ECLI:NL:TGZRSHE:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7321
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:108 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-10-2025 |
| Datum publicatie: | 01-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2024/7321 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager klaagt erover dat een apotheker van een online-apotheek zonder uitleg met hem of overleg met een arts heeft vervangen door een ander medicijn en over het niet of onvoldoende verstrekken van zijn medisch dossier. Het college oordeelde dat de klacht kennelijk ongegrond is. De apotheker is namelijk niet de eindverantwoordelijke voor de communicatie over de medicijnverstrekking (dat is de gevestigd apotheker), en de patiënt had geen huisarts waarmee overleg mogelijk was. Het college overweegt daarbij wel dat een apotheker een client over een merkwissel dient te informeren. De apotheek heeft het medicatieoverzicht toegestuurd. Dat volstond. Een recept maakt geen deel uit van het medisch dossier van de apotheek. Klager heeft daarbij niet duidelijk gemaakt dat hij ook het originele recept wilde, dat bleek pas later, na het indienen van de klacht. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 1 oktober 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B], klager,
tegen
[C],
apotheker,
(destijds) werkzaam in [D], verweerster, hierna ook: de apotheker,
gemachtigde: mr. S. Dik, werkzaam in Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager kreeg medicatie op basis van een door een arts voorgeschreven herhaalrecept.
Verweerster werkt bij een online-apotheek. Op enig moment is het merk van een medicijn
van dit
herhaalrecept door de online-apotheek vervangen door een ander merk van dit medicijn.
Klager is
daarover niet vooraf geïnformeerd. Hij stelt bijwerkingen te hebben ondervonden
van het andere merk
medicijn. Voorts is volgens klager niet voldaan aan zijn verzoek om het medisch
dossier te
verstrekken.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 19 juni 2024;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 27 augustus 2024;
- de brief van 6 december 2024 met bijlagen, ontvangen van de gemachtigde van verweerster;
- het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek van 4 december 2024.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Op 11 april 2024 heeft een arts van een huisartsenpraktijk te [B], naast een
aantal andere
medicijnen, het volgende opiaat voor klager voorgeschreven:
Medicatie
Fentanyl Matrix EEN a Pharma Pleister TWAALF mcg/Uur
Dosering
EEN maal per drie dagen EEN pleister
Voorschrijver
[naam arts]
Afleverhoeveelheid
Herhalen t/m
10-04-2025
Afwijkende herhalen t/m datum
3.2 Verweerster is als apotheker werkzaam bij een online-apotheek.
3.3 Het in het recept genoemde opiaat is door de online-apotheek op 6 mei 2024 zonder
uitleg aan
klager en zonder overleg met een arts vervangen door het merk Durogesic 12 mcg/uur
en aan klager
verstrekt. Klager had op dat moment geen huisarts.
3.4 Op 30 mei 2024 heeft klager om inzage en afschrift in zijn medisch dossier bij
de apotheek
verzocht.
4. De klacht en de reactie van verweerster.
Klager verwijt de apotheker het volgende:
1. er is (vervangende) medicatie aan klager verstrekt zonder uitleg aan hem en zonder
overleg met
de huisarts met vervelende bijwerkingen tot gevolg;
2. er is onvoldoende gehoor gegeven aan klagers verzoek tot het verstrekken van
inzage en afschrift
van zijn medisch dossier.
4.1 Verweerster heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren
en de klacht dus
niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk
gaat
beoordelen, heeft verweerster het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.2 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende apotheker. Bij de beoordeling
wordt rekening gehouden met de voor de apotheker geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg
voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor
hun eigen handelen.
Klacht 1: er is (vervangende) medicatie aan klager verstrekt zonder uitleg en zonder
overleg met de
huisarts met vervelende bijwerkingen tot gevolg.
5.2 Klager klaagt over verstrekking van vervangende medicatie zonder dat hij daarover
is
ingelicht en zonder dat hierover overleg met zijn huisarts is gevoerd.
5.3 Verweerster heeft naar voren gebracht dat niet zij maar de gevestigd apotheker
verantwoordelijk is voor de communicatie over en de (wijze van) medicijnverstrekking.
Verder heeft
zij aangevoerd dat het gaat om een herhaalrecept van 11 april 2024 en dat een merkwissel
normaal
gesproken met de patiënt gecommuniceerd wordt via de app van deze online-apotheek.
Gebleken is dat
klager deze app niet gebruikte. Een apotheker is volgens verweerster overigens niet
verplicht te
communiceren dat sprake is van een merkwissel. De voorschrijvend arts had niet op
het recept
vermeld dat sprake was van een medische noodzaak dat alleen een bepaald merk van
dit opiaat mocht
worden voorgeschreven.
5.4 Het college merkt allereerst het volgende op. Ten tijde van de verstrekking
van het medicijn
had klager geen huisarts zodat overleg met zijn huisarts over deze merkwissel niet
mogelijk was.
Dit betekent dat dit klachtonderdeel, dat betrekking heeft op het overleg met de
huisarts, alleen
al daarom niet gegrond kan worden bevonden.
5.5 Voorts overweegt het college als volgt. In een apotheek is de gevestigd apotheker
de
eindverantwoordelijke voor de farmaceutische zorg en de praktijkvoering van de apotheek.
Verweerster is niet de gevestigd apotheker. Dat betekent dat verweerster alleen
al daarom niet
verantwoordelijk kan worden gehouden voor enige miscommunicatie omtrent de merkwissel.
Dat zou
overigens anders zijn geweest wanneer klager aan de balie van de apotheek zou zijn
geweest en
verweerster degene was geweest die klager had geholpen aan de balie. Dan geldt namelijk
het
volgende.
5.6 In tegenstelling tot wat de gemachtigde van verweerster daarover in haar brief
van 6 december
2024 opmerkt, is het wel degelijk een verplichting van een apotheker om
cliënten/patiënten vooraf te informeren over een merkwissel. Een cliënt/patiënt
weet in geval van
een merkwissel immers niet altijd dat het om hetzelfde medicijn gaat maar dat slechts
sprake is van
een andere fabrikant. Het wisselen van medicijnen kan dus voor verwarring zorgen
met als risico dat
het medicijn verkeerd wordt ingenomen. Het is daarom wel degelijk nodig een cliënt/patiënt
daarover
vooraf te informeren. Indien het, zoals in dit geval, niet lukt om een cliënt/patiënt
hierover via
de door deze apotheek gebruikte app te berichten, dient de apotheker ervoor te zorgen
dat de cliënt/patiënt deze informatie op een andere manier bereikt. Dat is in dit
geval kennelijk niet gebeurd.
5.7 Omdat verweerster echter niet persoonlijk betrokken was bij de berichtgeving
over de
merkwissel en zij evenmin de eindverantwoordelijkheid voor het juist informeren
over deze
merkwisselingen draagt, dat is immers vanwege de setting van de online-apotheek
de gevestigd
apotheker, kan haar niet worden verweten dat de informatieverstrekking over de merkwissel
niet naar
behoren was.
Dit leidt niet, zoals verweerster stelt, tot de conclusie dat klager niet-ontvankelijkheid
is in
dit klachtonderdeel, maar tot ongegrondheid van de klacht.
Klacht 2: er is onvoldoende gehoor gegeven aan klagers verzoek tot het verstrekken
van inzage en
afschrift van zijn medisch dossier.
5.8 Klager stelt dat hij heeft verzocht om hem het medisch dossier te verstrekken
maar dat dit ter
bescherming van zijn gezondheid niet aan hem is verstrekt. Tijdens het mondeling
vooronderzoek is
gebleken dat klager graag het recept had willen ontvangen, zodat hij kon controleren
of het juist
was dat een ander medicijn aan hem verstrekt was.
5.9 Verweerster heeft het volgende verweer gevoerd. Klager heeft zijn medisch dossier
opgevraagd
omdat hij naar een andere apotheek was overgestapt. Aan hem is daarom een mail gestuurd
met het
medicatieoverzicht als bijlage. Omdat de apotheek niet over meer gegevens beschikte,
is dat ook aan
klager meegedeeld. Omdat niet duidelijk was wat klager precies nog meer wilde ontvangen,
is
geprobeerd contact met hem op te nemen maar dat lukte niet. Naar later bleek wilde
klager kennelijk
de recepten ontvangen om te kunnen zien welke wijziging had plaatsgevonden. Er worden
volgens
verweerster geen afschriften van recepten van opiaten verstrekt om te voorkomen
dat iemand met
hetzelfde recept naar meerdere apotheken gaat.
5.10 Het college overweegt als volgt.
Klager heeft om zijn medisch dossier gevraagd. Een collega van verweerster heeft
het algemene
medicatie-overzicht gestuurd en klager meegedeeld dat er verder geen informatie
was. Verweerster en
haar collega(’s) hebben klager meerdere malen schriftelijk gevraagd, welke informatie
hij precies
nog meer wilde, waarop klager niet concreet heeft geantwoord. Verweerster heeft
verschillende malen
geprobeerd telefonisch met hem in contact te komen om nadere toelichting te vragen,
maar hij bleek
niet bereikbaar. Verweerster heeft daarna nog wel het apotheekjournaal naar hem
toegestuurd.
Verweerster, althans haar collega, heeft naar het oordeel van het college met het
verstrekken van
het medicatieoverzicht, daadwerkelijk het aan de apotheek ter beschikking staande
medisch dossier
verstrekt. Een recept behoort naar het oordeel van het college niet tot het medisch
dossier dat een
apotheek van een cliënt heeft. Dat betekent niet dat een recept nooit wordt verstrekt
maar dan moet
er op zijn minst duidelijk worden gevraagd naar de recepten. Vast staat dat klager
niet direct
heeft kenbaar gemaakt dat hij het originele recept wenste. Dat blijkt althans niet
uit de stukken. Dat werd pas duidelijk tijdens het mondeling vooronderzoek, dus na
het indienen van de klacht. Dat hierover miscommunicatie is ontstaan is niet aan verweerster
te verwijten. Ook dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
5.11 Het college oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Slotsom
5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klachtonderdelen kennelijk ongegrond
zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 1 oktober 2025 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van
Meerwijk, voorzitter,
W. van de Spijker en I. Stollman-Truijen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
T.G. Nijenkamp, secretaris.