We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 71-80 van de 47993 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8540

    Deels gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster is door de anesthesioloog behandeld voor chronische pijnklachten bij long-covid. Er is door de anesthesioloog geen medisch dossier overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de anesthesioloog een (nadere) anamnese heeft verricht. Verder ontbreekt ook elke rapportage over de behandeling van klaagster, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake was van adequate monitoring, ook voor wat betreft de wijze van toediening van medicatie is adequate monitoring aangewezen. Klacht deels gegrond, berisping met publicatie.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-49

    De kamer is van oordeel dat klager misbruik heeft gemaakt van het klachtrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-76

    Klager verwijt de notaris dat op de datum van indiening van de klacht alle gegevens betreffende de veiling van het pand nog voor een ieder zichtbaar waren op de website, hetgeen op klager zeer bedreigend overkomt. Naar het oordeel van de kamer leidt de enkele omstandigheid dat de gegevens tot eind 2025 online zichtbaar zijn gebleven niet tot de conclusie dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De lat daarvoor ligt hoger. Daarbij acht de kamer van belang dat niet is gebleken dat klager de notaris eerder heeft verzocht de betreffende gegevens te (laten) verwijderen en dat de notaris, toen hij de klacht had ontvangen, de gegevens onmiddellijk van de website heeft laten verwijderen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-435/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter was verweerster in haar positie van curator gehouden om het gerechtshof na de comparitie te informeren over de nieuw door haar ontvangen informatie van een vermeende schuldeiser. Zij heeft in die brief volledig open kaart gespeeld en het gerechtshof op feitelijk juiste wijze voorgelicht. Zij heeft daarin de brief van die schuldeiser als ook de reactie daarop van klager geciteerd, zonder daarbij sturend te zijn geweest. Klager verwijt verweerster dat zij zijn woorden daarin opzettelijk heeft verdraaid. Indien dat het geval was geweest, dan had de advocaat van klager dat daarna aan de orde kunnen stellen in zijn reactie namens klager aan het gerechtshof. Daarvan is de voorzitter niet gebleken. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-439/AL/OV

    De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-487/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij op basis van een geantedateerde en niet door klager ondertekende overeenkomst van geldlening conservatoir beslag heeft doen leggen en een schikkingsvoorstel aan klager heeft gedaan (klachtonderdeel 1), waarbij verweerder klager spreekwoordelijk “tegen de muur gezet” heeft en hem heeft afgeperst (klachtonderdeel 2). Dat verweerder aanleiding had om te twijfelen aan de door zijn cliënte verstrekte informatie, waaronder de overeenkomst van geldlening, is de voorzitter op basis van de overgelegde stukken niet gebleken. De voorzitter overweegt dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten van partijen in een civielrechtelijk geschil. De feitelijke grondslag van het verwijt, dat verweerder klager een schikkingsvoorstel heeft gedaan en hem (daarbij) “tegen de muur heeft gezet” en heeft afgeperst, ontbreekt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:230 Hof van Discipline 's Gravenhage 250466

    Het betreft een klacht over verweerder die als gezamenlijke echtscheidingsadvocaat voor klager en zijn ex-vrouw is opgetreden. Zijn ex-vrouw had al eerder geklaagd over verweerder. De raad van discipline had al onherroepelijk geoordeeld dat verweerder zijn zorgplicht had geschonden. Het hof is van oordeel dat de klacht van klager over verweerder inhoudelijk een herhaling is van de klacht van zijn ex-vrouw. Op grond van het ne bis in idem beginsel is klager niet ontvankelijk in zijn klacht over schending van de zorgplicht. De klacht dat klager door uitlatingen van verweerder geen opvolgend advocaat kon vinden is onvoldoende onderbouwd en daarmee ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W2

    Wrakingsverzoek deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Voor zover verzoeker dezelfde gronden aanvoert waarop op grond van artikel 3.1 Wrakingsprotocol al is beslist bij beslissing van 4 juni 2026 is het herhaalde verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Nu dit het tweede wrakingsverzoek betreft dat direct verband houdt met de hoofdprocedure en verzoeker tevens een derde voorwaardelijk wrakingverzoek heeft ingediend bij het hof en er dus sprake is van een patroon van wrakingen en bovendien een herhaling van wrakingsgronden waarop reeds is beslist, kan de conclusie niet anders zijn dat er sprake is van misbruik van recht. Het hof zal bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak wegens misbruik van recht niet meer in behandeling wordt genomen (artikelen 7.2 en 7.3 Wrakingsprotocol).

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250453

    Het betreft een klacht van een advocaat over de advocaat van de wederpartij. Het betreft een geschil tussen buren over een erfdienstbaarheid waarbij ook de gemeente betrokken is geraakt als (privaatrechtelijk) eigenaar van twee naburige percelen. Verweerder treedt op voor een van de buren en klager treedt op voor de gemeente. Verweerder heeft in verband met het erfdienstbaarheidsgeschil een Woo-verzoek ingediend bij de gemeente. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 25 het Woo-verzoek zonder vooraankondiging, medeweten of goedkeuring van klager rechtstreeks bij de gemeente heeft ingediend, dat verweerder inbreuk heeft gemaakt op de geheimhoudersrelatie tussen klager en de gemeente en onjuiste beweringen heeft gedaan tegenover de gemeente bij indiening van het verzoek. De raad heeft gegrond bevonden dat verweerder zonder kennisgeving aan klager een Woo-verzoek had ingediend. De overige klachten heeft de raad ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:67 Accountantskamer Zwolle 25/3427 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zonder haar toestemming haar aangifte inkomstenbelasting 2024 bij de belastingdienst heeft ingediend en haar daarvan niet op de hoogte heeft gesteld. Volgens klaagster is de aangifte ook onjuist en heeft betrokkene opzettelijk informatie voor klaagster achtergehouden. Voorts verwijt klaagster betrokkene dat hij in een gesprek haar zorgen over de gang van zaken heeft genegeerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene op meerdere momenten het fundamentele beginstel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Hij heeft de aangifte inkomstenbelasting van klaagster zonder haar toestemming ingediend en klaagster daarvan niet op de hoogte gesteld. Betrokkene heeft ook niet adequaat gereageerd op klaagsters zorgen over de verwerking van de afspraken uit het echtscheidingsconvenant.