ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8148
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-09-2025 |
| Datum publicatie: | 02-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8148 |
| Onderwerp: | Onzorgvuldige dossiervorming |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster verwijt de huisarts dat in het medisch dossier van klaagsters overleden moeder door de huisarts gemaakte foto’s zouden ontbreken, dan wel zijn verwijderd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 26 september 2025 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
E,
huisarts,
destijds werkzaam in D,
verweerder, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. S. Dik, verbonden aan DAS rechtsbijstand te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster verwijt de huisarts dat in het medisch dossier van klaagsters overleden
moeder door de huisarts gemaakte foto’s zouden ontbreken, dan wel zijn verwijderd.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 6 februari 2025;
- het verweerschrift, binnengekomen op 8 april 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.3 Klaagster heeft gelijktijdig ook een klacht ingediend tegen een andere huisarts,
bekend onder zaaknummer Z2025/8146. Die zaak is verwezen naar de zitting en ter zitting
van 2 september 2025 behandeld. In die zaak wordt afzonderlijk beslist.
2.4 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klaagster is de dochter van F (geboren in 1929 en overleden op 22 februari
2023), hierna aangeduid als: patiënte. Verweerder is in de periode 1 maart 2022 tot
1 april 2023 waarnemend huisarts geweest in de huisartsenpraktijk waar patiënte ingeschreven
stond.
3.2 De huisarts werd op 24 januari 2023 gevraagd een visite af te leggen bij patiënte in verband met een pijnlijke, rode huid aan beide hielen. In het huisartsendossier is navolgende aantekening daarvan gemaakt:
“S (…) mw heeft pijnlijke gezwollen hakken, enkels rood, wat warm li enkel is niet
pijnlijk, wel pittig oedeem. moet hier iets mee? fysio belt;
bloeduitstortingen beide benen
Loopt met rollator, zou afwijkend looppatroon hebben, pijn? Heeft steunkousen aan,
deze uit gedaan. Duidelijke kenmerken CVI bdz (atrofie blanche, hyperpigmentatie,
hyperemie)
OOedeem valt mee. Linker onderbeen dorsaal glazig oedeem, rood, warm matig scherp
afgrensbaar. hiel flink gezwollen, rood centraal een 3cm grote blaar, intact twijfel
over de inhoud. Temp 36,6 linker oor, pols 75/min Sat 96%
E Decubitus hiel (+ cellulitis onderbeen?)
Start clindamycine ivm rode huid onderbeen en hiel, voeten vrij leggen tijdens liggen?,
allevyn hielcups, liever geen (strakke) schoenen (verbandschoen?) Wondverpleegkundige
G inschakelen, Vrijdag probeer ik opnieuw beoordeling te plannen. Overlegd met STMG
wondverpleegkundige; recente beleid is blaardak verwijderen en cuticell contact en
absorerend verbandTijdelijk trimetoprim onderhoudskuur even uitstellen zolang clinda”
3.3 Op 27 januari en 3 februari 2023 heeft de huisarts de hielen van patiënte opnieuw beoordeeld. Daarna is de huisarts niet meer betrokken geweest bij de zorg aan patiënte.
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klaagster verwijt de huisarts dat hij ten onrechte door hem gemaakte foto’s
(op 24 januari 2023 van het been van patiënte) niet in het medisch dossier heeft opgenomen,
dan wel daaruit heeft verwijderd.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. De
huisarts herinnert zich niet of hij foto’s heeft gemaakt. Gebruikelijk is dat hij
gemaakte foto’s in het dossier plaatst. Van verwijdering van de foto’s door de huisarts
is geen sprake.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden.
Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor hun eigen handelen.
5.2 Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
5.3 Klaagster verwijt de huisarts dat de foto’s die de huisarts, volgens klaagster,
gemaakt heeft op 24 januari 2023, niet in het dossier zijn geplaatst, of daar later
door de huisarts of iemand anders uit zijn verwijderd.
De huisarts stelt dat hij gevraagd is om visite te rijden bij patiënte op 24 januari
2023 in verband met een pijnlijke, rode huid aan beide hielen. Of hij tijdens die
visite foto’s heeft gemaakt, kan hij zich gelet op het tijdsverloop, niet herinneren.
5.4 Het college stelt vast dat bij de processtukken die klaagster heeft overgelegd
een deel van het medisch dossier van patiënte zit.
Het college kan niet vaststellen of er door de huisarts foto’s zijn gemaakt op 24
januari 2023 van de huid van de hiel(en) van patiënte. Klaagster is daarvan overtuigd,
maar de huisarts herinnert zich dat niet. Klaagster heeft haar stelling dat foto’s
zijn gemaakt niet onderbouwd. In de stukken bevinden zich geen foto’s van 24 januari
2023.
Uit het medische dossier en de daarin gemaakte aantekeningen op 24 januari 2023
blijkt evenmin dat er door de huisarts foto’s zijn gemaakt. Voor zover klaagster uit
een aantekening van 2 februari 2023 concludeert dat er foto’s zijn gemaakt door de
huisarts gelet op de zinsnede “hak wordt door wondverzorgende digitaal, dmv foto beoordeeld”, volgt het college dit niet. Hieruit blijkt niet op welk moment of door wie een
foto zou zijn gemaakt.
Gelet op het voorgaande kan het college niet vaststellen dat er door de huisarts
op
24 januari 2023 foto’s zijn gemaakt en kan de klacht van klaagster niet gegrond
worden verklaard. Voor een tuchtrechtelijke beoordeling moet het verweten handelen
wel vast komen te zijn en dat is in deze situatie niet het geval.
Slotsom
5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 26 september 2025 door W.P. Claus, voorzitter,
C.B.M. Dechesne en A.D.J. van Empel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.