Zoekresultaten 12751-12800 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-140b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Het College is van oordeel dat beklaagde zorgvuldig heeft gehandeld en een goed onderbouwde behandeling voor de dochter van klager heeft voorgesteld. Zoals beklaagde terecht heeft aangegeven dient er bij een diagnose anorexia nervosa naar de huidige wetenschappelijke inzichten over het ontstaan en voortbestaan van eetstoornissen altijd eerst gewerkt te worden aan gewichtstoename. Anders gezegd: de dochter van klager moest eerst op gewicht en op krachten komen, voordat zij in staat zou zijn om een (intensief) onderzoek naar onderliggende oorzaken te ondergaan en daar (waar nodig) aan te gaan werken. Belangrijk is in (de beginfase van) de behandeling daarnaast, dat individuele begeleiding wordt geboden aan beide ouders in de omgang met de stoornis. Het behandelplan zoals dat door beklaagde is toegelicht aan klager is in lijn met deze wetenschappelijke inzichten en getuigt (daarmee) van een zorgvuldige aanpak. Ten slotte is onduidelijk is welke informatie klager verder van beklaagde had willen ontvangen en wat klager in de communicatie met beklaagde heeft gemist. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/274

    Klaagster dient een klacht in tegen een huisarts over de behandeling van wijlen haar broer. De broer van klaagster heeft de praktijk van de huisarts gebeld (via de reguliere telefoonlijn) met klachten van druk op de borst, benauwd gevoel en tintelende armen. De assistente heeft de huisarts niet kunnen bereiken, die met een andere patiënt aan het telefoneren was. Klaagster verwijt de huisarts dat zij nalatig en niet adequaat heeft gehandeld door na een aantal onbeantwoorde terugbelacties geen ander initiatief te nemen en de juiste hulpdienst voor de patiënt, haar broer, in te schakelen. De huisarts voert verweer. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-149c

    Gegronde klacht tegen een arts. Het College is van oordeel dat in ieder geval het tweede telefoongesprek met de verpleegkundige rond 1.16 uur in de nacht van 14 juni 2019 beklaagde aanleiding had moeten geven om de patiënte te zien en te beoordelen of, en zo ja welke, pijnmedicatie noodzakelijk was en of er maatregelen tegen uitdrogingsverschijnselen moesten worden getroffen. Een patiënte met een dergelijk belaste voorgeschiedenis zonder lichamelijk onderzoek morfine voorschrijven, nadat pijnbestrijding met diclofenac niet afdoende bleek, is naar het oordeel van het College in strijd met de zorgvuldigheid die van een arts verwacht mag worden. Beklaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat hij de morfine volgens de “WHO-standaard pijn” heeft voorgeschreven. Het College is echter van oordeel dat de WHO-richtlijn weliswaar het volgen van een pijnladder noemt maar dat dit niet betekent dat zonder gedegen (lichamelijk) onderzoek en het komen tot een gewogen differentiaaldiagnose op basis van de ontwikkeling van het ziektebeeld in voorafgaande periode, morfine kan worden gegeven. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-082a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog en klinisch psycholoog (2020-082b). In overleg met de ouders is besloten om voor de kinderen van klaagster de interventie ‘Signs of Safety’ – een behandelmethode speciaal bedoeld voor kinderen die opgroeien in een opvoedsituatie waarin vermoedens van mishandeling/huiselijk geweld aan de orde zijn – in te zetten. Omdat het vermoeden bestond dat de problematiek van de kinderen (mede) verband hield met de ex-partnerproblematiek van de ouders en omdat het programma Signs of Safety stilgelegd moest worden omdat de kinderen niet wilden dat bepaalde informatie met hun vader werd gedeeld, is in overleg met ouders een melding gedaan bij Veilig Thuis. Ook is deelname aan het programma ‘Kinderen uit de Knel’ geadviseerd, een intensieve groepstherapie. Het College acht de behandeling die is aangeboden zonder meer passend. Het behandelaanbod is bovendien steeds geëvalueerd en multidisciplinair besproken. Daar waar de behandeling vastliep, is gekozen voor een andere aanpak. Naar het oordeel van het College is voorts van onzorgvuldige of onvolledige verslaglegging geen sprake. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht (2020-082a en 2020-082b) kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-149b

    Gegronde klacht tegen een arts. Het College is van oordeel dat beklaagde uit de in het dossier vermelde observaties en onderzoeken in combinatie met de verandering op 11 juni 2019 de conclusie had moeten trekken dat sprake was van een ander en ernstiger ziektebeeld dan de dagen daarvoor. De patiënte voelde zich ziek, wilde niet of nauwelijks meer eten en was klam. Bij deze kwetsbare patiënte, die al langer met darmproblemen kampte en al eerder dreigde uit te drogen, had beklaagde deze signalen als alarmerend moeten duiden. Het totaal van symptomen paste bovendien bij een (zich ontwikkelende sub-)ileus. Van beklaagde, die op dat moment hoofdbehandelaar van de patiënte was, had mogen worden verwacht dat hij deze differentiaaldiagnose mede had overwogen en contact had opgenomen met de contactpersoon om het te voeren behandelbeleid te bespreken. Door dit na te laten is beklaagde naar het oordeel van het College verwijtbaar tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/276

    Klaagster verwijt de huisarts onzorgvuldig handelen door het stellen van een verkeerde diagnose, een onjuiste behandeling en het niet doorverwijzen van klaagster. Door de ontstane delay is de huisarts schuldig aan de volledige blindheid van klaagster - er is geen zicht op zelfs maar gedeeltelijk herstel. Als de behandeling die bewuste dag wel was ingezet, had het visusverlies volgens klaagster beperkt kunnen blijven tot haar linkeroog. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:37 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/682249 DW RK 20/149

    Klacht met betrekking tot het maken van een beschrijving in de zin van artikel 1019d Rv. De klacht is gegrond. Naar oordeel van de kamer is d e gerechtsdeurwaarder buiten zijn wettelijke bevoegdheid, zoals bepaald in artikel 1019d Rv getreden. Hij heeft geen beschrijving gemaakt van vermeend inbreukmakende producten en gegevens(dragers), conform het verleende verlof maar heeft een één-op-één kopie gemaakt van delen van de administratie van klager en van andere op de vermeende inbreuk betrekking hebbende bestanden. Ook door deze kopie af te geven aan zijn opdrachtgever is de gerechtsdeurwaarder buiten zijn bevoegdheid op grond van artikel 1019d Rv getreden. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:84 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-182/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Dit dossier getuigt er andermaal van dat verweerster onvoldoende voortvarend en adequaat optreedt in zaken die zij in behandeling heeft genomen. Verweerster laat cliënten aan hun lot over en benadeelt cliënten daarmee. Dat blijkt niet alleen uit dit dossier, maar ook uit eerdere zaken waarin de raad vanwege vergelijkbare verwijten aan verweerster maatregelen heeft opgelegd. Verweerster heeft ook niet gereageerd op vragen van de deken en niet voldaan aan formele verplichtingen die rusten op een advocaat. De eerdere klachten hebben echter niet geleid tot verbetering. Het nalaten van verweerster raakt aan de kernwaarden kwaliteit, integriteit en deskundigheid. Verweerster heeft tijdens de behandeling van klachtzaak 20-663/DH/RO, waarin de raad op 29 maart 2021 uitspraak heeft gedaan, meegedeeld dat zij een moeilijke periode achter de rug had en dat zij haar praktijkvoering probeerde te verbeteren door middel van intervisie en coaching. De mededeling van verweerster dat het wat beter ging met haar en dat zij bezig was om haar praktijkvoering te verbeteren heeft ertoe bijgedragen dat de raad in zaak 20-663/DH/RO een geheel voorwaardelijke schorsing heeft opgelegd, waarvan verweerster de consequenties slechts voelt als zij zich in de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan onbetamelijk handelen. De handelwijze van verweerster in deze zaak geeft er echter geen blijk van dat verweerster serieus werk maakt van de verbetering van haar praktijkvoering. Schorsing in de uitvoering van de praktijk voor de duur van zesentwintig weken, waarvan dertien voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-901/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft rechtstreeks contact opgenomen met klager, maar klager is daardoor niet in zijn belangen geschaad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.160

    Klacht tegen psychotherapeut. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van de psychotherapeut en een psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners. De klacht betreft het kiezen voor een vrijheidsbenemende interventie zonder eerst hulp aan te bieden, toestemming en informatieverstrekking, het overdragen naar de gesloten afdeling van de PAAZ, verslaglegging, schulderkenning, en beroepsgeheim. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:35 Accountantskamer Zwolle 20/1660 Wtra AK

    Klager leidt aan de ziekte van Alzheimer en heeft een levenstestament op laten maken. De gemachtigden van klager zijn niet bevoegd om klager te vertegenwoordigen. De klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-663/DH/RO

    Verweerster heeft onvoldoende voortvarend en onvoldoende adequaat gereageerd op verzoeken van klaagster. Zij heeft klaagster daarmee benadeeld. Het verzuim raakt onder meer aan de kernwaarde kwaliteit. Verweerster heeft zich in een eerdere zaak schuldig gemaakt aan vergelijkbare verwijtbare gedragingen in dezelfde periode. Verweerster heeft toegelicht dat de feiten in deze zaak en de feiten in die eerdere zaak zich hebben voorgedaan in een turbulente periode, waarin zij door diverse privéomstandigheden minder aandacht had voor haar advocatenpraktijk. Verweerster heeft verklaard dat zij zich inmiddels in rustiger vaarwater bevindt en dat zij zich laat begeleiden. De raad acht het daarom geïndiceerd om een maatregel op te leggen, waarbij verdergaande consequenties zullen volgen indien verweerster nogmaals de tuchtrechtelijke grens overschrijdt. Het is aan verweerster om haar verantwoordelijkheid te nemen en als zij dat doet, vormt deze maatregel geen belemmering voor haar praktijkuitoefening. Voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk van twee weken passend.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.174

    Klacht tegen arts. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van de psychotherapeut en een psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners, waaronder de arts die destijds werkzaam was als arts-assistent in opleiding tot psychiater. De klacht betreft de toestemming en informatieverstrekking, het (onrechtmatige) opsluiten op de gesloten afdeling van de PAAZ, de verslaglegging en (het ontbreken van) schulderkenning. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.336

    Klacht tegen psychiater. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van de psychotherapeut en de psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners. De klacht betreft het (onrechtmatig) opsluiten op de gesloten afdeling van de PAAZ, zonder onmiddellijk dreigend gevaar te hebben vastgesteld en zonder andere mogelijkheden te hebben bekeken, het uitnodigen van klager tot openheid en toen hij dat deed hem als arrestant afvoeren en opsluiten en het niet persoonlijk reageren naar aanleiding van de uitspraak van de klachtencommissie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367098 / KL RK 21-28

    T en tijde van de indiening van de klacht en de werkzaamheden waarop de klacht ziet, als kandidaat-notaris ingeschreven was bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Klachten over werkzaamheden in die periode vallen dus onder het bereik van het notariële tuchtrecht. Klaagsters kunnen derhalve in hun klacht worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.226

    Klacht tegen een arts. Klagers aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget is afgewezen, evenals het bezwaar en het beroep. In de beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep is de arts om een reactie gevraagd over een rapport dat door klager is ingebracht in de beroepsprocedure. Klager verwijt de arts – kort gezegd – dat hij het onderzoek onzorgvuldig heeft uitgevoerd en een rapportage heeft opgesteld die inhoudelijk niet juist is. Volgens klager is onvoldoende rekening gehouden met zijn klachten. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en wijst het verzoek om een kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-711/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.104

    Klacht tegen psychiater. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie onder leiding van een psychotherapeut en de psychiater gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. Klager is vervolgens naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Daar heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden door onafhankelijke zorgverleners. De klacht betreft het zonder toestemming verstrekken aan anderen van inlichtingen over klagers gezondheidstoestand en het niet volgen van de geldende procedure voor het wilsonbekwaam verklaren van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.122

    Klager heeft een klacht ingediend tegen een arts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat (de onderbouwing van) de klacht onvoldoende duidelijk is en niet navolgbaar. Daarmee voldoet het klaagschrift niet aan de daaraan te stellen eisen, zodat klager niet-ontvankelijk is verklaard. Het Centraal Tuchtcollege kan zich vinden in die beslissing en verwerpt daarom het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 211/2020

    Inzage medisch dossier zonder toestemming klaagster. Geen schending beroepsgeheim, wel schending privacy.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-715/DH/DH

    Verweerster heeft namens de vrouw een verzoekschrift ingediend, terwijl tussen de vrouw en klager nog mediation gaande was. Verweerster heeft hiermee te voortvarend gehandeld en de mogelijkheid tussen klager en de vrouw om tot overeenstemming te komen onmogelijk gemaakt. Er was op het moment van het indienen van het verzoekschrift geen zodanig spoedeisend belang dat de indiening van het verzoekschrift hierdoor kon worden gerechtvaardigd. Verweerster heeft met haar gedragingen de belangen van klager geschaad. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-48 en 20-49

    Wrakingsverzoek leden kamer voor het notariaat.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.120

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager werd ambulant behandeld met gesprekstherapie in groepsverband in het ziekenhuis. Tijdens een therapiesessie gaf klager aan dat hij suïcide zou gaan plegen. De verpleegkundige heeft klager - na klagers aanvankelijke weigering - samen met de psychiater en een arts-assistent naar de gesloten afdeling van de PAAZ van het ziekenhuis begeleid. Ook was de verpleegkundige nog aanwezig bij een gesprek dat op de gesloten PAAZ-afdeling met klager heeft plaatsgevonden. De klacht betreft de toepassing van dwang, verslaglegging, schulderkenning, toestemming en informatieverstrekking en de schadelijke aanwezigheid van de verpleegkundige bij het gesprek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Wel sprake van drang, maar geen dwang, e n de mate waarin was proportioneel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.077

    Klacht tegen KNO-arts. Begin 2018 is klaagster geopereerd aan een cholesteatoom in het rechteroor. De operatie is uitgevoerd door de beklaagde en een arts in opleiding tot KNO-arts (de AIOS). De klacht luidt als volgt: a. Klaagster verwijt beklaagde dat zij als gevolg van een chirurgische fout doof is geworden, Dit is beklaagde te verwijten omdat hij de AIOS toestemming heeft gegeven de operatie (gedeeltelijk) uit te voeren en omdat hij eindverantwoordelijk voor de operatie was. b. Beklaagde heeft na de operatie de complicatie niet aan klaagster gemeld. Ook heeft hij dit niet aan andere collega’s gemeld. c. Voor de operatie heeft beklaagde niet aan klaagster verteld dat er een risico op doofheid bestond bij deze operatie. Ook heeft beklaagde verzuimd te vermelden dat hij de operatie samen met de AIOS zou uitvoeren. d. Klaagster heeft drie maanden moeten wachten op de bevestiging dat zij doof was aan haar rechteroor. e. Beklaagde heeft klaagster alleen verteld dat zij binnen twee jaren mogelijk een vervolgoperatie zou moeten ondergaan. Dit was echter al binnen zes maanden het geval, omdat het cholesteatoom niet volledig was weggehaald door beklaagde. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen b, c en d gegrond en de overige klachtonderdelen ongegrond en legt de KNO-arts een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen delen van deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-903/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat ongegrond. Dat verweerder onjuist of excessief heeft gedeclareerd is niet gebleken. Verweerder heeft verder een onhandige en onwenselijke opmerking gemaakt, maar van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:6 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-06 (2020.V8-Eemshorn)

    Op 5 november 2018 om ca. 04.50 uur plaatselijke tijd is het Nederlandse zeeschip Eemshorn in aanvaring gekomen met de binnenzijde van de Oosterscheldekering. Het schip - waarvan betrokkene de kapitein was - was uit Yerseke vertrokken en zou via de Roompotsluis naar zee gaan. Tijdens de aanvaring was alleen de stuurman op de brug, zonder een uitkijk. De stuurman heeft geen herinnering aan de periode kort voor de aanvaring. Het ongeval is op 05 november 2018 om 05.56 uur door Kustwacht Nederland gemeld aan de ILT.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.152

    Klacht tegen neuroloog. Klager is op een vrijdag met uitvalsverschijnselen binnengebracht op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Op basis van het neurologisch onderzoek en een CT‑scan van de hersenen werd gedacht aan een hersentumor. Klager is vervolgens voor observatie en ter verrichting van een MRI-scan van de hersenen opgenomen in het ziekenhuis. Toen deze MRI-scan op maandag wordt gemaakt, bleek dat sprake was van een hersenabces, waarna klager werd overgebracht naar een ander ziekenhuis waar hij de volgende dag is geopereerd. Klager verwijt de neuroloog, werkzaam in het eerste ziekenhuis en op vrijdag en zondag betrokken bij zijn behandeling, dat zij niet tijdig en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.243

    Klacht tegen een arts. Klager is op enig moment aangehouden door de politie en in arrestantenbewaring geplaatst. Klager heeft aan de bewaarder gevraagd of aan hem een neusspray kon worden verstrekt. De bewaarder heeft volgens klager laten weten dat die niet mocht worden verstrekt. Doordat aan klager geen neusspray was verstrekt, heeft hij die nacht last gekregen van apneu. In het dossier staat dat er die dag met de arts contact is geweest over klager. De klacht houdt in dat de arts (1) klager onterecht medicatie heeft onthouden, (2) niet met klager in contact is getreden toen klager daar om vroeg, (3) zijn naam niet kenbaar heeft gemaakt toen klager daar om vroeg en (4) niet heeft gereageerd op een brief van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-158/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Verweerder houdt zich al geruime tijd niet aan de op grond van de Advocatenwet op hem rustende formele verplichtingen en de daarop gestoelde regelgeving. Dit is onzorgvuldig en de verzuimen op dit punt raken naar het oordeel van de raad aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Daarnaast is verweerder lange tijd onbereikbaar geweest voor de deken. Daarmee heeft verweerder het de deken belet om toezicht uit te oefenen op zijn functioneren en praktijkvoering. Dit is onzorgvuldig en niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. Schorsing voor de duur van zestien weken, waarvan twaalf weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.153

    Klacht tegen neuroloog. Klager is op een vrijdag met uitvalsverschijnselen binnengebracht op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Op basis van het neurologisch onderzoek en een CT‑scan van de hersenen werd gedacht aan een hersentumor. Klager is vervolgens voor observatie en ter verrichting van een MRI-scan van de hersenen opgenomen in het ziekenhuis. Toen deze MRI-scan op maandag wordt gemaakt, bleek dat sprake was van een hersenabces. Klager werd de volgende dag in een ander ziekenhuis geopereerd. Klager verwijt de neuroloog, werkzaam in het eerste ziekenhuis, dat hij niet tijdig en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:34 Accountantskamer Zwolle 20/1845 Wtra AK

    Klacht over rapportage opgesteld ten behoeve van een juridisch geschil. Betrokkene heeft bij zijn werkzaamheden Standaard 5500N niet correct toegepast en is voorbij gegaan aan het bepaalde in Handreiking 1112 en Handreiking 1127. Betrokkene heeft eraan voorbij gezien dat hij onder deze omstandigheden niet alleen het belang van de opdrachtgever, maar ook dat van het algemeen belang heeft te dienen. Geen hoor en wederhoor toegepast, terwijl daar wel aanleiding voor was, aangezien hij alleen beschikte over informatie van de opdrachtgever en niet van klagers (terwijl hij wist dat er een geschil was tussen opdrachtgever en klagers). Betrokkene heeft van bepaalde informatie die hem is verstrekt gesteld dat hij die niet heeft gebruikt bij de opdracht, maar dat blijkt niet uit het rapport. Ook is niet gebleken dat deze informatie is geverifieerd. Al met al ontbeert het rapport een deugdelijke grondslag. Klagers verwijten betrokkene dat hij hen niet desgevraagd de opdracht heeft verstrekt, maar dat kon hij weigeren omdat de opdrachtgever daarvoor geen toestemming gaf. Klacht gegrond. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.217

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is op enig moment uitgevallen en 35-80% arbeidsongeschikt verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt, waarop het UWV zijn bezwaar ongegrond heeft verklaard. Aan de verzekeringsarts is door klager gevraagd om een verzekeringsgeneeskundig advies op te stellen. Het rapport van de verzekeringsarts is door klager ingebracht bij het UWV en voorts bij een beroepsprocedure bij de Rechtbank. Het beroep van klager werd ook hier ongegrond verklaard. Ten behoeve van de procedure in hoger beroep heeft klager aan de verzekeringsarts opdracht gegeven om een aanvullende rapportage op te stellen. De rapporten van de verzekeringsarts zijn ingebracht in de beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep, waar de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij een onvolledig en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht, en dat zijn rapporten ondeugdelijk zijn en niet voldoende onderbouwd, en conclusies bevatten die tegenstrijdig en niet consistent zijn, en dat zijn rapporten niet zijn aangemerkt als een specialistische expertiserapportage. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt aan de verzekeringsarts de maatregel van berisping op en gelast de publicatie. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing uitsluitend wat betreft de opgelegde maatregel, legt een waarschuwing op en ziet af van publicatie.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-143

    Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. De raad overweegt met betrekking tot de oplegging van een maatregel dat verweerster het de deken onmogelijk heeft gemaakt om zijn toezichthoudende taken uit te oefenen en om toe te zien op de naleving van de administratieplicht zoals bedoeld in artikel 6.5 van de Verordening op de advocatuur. Dit nalaten duurt nog voort. De raad rekent dat verweerster zeer zwaar aan, te meer omdat er mede door het tegen haar uitgesproken ontruimingsvonnis ernstige zorgen zijn over de continuïteit van de behandeling van dossiers. Op de onderhavige dekenklacht heeft verweerster niet gereageerd. Ook op de zitting van de raad is zij niet verschenen. De deken heeft geen enkel contact met verweerster kunnen leggen. Op haar kantooradres was niemand aanwezig. De raad is van oordeel dat het gedrag van verweerster past binnen een patroon van het onttrekken aan dekenaal toezicht waaraan verweerster is onderworpen, alsmede aan het zich onvindbaar houden voor cliënten en de deken. Nu verweerster zowel in het verleden als in de onderhavige zaak geen enkel inzicht in haar situatie heeft gegeven, kan er, zonder toelichting van haar kant, niet van worden uitgegaan dat zij dat inzicht alsnog zal geven. De raad is van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerster nog langer als advocaat werkzaam is. De maatregel van schrapping van het tableau is daarom passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.233

    Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft in 2018 een tweede aanvraag gedaan om toekenning van een Wajong-uitkering. De aanvraag werd afgewezen waarop klaagster tegen deze afwijzing bezwaar heeft gemaakt. De verzekeringsarts is als (bezwaar) verzekeringsarts bij de beoordeling van dit bezwaar betrokken geweest. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij op geen enkele wijze het ziektebeeld CVS/ME en de gevolgen daarvan in het algemeen en voor klaagster in het bijzonder erkent, dat hij het in zijn rapportage gooit op mogelijk psychische problematiek bij klaagster en dat hij ondanks dat hij geen specialist is, in feite de gestelde diagnose, de daarvan omschreven gevolgen en de rapportages van de behandelaren afkraakt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-144

    Raadsbeslissing. Vordering ex artikel 48e van de Advocatenwet De raad gelast de tenuitvoerlegging van twee door de raad aan verweerster voorwaardelijk opgelegde schorsingen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20111

    Bedrijfsarts wordt verweten dat hij 1) klagers medisch onderzoek ten onrechte niet zelf heeft uitgevoerd, maar klager heeft laten zien door een medewerker van de arbodienst en 2) geprobeerd heeft een second opinion tegen te houden en 3) de verdere begeleiding van klager heeft beëindigd. College: 1) volgens het NVAB-Standpunt ‘Delegatie van taken door de bedrijfsarts en supervisie’ (juni 2020) was taakdelegatie toegestaan (tabel pagina 10). Er was ook een ‘Taakdelegatie-overeenkomst’ gesloten met de arbo-verpleegkundige. Het is een bedrijfsarts niet toegestaan om het ‘spreekuur bedrijfsarts uiterlijk zes weken na aanvang verzuim’ te delegeren. Van zo’n spreekuur (ook wel: ‘re-integratiespreekuur’) was hier geen sprake. 2) Aanvraag second opinion is niet vlekkeloos verlopen en heeft langer geduurd dan nodig en wenselijk was. De bedrijfsarts had klager (en zijn gemachtigde) na het verzoek voor een second opinion beter kunnen uitnodigen op zijn spreekuur om het verzoek te bespreken en uitleg te geven over de procedure. De bedrijfsarts heeft de second opinion echter niet tegengehouden. 3) De eenzijdige beëindiging per direct en zonder overdracht naar een opvolgend bedrijfsarts vanwege de ontstane slechte sfeer is in strijd met de op de bedrijfsarts rustende zorgplicht (voortvloeiend uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Professioneel Statuut van de bedrijfsarts (NVAB, 2003). Klachtonderdeel 3 gegrond. Berisping, mede vanwege de minachtende en onfatsoenlijk toon die de bedrijfsarts keer op keer heeft aangeslagen. Ook geen zelfinzicht en geen toetsbare opstelling.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2031

    Bedrijfsarts wordt (onder meer) verweten dat hij conclusies trekt zonder met klager gesproken te hebben, tegenstrijdige adviezen geeft en persoonlijk contact zoekt om onder een klacht uit te komen. College: bedrijfsarts had kunnen weten dat dit document als werkhervattingsadvies zou kunnen worden geïnterpreteerd, ook al was zijn intentie kennelijk een andere. Verweerder heeft met dit advies de werkgever ruimte gegeven de conclusie te trekken dat klager weer (deels) aan het werk kon gaan. Dat is verwijtbaar. Tegenstrijdigheid volgend advies betreft correctie eerdere onduidelijke advies, dat is zorgvuldig. In zijn algemeenheid handelt een zorgverlener ook zorgvuldig door persoonlijk contact op te nemen met een klager na een klacht. Tijdens een gesprek kan de zorgverlener meer duidelijkheid geven over zijn handelwijze en eventueel – als dat op zijn plaats is – excuses aanbieden. Dat het gesprek mogelijk mede ten doel had een tuchtklacht te voorkomen, maakt de wens om in gesprek te gaan niet verwijtbaar. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:93 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200294

    Klacht tegen eigen advocaat. Wederzijds appel. Het hof vernietigt de gegrondverklaring van de raad en verklaart de klacht in zoverre ongegrond. Verweerder heeft een jaar besteed aan het voorbereiden van een aangifte voor klager. In beginsel is deze termijn te lang, maar gezien de bijzondere omstandigheden van dit geval is dit aanvaardbaar. De door verweerder gestelde obstakels voor het doen van de aangifte zijn door klager onvoldoende betwist en houden in dat: - het dossier zeer omvangrijk (200 ordners) was, - onduidelijk was tegen wie nog aangifte gedaan kon worden gezien de eerdere aangiftes van klager, - klager en verweerder in afwachting waren van te retourneren stukken van de Hoge Raad en - verweerder moest uitzoeken van welk delict aangifte kon worden gedaan zonder aan te lopen tegen mogelijke verjaring. Het beroep van klager slaagt niet en in zoverre bekrachtigt het hof de ongegrondverklaring van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:71 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-897/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:72 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-141/DH/RO

    Ambtshalve tenuitvoerlegging

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:73 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-095/DH/DH

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft zonder klagers toestemming informatie gedeeld met de rechtsbijstandsverzekeraar. Hij heeft daarmee zijn geheimhoudingsplicht en daarmee de kernwaarde vertrouwelijkheid geschonden. Overige klachtonderdelen over oa belangenverstrengeling en plegen van fraude ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-493/DH/DH 20-810/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/654880 / DW RK 19/388 LB/SM

    Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel één week schorsing en veroordeling in de proceskosten. De kamer acht de wijze waarop de gerechtsdeurwaarder heeft gedragen in woord en (voornamelijk) in geschrift is ongepast, onfatsoenlijk en uiterst onprofessioneel. Dergelijk gedrag is onbetamelijk en past een redelijk handelend gerechtsdeurwaarder niet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-661/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft klaagsters geheime adres aan de advocaat van de wederpartij verstrekt en daarmee niet gehandeld zoals dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelen advocaat mag worden verwacht. Waarschuwing. Klacht over de (verdere) kwaliteit van dienstverlening ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:76 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-664/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen ongegrond. Dat verweerster klaagster inhoudelijk niet goed heeft bijgestaan is de raad niet gebleken. Het gaat te ver om van verweerster te verwachten dat zij als (Nederlandse) advocaat ook het Turkse (huwelijksvermogens)recht beheerst.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-866/DH/RO/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar in beide onderdelen gegrond. Verweerder heeft zijn toezeggingen aan de deken niet gestand gedaan en niet (afdoende) gereageerd op berichten van de deken. Ook heeft verweerder niet voldaan aan een jegens hem gewezen civielrechtelijk vonnis en heeft hij een declaratie van een advocaat die hem had bijgestaan niet voldaan. Verweerder heeft dit alles erkend. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-115a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het College is van oordeel dat het zeer gebruikelijk is dat er na een longoperatie sprake is van blijvende gevoelsveranderingen. Doordat de longvliezen door de aandoening en tijdens de ingreep ook geprikkeld zijn, kan er ook sprake zijn van pleurale prikkeling. Dit kan gevoelig zijn en ook aanhouden na de ingreep. Beklaagde heeft aandachtig naar de klachten van klager geluisterd en zijn vragen zo goed mogelijk beantwoord, zo blijkt uit het medisch dossier. Het College is verder van oordeel dat er geen afwijkende ligging is van de organen, noch dat er een transplantatie of implantatie van organen heeft plaatsgevonden. De thoraxfoto post operatief laat geen complicaties zien. Er was derhalve geen verder onderzoek nodig en er was dus ook geen indicatie voor het verrichten van een echo. Beklaagde heeft een echo op goede gronden geweigerd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126d

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Op 25 november 2013 heeft een uitgebreid kennismakingsgesprek plaatsgevonden. Beklaagde had hiervoor extra tijd (een uur) gereserveerd. Ook is er een uitgebreide verslaglegging van dat gesprek. Daaruit blijkt niet dat klager op dat moment uitdrukkelijk een hulpvraag bij beklaagde heeft neergelegd. In de periode daarna hebben de consulten met klager niet meer bij beklaagde plaatsgevonden, maar bij de collega van beklaagde. Pas in 2018 heeft klager zijn klachten over beklaagde tegen een derde geuit. Toen beklaagde daarvan op de hoogte raakte heeft zij direct actie ondernomen en is zij met klager in gesprek gegaan. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft gesteld zich het contact met klager niet meer te herinneren. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat beklaagde en klager tijdens het consult op 13 maart 2012 hebben gesproken over de TIA die klager had doorgemaakt en dat klager bij beklaagde zou terugkomen na een bezoek aan de neuroloog in mei 2012. Er zijn geen aanwijzingen dat klager tijdens dat consult andere onderwerpen aan de orde heeft gesteld of heeft willen stellen. De overige stellingen van klager zijn niet onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-184

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde valt een tuchtrechtelijk verwijt te maken van het feit dat zij klaagster herhaaldelijk niet lichamelijk heeft onderzocht en haar niet in een eerder stadium uit eigen beweging en met spoed heeft verwezen naar de gynaecoloog. In geen van de vijf consulten in de periode van 2014 tot en met 2020, waarin klaagster zich aanvankelijk met fluorklachten en later ook wegens tussentijds bloedverlies bij beklaagde meldde, heeft beklaagde lichamelijk onderzoek bij klaagster verricht. Ook heeft beklaagde klaagster naar aanleiding van telefonisch contact over fluorklachten of (intermenstrueel en post-coïtaal) bloedverlies niet gevraagd naar het spreekuur te komen voor lichamelijk onderzoek. Het College acht dat zeer onzorgvuldig. Voorts valt b eklaagde te verwijten dat zij klaagster niet eerder, en - toen klaagster op 15 januari 2020 naar de spoedlijn belde in relatie tot het hevige bloedverlies begin januari 2020 - ook niet met spoed, heeft verwezen. Klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.