ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8146

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112
Datum uitspraak: 26-09-2025
Datum publicatie: 02-10-2025
Zaaknummer(s): Z2025/8146
Onderwerp: Onzorgvuldige dossiervorming
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt de huisarts het niet dan wel te laat, en deels onleesbaar, verstrekken van het medisch dossier van de overleden moeder van klaagster (hierna: patiënte), ondanks het daarover vermelde in haar levenstestament. Klaagster vindt verder dat het dossier niet volledig is en verwijt de huisarts dat door de huisarts niet is gereageerd op het verzoek wijzigingen in het medisch dossier van moeder aan te brengen. De huisarts erkent dat zij het dossier te laat heeft verstrekt en niet heeft gereageerd op het wijzigingsverzoek van klaagster. De huisarts betwist dat het dossier onvolledig is. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel van een waarschuwing op.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing van 26 september 2025 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klaagster,

tegen

C,

huisarts,

destijds werkzaam in D,

verweerster, hierna ook: de huisarts,

gemachtigde: mr. M.J. de Groot, advocaat te Hilversum.

1. De zaak in het kort

1.1 Klaagster verwijt de huisarts het niet dan wel te laat, en deels onleesbaar, verstrekken van het medisch dossier van de overleden moeder van klaagster (hierna: patiënte), ondanks het daarover vermelde in haar levenstestament. Klaagster vindt verder dat het dossier niet volledig is en verwijt de huisarts dat door de huisarts niet is gereageerd op het verzoek wijzigingen in het medisch dossier van moeder aan te brengen.

1.2 De huisarts erkent dat zij het dossier te laat heeft verstrekt en niet heeft gereageerd op het wijzigingsverzoek van klaagster. De huisarts betwist dat het dossier onvolledig is.

1.3 Het college komt tot het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel van een waarschuwing op. Hierna licht het college dat toe.

2. De procedure

2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 6 februari 2025;
  • het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 2 mei 2025;
  • de repliek, ontvangen op 17 juni 2025;
  • de dupliek, ontvangen op 8 juli 2025;
  • de brief van klaagster, ontvangen op 19 augustus 2025.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 2 september 2025. Klaagster is met bericht van verhindering niet verschenen. De huisarts is verschenen en werd bijgestaan door haar gemachtigde. Zij hebben hun standpunt mondeling toegelicht.

2.4 Klaagster heeft ook een klacht ingediend tegen een andere huisarts. Die zaak is bekend onder nummer Z2025/8148. In die zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

3. De feiten

3.1 Klaagster is de dochter van F (geboren in 1929 en overleden op 22 februari 2023). Verweerster is de praktijkhoudend huisarts van de huisartsenpraktijk waar patiënte stond ingeschreven sinds februari 2022. Klaagster was bij levenstestament gevolmachtigd om haar moeder te vertegenwoordigen. In het levenstestament is opgenomen dat patiënte toestemming gaf medische informatie en/of een afschrift te verstrekken van haar medisch dossier aan klaagster, ook na haar overlijden.

3.2 Op 26 juli 2022 is door een door klaagster ingeschakelde jurist per brief contact opgenomen met de huisartsenpraktijk. Op 11 augustus 2022 is door de huisarts op verzoek van klaagster een afschrift van het medisch dossier verstrekt.

3.3 Op 5 januari 2023 stuurde klaagster de huisarts een brief met het verzoek om alle door haar zwartgemaakte delen in de bijgesloten kopie van het medische dossier te verwijderen. Ook verzocht klaagster na correctie een kopie van het medisch dossier te ontvangen.

3.4 Klaagster verzocht op 9 maart 2023 om een kopie van het dossier van patiënte over de periode 1 december 2021 tot en met de datum van overlijden van patiënte. Zij herhaalde dit verzoek bij brief van 4 april 2023. Op 6 september 2023 verzocht een door klaagster ingeschakelde advocaat de huisarts om verstrekking van het medisch dossier van patiënte over de eerdergenoemde periode.

3.5 Op 10 november 2023 verstrekte de huisarts aan klaagsters advocaat dossierregels uit het dossier van patiënte. Deze stukken zijn door de advocaat van klaagster ontvangen waarna op 25 maart 2024 verzocht werd om de journaalregels in chronologische volgorde aan te leveren in plaats van geordend naar onderwerp. Op 1 mei 2024 herhaalde de advocaat van klaagster dit verzoek.

3.6 Op 6 december 2024 sommeerde een rechtsbijstandsverlener de huisarts om een chronologische uitdraai van het dossier van patiënte. Daarna werden door de huisarts stukken verstrekt (bijlage 7 bij het klaagschrift).

3.7 Op 21 februari 2025 heeft de advocaat van klaagster een brief naar de huisarts gestuurd met het herhaalde verzoek om een uitdraai van het dossier in chronologische volgorde. Op 30 maart 2025 heeft de huisarts via zorgmail nogmaals een uitdraai van het huisartsenjournaal gestuurd aan de advocaat van klaagster. Op 6 april 2025 heeft de huisarts de overige verzochte correspondentie (in PDF-bestanden) verstuurd.

4. De klacht en de reactie van de huisarts

4.1 Klaagster verwijt de huisarts:

  1. dat zij ten onrechte een tijdsdeel van het medisch dossier van patiënte, ondanks een aanwezig levenstestament, niet heeft verstrekt;
  2. dat zij een tijdsdeel van het medisch dossier onleesbaar heeft verstrekt, waarbij de auteur ontbrak;
  3. dat zij het dossier niet op een chronologische volgorde heeft verstrekt na herhaaldelijk verzoek daartoe;
  4. het ontbreken, verwijderen en veranderen van belangrijke episoden in het dossier van patiënte;
  5. het niet aanwezig zijn van correspondentie van bezoeken aan de huisartsenpost en/of gemaakte foto’s van patiënte, dan wel het verwijderen van die correspondentie;
  6. dat het opgemaakte schouwverslag na het overlijden van patiënte niet aanwezig is in het verstrekte medisch dossier;
  7. dat zij niet heeft gereageerd op verzoeken van klaagster om wijzigingen aan te brengen in het dossier van patiënte, ondanks dat klaagster mentor was van patiënte.

4.2 De huisarts heeft aangevoerd dat zij naar aanleiding van het verzoek van klaagster in augustus 2022 een afschrift van het dossier van patiënte heeft verstrekt. Het verzoek tot verwijdering van bepaalde passages, zoals door klaagster verzocht bij brief van 5 januari 2023, is niet gehonoreerd nu deze het medisch beleid raakten en de huisarts dit niet in belang van patiënte achtte. De brief van 9 maart 2023 is door de praktijk niet ontvangen. Naar aanleiding van het verzoek van 19 april 2023 is een kopie van het dossier voor klaagster klaargelegd in een gesloten envelop met datum. Of deze envelop door klaagster is opgehaald is de huisarts niet bekend. Als een klaargelegd dossier of poststuk na één maand nog niet is opgehaald wordt deze door de assistente vernietigd. Na het verzoek van de advocaat van klaagster van 6 september 2023 is er telefonisch contact geweest met de advocaat, en is op 10 november 2023 een volledig huisartsenjournaal verzonden. De huisarts heeft toegelicht dat overige correspondentie met foto’s, vochtlijsten en het schouwverslag zich niet in het huisartsendossier (HIS) bevinden. De intercollegiale consultatie gaat via de Siilo app waarbij, om privacy redenen, de gegevens en foto’s na één maand gewist worden. Vocht- en verpleeglijsten worden (in beginsel) alleen door de verpleeginstantie bijgehouden. Bij een lijkschouwing wordt bij een natuurlijke dood het overlijdensformulier handmatig ingevuld en ten behoeve van de uitvaartondernemer bij de overledene achtergelaten. Dit formulier wordt nooit in het huisartsendossier opgenomen. Verweerster erkent dat zij eerder had moeten reageren op de verzoeken (van 19 april 2023,
6 september 2023 en 6 december 2024) tot het verstrekken van het medisch dossier en dat zij had moeten reageren op het verzoek van klaagster van 5 januari 2023 om delen van het dossier te verwijderen.

4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college


De criteria voor de beoordeling

5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2 Het college ziet aanleiding de klachtonderdelen, zoals hiervoor onder 4.1 weergegeven, in twee onderdelen te bespreken. De onderdelen a) tot en met f) gaan, samengevat, over het niet tijdig en niet in chronologische volgorde verstrekken van het medisch dossier, terwijl klachtonderdeel g) gaat over het niet reageren van de huisarts op het verzoek van klaagster om wijzigingen aan te brengen in het medisch dossier van patiënte.
Daarbij leidt het college uit de gewisselde stukken en hetgeen ter zitting is besproken af dat klaagster op enig moment een volledig medisch dossier van patiënte van de huisarts heeft ontvangen.


Klachtonderdelen a) t/m f) over het niet tijdig en niet in chronologische volgorde verstrekken van het medisch dossier

5.3 Het college stelt vast dat de huisarts (ook ter zitting) deze klachtonderdelen erkent. Zij heeft het dossier van patiënte niet tijdig (in chronologische volgorde), aan klaagster verstrekt. Op voet van het bepaalde in artikel 12 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) had zij binnen één maand moeten voldoen aan het verzoek tot verstrekken van het medisch dossier. Dit is ook weergegeven in de KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’. Het feit dat dit niet is gebeurd acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar en deze klachtonderdelen zijn dan ook gegrond.


Klachtonderdeel g) over het niet reageren op het verzoek tot verwijdering van gegevens op verzoek van klaagster

5.4 Vast staat dat de huisarts niet heeft gereageerd op het verzoek van klaagster van
5 januari 2023, om door haar aangegeven gedeelten uit het medisch dossier van patiënte te verwijderen. Desgevraagd heeft de huisarts dit ook erkend en, ook ter zitting, aangeven dat zij dit wel had moeten doen. In artikel 12, derde lid, van de AVG is bepaald dat binnen één maand gereageerd moet worden op een dergelijk verzoek, hetgeen eveneens is weergegeven in de hiervoor genoemde KNMG-richtlijn. Ook dit niet reageren is naar het oordeel van het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klachtonderdeel g) is gegrond.


Slotsom

5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht gegrond zijn.


Maatregel

5.6 Het college dient vervolgens de vraag te beantwoorden of en welke maatregel in dit geval moet worden opgelegd. Daarbij overweegt het college dat zij geen aanleiding ziet om af te zien van het opleggen van een maatregel (artikel 69, vierde lid, van de Wet BIG). Nu klaagster herhaald heeft verzocht om een afschrift van het medisch dossier, de huisarts de
verzoeken (bewust) te lang heeft laten liggen én niet heeft gereageerd op het (vernietigings-/wijzigings) verzoek van 5 januari 2023 is het opleggen van een maatregel naar het oordeel van het college passend en geboden. Bij de beantwoording van de vraag welke maatregel moet worden opgelegd betrekt het college het gegeven dat de huisarts de klachtonderdelen zoals hiervoor besproken erkent en ter zitting heeft benadrukt daar lering uit te hebben getrokken. In het licht daarvan zal het college de maatregel van een waarschuwing opleggen, hetgeen een zakelijke terechtwijzing is.

6. De beslissing

Het college:

  • verklaart de klacht geheel gegrond;
  • legt de huisarts de maatregel op van een waarschuwing.

Deze beslissing is gegeven door W.P. Claus, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist, R.J. Wolters,

C.B.M. Dechesne en A.D.J. van Empel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025.

secretaris voorzitter


Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.