ECLI:NL:TGZRAMS:2025:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8275

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:228
Datum uitspraak: 03-10-2025
Datum publicatie: 03-10-2025
Zaaknummer(s): A2025/8275
Onderwerp: Onheuse bejegening
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. In de medische rapportage die is opgesteld door de verzekeringsarts in het kader van de bezwaarprocedure is opgenomen: “Komt allemaal wat gespeeld over, geen teken van ongemak.” Klager vindt dit onprofessioneel en kwetsend. De verzekeringsarts erkent dat de betreffende passage niet in de medische rapportage had mogen staan en licht toe dat dit een persoonlijke notitie aan haarzelf betrof. Zij heeft hiervoor haar excuses aan klager aangeboden. Het college is van oordeel dat dit moet worden beschouwd als een menselijke vergissing. De klacht is kennelijk ongegrond.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 3 oktober 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,

tegen

C,
verzekeringsarts,
werkzaam te B,
verweerster, hierna ook: de verzekeringsarts,
gemachtigde: mr. D, werkzaam te E.

1. De zaak in het kort
1.1 Klager heeft kennisgenomen van de medische rapportage die is opgesteld door de verzekeringsarts in het kader van de bezwaarprocedure. In deze rapportage zijn de gegevens en observaties van de hoorzitting vastgelegd. Daarin is door de verzekeringsarts een cursieve zin opgenomen: “Komt allemaal wat gespeeld over, geen teken van ongemak.” Volgens klager is deze opmerking onprofessioneel en kwetsend, en had de verzekeringsarts zich hiervan moeten onthouden. Volgens klager zet deze opmerking hem in een negatief daglicht en zal dit hem zijn hele leven blijven achtervolgen.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 maart 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 10 juli 2025.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

3. De klacht en de reactie van de verzekeringsarts
3.1 Volgens klager heeft de verzekeringsarts onprofessioneel gehandeld, omdat zij een passage in het medisch rapport heeft opgenomen die onnodig kwetsend voor klager was.

3.2 De verzekeringsarts erkent dat de betreffende passage niet in de medische rapportage had mogen (blijven) staan en licht toe dat dit een persoonlijke notitie aan haarzelf betrof. Zij heeft hiervoor meermaals haar excuses aan klager aangeboden en benadrukt dat het niet haar bedoeling was om klager te kwetsen.

3.3 De verzekeringsarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

3.4 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

4. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
4.1 De vraag is of de verzekeringsarts de zorg heeft verleend die van haar mocht worden verwacht. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verzekeringsarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de verzekeringsarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

4.2 Het college oordeelt dat de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

4.3 Het college stelt vast dat de betreffende passage is opgeschreven als persoonlijke notitie ter ondersteuning van de eigen gedachtegang van de verzekeringsarts. Dat deze notitie in het rapport is blijven staan, moet worden beschouwd als een menselijke vergissing. Het was niet de bedoeling dat de persoonlijke notitie in de rapportage zou worden opgenomen. De verzekeringsarts heeft dit erkend en hiervoor meermaals excuses aangeboden.

4.4 Tot slot geeft het college de verzekeringsarts in overweging om te bezien of de betreffende passage alsnog uit het medisch rapport kan worden verwijderd, nu deze door klager als kwetsend wordt ervaren en voor hem blijvende impact heeft.

Slotsom
4.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

5. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 3 oktober 2025 door J.T.W. van Ravenstein, voorzitter,
L.J. Knap, lid-jurist, H.A.M. Veneman, N.K.M. van der Plas en P. van Haren, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door V.K.M. Hanssen, secretaris.