Zoekresultaten 21-40 van de 47901 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:225 Hof van Discipline 's Gravenhage 260123
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:225
Termijnoverschrijding. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De termijn van artikel 56 lid 1 Advocatenwet wordt strikt gehanteerd. Slechts op grond van bijzondere omstandigheden is daar een uitzondering op mogelijk. Het hof is van oordeel dat de door klager aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken. Het verzenden van een beroepschrift per post is voor eigen rekening en risico van klager. Het is klagers eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het beroepschrift het hof tijdig bereikt. Klager had daarvoor maatregelen kunnen treffen, zoals het aangetekend verzenden van het beroepschrift. Dat heeft klager niet gedaan en hij heeft ook geen andere reden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar zou kunnen zijn. Niet is gebleken dat klager niet in staat was om tijdig het hoger beroep in te stellen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:219 Hof van Discipline 's Gravenhage 260014
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:219
Klacht over eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerster onder meer dat zij oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de derdengeldrekening door middels deze zonder haar uitdrukkelijke instemming één van haar declaraties te hebben voldaan, alsmede dat zij niet alle belangrijke informatie en afspraken schriftelijk heeft vastgelegd. De raad heeft deze twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad wat betreft de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid, maar ziet aanleiding om de zwaardere maatregel van berisping op te leggen. Vernietiging raadsbeslissing voor wat betreft de maatregel. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:156
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3225 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:147
.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:213 Hof van Discipline 's Gravenhage 250254
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:213
Klacht over advocaat van de wederpartij dat verweerder betaling van declaraties vorderde, terwijl hij een toevoeging had en dat verweerder willens en wetens een onjuist gedateerde overeenkomst in het geding had gebracht. De raad heeft deze klachten gegrond verklaard. Het hof heeft vastgesteld dat er geen toevoeging was en kan niet vaststellen dat verweerder opzettelijk een gepostdateerd exemplaar in het geding heeft gebracht. Vernietiging, ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-396/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:157
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3142 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:148
.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:214 Hof van Discipline 's Gravenhage 260118
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:214
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is – onder meer - dat de advocaat moet worden betaald. Ingeval er een toevoeging wordt verleend moet de eigen bijdrage worden betaald en eventuele bijkomende kosten. De deken heeft erop gewezen dat het budget van klaagster van € 500,- redelijkerwijze onvoldoende is voor een advocaat om klaagster van juridische bijstand te voorzien in het onderliggende geschil. Daarbij heeft de deken in aanmerking genomen dat het geschil door klaagster wordt beschreven als een juridisch complexe zaak met een lange voorgeschiedenis. Zelfs al zou aan een advocaat een beperkte opdracht worden gegeven zoals klaagster voorstelt, dan nog vergt het indienen van processtukken een inhoudelijke voorbereiding van de zaak. Het hof acht het voorstelbaar dat het beperkte budget van klaagster al niet voldoende is om de kosten daarvan te kunnen dekken. Gelet hierop heeft de deken het aanwijzingsverzoek naar het oordeel van het hof wegens een gegronde reden afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-434/AL/MN
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:158
Voorzittersbeslissing. Betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. De voorzitter heeft begrip voor de behoefte van klager om contact te kunnen hebben met de advocaat van zijn ex-partner om afspraken te kunnen maken over het door hem zo gewenste contact met zijn dochter. Dit gaat echter niet zover dat je daarom een recht hebt op een reactie van die advocaat of dat kunt afdwingen door aan die advocaat een termijn te stellen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster klager telkens binnen een redelijke termijn op de hoogte gebracht van het standpunt van haar cliënte. Daarbij is ook gemeld dat mediation voor haar cliënte geen optie was. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte diende verweerster instructies van haar cliënte op te volgen. Dat heeft verweerster gedaan zonder daarbij de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat wederpartij te overtreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:149
Klacht tegen een orthopedisch chirurg over een door haar in opdracht van de rechtbank opgemaakt deskundigenrapport. Klager is het niet eens met de manier waarop dit rapport tot stand is gekomen. Hij verwijt de orthopedisch chirurg onder meer dat zij niet met de second opinion-arts in overleg is getreden en dat zij niet onpartijdig was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:215 Hof van Discipline 's Gravenhage 260134
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:215
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het gaat om twee verzoeken. Klager wil bij de Hoge Raad om herziening vragen. De deken heeft verzocht om toezending van de uitspraak waarvan klager herziening wil vragen. Dat heeft klager niet gedaan. Gelet op de informatieverplichting van de verzoeker, mocht de deken afwijzend beslissen op het aanwijzingsverzoek. Ten aanzien van het tweede verzoek is het hof is van oordeel dat de deken het verzoek van klager op goede gronden heeft afgewezen. Bij het onderzoek naar aanleiding van dit verzoek van klager heeft de deken vastgesteld dat klager reeds wordt bijgestaan door een advocaat. Deze advocaat heeft bevestigd dat hij klager bijstaat en dat hij een procesadvies zal geven inzake het door klager gewenste herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:216 Hof van Discipline 's Gravenhage 260130
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:216
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klaagster heeft, ten tijde van de behandeling van haar aanwijzingsverzoek door de deken, twee advocaten bereid gevonden haar bij te staan. Hierdoor heeft klaagster geen belang bij de behandeling van haar aanwijzingsverzoek en zal haar beklag reeds daarom ongegrond worden verklaard. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat klaagster er zelf voor heeft gekozen om geen gebruik te maken van de diensten van die advocaten. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat met een aanwijzing van een advocaat door de deken niet kan worden bereikt dat de aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verplicht op toevoegingsbasis moet verrichten, terwijl de rechtzoekende geen recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 Verzet
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:150
Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Klacht tegen GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft zorg verleend aan klager. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat tijdens de procedure is gebleken dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het opgelegde contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog en dus dat sprake is van misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9414
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij drie keer door hem is behandeld, zonder dat de fysiotherapeut een medisch dossier heeft bijgehouden. Het bijhouden van een medisch dossier is wettelijk verplicht (artikel 7:454 BW). Dat de behandeling kortstondig was en klager familie was van een medewerker van de praktijk, doet daar niet aan af. De fysiotherapeut erkent ook dat hij dit had moeten doen. Het college is niet bevoegd om een klacht over schadevergoeding te beoordelen. Voor het overige is de klacht ongegrond. Geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:217 Hof van Discipline 's Gravenhage 260034
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:217
Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het verzoek van klaagster ziet het aanwijzen van een advocaat die haar belangen in de procedure betreffende het verlenen van een zorgmachtiging in de volle breedte behartigt. Klaagster is van mening dat de rechtbank onbevoegd was om nog enige beschikking te wijzen en zij vindt daarom dat de beschikking van 18 december 2025 onbevoegd is genomen. Voor het aanvechten van die beschikking heeft klaagster om een advocaat verzocht. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat klaagster met het instellen van cassatie niet kon bereiken wat zij wilde, namelijk de vernietiging van de beslissing van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025. Dit betekent dat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. De deken heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat toewijzing van een (stam)advocaat niet zal leiden tot een samenwerking waarin klaagster vertrouwen in heeft. Gelet op de voorgeschiedenis, waarin reeds meermalen -zowel door de deken als door de rechtbank- een advocaat is aangewezen, onderschrijft het hof dit standpunt van de deken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-639/AL/OV
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:154
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9415
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 14-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172
Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De fysiotherapeut is praktijkeigenaar. Klager is drie keer behandeld door een collega-fysiotherapeut binnen de praktijk, zonder dat hiervan een medisch dossier is opgesteld. Het is de fysiotherapeut niet persoonlijk tuchtrechtelijk aan te rekenen dat geen dossier is bijgehouden. De casus en het belang van zorgvuldige dossiervoering is uitgebreid binnen de praktijk besproken, zodat situaties als deze in de toekomst worden voorkomen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:218 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068V
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:218
Verzet tegen voorzittersbelissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Verweerster heeft er terecht op gewezen dat klaagster in haar verzetschrift expliciet toegeeft dat, en waarom, het haar bedoeling is om met haar klacht tegen verweerster dier dekenvisie aan de orde te stellen. Wat in verzet naar voren is gebracht, is daarmee een herhaling van wat klaagster aan haar klacht tegen verweerster ten grondslag heeft gelegd en daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-775/AL/OV
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:155
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3141 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:146
.