Zoekresultaten 40701-40720 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1931 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 083/2011

    Verweerster bezoekt huisarts meermaals in verband met klachten diarree, bleod bij ontlasting, voor het eerst 4 maanden na haar eerste bevalling. Dossier verloskundige meldt: "klein ruptuurtje, één hechting'. Huisarts verwijst klaagster ivm haar klachten, na voorafgaand bloed en faeses onderzoek, naar MDL-arts. Op het moment dat deze onderzoek wil doen blijkt dat klaagster een totaal ruptuur heeft. Gelet op klachtenrpesentatie waren er voor huisarts geen aanwijziging voor een totaal ruptuur. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1943 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.260

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut, voormalig werkneemster, dat zij een legaat heeft geaccepteerd van een patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege legt een maatregel van waarschuwing op met publicatie van de beslissing. De fysiotherapeut komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er een onmiddellijk en onverbrekelijk verband tussen de behandelrelatie en het legaat bestaat, hetgeen onder de gegeven omstandigheden aanleiding had moeten zijn het legaat te weigeren. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep, met publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1937 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.128

    Klacht tegen verpleegkundige. Verweerder, verpleegkundige, heeft als verbandmeester in een ziekenhuis na een operatie twee maal het gips om de enkel van klaagster aangelegd. Klaagster verwijt verweerder onzorgvuldig handelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1932 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 084/2011

    Verweerster bezoekt huisarts meermaals in verband met klachten diarree, bleod bij ontlasting, voor het eerst 4 maanden na haar eerste bevalling. Dossier verloskundige meldt: "klein ruptuurtje, één hechting'. Huisarts verwijst klaagster ivm haar klachten, na voorafgaand bloed en faeses onderzoek, naar MDL-arts. Op het moment dat deze onderzoek wil doen blijkt dat klaagster een totaal ruptuur heeft. Gelet op klachtenrpesentatie waren er voor huisarts geen aanwijziging voor een totaal ruptuur. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0960 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-23

    De notaris heeft, bij de afwikkeling van de overdracht van de woning van klaagster, zonder toestemming van klaagster twee betalingen verricht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1944 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.296

    Betreft klacht tegen psychotherapeut die de dochter van klaagster heeft onderzocht naar aanleiding van een vermoeden van seksueel misbruik door de vader. De klacht houdt in dat het onderzoek onvolledig is geweest, dat verweerster haar geheimhoudingplicht heeft geschonden door vader en een vriendin van de familie te informeren en dat de psychotherapeut een ongefundeerd aanvullend oordeel op schrift heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster heeft hoger beroep ingesteld. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege acht het Centraal Tuchtcollege de klacht dat de psychotherapeute onzorgvuldig onderzoek heeft verricht deels gegrond en legt de psychotherapeut daarvoor de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1938 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.203

    Klacht tegen huisarts. Klagers verwijten de huisarts dat hij niet goed naar patiënte heeft geluisterd, haar klachten niet serieus heeft genomen en niet professioneel heeft gehandeld. Daarnaast heeft hij geen goede diagnose gesteld waardoor de behandeling te laat heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de verschillende klachtonderdelen, zulks met uitzondering van de overweging over het feit dat patiënte bekend was met COPD, van welke overweging het Centraal Tuchtcollege afstand neemt. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1933 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 091/2011

    Verloskundige heeft ten onrechte nagelaten na de bevalling een inwendig onderzoek en rectaaltoucher te doen teneiden zich er van te vergewissen of er geen sprake was van een ernstiger, niet zichtbaar rectaal toucher. Ogenschijnlijk leek slechts sprake van een klein ruptuurtje, gehecht met één hechting. Maanden later bleek dat de kraamvrouw een totaalruptuur had opgelopen tijdens de bevalling. Verloskungie heeft geen aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Het college acht dat in strijd met hetgeen van een redelijk handelend verloskundige verwacht mag worden. Beide klachten gegrond.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0961 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-21

    Partijen hebben in 2008 onderhandeld over de overname van het protocol van [notaris B] door [notaris A]. In dat kader heeft [notaris A] in september 2008 een intentieverklaring ondertekend. Vanaf 1 oktober 2008 is een medewerker van [notaris A], [Z], op het kantoor van [notaris B] werkzaam geweest. [notaris A] heeft in het begin van 2009 aan [notaris B] laten weten dat zij wilde afzien van de overname van zijn notarispraktijk. Sindsdien zijn partijen met elkaar in een civielrechtelijk geschil gewikkeld, waarin [notaris B] aanvankelijk nakoming en later schadevergoeding heeft gevorderd.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0955 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-24

    Klaagster verwijt de notaris het volgende: 1. niet handelen zoals van een goede notaris mag worden verwacht; 2. geen initiatief genomen om termijnen in de gaten te houden: passieve houding; 3. verdraaien van feiten: achteraf melden dat er gewacht werd op stukken (onzorgvuldige werkwijze); 4. beroepsfout: de notaris kent het erfrecht niet; 5. in zijn algemeenheid: onprofessionele handelwijze.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1945 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.327

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen en niet één keer op haar klachten, die uit een burn-out bestonden, heeft gereageerd. Voorts stelt klaagster dat de bedrijfsarts haar neerbuigend heeft behandeld. Het Centraal Tuchtcollege deelt het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de bedrijfsarts zijn onderzoek in de eerste plaats had moeten richten op het bestaan van de burn out klachten, doch dat niet uitgesloten kan worden dat enig lichamelijk onderzoek hierbij ook nodig is geweest. Dit lichamelijk onderzoek diende naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege wel in verhouding te staan tot de klachten. Gelijk met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat dit lichamelijk onderzoek niet in verhouding stond tot de klachten in verband waarmee de bedrijfsarts werd geconsulteerd hetgeen blijk geeft van een onjuiste taakopvatting door de bedrijfsarts. Het beroep van de bedrijfsarts wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1939 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.204

    Klacht tegen huisarts. Klagers verwijten de huisarts dat hij niet goed naar patiënte heeft geluisterd, haar klachten niet serieus heeft genomen en niet professioneel heeft gehandeld. Daarnaast heeft hij geen goede diagnose gesteld waardoor de behandeling te laat heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege acht het Centraal Tuchtcollege de klacht van klagers gegrond, voorver zij de huisarts verwijten dat hij op 30 december 2008 niet professioneel en adequaat heeft gehandeld bij de doorverwijzing van patiënte naar de longarts, zodat de uitspraak in zoverre voor vernietiging in aanmerking komt. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarin de klacht door het Regionaal Tuchtcollege in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is verklaard, verklaart de klacht deels gegrond, zonder oplegging van een maatregel en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0975 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-26

    De notaris wordt het volgende verweten: Het is onbegrijpelijk dat de notaris het testament heeft gepasseerd als waarnemer van zichzelf; De notaris heeft te lichtvaardig het testament gepasseerd. De notaris had er zorg voor moeten dragen dat er bij het passeren getuigen aanwezig waren; De notaris had moeten verifiëren of erflaatster wilsbekwaam was; Indien erflaatster wilsbekwaam geweest zou zijn, dan had de notaris er zorg voor moeten dragen dat zij zelf het testament had ondertekend; De notaris heeft zich bij het opstellen van het testament laten leiden door de broer van erflaatster, een goede bekende van hem.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1940 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.210

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer zijn optreden bij het spreekuur van 20 oktober 2009, met name het onderzoek aan haar borsten, zonder noodzaak en zonder behoorlijke toestemming, waardoor klaagster zich vernederd heeft gevoeld en bang is geweest. Daarnaast wordt de bedrijfsarts verweten dat hij zonder redelijk belang een vervolgafspraak heeft gemaakt voor 19 november 2009 en dat de bedrijfsarts niet is aangesloten bij een klachtencommissie. Evenals het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de bedrijfsarts met het door hem verrichte onderzoek buiten zijn deskundigheidsgebied is getreden, dat de bedrijfsarts onvoldoende aannemelijk heeft weten te maken dat het door hem verrichte onderzoek gerechtvaardigd was en dat de door de bedrijfsarts gehanteerde onderzoeksmethode disproportioneel was. Het Centraal Tuchtcollege is ondanks het door de bedrijfsarts gestelde van oordeel dat hij uit de gedragingen van klaagster had kunnen en moeten afleiden dat hij het onderzoek zonder haar daadwerkelijke toestemming verrichtte. Dat de bedrijfsarts het onderzoek desondanks heeft doorgezet is tuchtrechtelijk laakbaar en kan de bedrijfsarts worden verweten. Alhoewel het Centraal Tuchtcollege het Regionaal Tuchtcollege volgt in zijn oordeel dat de bedrijfsarts op een flink aantal punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, deelt het Centraal Tuchtcollege niet zijn oordeel dat de bedrijfsarts blijkens zijn houding ter zitting volstrekt geen inzicht heeft getoond in het onjuiste van zijn handelen. Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de bedrijfsarts wel degelijk – een begin van – inzicht in zijn onjuiste taakopvatting getoond, hetgeen voor het Centraal Tuchtcollege – tezamen met de verwijten die de bedrijfsarts gemaakt moeten worden – aanleiding is voor het opleggen van de maatregel van voorwaardelijke schorsing van de inschrijving in het register voor de duur van drie maanden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1934 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.037

    Betreft klacht tegen fysiotherapeut. Klager heeft deelgenomen aan een georganiseerde groepsreis waaraan ook de fysiotherapeut heeft deelgenomen. Klager heeft klachten over het optreden van de fysiotherapeut voor, tijdens en na de reis, alsook over de door de fysiotherapeut gevoerde alternatieve (fysiotherapie)praktijk. Het Regionaal Tuchtcollege concludeert tot niet-ontvankelijkheid omdat klager nimmer patiënt is geweest van de fysiotherapeut. Klager komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager wel ontvankelijkheid op grond van de tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachten vervolgens ongegrond en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1922 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.115

    Klager is TBS-gedetineerd en heeft meerdere met elkaar verband houdende klachten ingediend tegen diverse beroepsbeoefenaren, waaronder verweerder, psychiater. Hij verwijt verweerder dat hij dwangmedicatie krijgt toegediend en dat het hem niet wordt toegestaan pornografie in zijn bezit te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af en het door klager ingestelde hoger beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1916 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.276

    Klacht tbs-gedetineerde tegen huisarts. Verwijt dat huisarts ten onrechte geen middelen tegen impotentie heeft voorgeschreven en heeft nagelaten door te verwijzen voor een psychisch noodzakelijke neuscorrectie. Klacht afgewezen door Regionaal Tuchtcollege. Beroep verworpen. Voor zover klager stelt dat het te lang heeft geduurd voordat er ten behoeve van de door hem gewenste neusoperatie een behandelplan was opgesteld, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de huisarts daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1929 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.153

    Klaagster verwijt de tandarts dat hij haar niet heeft geïnformeerd over het plaatsen van kronen in 2001, dat hij in oktober 2005 een stift verkeerd heeft geplaatst als gevolg waarvan klaagster veel pijn heeft geleden en dat hij niet heeft onderkend dat er een diepe ontsteking zat na verkeerde plaatsing. Voorts verwijt zij de tandarts dat hij zonder instemming element 36 heeft verwijderd, dat hij de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen en dat hij klaagster ten onrechte niet eerder heeft verwezen naar de kaakchirurg. Tot slot verwijt klaagster de tandarts dat hij een röntgenfoto van de onderkaak van klaagster uit het systeem heeft verwijderd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de tandarts heeft onderkend dat hij de stift in element 35 verkeerd heeft geplaatst. Dit is een helaas niet altijd te vermijden complicatie. Gelet echter op de ernstige klachten die klaagster heeft ondervonden in de periode na plaatsing van de stift, heeft de tandarts verzuimd een behoorlijke diagnose te stellen door middel van een röntgenfoto. Klaagster heeft zich na plaatsing van de stift in ieder geval driemaal bij de praktijd van de tandarts vervoegd met pijnklachten. De tandarts mocht zich onder deze omstandigheden niet beperkten tot het zonder nader onderzoek voorschrijven van antibiotica. De tandarts heeft, naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege onvoldoende (na)zorg betracht na plaatsing van de stift. Het Centraal Tuchtcollege legt de tandarts de maatregel van waarschuwing op en bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden.

  • ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0766 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch KLN.11.19

    Notaris wordt verweten een testament te hebben opgemaakt en gepasseerd, terwijl testatrice volgens klager hiertoe niet wilsbekwaam was. De klacht is ongegrond omdat de stelling van klager niet aannemelijk is geworden en de notaris de op dit punt geldende procedure heeft gevolgd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1923 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.278

    Klaagster verwijt arts onder meer dat hij, toen zij de spoedeisende hulp bezocht met last van pijn in onderrug en dijbeen, medicatie heeft voorgeschreven (Arthrotec) die gelet op de zwangerschap van klaagster niet had mogen worden voorgeschreven. Het Regionale College wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat Arthrotec bij voorkeur niet dient te worden voorgeschreven aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Indien een arts toch overweegt Arthrotec aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd voor te schrijven, dient hij er zorgvuldig naar te informeren of de vrouw zwanger is en bij enige twijfel het middel niet voor te schrijven. In dit geval heeft de arts klaagster niet gevraagd of zij zwanger was en niet is gebleken dat de arts zich anderszins voldoende heeft laten informeren over een mogelijke zwangerschap van klaagster. Klachtonderdeel gegrond; waarschuwing.