Zoekresultaten 1-10 van de 46834 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8625

    Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verbleef in de PI en bezocht een paar keer de tandarts. Hij verwijt de tandarts, samengevat, ernstige en aanhoudende nalatigheid in de tandheelkundige zorg. Verzoeken om hulp zouden zijn afgewezen met als argument dat klager deze zorg buiten de PI moest organiseren. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8812

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De verpleegkundig specialist werd vanaf april 2025 zijn regiebehandelaar en besloot, samen met de betrokken psychiater, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de verpleegkundig specialist, samengevat, het onvoldoende voeren van regie en onverantwoord en zonder overleg afbouwen van de medicatie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundig specialist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8813

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De psychiater werd betrokken bij het voorschrijven van zijn medicatie en besloot, samen met de betrokken verpleegkundig specialist, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de psychiater, samengevat, het onverantwoord afbouwen van de medicatie zonder overleg met klager, het fouten maken in correspondentie en negeren van het recht op een second opinion. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8291 en Z2025/8292

    Ongegronde klacht tegen een psychiater/psychotherapeut. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8293

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog over de behandeling van klager. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was als regiebehandelaar bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8205

    Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Geen sprake van het stellen van een diagnose zonder enig onderzoek en het college heeft niet kunnen vaststellen dat de longarts zich onprofessioneel heeft gedragen tegen de patiënt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2879

    Klacht tegen een KNO-arts. Klager verwijt de KNO-arts dat hij verwijtbaar heeft gehandeld, omdat hij bij het uitvoeren van het oortoilet bij het linkeroor van klager dit linkeroor heeft ‘stukgezogen’. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8944

    Kennelijk ongegronde klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt de arts dat zij hem heeft gediscrimineerd door hem zorg te onthouden omdat klager rookt. Ook zou zij een ongepaste opmerking hebben gemaakt. In- en uitwendige scheefstand en gezwollen slijmvliezen. Medicatie vanwege gezwollen slijmvliezen. Behandelplan primair gericht op verhelpen van de neusblokkade, met een inwendige neuscorrectie als mogelijke oplossing. Belang van stoppen met roken besproken, gelet op de mogelijkheid van complicaties. Beleid navolgbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen. Ongepaste opmerking kan niet worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2936 en C2025/2978

    Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis. De psychiater heeft na twee gesprekken geconcludeerd dat bij klaagster geen sprake is van ASS, maar hooguit van een communicatiestoornis. De klacht van klaagster gaat over de bejegening en over de wijze van onderzoek. Daarnaast is klaagster van mening dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de psychiater daarvoor de maatregel van berisping opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de klacht op twee extra onderdelen gegrond verklaren en bepalen dat kan worden volstaan met handhaven van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8097

    Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken. Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten, maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De internist was slechts één van de vele artsen die bij klaagster aan het bed zijn geweest. Zij bepaalde niet het beleid. Het lag niet op haar weg om (eenzijdig) een diagnose te stellen en/of om een - met reden - uitgestelde behandeling te starten.