5. niet reageren op verzoek huisarts tot gesprek. 1+ 2 gegrond, missen juiste diagnose (maligne otitis externa) is niet doorslaggevend, wel onvoldoende nemen van regie, verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar niet waar gemaakt zeker nu arts zelf al eerder aan diagnose dacht, onvoldoende stevige professionele rol, 3+4 op onderdelen gegrond, onvoldoende, onduidelijke verslaglegging waardoor handelen niet kan worden beoordeeld voor wat betreft geven informatie en overleg in MDO, second opinion op medisch inhoudelijke gronden onjuiste en zinloze verwijzing, 5. ongegrond. Berisping, onvoldoende inzicht en reflectie.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:142 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-432/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:142
Zaak inzake herberekening kinderalimentatie onvoldoende voortvarend behandeld door deze pas twee maanden na het eerste gesprek door te geleiden naar de behandelende kantoorgenoot. Ten onrechte niet gewezen op de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand en de mogelijkheid van peiljaarverlegging. Gelet op het geringe belang van de zaak en de te verwachten (hoge) (advocaat)kosten had van de advocaat mogen worden verwacht dat hij zijn cliënt had voorgehouden dat het wellicht verstandiger was een schikking te betrachten dan wel te voldoen aan de vordering. Dat, zoals de advocaat stelt, een schikking met de wederpartij is betracht, is niet gebleken. Declaraties van de advocaat staan niet in verhouding tot het belang van de zaak en mede op grond daarvan excessief.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:138 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-495/DB/OB/D
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:138
Voortdurende en hinderlijke gedragingen van verweerder in de privésfeer die absoluut ongeoorloofd zijn. In het midden kan blijven hoe deze feiten strafrechtelijk kunnen worden gekwalificeerd. Vertrouwen in de advocatuur en in de eigen beroepsuitoefening geschaad en gehandeld in strijd met de kernwaarden van de advocatuur. Toezegging niet nagekomen. Dekenbezwaar gegrond. Voorwaardelijke schorsing 12 weken. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn ex art. 8a lid 3 tot twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/206VP
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:128
Klager vindt dat verweerster, diabetesverpleegkundige, zijn diabetes onvoldoende heeft begeleid tijdens zijn chemokuur, waardoor een gevaarlijks situatie is ontstaan. Verweerster heeft de klachtonderdelen betwist. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-062
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:160
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Niet is vast komen te staan dat de gz-psycholoog onvoldoende zorg heeft verleend aan de cliënt van klager. Dat verweerster ondanks haar toezegging vergat om een afschrift van de resultaten van een psychologisch onderzoek naar klager te sturen verdient niet de schoonheidsprijs, maar is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk gegrond verwijt, mede gezien het feit dat het rapport bij eerste navraag door klager alsnog aan hem is verzonden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/323500 KL RK 17-96
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 18-10-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:39
Klager verwijt de notaris dat hij bij zijn werkzaamheden in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap, in ieder geval in schijn, heeft gehandeld in strijd met de notariële onafhankelijkheid en onpartijdigheid zoals neergelegd in artikel 17 Wna. De kamer overweegt dat de stichting is opgericht in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster, bij welke afwikkeling de notaris in zijn functie als notaris betrokken was. Zijn benoeming als bestuurder kwam voort uit zijn functie als notaris. In zijn functie als bestuurder heeft hij één certificaat aan zichzelf uitgegeven. Met het aanvaarden van het certificaat ontstond voor de notaris een economische gerechtigdheid tot het vermogen van de stichting. Doordat de notaris certificaathouder werd, heeft hij zichzelf in de positie gebracht dat hij in privé een economisch belang kreeg in de nalatenschap waarbij hij als notaris betrokken was. Er kon geen sprake meer zijn van dienstverlening zonder eigen belang. Hierdoor konden zijn cliënten benadeeld worden. De kamer acht dit tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat de notaris aldus in strijd heeft gehandeld met de onpartijdigheid en onafhankelijkheid zoals neergelegd in artikel 17 Wna. Met betrekking tot de op te leggen maatregel overweegt de kamer dat te allen tijde op de onpartijdige en onafhankelijke positie van de notaris moet kunnen worden vertrouwd. Ter zitting heeft de notaris geen blijk gegeven de klachtwaardigheid van zijn handelen te zien. Het handelen van de notaris toont aan dat de notaris onvoldoende besef heeft van de hoge eisen die de maatschappij aan het notariaat stelt. Daarom acht de kamer het niet langer verantwoord dat de notaris zijn ambt voortzet. Gezien deze feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van ontzetting uit het ambt passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/160
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:122
De klacht houdt in dat de bedrijfsarts onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld door onder andere geen juiste diagnose te stellen, geen FML op te maken en haar onheus te bejegenen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-057
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:161
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is in haar klacht ontvankelijk, omdat de gz-psycholoog als zodanig betrokken is geweest bij het opstellen van het rapport voor de Raad voor de Kinderbescherming. Zij nam als gedragsdeskundige deel aan het mdo en had hierin een consulterende en adviserende rol. De procedure voorziet er echter niet in dat de gz-psycholoog eerst zelf met klaagster en haar dochter in gesprek gaat. De gz-psycholoog heeft erop kunnen vertrouwen dat de informatie die haar verstrekt werd, op juistheid berust. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/163
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:123
Klager verwijt de bedrijfsarts het doorsturen van zijn medische gegevens, zonder dat hij daar toestemming voor heeft gegeven. Tevens verwijt hij de arts dat hij zich onterecht heeft uitgegeven als bedrijfsarts. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-140
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:162
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Er was nog geen sprake van een reeds gestelde diagnose, er is dus geen verkeerde diagnose gesteld en verstrekt aan de nieuwe behandelaars van klager. De rol van de gz-psycholoog was overigens beperkt tot het beoordelen van de brief en het medeondertekenen daarvan. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 059/2018
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:166
Klacht tegen verzekeringsarts in letselschadezaak. Klaagster verwijt verweerder obstructie en het doorduwen van zijn mening. Handelen van verweerder verdedigbaar. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-124
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:156
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Het College is van oordeel dat de huisarts niet geheel heeft gehandeld volgens het stappenplan van de KNMG Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld door stap 3, een gesprek met klager, over te slaan. De huisarts heeft erkend dat zij fout heeft gehandeld door klager geen inzage te verstrekken in het medisch dossier van zijn minderjarige dochter, omdat klager als “vader met gezag”recht heeft op inzage. Er bestaat geen recht van klager en dus ook geen plicht voor de huisarts om in het medisch dossier van de dochter van klager een aantekening te maken dat het onderzoek van Veilig Thuis (kennelijk) niet heeft geleid tot de conclusie dat sprake is geweest van kindermishandeling (door klager). Waarschuwing, klacht is deels afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/055
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:124
Klaagster dient een klacht in tegen drie artsen die zijn betrokken bij haar behandeling tegen kanker rondom de plasbuis. Klaagster verwijt de artsen nalatig gedrag, waardoor zij geen normaal leven meer kan leiden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 179/2018
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:167
Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Verweerster is met haar handelen binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening gebleven. Verweerster heeft op verzoek van de administratie aan klager een mededeling gedaan omtrent de nota van een andere afdeling (het CCT) en zijn reactie teruggemeld aan de administratie. Het college oordeelt dat op verweerster niet de plicht rustte zelf inhoudelijk terug te komen op de totstandkoming van het bedrag op de nota(‘s).
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-088
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:157
Gegronde klacht tegen een huisarts. Het zoontje van klaagster is één dag na het bezoek aan de huisarts overleden. Met klaagster was afgesproken dat de huisarts de toestand van haar zoon twee dagen na het bezoek aan de huisarts opnieuw zou beoordelen en zij contact op kon nemen als het eerder slechter zou gaan. Het College acht het geloofwaardig dat klaagster een dag later telefonisch contact heeft opgenomen met de praktijk, ondanks dat dit niet door de assistente is genoteerd. Hoewel de reactie van de assistent (verwijzing naar spreekuur volgende dag en niet noteren) mogelijk niet aan de huisarts is toe te rekenen, acht het College het wel verwijtbaar dat de huisarts in haar praktijkvoering urgente signalen van patiënten niet kan doorkrijgen. Door tijdens het consult een dergelijk vangnetbeleid af te spreken, maar dit niet vast te leggen c.q. te organiseren was dit voor de assistente wellicht niet duidelijk. Dit is de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daarnaast heeft de huisarts geen blijk gegeven van lering uit de evaluatie van het gebeuren. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/054
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:125
Klaagster dient een klacht in tegen drie artsen die zijn betrokken bij haar behandeling tegen kanker rondom de plasbuis. Klaagster verwijt de artsen nalatig gedrag, waardoor zij geen normaal leven meer kan leiden. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:136 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-496/DB/OB
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:136
Verweerder heeft zich binnen de proeftijd schuldig gemaakt aan een in art. 46 Advocatenwet bedoelde gedraging. De raad gelast ex art. 48e Advocatenwet de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk aan verweerder opgelegde schorsing voor de duur van een week.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 123/2018
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:168
Klacht tegen huisarts ongegrond. Patiënte deed veelvuldig beroep op de huisarts en op de praktijk. Huisarts heeft voldoende maatwerk geboden en zich voldoende toegankelijk opgesteld. Ook ten aanzien van (de wijze van) de beëindiging van de behandelrelatie is de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-090
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:158
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het zoontje van klaagster is twee dagen na het bezoek aan de huisarts (van de huisartsenpost) overleden. Het College is van oordeel dat de huisarts tijdens het consult voldoende en adequaat onderzoek heeft gedaan en op basis hiervan tot zijn beleid heeft kunnen komen. Er was geen reden om nader onderzoek te doen of de zoon van klaagster op dat moment in te sturen. Daarnaast heeft de huisarts gezorgd voor een vangnet door klaagster te vertellen dat zij zich moest wenden tot de eigen huisarts als de klachten zouden verergeren. Het verwijt van klaagster dat de huisarts tekort is geschoten in de zorg die hij had moeten verlenen aan haar zoon is daarom ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/194VP
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:126
Klaagster verwijt verweerster dat zij een verklaring heeft afgegeven over haar, gebaseerd op de verhalen van haar ex-partner, terwijl zij haar nooit heeft ontmoet. Ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:137 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-436/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:137
Behandeling van een verzoek tot herberekening kinderalimentatie heeft onnodig lang geduurd; pas twee en een halve maand nadat was gebleken dat de draagkracht van de cliënt aanzienlijk was verminderd financiële gegevens bij de wederpartij opgevraagd en ook nadat de wederpartij op korte termijn had gereageerd heeft de behandeling van de zaak onnodig lang geduurd. Zonder overleg uitbesteden van een alimentatieberekening aan een alimentatiebureau door als specialist geafficheerde advocaat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ten onrechte niet gewezen op de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand en de mogelijkheid van peiljaarverlegging. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-092
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:159
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De verschillende klachtonderdelen vormen een opsomming van bezwaren tegen de psychiatrie in het algemeen en tegen de behandeling door de gz-psycholoog in het bijzonder. De door klager genoemde bezwaren zijn op geen enkele wijze onderbouwd. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/195VP
- Datum publicatie: 23-10-2018
- Datum uitspraak: 23-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:127
Verweerder was als nachtverpleegkundige werkzaam bij de instelling waar klager Geneesheer- directeur is. Klager verwijt de verpleegkundige - zakelijke weergeven - dat hij gedurende lange tijd op eigen initiatief en zonder recept van de behandelend psychiater medicatie (uit de voorraad afdeling) heeft verstrekt aan een patiënt. Gegrond, (voorwaardelijke )schorsing inschrijving register
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:74 Accountantskamer Zwolle 18/1114 Wtra AK
- Datum publicatie: 22-10-2018
- Datum uitspraak: 22-10-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:74
Niet aannemelijk geworden dat de aangeklaagde accountant daadwerkelijk betrokken is geweest bij de werkzaamheden c.q. gedragingen waarover geklaagd is, noch dat de accountant daarvoor tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid draagt. Klacht daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335228 KL RK 18-44
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:38
De klacht heeft betrekking op de weigering van de notaris om de in depot gehouden waarborgsom aan klaagster uit te betalen. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard en hiertoe het volgende overwogen. In artikel 10 van de akte van levering zijn de voorwaarden voor uitbetaling van het depot opgenomen. In dat artikel is bepaald dat als verkoopster op 1 maart 2018 niet aan haar verplichtingen zou hebben voldaan, klaagster gerechtigd was om voor rekening en risico van verkoopster de tekortkomingen alsnog door een derde te doen laten herstellen en dat de waarborgsom aan klaagster zou worden terugbetaald. Tussen partijen staat niet ter discussie dat verkoopster op 1 maart 2018 haar verplichtingen ten aanzien van klaagster nog niet volledig was nagekomen. De notaris was hiervan op de hoogte. Op grond van de letterlijke tekst van artikel 10 zou de notaris dan ook in beginsel tot uitbetaling van het depot aan klaagster moeten overgaan. De notaris was echter op de hoogte van het feit dat verkoopster zich beriep op overmacht en was daardoor in twijfel geraakt aan wie hij de gelden moest uitbetalen. Gelet op het feit dat het bepaald niet ondenkbaar is dat een beroep op overmacht in een procedure tussen klaagster en verkoopster zou slagen dan wel een beroep van klaagster op artikel 10 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou worden geacht, acht de kamer het niet verwijtbaar dat de notaris in twijfel is geraakt aan wie de depotgelden moeten worden uitbetaald en daarom het depot onder zich heeft gehouden. De kamer is daarom van oordeel dat de notaris niet klachtwaardig heeft gehandeld door de waarborgsom vooralsnog niet aan klaagster uit te betalen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 107/2018
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 19-10-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:163
Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster bezocht verweerster voor een vrijwillig consult. verweerster heeft ten onrechte over dit consult gerapporteerd aan de werkgever. Verder heeft verweerster klaagster niet voldoende gelegenheid gegeven om haar verhaal te doen. . De klacht is gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/095
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 19-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:121
Klager verwijt verweerder dat hij zijn moeder palliatief heeft gesedeerd terwijl zijn moeder daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 173/2018
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 19-10-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:164
Klacht tegen KNO arts betreffende de uitvoering van een conchacaustiek . Klaagster verwijt verweerder dat hij de ingreep niet op een operatiekamer heeft uitgevoerd, dat hij haar veel pijn heeft gedaan, dat de tampons de vergroeiingen hebben doorgebroken en dat zij na de ingreep ziek is geworden. Het college is van oordeel dat verweerder niet verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 115/2018
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 19-10-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:165
Klacht tegen GZ-psycholoog. Kern van de klacht: onvoldoende hulp. Goede samenwerking met klaagster niet haalbaar echter verweerster niet tekortgeschoten in zorgplicht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-468/DH/DH
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 17-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:232
Voorzittersbeslissing. Klacht ingediend na de vervaltermijn en aldus niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329765 KL RK 17-189 C/05/329767 KL RK 17-190
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 10-10-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:36
De klacht is op meerdere onderdelen gegrond verklaard. De kamer rekent het de oud-notaris met name zwaar aan dat hij de geldleningsakte heeft gepasseerd, terwijl die akte ontegenzeggelijke onjuistheden bevat. De oud-notaris had de akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de oud-notaris dat hij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. Een vermelding van een feit dat in strijd met de werkelijkheid is, tast de geloofwaardigheid van en daarmee het vertrouwen in het notariaat aan. Akten van een notaris mogen nooit feitelijke onjuistheden bevatten. Een notaris heeft in te staan voor de deugdelijkheid van de door hem verleden akten. Met zijn handelen heeft de oud-notaris een kernwaarde, namelijk het bewaken van de rechtszekerheid, aangetast. Hierdoor is het vertrouwen in het notarisambt aangetast. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel is rekening gehouden met de samenhang van onderhavige zaak met de zaak met nummer C/05/329777 / KL RK 17-191. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329777 KL RK 17-191 C/05/329779 KL RK 17-192 C/05/329780 KL RK 17-193
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 10-10-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:37
Klager verwijt de oud-notaris dat hij heeft bijgedragen aan het laten ontstaan van onduidelijkheid over diens betrokkenheid bij de Stichting, welke op zijn kantooradres was gevestigd, en bij de bank, welke ook op zijn kantooradres zou zijn gevestigd. De kamer overweegt dat het in casu ging om een voor de oud-notaris onbekende buitenlandse bank. De medebestuurder van de Stichting, mevrouw [ A ], heeft het briefpapier van de bank gebruikt om de brief van 3 oktober 2014 aan [ X ] op te stellen. Op die brief staat het kantooradres van de notarissen als administratieve zetel van de bank vermeld. De oud-notaris heeft de brief namens mevrouw [ A ] ondertekend. De brief maakte onderdeel uit van de offerte die de Stichting aan [ X ] heeft aangeboden. De offerte is door de oud-notaris als bestuurder van de Stichting ondertekend. Gelet op deze omstandigheden had het op de weg van de oud-notaris gelegen om de identiteit van de bank nader te onderzoeken. Nu hij dit heeft nagelaten, heeft de oud-notaris niet de zorgvuldigheid betracht die van hem verwacht had mogen worden. De klacht is daarom gegrond. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel is rekening gehouden met de samenhang van onderhavige zaak met de zaak met nummer C/05/329765 / KL RK 17-189. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/211
- Datum publicatie: 19-10-2018
- Datum uitspraak: 19-10-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:120
Klager dient de klacht in namens zijn overleden vader. Klager verwijt verweerster dat zij het dossier van patiënt niet goed heeft bekeken, bij overname van de praktijk. Tevens verwijt hij haar de dosering van medicatie niet goed heeft aangepast en zijn vader op onjuiste wijze heeft laten stoppen met medicatie. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1869
- Datum publicatie: 18-10-2018
- Datum uitspraak: 18-10-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:76
Arts. Patiënt met alvleesklierkanker bij wie curatieve behandeling was gestaakt. Klacht: a) behandelrelatie aangegaan en patiënt in pre-terminale fase valse hoop gegeven op genezing (gegrond); b) adequate medische zorg ontbrak (gegrond); c) foutieve en niet passende medische adviezen gegeven en medische zorg onthouden (gedeeltelijk gegrond); d) arts had noodzakelijke zorg moeten inroepen (gegrond); e) patiënt heeft onnodige lijdensweg en mensonterend levenseinde moeten doormaken (gedeeltelijk gegrond). College: behandelrelatie ontstaan, valse hoop op genezing gegeven door OPL infuustherapie als mogelijkheid voor genezing voor te houden, terwijl er geen wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit van deze therapie, geen adequate zorg en patiënt heeft onnodige lijdensweg moeten doormaken. Ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Geen inzicht in eigen handelen. College ontzegt verweerder het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331428 KL RK 17-214
- Datum publicatie: 18-10-2018
- Datum uitspraak: 10-10-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:33
De klacht is op meerdere onderdelen gegrond verklaard. De kamer rekent het de oud-notaris met name zwaar aan dat hij de geldleningsakte heeft gepasseerd, terwijl die akte ontegenzeggelijke onjuistheden bevat. De oud-notaris had de akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de oud-notaris dat hij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. Een vermelding van een feit dat in strijd met de werkelijkheid is, tast de geloofwaardigheid van en daarmee het vertrouwen in het notariaat aan. Akten van een notaris mogen nooit feitelijke onjuistheden bevatten. Een notaris heeft in te staan voor de deugdelijkheid van de door hem verleden akten. Met zijn handelen heeft de oud-notaris een kernwaarde, namelijk het bewaken van de rechtszekerheid, aangetast. Hierdoor is het vertrouwen in het notarisambt aangetast. In de beslissing van de kamer met kenmerk C/05/329765 KL RK 17-189 legt de kamer de oud-notaris de maatregel op van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken. Die maatregel heeft betrekking op dezelfde gedragingen van de oud-notaris als die aan de orde zijn gesteld in onderhavige klacht. Gelet op de verwevenheid van beide zaken, zal de kamer in onderhavige zaak aan de oud-notaris geen maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331438 C/05/331439 C/05/331440
- Datum publicatie: 18-10-2018
- Datum uitspraak: 10-10-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:34
Klager verwijt de oud-notaris dat hij heeft bijgedragen aan het laten ontstaan van onduidelijkheid over diens betrokkenheid bij de Stichting, welke op zijn kantooradres was gevestigd, en bij de bank, welke ook op zijn kantooradres zou zijn gevestigd. De kamer overweegt dat het in casu ging om een voor de oud-notaris onbekende buitenlandse bank. De medebestuurder van de Stichting, mevrouw [ A ], heeft het briefpapier van de bank gebruikt om de brief van 3 oktober 2014 aan [ X ] op te stellen. Op die brief staat het kantooradres van de notarissen als administratieve zetel van de bank vermeld. De oud-notaris heeft de brief namens mevrouw [ A ] ondertekend. De brief maakte onderdeel uit van de offerte die de Stichting aan [ X ] heeft aangeboden. De offerte is door de oud-notaris als bestuurder van de Stichting ondertekend. Gelet op deze omstandigheden had het op de weg van de oud-notaris gelegen om de identiteit van de bank nader te onderzoeken. Nu hij dit heeft nagelaten, heeft de oud-notaris niet de zorgvuldigheid betracht die van hem verwacht had mogen worden. De klacht is daarom gegrond. In de beslissing van de kamer met kenmerk C/05/329777 KL RK 17-191 legt de kamer de oud-notaris de maatregel op van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken. Die maatregel heeft betrekking op dezelfde gedragingen van de oud-notaris als die aan de orde zijn gesteld in onderhavige klacht. Gelet op de verwevenheid van beide zaken, zal de kamer in onderhavige zaak aan de oud-notaris geen maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335147 KL RK 18-42
- Datum publicatie: 18-10-2018
- Datum uitspraak: 10-10-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:35
Klager verwijt de oud-notaris dat hij zijn onafhankelijkheid, zijn onderzoeksplicht en zijn zorgvuldigheidsplicht heeft geschonden. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard. Deze gegrondverklaringen zien op meerdere normschendingen, die de oud-notaris naar het oordeel van de kamer zwaar aangerekend moeten worden. Met name het feit dat de oud-notaris zijn onafhankelijkheid heeft geschonden door zowel als secretaris van de Stichting en tevens als notaris op te treden en het ten onrechte bij partijen gewekte vertrouwen, rekent de kamer de oud-notaris zwaar aan. Gelet op de ernst van de normschendingen zou in beginsel ontzetting uit het ambt een passende maatregel zijn. Op basis van de specifieke omstandigheden van het geval ziet de kamer aanleiding om de oud-notaris geen maatregel op te leggen. De kamer licht die specifieke omstandigheden als volgt toe. De oud-notaris is de leeftijdsgrens als bedoeld in artikel 14 lid 1 Wna inmiddels gepasseerd. De oud-notaris oefent sinds 1 februari 2016 het notarisambt niet meer uit en is evenmin als kandidaat-notaris werkzaam. De oud-notaris zal – gelet op zijn leeftijd – evenmin in de toekomst nog als (kandidaat)notaris werkzaam zijn. Daarnaast weegt mee dat de kamer in de met deze klacht samenhangende zaken met zaaknummers C/05/329765 / KL RK 17-189 en C/05/329777 / KL RK 17-191 aan de oud-notaris de maatregel van schorsing in het ambt voor de duur van twee maal zes weken heeft opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/72
- Datum publicatie: 18-10-2018
- Datum uitspraak: 16-10-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:61
Klacht tegen huisarts. Zoon van overleden patiënt maakt verweerster diverse verwijten rondom de zorg voor zijn vader (patiënt) in de laatste periode van diens leven. Zo zou verweerster niet alleen geen euthanasie hebben willen verrichten bij patiënt maar evenmin hem willen verwijzen naar een andere arts die dat wel zou willen. Ook heeft verweerster in de optiek van klager diverse steken laten vallen in de medische zorgverlening aan patiënt, met als gevolg dat hij onnodig veel pijn heeft geleden in de laatste fase van zijn leven. Het college acht geen aanknopingspunten aanwezig voor de juistheid van de stellingen van klager. In tegendeel: alles wijst erop dat verweerster in voornoemde opzichten zeer zorgvuldig heeft gehandeld jegens patiënt. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-043b
- Datum publicatie: 16-10-2018
- Datum uitspraak: 16-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:153
Deels gegronde klacht tegen een internist. De internist heeft op basis van de klachten van het hangende ooglid en het doffe gevoel in de wang van klaagster- waarover de internist door de dienstdoende arts van de SEH was geïnformeerd- ten onrechte niet ingezet op aanvullend neurologisch onderzoek. De klachten hadden verder moeten worden onderzocht door ofwel aanvullend neurologisch onderzoek door de internist of een neuroloog, ofwel door de dienstdoende arts van de SEH. Het had op de weg van de internist (als supervisor) gelegen zich een beter beeld te vormen van met name de neurologische toestand van klaagster. Daarmee is de klacht van klaagster, dat de internist onterecht heeft afgezien van een persoonlijk onderzoek en dat zij de ernst van de toestand van klaagster op dat desbetreffende moment heeft miskend, gegrond. De overige klachten zijn ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329945 / KL RK 17-197
- Datum publicatie: 16-10-2018
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:32
De kamer is van oordeel dat uit deze in het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland opgenomen vaststaande feiten blijkt dat het van tevoren de opzet van klager en [X] is geweest dat de aandelen van klager in [Z] zouden worden overgedragen aan een vennootschap waarvan [X], of een door hem naar voren geschoven persoon, formeel de bestuurder en aandeelhouder zou worden en klager zeggenschap zou houden in deze vennootschap door middel van een door de nieuwe aandeelhouder te verlenen volmacht aan zijn moeder. Dit betekent dat klager al vóór de aandelenoverdracht eind oktober 2013 ervan op de hoogte was dat niet een willekeurige derde, maar [X] de UBO van de kopende vennootschap zou kunnen worden. De kamer stelt voorts vast dat het tijdens de zitting door de gemachtigde van de notaris gevoerde verweer dat klager van meet af aan heeft beoogd dat [X] de UBO van de kopende vennootschap zou worden, vervolgens niet meer door de gemachtigde van klager is bestreden.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-043c
- Datum publicatie: 16-10-2018
- Datum uitspraak: 16-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:154
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts was destijds werkzaam als dienstdoende arts (in opleiding tot huisarts) bij de SEH. Niet valt de huisarts te verwijten dat zij de diagnose GBS niet heeft gesteld. Naar het oordeel van het College heeft de huisarts op basis van de klachten van het hangende ooglid en het doffe gevoel in de wang van klaagster- waarover zij met haar supervisor telefonisch overleg heeft gevoerd- ten onrechte niet ingezet op aanvullend neurologisch onderzoek. De klachten hadden verder moeten worden onderzocht door ofwel aanvullend neurologisch onderzoek door de huisarts of een neuroloog, ofwel de supervisor. In deze fase van de opleiding had de huisarts bij het constateren van mogelijke uitval van een of meer hersenzenuwen een volledig neurologisch onderzoek moeten doen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/38
- Datum publicatie: 16-10-2018
- Datum uitspraak: 16-10-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:59
Klacht tegen KNO-arts. Klager, bekend met diverse klachten in het KNO-gebied, is door verweerder geopereerd ter verbetering van de neuspassage. De operatie bestond uit een drietal ingrepen. Aangezien klagers neus iets veranderd is en klager nog steeds last heeft van hyperreactiviteit wil hij een neuscorrectie ondergaan. De verzekering wil deze operatie echter niet vergoeden. Ook het ziekenhuis waar verweerder verwerkt is niet voornemens de operatie te vergoeden. Klager verwijt verweerder dat deze zonder informed consent een drietal operatieve ingrepen bij hem heeft verricht zonder dat deze het beoogde resultaat hadden. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat er geen informed consent zou zijn geweest en evenmin dat de operatie niet het beoogde resultaat heeft gehad. De operatie had als doel de neuspassage te verbeteren en dat doel is bereikt. Dat de hyperreactiviteit niet verholpen kon worden door middel van de operatie, is van te voren met klager besproken. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-036
- Datum publicatie: 16-10-2018
- Datum uitspraak: 16-10-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:155
Kennelijk ongegronde klacht tegen een maag-darm-leverarts. Uit het medisch dossier blijkt dat klaagster door de maag-darm-lever-arts wel lichamelijk is onderzocht. Het College kan het beleid van de maag-darm-lever-arts, het opnieuw voorschrijven van medicatie en bij aanhoudende klachten aanvullend diagnostisch onderzoek, volgen. Dat jaren later in 2018 blijkt dat sprake was van een ileus staat in een te ver verwijderd verband met het handelen van de maag-darm-lever-arts in 2014. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/67
- Datum publicatie: 16-10-2018
- Datum uitspraak: 16-10-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:60
Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster heeft met verweerder tijdens het preoperatieve gesprek afgesproken dat hij algehele anesthesie zou toepassen bij de operatie die zij zou ondergaan. Vlak voor de operatie besprak verweerder met klaagster dat zijn voorkeur toch uitging naar spinale anesthesie. Klaagster kreeg spinale anesthesie en hield diverse klachten na de operatie. Zij verwijt verweerder dat hij zonder noodzaak, op een moment waarop het voor haar als patiënt te laat was om nog een weloverwogen afweging of keuze te maken, besloot af te wijken van de afgesproken wijze van anesthesie. Het college deelt dit standpunt. Klacht gegrond, waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 397
- Pagina: 398
- Pagina: 399
- ...
- Pagina: 951
- Volgende pagina zoekresultaten