Zoekresultaten 12751-12800 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-633/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over cassatieadvocaat deels kennelijk niet-ontvankelijk ivm ne bis in idem en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2183-A2021/003

    Klaagster verwijt verweerster, tandarts, haar kaak te hebben gebroken bij het trekken van een kies. Dat de kaak gebroken is destijds, is echter niet komen vast te staan. Verder verwijt klaagster verweerster dat zij een declaratie heeft gestuurd voor een prothese, terwijl enkel haar eigen brugprothese is aangepast, alsmede dat ze onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling en de risico's. Het college overweegt dat verweerster juist heeft gedeclareerd en dat het verweerster niet in gebreke is gebleven wat betreft de informatievoorziening. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-153/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-632/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over cassatieadvocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-628/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk, omdat er over klachtonderdelen eerder al is geklaagd of in eerdere klachtzaken geklaagd had kunnen worden. De klacht is op een onderdeel kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-634/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over cassatieadvocaat deels kennelijk niet-ontvankelijk ivm ne bis in idem en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:170 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210151

    Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring van beroep in voorzittersbeslissing. De gronden van verzet, die zien op klagers gezondheid, blijven voor zijn risico. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210167

    Beklag tegen beslissing geen advocaat aan te wijzen (art. 13). Klager wil een cassatieadvocaat aangewezen krijgen voor de procedure van sprongcassatie bij de hoge raad in drie verschillende zaken. De deken heeft dit verzoek volgens het hof op goede gronden afgewezen, omdat in de zaken van klager geen sprongcassatie openstaat. In de eerste zaak is een schikking getroffen, in de tweede zaak is niet gebleken dat sprongcassatie openstaat tegen het vonnis van de rechtbank en in de derde zaak beschikt het hof over onvoldoende stukken waaruit zou blijken wat de stand van zaken is dan wel of een rechtsmiddel openstaat. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2070-2020/170

    Klaagsters dienen een klacht in tegen een internist over de behandeling van wijlen hun vader met het verwijt dat zij zonder overleg met hun vader het behandelplan heeft gewijzigd met betrekking tot de total bodyscans. Verweerster betwist de klacht; zij stelt dat het laten maken van een scan van het gehele skelet niet als zinvolle diagnostiek wordt beschouwd, maar dat zij vanwege omstandigheden begrip had voor deze wens van de vader van klaagsters en in overleg met de radioloog bereid is geweest tot het maken van scans van het gehele skelet, die ook daadwerkelijk zijn gemaakt. Bij de laatste twee keer is echter geen total body scan gemaakt . Verweerster heeft de vader van klaagsters geprobeerd uit te leggen hoe dat heeft kunnen gebeuren; zij heeft niet het behandelplan gewijzigd, aldus verweerster. Zij betwist dat haar van het niet maken van een total bodyscan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het college verklaart de klacht (kennelijk) ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210202

    Verzoek om aanwijzing advocaat (art. 13). De deken heeft het verzoek van klager op goede gronden afgewezen nu de door klager gewenste procedure evident kansloos is. Klager wil namelijk een vordering van 75 miljoen euro instellen tegen de GGZ vanwege onvrijwillige opname. De enkele opname zonder nadere toelichting levert geen vorderingsrecht op. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200274 en 200275

    Klacht tegen een advocaat die in opdracht van een accountantskantoor twee rapporten heeft opgesteld ten behoeve van DNB (opdrachtgever accountantskantoor) en een klacht tegen het kantoor van de advocaat. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de klacht tegen het kantoor faalt. Het hof overweegt dat het verweten gedrag de bestuursleden van het kantoor niet kan worden aangerekend en gesteld noch gebleken is dat de klacht verband houdt met de organisatie van het kantoor. Ook komen twee klagers op tegen hun niet-ontvankelijkverklaring wegens onvoldoende rechtstreeks eigen belang en dit beroep slaagt. Het hof overweegt dat de uitlatingen in het rapport ook op hen zien en zij daarmee een rechtstreeks eigen belang hebben.De advocaat in deze zaak heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, doordat zij (met een wiskundige van EY) twee rapporten op briefpapier van EY mede heeft opgesteld zonder daarin duidelijk te maken door wie het rapport is opgesteld, welke rol de opstellers vervullen en aan de hand van welke maatstaven het rapport is opgesteld. In dit verband is van belang dat het rapport op briefpapier van het accountantskantoor is opgesteld en daaraan in het maatschappelijk verkeer dus een algemeen (objectief) gezag wordt ontleend gezien de normen en beginselen die gelden binnen de accountancy (terwijl bij het rapport geen accountant betrokken is geweest). Dat verweerster voormelde informatie en relativeringen in een losse brief heeft vermeld bij het rapport, doet niet ter zake omdat de brief geen onlosmakelijk geheel met het rapport vormt. Verweerster heeft misverstand laten ontstaan over haar hoedanigheid (Regel 9 Gedragsregels 2018). Voor zover verweerster geen hoor-wederhoor heeft toegepast bij het opstellen van rapport I geldt dat dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, omdat expliciet is vermeld dat geen hoor-wederhoor is toegepast waardoor daar geen misverstand over kan bestaan. Voor zover verweerster daarbij heeft meegewerkt aan het gebruik van het rapport in een juridische procedure had zij wel hoor-wederhoor moeten toepassen. Daarbij heeft verweerster in rapport II tendentieuze opmerkingen over paulianeus handelen opgenomen. Nu dit rapport ook anderen dan het subject van het onderzoek betreft en zij niet zijn gehoord, heeft verweerster onzorgvuldig jegens hen gehandeld. In zoverre slaagt het beroep. Aan verweerster is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2042-2020/169

    Klaagsters dienen een klacht in tegen een internist over de behandeling van wijlen hun vader met het verwijt dat hij de klachten van hun vader en de verzoeken om nader onderzoek niet serieus heeft genomen, bij voorbeeld gebruik van chemopillen en het laten maken van een 'total bodyscan. Verweerder stelt dat hij zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Hij heeft met de vader van klaagsters de behandelopties doorgenomen en toegelicht. Besproken werd dat het effect van de radiotherapie zou worden afgewacht voordat eventueel werd gestart met medicatie. Er is gezamenlijk besloten tot een expectatief beleid met verdere follow up en met regelmatige beeldvorming. Als de vader ander onderzoek zou hebben gevraagd dan met hem werd afgesproken, dan zou verweerder dat zeker met de patiënt hebben besproken en in het dossier hebben genoteerd. Het college verklaart de klacht (kennelijk) ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:173 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210146 en 210147D

    Beroep dekenbezwaar en 60b-schorsing. De deken heeft naar voren gebracht dat de ernstige signalen over het functioneren van verweerster als advocaat, haar strafrechtelijke kwaliteit en haar geestelijk welzijn al lange tijd bron van zorg zijn bij politie, openbaar ministerie, rechtspraak, de deken en de coaches. Het hof is van oordeel dat de deken voldoende stappen heeft gezet om tot verbetering van het functioneren van verweerster als advocaat in strafzaken te komen, maar dat deze stappen tevergeefs blijken te zijn geweest. De beroepshouding van verweerster is zodanig dat niet valt te verwachten dat zij ooit als een professioneel en betamelijk advocaat kan handelen. Het ontbreekt verweerster aan inzicht in haar eigen optreden in procedures en fouten die ze heeft gemaakt. Ook ontbreekt het haar aan de wil om te leren van haar fouten. Ondanks het gegeven dat er vele signalen zijn over haar disfunctioneren, blijft zij dit ontkennen en blijft zij vasthouden aan haar eigen realiteit. Dit alles is voldoende grond om verweerster te schrappen van het tableau. Dit is de enige maatregel om potentiële cliënten tegen haar optreden als advocaat te beschermen en er is geen vertrouwen in verbetering. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad met betrekking tot het dekenbezwaar. Schrapping. Opheffing 60b schorsing want bij schrapping zonder effect. Proceskostenveroordeling (ook in eerste aanleg).

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210030W2

    Wraking van de wrakingskamer ongegrond. Schriftelijke afdoening wrakingsverzoek levert geen gegronde vrees op voor twijfel aan de onpartijdigheid van de leden van de wrakingskamer

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210208

    Verzoek om aanwijzing advocaat (art. 13). De deken heeft ondanks herhaalde informatieverzoeken aan klaagster geen duidelijke antwoorden gekregen voor welke procedure klaagster een advocaat wenste, waardoor hij niet tot een behoorlijke beoordeling van het verzoek kon komen. Voor zover klaagster een advocaat wenste om een klacht over de psycholoog en het ziekenhuis in te dienen heeft de deken het verzoek op goede grond afgewezen (geen verplichte procesvertegenwoordiging). Verder heeft de deken een advocaat bereid gevonden om klaagster te helpen haar hulpvraag op een rijtje te zetten. Nu klaagster dit aanbod heeft geweigerd, kan zij de deken niet tegenwerpen dat zij in deze fase het verzoek tot aanwijzing van een advocaat heeft afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210088

    Artikel 13 beklag. De deken heeft het verzoek van klager om op grond van artikel 13 Advocatenwet aan hem een advocaat toe te wijzen afgewezen. Klager wenst bijstand van een advocaat om een procedure te starten tegen de Rabobank. De deken heeft dit verzoek afgewezen omdat de zaak volgens hem onvoldoende kans van slagen heeft. Het is het hof niet duidelijk wat klager de Rabobank concreet verwijt. Het hof is van oordeel dat de deken terecht heeft kunnen concluderen dat de door klager gewenste procedure tegen de Rabobank geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof verklaart het beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210150

    verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring van beroep in voorzittersbeslissing. De gronden van verzet, die zien op klagers gezondheid, blijven voor zijn risico. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2020/05

    Klacht tegen ambulant verpleegkundige GGZ. Klaagster is in maart 2019 in behandeling gekomen bij de instelling waar beklaagde werkzaam is. Vanaf dat moment is beklaagde, als onderdeel van een team hulpverleners, in de hoedanigheid van casemanager betrokken bij de behandeling van klaagster. Vanuit die rol heeft zij maandelijks (meerdere) gesprekken met klaagster gehad. In juli 2020 is klaagster in behandeling gekomen bij een ander team, waarna beklaagde geen betrokkenheid meer heeft gehad bij de behandeling van klaagster. Klaagster voelt zich in de steek gelaten door beklaagde qua zorg en begeleiding. Volgens haar heeft beklaagde minimale zorg verleend en gingen de gesprekken vaak over zeden of intimiteit. Ook heeft zij aangevoerd dat zij haar medicatie te laat kreeg. Uit de rapportages in het elektronisch patiëntendossier blijkt dat beklaagde in de periode dat zij bij de behandeling van klaagster betrokken is geweest regelmatig bij klaagster op bezoek is geweest en gesprekken met klaagster heeft gehad, zowel in persoon als telefonisch. Beklaagde heeft geen afspraken afgezegd en heeft gereageerd op voicemail- en appberichten van klaagster. Uit de rapportages kan niet worden afgeleid dat klaagster niet tevreden was over de wijze waarop/frequentie waarmee zij door beklaagde werd begeleid en evenmin dat beklaagde haar in de steek zou hebben gelaten of enkel minimale zorg zou hebben geleverd. Ook kan niet uit de stukken worden afgeleid dat beklaagde tijdens de gesprekken met klaagster voornamelijk zou hebben gesproken over zeden/intimiteiten. Daarnaast is het college niet gebleken dat medicatie te laat is verstrekt of dat beklaagde ten aanzien van de medicatie een verwijt te maken is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2074-2069a-1

    Vader van door suïcide overleden zoon, maakt verwijten aan gz-psycholoog tevens psychotherapeut over de behandeling van zijn zoon, de overdracht voor waarneming tijdens vakantie, het niet informeren over het onderzoek naar het incident en de melding bij de IGJ, het niet geven van inzage aan klager als nabestaande en de geboden nazorg. Klachtgerechtigheid nabestaande. Beroepsgeheim ten opzichte van de overleden zoon. Processuele impasse door ontbreken patiëntendossier. Inzagerecht voor nabestaanden. Geen zwaarwegend belang. Nazorg fors onder de maat. Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag niet gevolgd. Therapeutische plicht om nazorg te bieden. Deels gegrond. Geen inzicht getoond. Berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:58 Accountantskamer Zwolle 21/384 Wtra AK

    Klacht over optreden accountant als financieel adviseur bij echtscheiding; klacht niet-ontvankelijk. Overschrijding driejaarstermijn als bedoeld in artikel 22, eerste lid, (oud) Wtra. De Accountantskamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klachtonderdelen en zal over de juistheid ervan dan ook geen uitspraak kunnen doen. Of betrokkene dus daadwerkelijk heeft gedaan waarvan klager hem beschuldigt, blijft in het midden.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2074-2069-2

    Vader van door suïcide overleden zoon, maakt verwijten aan gz-psycholoog tevens psychotherapeut over de behandeling van zijn zoon, de overdracht voor waarneming tijdens vakantie, het niet informeren over het onderzoek naar het incident en de melding bij de IGJ, het niet geven van inzage aan klager als nabestaande en de geboden nazorg. Klachtgerechtigheid nabestaande. Beroepsgeheim ten opzichte van de overleden zoon. Processuele impasse door ontbreken patiëntendossier. Inzagerecht voor nabestaanden. Geen zwaarwegend belang. Nazorg fors onder de maat. Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag niet gevolgd. Therapeutische plicht om nazorg te bieden. Deels gegrond. Geen inzicht getoond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2075-20120b

    -

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:196 Raad van Discipline Amsterdam 20-927/A/A

    De klacht komt er in de kern op neer komt dat verweerder, advocaat van de wederpartij van klaagster, zich heeft schuldig gemaakt aan het verstrekken van informatie waarvan hij de onjuistheid kende of kon kennen. De klacht is ongegrond; verweerder mocht afgaan op de informatie die zijn cliënt hem heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2078-2069b

    Vader van door suïcide overleden zoon, maakt verwijten aan gz-psycholoog over de behandeling van zijn zoon, de overdracht voor waarneming tijdens vakantie, het niet informeren over het onderzoek naar het incident en de melding bij de IGJ, het niet geven van inzage aan klager als nabestaande en de geboden nazorg. Klachtgerechtigheid nabestaande. Beroepsgeheim ten opzichte van de overleden zoon. Processuele impasse door ontbreken patiëntendossier. Inzagerecht voor nabestaanden. Geen zwaarwegend belang. Nazorg fors onder de maat. Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag niet gevolgd. Therapeutische plicht om nazorg te bieden. Deels gegrond. Geen inzicht getoond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2234-A2021/007A

    Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij 1) onvoldoende zorg heeft verleend in verband met klaagsters darmklachten, met daarbij maandenlang bloedverlies, en klaagster niet over de risico's heeft geïnformeerd, 2) niet de juiste medicatie heeft voorgeschreven, 3) onvoldoende nazorg heeft verleend door de klachten onvoldoende te monitoren en 4) klaagster niet heeft doorverwezen voor verder onderzoek. De verpleegkundige heeft primair een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid, omdat onvoldoende duidelijk is welke feiten klaagster aan haar klacht ten grondslag legt en de klacht mede lijkt te gaan over een behandeling waarbij de verpleegkundige niet betrokken is geweest. Subsidiair heeft de verpleegkundige betwist onvoldoende zorg te hebben verleend in de zes contacten die er zijn geweest. Het college heeft het beroep van de verpleegkundige op de niet-ontvankelijkheid verworpen en de zaak inhoudelijk beoordeeld. Het college heeft de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/692444 / DW RK 20/554

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarders hebben niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht aan te passen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/380875 / KL RK 20-150

    De notaris erkent dat hij tegen de rechter-commissaris verklaard heeft dat klager gezegd heeft de UBO van [X. D.O.O.] te zijn. Deze informatie valt in deze zaak onder de geheimhoudingsplicht waarvoor de rechter-commissaris de notaris reeds verschoningsrecht had toegekend. De notaris was dus in het verhoor niet gehouden te verklaren over hetgeen klager hem al of niet over het UBO-schap van [X. D.O.O.] vertelde. Immers, voor zover daar door de rechter-commissaris al naar gevraagd werd, had de notaris zijn werkwijze in dit dossier kunnen en moeten toelichten zonder de bedoelde informatie te geven. Ook had de notaris zonder schending van zijn geheimhoudingsplicht de rechter-commissaris kunnen zeggen dat hij eerder al met toepassing van artikel 25 lid 9 Wna schriftelijke vragen van het OM over het UBO-schap beantwoordde. Aldus zou hij naar bedoelde – naar de notaris terecht stelt reeds bekende – informatie hebben kunnen verwijzen zonder te verklaren over hetgeen klager hem als notaris vertelde. Door op dit laatste punt wel te verklaren heeft de notaris naar het oordeel van de kamer de geheimhoudingsplicht geschonden. Maatregel waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210124

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft namens de vrouw een verzoekschrift ingediend, terwijl tussen de vrouw en klager nog mediation gaande was en de mediationovereenkomst niet op de voorgeschreven wijze was opgezegd. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerster uit de gang van zaken en de uitlatingen van klager wel mocht opmaken dat de partneralimentatie geen onderdeel meer zou uitmaken van het mediationtraject. Het namens de vrouw ook al verzoeken om verdeling, voor het geval klager het convenant niet zou willen tekenen, stond verweerster echter niet vrij zo lang de mediationovereenkomst nog niet rechtsgeldig was opgezegd. Daarmee heeft verweerster de belangen van klager nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad. De raad heeft aan verweerster de maatregel van berisping opgelegd. Het hof meent dat met een lichtere maatregel kan worden volstaan, omdat verweerster geen tuchtrechtelijk verleden heeft en omdat het hof, anders dan de raad, van oordeel is dat verweerster haar aanvullende verzoek wel had mogen doen, als zij dat had beperkt tot het geschil over de partneralimentatie dat geen onderdeel (meer) uitmaakte van de mediation. Echter door al vooruit te lopen op een mogelijk mislukken van een lopend mediationtraject, heeft zij de tuchtrechtelijke betamelijkheidsgrens overschreden. Het hof legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2318-20151

    Verpleegkundige. Forensisch-psychiatrische inrichting. Klacht: onzorgvuldig en onprofessioneel handelen, verweerster heeft toegelaten dat medepatiënt klager wekte door water over hem heen te gieten, vertrouwen in zorgpersoneel en veiligheidsgevoel binnen kliniek aangetast. College: verwijt van onvoldoende toezicht is terecht. Geen maatregel; verpleegkundige was pas kort werkzaam in kliniek, heeft reprimande gekregen, heeft geleerd van voorval en heeft zich toetsbaar opgesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210103

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij in familiekwestie. Klachten over contact door verweerster met huisarts van de kinderen ongegrond evenals klacht over nodeloos aanspannen van rechtszaken. Bekrachtiging van beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2355-20153

    Verwijt aan gz-psycholoog dat hij het vertrouwen van klager in het zorgpersoneel en veiligheidsgevoel binnen de tbs-kliniek heeft aangetast. Daarnaast heeft de gz-psycholoog toegelaten dat een sociotherapeut geprobeerd heeft klager wakker te maken door een vork in zijn voetzool te steken. Wat de sociotherapeut deed, had hij niet kunnen voorkomen. Overige klachten te algemeen geformuleerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210069

    Bekrachtiging beslissing raad: verzet gegrond, klacht ongegrond. Tuchtrechter oordeelt vanuit een ander kader dan de strafrechter.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2314-20155

    Verwijt aan gz-psycholoog dat zij het vertrouwen van klager in het zorgpersoneel en veiligheidsgevoel binnen de tbs-kliniek heeft aangetast. Daarnaast heeft zij ruzie gemaakt met de vader van klager, klager in de separeer doen belanden, bewerkstelligd dat klagers uitkering werd stopgezet, en in een overplaatsingsverzoek valse informatie over klager gegeven. Ruzie niet aannemelijk gemaakt. Verweerster niet betrokken bij beslissing tot separatie. Verplichte aangifte bij vermoeden van strafbaar feit op grond van Reglement Verpleging Terbeschikkinggestelden. Van valse informatie bij overplaatsingsverzoek is niet gebleken. Overige klachten te algemeen geformuleerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:54 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/676963 / DW RK 19/664 en C/13/677141 /DW RK 19/668

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder zijn auto voor een belachelijk lage prijs heeft verkocht en extreem hoge executiekosten in rekening heeft gebracht. Niet is gebleken van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200287

    Klacht tegen eigen advocaat. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad en neemt die over. Het hof acht een in hoger beroep nog door klager in het geding gebrachte e-mail van mr. X niet relevant, omdat deze e-mail niet afdoet aan de inhoud van een eerdere brief van mr. X aan verweerster. Niet valt in te zien dat verweerster er na toezending van deze brief nog op bedacht had moeten zijn dat mr. X niet voor klager zou optreden in het hoger beroep noch dat er in dat kader nog iets van haar werd verwacht. Het hof verwerpt de beroepsgronden en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210046

    Herstelbeslissing. Per abuis stond in het dictum het verkeerde ressort vermeld van de raad. Deze verschrijving is hersteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210168

    Appelverbod. Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad de klacht van klager, bestaande uit drie klachtonderdelen, gegrond heeft verklaard. Klager stelt dat de raad heeft nagelaten om in ieder geval klachtonderdeel c) te behandelen en te beoordelen. Anders dan klager aanvoert heeft de raad geen klachtonderdeel ongegrond verklaard. Dat klager het niet eens is met de wijze waarop de raad de klachten heeft behandeld en beoordeeld kan hem niet helpen. Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2328-20150

    Verpleegkundige. Forensisch-psychiatrische inrichting. Klacht: onzorgvuldig en onprofessioneel handelen, blootgesteld aan mishandeling met schoonmaakmiddel, vertrouwen in zorgpersoneel en veiligheidsgevoel binnen kliniek aangetast. College: schoonmaakmiddel op klager spuiten past niet bij de professionele distantie die verpleegkundige diende te bewaren. Op dit punt gegrond. Overige klachten ongegrond. Geen maatregel; verweerder ziet onjuistheid van zijn handelen in.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-273

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:157 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210061

    Klacht over eigen advocaat. Volgens klaagster is sprake van tegenstrijdige belangenbehartiging door verweerder doordat hij zowel voor als tegen klaagster heeft opgetreden. Het hof overweegt dat klaagster voormalig cliënt is van verweerder en thans – na een bestuurswisseling –haar voormalige advocaat verwijt dat hij destijds niet voor haar had mogen optreden. Verweerder hoefde zich als advocaat van klaagster, die voor deze rechtsbijstand opdracht had gekregen bij monde van de destijds bevoegde bestuurder, echter niet bezig te houden met de vraag wat de (overige) aandeelhouders van klaagster hiervan zouden vinden. Naar het oordeel van het hof is geen sprake van een handelen dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-337

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Klager heeft slechts in algemene bewoordingen aangevoerd dat het dossier en de wijziging van eis van verweerder vol staat met onder meer foute aannames, laster en smaad en dat verweerder zich grievend heeft uitgelaten. Van klager had mogen worden verwacht dat hij een en ander nader had geconcretiseerd. 

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:158 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210058

    Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster zou in haar hoedanigheid van piketadvocaat tekort zijn geschoten jegens klagers. Ongegrond. Verkorte bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:159 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210057

    Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster zou in haar hoedanigheid van piketadvocaat tekort zijn geschoten jegens klagers. Ongegrond. Verkorte bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-142

    Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig advocaat. Klachtonderdeel 1 over verweerders reactie op klagers aansprakelijkstelling is kennelijk ongegrond omdat verweerder de aansprakelijkstelling heeft doorgeleid aan diens beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, die de kwestie heeft beoordeeld. Een tuchtrechtelijke verplichting tot het bekend maken van de naam van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar kan voorts gelet op de recente tuchtrechtspraak niet worden aangenomen. Klachtonderdeel 2 over datalek onbegrijpelijk en om die reden kennelijk niet-ontvankelijk. De klachtonderdelen 3 en 4 zien op verweerders optreden in 2000 en moeten met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-165

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van het slachtoffer van de zoon van klagers in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerster heeft bij de rechtbank niet in strijd met de waarheid verklaard en wat de overige klachtonderdelen betreft lopen de lezingen van partijen over hetgeen is voorgevallen uiteen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-180

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:155 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200297 200298 200299 200300

    Ontvankelijkheid. Een curator, die een klacht wil indienen tegen de advocaat, die vóór het faillissement heeft opgetreden voor de gefailleerde, over het handelen van die advocaatdat heeft plaatsgevonden vóór datum faillissement, dient zich voordat hij klachten indient ervan te vergewissen dat er gegronde redenen zijn om daartoe over te gaan. Zo nodig dient de curator daarbij deugdelijk onderzoek te doen naar het handelen van de advocaat waarop hij zijn klachten wil baseren, zijn onderzoeksbevindingen aan de advocaat voor te leggen en om een reactie te vragen. In dit geval hebben curatoren hun bezwaren onvoldoende geconcretiseerd en hun klachten rauwelijks ingediend.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen PT2020/01

    Klacht tegen psychotherapeut. Gegrond wat betreft het langdurig eerst onbetaald en daarna tegen een stagevergoeding laten werken van een patiënt tijdens en aansluitend op de behandelrelatie. Voorts wat betreft onjuist declareren bij de gemeente en de zorgverzekeraar. Tot slot wat betreft het zonder bespreking met de patiënt voldoen aan zijn verzoek tot vernietiging van zijn dossier. Voorwaardelijke schorsing van drie maanden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-232

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Gelet op het verweer van verweerster, dat klager niet althans onvoldoende heeft betwist, is het niet onbegrijpelijk dat verweerster de uitdraai van de website van Huispedia niet als productie aan het hof heeft overgelegd. Overigens is ook niet gesteld noch gebleken dat verweerster aan klager heeft toegezegd dat te doen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:156 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210118

    Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerster zou zich onvoldoende hebben ingezet voor de appelprocedure van klager. Ongegrond. Verkorte bekrachtiging.