ECLI:NL:TGDKG:2025:99 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759826 / DW RK 24/399 MK/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2025:99
Datum uitspraak: 29-09-2025
Datum publicatie: 01-10-2025
Zaaknummer(s): C/13/759826 / DW RK 24/399 MK/WdJ
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Dagvaarding op oud adres betekend, met als gevolg dat er verstekvonnis is gewezen. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 29 september 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/759826 / DW RK 24/399 MK/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klaagster,

gemachtigde: [  ] (echtgenoot),

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde.

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 19 november 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 4 januari 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij brief, ingekomen op 22 juli 2025, heeft de gemachtigde van klaagster de klacht nader toegelicht. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2025 alwaar de gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 september 2025.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           Bij exploot van 21 maart 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter te Den Bosch tegen 11 april 2024.

-           Bij verstekvonnis van 11 april 2024 van de kantonrechter te Den Bosch is klaagster veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag.

-           Bij exploot van 13 mei 2024 is het vonnis van 11 april 2024 aan klaagster betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.

3. De klacht

Klaagster beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder de dagvaarding naar het verkeerde adres heeft gestuurd, met als gevolg dat ze er niet bekend mee was dat er een zaak speelde. De uitspraak is wel naar het juiste adres gestuurd.

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat de dagvaarding op het oude adres van klaagster is betekend.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

5.2 De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat de dagvaarding onjuist is betekend. De gerechtsdeurwaarder heeft de dagvaarding op 21 maart 2024 betekend op het oude adres van klaagster. Volgens de uitdraai van de GBA blijkt dat klaagster reeds sinds 1 januari 2024 op een ander adres woonachtig is. De gerechtsdeurwaarder heeft geen verklaring gegeven voor de onjuiste betekening.

5.3 De kamer zal de klacht gegrond verklaren. Het betekenen van ambtelijke stukken is een kerntaak van de gerechtsdeurwaarder. Door geen recente uitdraai van de GBA te gebruiken, met als gevolg een betekening op een onjuist adres, kan de gerechtsdeurwaarder een serieus verwijt gemaakt worden. De kamer acht de maatregel van berisping in dit geval passend en geboden.

5.4 Door de fout van de gerechtsdeurwaarder heeft klaagster zich niet kunnen verweren bij de kantonrechter en is een verstekvonnis gewezen. Het kantoor van de gerechtsdeurwaarder heeft klaagster geadviseerd verzet in te stellen tegen het vonnis van de kantonrechter en aangeboden de advocaatkosten te vergoeden. Daarmee heeft het kantoor in beginsel gedaan wat van haar verwacht mocht worden in deze omstandigheden, zij het dat een pro-actievere houding op zijn plaats was geweest.

5.5 Deze zaak laat treffend zien wat kan gebeuren bij een foute betekening: een verstekvonnis. De gemachtigde van klaagster heeft ter zitting toegelicht dat hij de suggestie van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder de wereld op zijn kop vindt: de deurwaarder maakt een fout zodat wij ons verhaal niet hebben kunnen doen bij de rechter en dan moeten wij zélf de wederpartij gaan dagvaarden? Dat kan niet waar zijn. Dat is voor klaagster de reden geweest geen verzet in te stellen. Bovendien speelden er meerdere persoonlijke omstandigheden bij het gezin van klaagster die een actieve bemoeienis op dat moment lastig maakten. De gerechtsdeurwaarder heeft in zijn verweer, en ook ter zitting, aangegeven dat hij ook liever een pro-actievere houding van zijn kantoor had gezien, maar dat hij pas later is betrokken in het dossier.

5.6 Ter zitting is gebleken dat de incasso van de vordering uit hoofde van het verstekvonnis nog loopt bij het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft aangegeven zelf niet meer betrokken te (willen) zijn bij de tenuitvoerlegging en zich hard te willen maken om de kosten uit het dossier te laten vervallen. De kamer geeft – ten overvloede – (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder in overweging een grotere bijdrage te leveren aan de afwikkeling van dit dossier, dat als gevolg van een verkeerde betekening een ongewenst gevolg heeft gekregen.

5.7 De kamer zal de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 43a lid 1 onder a en b van de Gerechtsdeurwaarderswet in combinatie met de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders (Staatscourant 1 februari 2018, nr. 5882) tevens veroordelen in de proceskosten. Deze bestaan uit de kosten van de klaagster en de kosten van behandeling van de klacht door de kamer. Voor klaagster worden die begroot op het forfaitaire bedrag van € 50. Voor de procedure worden de kosten begroot op het forfaitaire bedrag van € 1.500.

5.8 Op grond van artikel 37 lid 7 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht vergoedt.

5.9 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;
  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klaagster, begroot op
    € 50;
  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer, begroot op € 1.500, met aanzegging dat de ex artikel 43

lid 6 van de Gerechtsdeurwaarderswet te bepalen termijn en de wijze waarop de gerechtsdeurwaarder het bedrag van de kostenveroordeling moet voldoen, na het onherroepelijk worden van deze beslissing per brief aan de gerechtsdeurwaarder zal worden medegedeeld;

  • bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht ad

€ 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. B. Brokkaar en

M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

29 september 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.