Zoekresultaten 71-80 van de 46636 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:30 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:30
Niet valt in te zien dat het al dan niet klachtwaardig handelen van verweerder afhankelijk zou zijn van het inhoudelijk oordeel van de rechter in hoger beroep in de onderliggende gerechtelijke procedure over een al dan niet terecht gelegd beslag of de aansprakelijkstelling van klager in zijn rol als bestuurder. Kennelijk wilde klager de uitkomst van die procedure afwachten om zijn klacht wat extra gewicht mee te kunnen geven indien de uitspraak een bepaalde kant op zou gaan. Verder is de driejaarstermijn uit artikel 46g van de Advocatenwet is een harde termijn. Enkel voor die gevallen als genoemd in het betreffende wetsartikel kan sprake zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding. De overweging om de klachtprocedure te starten op een voor klager geschikt moment vanwege efficiency overwegingen levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-597/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:37
Raadsbeslissing. Verweerder heeft niet alleen verzuimd om de beschikking betreffende de scheiding van tafel en bed in te schrijven in de daartoe bestemde registers, maar de werkwijze van verweerder was daar ook niet op ingericht. Hij droeg zelf niet de zorg voor de inschrijving en controleerde ook niet of iemand anders de beschikking had ingeschreven. Ook de houding van verweerder richting klaagster toen zij zich bij hem meldde omdat zij zich door dit verzuim geconfronteerd zag met een mogelijke claim van de Belastingdienst merkt de raad aan als een strafverzwarende omstandigheid. Verweerder liet klaagster in de kou staan door haar naar de mediator te verwijzen in plaats van met alle mogelijke middelen zijn fout ongedaan te maken. Ook op de onderhavige klacht heeft verweerder niet adequaat gereageerd. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:31 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-466/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:31
Klaagster beklaagt zich over de met verweerder gemaakte (financiële) afspraken en zijn weigering om met haar Amerikaanse advocaat te overleggen en haar dossier aan haar opvolgend advocaat af te geven. Naar het oordeel van de raad treft verweerder geen enkel tuchtrechtelijk verwijt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 03-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:38
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-850/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:27
Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-828/AL/NN
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:28
De voorzitter heeft in de voorzittersbeslissing ook beslist op het door klager aangedragen punt, zij het niet zo uitvoerig als klager kennelijk had gewild. Klager kan dit in de onderhavige klacht, op grond van het ne bis in idem-beginsel, dan ook niet nogmaals onderdeel van de klacht laten zijn. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:33 Hof van Discipline 's Gravenhage 250408
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:33
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Evenals de rechtbank in eerste aanleg heeft ook het gerechtshof geoordeeld dat de vordering tot schadevergoeding van klager is verjaard als gevolg waarvan klager volgens het gerechtshof geen belang meer heeft bij de gevorderde verklaring voor recht omdat deze strekt tot het verkrijgen van schadevergoeding. Klager heeft niet bestreden dat hij geen cassatie heeft ingesteld tegen het arrest van 10 juni 2025. Daarmee staat vast dat het arrest onherroepelijk is geworden en heeft de uitspraak in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht (artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het hof is met de deken van oordeel dat het aanhangig maken van een nieuwe procedure tegen dezelfde partij over feitelijk dezelfde kwestie geen redelijke kans van slagen heeft.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 250179
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:34
Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. Klaagster is advocaat van een huurder, verweerder van een verhuurder. De huur wordt beëindigd omdat het gehuurde wordt verkocht. Huurder en verhuurder spreken af dat de huurder het pand zal verlaten en dat de verhuurder een vergoeding zal betalen, na ontvangst van de koopsom. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder zich in relatie tot klaagster bij de afwikkeling van de gemaakte afspraken onwelwillend heeft opgesteld. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat klaagster verweerder terecht heeft verweten dat hij zich in relatie tot haar onwelwillend heeft opgesteld en heeft verweerder hiervoor een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9002
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:31
Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog heeft klager beoordeeld in het kader van een CBR-keuring van de rijvaardigheid van klager. Voor het college is te volgen dat de neuroloog op grond van de medische gegevens van klager aannemelijk heeft geacht dat sprake is geweest van meerdere epileptische aanvallen. Vanwege de door klager aan de behandelend neuroloog beschreven déjà vues is de neuroloog ervan uitgegaan dat klager eerder insulten had gehad. De neuroloog hoeft voor een keuring geen diagnose te stellen, maar kan volstaan met voldoende verdenking op een neurologische oorzaak. Het rapport is kort, maar voldoet aan de eisen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:26 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-573/AL/MN
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:26
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide onderdelen ongegrond verklaard.