Zoekresultaten 1861-1880 van de 47494 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/25

    Afgifte van onjuist afschrift van testament aan erflater, die zijn testament niet meer kon vinden. Een notarieel afschrift van een akte heeft dezelfde bewijskracht als de originele akte, zodat het van groot belang is om uitermate zorgvuldig te handelen als een afschrift wordt afgegeven. Betrokkenen moeten op de juistheid van de inhoud daarvan kunnen vertrouwen. Als de handelwijze van een medewerker van een notariskantoor is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, geldt als uitgangspunt dat de betrokken (kandidaat-)notaris tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het dossier. Klacht gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:174 Raad van Discipline Amsterdam 25-543/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Blijkens de inhoud van de correspondentie heeft verweerder gedurende een periode van ruim twee jaar veel tijd en energie gestoken in de aanhoudende stroom e-mailberichten van klager. In zijn berichtgeving aan klager heeft verweerder klager steeds duidelijk proberen te maken dat hij hem niet kon helpen bij een herzieningsverzoek nu hij daar geen heil in zag. Daarbij heeft hij klager geadviseerd om, indien hij toch een dergelijk verzoek wenste in te dienen, hiervoor contact op te nemen met een specialist op dat gebied. Hoewel de zaak een voor klager ongewenste uitkomst had, betekent dit niet dat verweerder niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem als een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9020

    Wrakingsverzoek gericht tegen lid-beroepsgenoot. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij onevenredig lang heeft gewacht met het indienen van een wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7989

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de echtgenote van de inmiddels overleden patiënt. De patiënt was enige tijd opgenomen in een ziekenhuis. Tegen het einde van de opname bleek dat de patiënt na zijn opname moest revalideren. Er ontstond tussen het ziekenhuis en de familie van de patiënt een discussie over de beste vervolgplek voor de patiënt. De verpleegkundige is werkzaam als transferverpleegkundige en heeft meerdere gesprekken met de familie gevoerd. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder andere dat zij de familie onder druk heeft gezet te kiezen voor een zogenaamde 9b-plek - een indicatie voor geriatrische revalidatiezorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) terwijl de familie dat niet wilde. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7911

    Deels gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder andere dat hij onvoldoende en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht. Het college overweegt dat een verzekeringsarts in beginsel zelf mag bepalen op welke manier hij een medisch onderzoek verricht. In dit geval, gegeven de gerapporteerde klachten en hetgeen klager over de verslechtering in zijn lichamelijke en geestelijke toestand had gesteld en met stukken van zijn behandelend specialisten had onderbouwd, acht het college een kort telefonisch consult (in plaats van een fysiek onderzoek) echter ontoereikend. De verzekeringsarts heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot zijn conclusies is gekomen. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8275

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. In de medische rapportage die is opgesteld door de verzekeringsarts in het kader van de bezwaarprocedure is opgenomen: “Komt allemaal wat gespeeld over, geen teken van ongemak.” Klager vindt dit onprofessioneel en kwetsend. De verzekeringsarts erkent dat de betreffende passage niet in de medische rapportage had mogen staan en licht toe dat dit een persoonlijke notitie aan haarzelf betrof. Zij heeft hiervoor haar excuses aan klager aangeboden. Het college is van oordeel dat dit moet worden beschouwd als een menselijke vergissing. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8312

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. In het kader van de verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart heeft de arts een medische keuring uitgevoerd bij klager. Klager verwijt de arts onder andere dat hij geen 100 meter heeft gelopen en de arts de afgelegde afstand niet heeft onderbouwd. De arts heeft met een uitdraai van Google Maps aangetoond dat de afstand meer dan honderd meter moet zijn geweest. Het college ziet geen reden om aan te nemen dat de bevindingen van Google Maps niet kloppen. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:187 Hof van Discipline 's Gravenhage 250224

    Afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet. De deken heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat in de zaken waarvoor klager een advocaat zoekt, zijnde twee bestuursrechtelijke procedures en een klachtprocedure in het kader van de Wet verplichte GGZ, rechtsbijstand door een advocaat niet is voorgeschreven. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:188 Hof van Discipline 's Gravenhage 250195

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klager wil voeren verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk is. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7999

    Klacht tegen een arts (in opleiding tot bedrijfsarts) kennelijk ongegrond. Klaagster kwam meerdere keren op consult bij verweerster in verband met verzuimbegeleiding. Na de eerste afspraak constateerde verweerster dat er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie tussen klaagster en haar werkgever, en geen medische beperking in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Vervolgens stelde verweerster vast dat er wel een medische beperking was. Bij het laatste consult concludeerde verweerster dat de klachten van klaagster niet meer als medische beperking konden worden aangemerkt. Klaagster verwijt de arts onder andere dat zij onvoldoende informatie had het advies te komen, een verkeerde diagnose heeft gesteld, onjuiste rapportages heeft opgesteld en haar onheus heeft bejegend. Het college oordeelt dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, zo zijn de keuzes van de arts navolgbaar en van onjuiste verslaglegging is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:184 Hof van Discipline 's Gravenhage 250231

    Beklag artikel 13 lid 1 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen, aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat de procedure die klaagster wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft. Uit wat klaagster heeft aangevoerd, blijkt niet dat de klachtencommissie op onzorgvuldige wijze tot haar advies is gekomen. Het hof deelt het standpunt van de deken dat zij dit advies, en de uitkomst ervan, mocht meewegen in haar beslissing. Met betrekking tot de schadevordering die klaagster wenst in te dienen bij de rechter, staat onvoldoende vast welk bedrag klaagster wil vorderen en op welke gronden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8280

    Klager, verblijvende in een forensische psychiatrisch centrum, klaagt tegen een psychiater omdat hij het oneens is met de combinatie van medicatie die hem onder dwang wordt toegediend.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Er was geen aanleiding om de dwangbehandeling te heroverwegen

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 250225

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Klager heeft bij de deken verzocht om aanwijzing van een advocaat voor een aansprakelijkheidsprocedure. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat de door klager gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen sprake was van handelen of nalaten van mr. [X] dat schade voor klager heeft veroorzaakt. Van belang is dat mr. [X] in een uitgebreid advies duidelijk heeft aangegeven waarom cassatie naar zijn mening geen redelijke kans van slagen had. Terecht heeft de deken erop gewezen dat na het -negatieve- cassatieadvies de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging was verleend, is geëindigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8146

    Klaagster verwijt de huisarts het niet dan wel te laat, en deels onleesbaar, verstrekken van het medisch dossier van de overleden moeder van klaagster (hierna: patiënte), ondanks het daarover vermelde in haar levenstestament. Klaagster vindt verder dat het dossier niet volledig is en verwijt de huisarts dat door de huisarts niet is gereageerd op het verzoek wijzigingen in het medisch dossier van moeder aan te brengen. De huisarts erkent dat zij het dossier te laat heeft verstrekt en niet heeft gereageerd op het wijzigingsverzoek van klaagster. De huisarts betwist dat het dossier onvolledig is. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:186 Hof van Discipline 's Gravenhage 250317

    Klacht over de deken wordt niet verwezen. De deken diende alleen onderzoek te doen naar de klacht over een deken van een ander arrondissement en niet naar de onderliggende klacht. Klager klaagt er dan ook ten onrechte over dat de deken weigert onafhankelijk onderzoek te doen naar zijn onderliggende klacht. Misbruik van klachtrecht, omdat klager over de deken soortgelijke klachten indient als eerder over de andere deken, die betrekking hebben op het onderzoek naar de onderliggende klacht. Daarnaast is het klachtrecht niet bedoeld om te klagen over een dekenvisie of standpunt. De klacht dient dan te worden doorgestuurd naar de raad van discipline voor verdere beoordeling en afdoening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8148

    Klaagster verwijt de huisarts dat in het medisch dossier van klaagsters overleden moeder door de huisarts gemaakte foto’s zouden ontbreken, dan wel zijn verwijderd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:98 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758722 / DW RK 24/375 MK/WdJ

    De vordering betreft het tanken zonder te betalen. Het had op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen om de concrete en voor de gerechtsdeurwaarder (deels) toetsbare bezwaren van klager direct voor te leggen aan de opdrachtgever. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:99 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759826 / DW RK 24/399 MK/WdJ

    Dagvaarding op oud adres betekend, met als gevolg dat er verstekvonnis is gewezen. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7321

    Klager klaagt erover dat een apotheker van een online-apotheek zonder uitleg met hem of overleg met een arts heeft vervangen door een ander medicijn en over het niet of onvoldoende verstrekken van zijn medisch dossier. Het college oordeelde dat de klacht kennelijk ongegrond is. De apotheker is namelijk niet de eindverantwoordelijke voor de communicatie over de medicijnverstrekking (dat is de gevestigd apotheker), en de patiënt had geen huisarts waarmee overleg mogelijk was. Het college overweegt daarbij wel dat een apotheker een client over een merkwissel dient te informeren. De apotheek heeft het medicatieoverzicht toegestuurd. Dat volstond. Een recept maakt geen deel uit van het medisch dossier van de apotheek. Klager heeft daarbij niet duidelijk gemaakt dat hij ook het originele recept wilde, dat bleek pas later, na het indienen van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:135 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-958/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen (voormalig) advocaat over schending van de geheimhoudingsplicht. De raad komt tot de conclusie dat niet is gebleken dat klager tegen het delen van informatie met de media en R desgevraagd geen bezwaren had. Daarmee is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van gedragsregel 3 lid 3. Verweerder heeft vertrouwelijke informatie gedeeld, terwijl niet is gebleken dat het delen van die vertrouwelijke informatie van zwaarwegend belang was voor klagers zaak. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde vertrouwelijkheid in de zin van artikel 10a lid 1 aanhef en sub e Advocatenwet jo. artikel 11a van de Advocatenwet en de op hem rustende geheimhoudingsplicht zoals vastgelegd in gedragsregel 3. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.