ECLI:NL:TGZRSGR:2018:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-092

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2018:159
Datum uitspraak: 23-10-2018
Datum publicatie: 23-10-2018
Zaaknummer(s): 2018-092
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De verschillende klachtonderdelen vormen een opsomming van bezwaren tegen de psychiatrie in het algemeen en tegen de behandeling door de gz-psycholoog in het bijzonder. De door klager genoemde bezwaren zijn op geen enkele wijze onderbouwd. Klacht afgewezen.  

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A,

verblijvende te B,

klager,

tegen:

C, psychiater

werkzaam te D,

verweerder,

1.            Het verloop van de procedure

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift, ontvangen op 13 april 2018,

- het aanvullend klaagschrift, ontvangen op 9 mei 2018,

- het verweerschrift, ontvangen op 13 juni 2018,

- de repliek, ontvangen op 28 juni 2018,

- de brief van klager, ontvangen op 8 augustus 2018.

1.2       Er heeft geen mondeling vooronderzoek plaatsgevonden.

1.3       Het College heeft de klacht op 12 september 2018 in raadkamer behandeld.  

2.           De feiten

Klager is gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (verder: PPC) van de

Penitentiaire Inrichting D. Sinds februari 2017 is hij in behandeling bij verweerder, die als psychiater aan het PPC verbonden is.

3.           De klacht

De klacht bestaat uit verschillende onderdelen, die – zakelijk weergegeven en kort samengevat – als volgt luiden:

1)         Binnen de psychiatrie houdt men zich bezig met fascisme, polarisatieveld fraude, Apha Beta modulatie, een vorm van Duplex JVC en Doppler Sonar;

2)         Patiënten worden in de psychiatrie chemisch gecastreerd en gesteriliseerd door gebruik van het middel Zyprexa (olanzapine);

3)         Klager klaagt over fraude, een poging tot moord via de huisarts en het veroorzaken van diabetes en alvleesklierkanker met het middel Zyprexa (olanzapine);

4)         Klager klaagt over het plegen van meineed met valse diagnoses, zoals schizofrenie.

4.        Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.        De beoordeling

5.1       Het College zal de verschillende klachtonderdelen, gelet op de inhoud en de onderlinge samenhang, gezamenlijk beoordelen.

5.1       Het College stelt vast dat de verschillende klachtonderdelen een opsomming vormen van bezwaren tegen de psychiatrie in het algemeen en, zo begrijpt het College, tegen de behandeling door verweerder in het bijzonder. Verweerder is bekend met de bezwaren van klager en heeft schriftelijke toegelicht dat klager, ondanks deze bezwaren instemt met het medicatiebeleid en de begeleidingsafspraken. Klager, die gediagnosticeerd is met schizofrenie, heeft vaste afdelingsmentoren en wordt wekelijks besproken in het multidisciplinair overleg van de afdeling; iedere 3 maanden vindt bespreking plaats van het behandelplan in aanwezigheid van klager. Het College heeft verder vastgesteld dat de door klager genoemde bezwaren op geen enkele wijze zijn onderbouwd en kan meegaan in de interpretatie van verweerder zijn algemene aversie en verzet tegen de psychiatrie geïnduceerd wordt door zijn

psychotische achterdocht en waanachtige gedachteninhoud. Op grond van de stukken is het College van oordeel dat geen sprake is van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Ook aan de andere opmerkingen van klager gaat het College voorbij, ofwel omdat de relevantie daarvan voor de klacht ontbreekt ofwel omdat verweerder deze heeft bestreden en enig verwijt niet valt vast te stellen.

Om bovenstaande redenen zal de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

6.       De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

wijst de klacht af.

Deze beslissing is gegeven door R.A. Dozy, voorzitter, E.P. de Beij, lid-jurist, M. Bezemer, A.M. van Hemert en N.G. Hartwig leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.C. Zandman, secretaris en uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2018.

voorzitter                                                                                          secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezond­heidszorg door:

a.         de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b.         degene over wie is geklaagd;

c.         de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroep­schrift wordt ingezon­den bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcolle­ge voor de Gezondheidszorg te

Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.