Zoekresultaten 81-90 van de 48119 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:169 Raad van Discipline Amsterdam 26-578/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocatenkantoor. Gebrek aan belang. Geen van de advocaten die bij verweerder werkzaam zijn treedt namens de werkgever van klager op in het geschil over de door klager gestelde werkgeversaansprakelijkheid. Verder staat vast dat klager de medische informatie zelf heeft verstrekt om zijn verzet in de klachtprocedure tegen mr. Z. te onderbouwen. Voor zover verweerder deze informatie intern heeft verwerkt, bewaard en gedeeld staat vast dat dit nodig was voor het voeren van verweer tegen de over mr. Z. ingediende klacht. Ook staat vast dat verweerder de medische informatie van klager na afloop van de verzetprocedure tegen mr. Z. heeft vernietigd. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106V

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Hetgeen klager in zijn klacht, in zijn toelichting daarop, alsook in zijn verzetschrift, naar voren heeft gebracht, houdt verband met het onderzoek van de deken van de klachten die klager over mrs. B en B heeft ingediend. Het hof sluit zich om die reden aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De door klager aangehaalde uitspraak van het hof van discipline van 30 maart 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:91) ziet op een geheel andere kwestie en mist toepassing in deze zaak. De overige verzoeken van klager blijven buiten behandeling omdat het hof daartoe geen wettelijke bevoegdheid heeft. Wat in verzet verder nog naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355

    Klacht over eigen advocaat. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem heeft bijgestaan in een geschil tussen klager en zijn zus over de nalatenschap van hun moeder. De raad heeft de klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen de klachtomschrijving door de deken en heeft verzocht om een nieuw klachtschrift te mogen indienen, dan wel om terugverwijzing naar de deken. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. Het hof oordeelt in hoger beroep dat verweerder klager zorgvuldig en deskundig heeft bijgestaan, voldoende heeft geïnformeerd en geen onnodige kosten in rekening heeft gebracht. De klacht is in alle klachtonderdelen ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:170 Raad van Discipline Amsterdam 26-579/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerder gehouden om zijn werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerder dit ontijdig of anderszins op onzorgvuldige wijze heeft gedaan. Verder is niet gebleken dat verweerder klager heeft laten betalen voor werkzaamheden die niet zijn verricht. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 260170

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Nu duidelijk is dat klaagster het griffierecht voor een te voeren procedure en de eigen bijdrage van een toevoeging niet kan betalen, heeft de deken het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat zij van een advocaat niet kan verlangen dat hij/zij voor klaagster het griffierecht betaalt en afziet van de eigen bijdrage.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 260156

    Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is met de deken van oordeel dat klager onvoldoende bewijzen heeft overgelegd waaruit is gebleken dat hij recent advocaten heeft benaderd. Verder maakt het hof uit het dossier op dat klager in de loop der tijd door verschillende advocaten is bijgestaan maar dat die hun werkzaamheden kennelijk hebben neergelegd omdat klager het door de WAM-verzekeraar gedane bod ondanks het advies van de advocaten, niet heeft geaccepteerd. Ook andere benaderde advocaten geven na bestudering van het dossier en het aanwezige bewijs aan dat zij geen redelijke kans zien om een ander percentage aansprakelijkheid dan reeds erkend te bewerkstelligen dan wel om een hogere schadevergoeding voor klager te realiseren. Het hof is dan ook met de deken van oordeel dat de procedure waarvoor klager een advocaat wil (een hoger percentage aansprakelijkheid en een hogere schadevergoeding) geen redelijke kans van slagen heeft. Ook op die grond die de deken weliswaar ten overvloede aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd, is terecht het verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-759/AL/MN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over – onder meer – de kosten van zijn diensten. Ook heeft verweerder een termijn voor het indienen van een verweerschrift gemist en klaagster daarover niet geïnformeerd. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragsregels en de kernwaarde deskundigheid. De raad rekent dit verweerder aan. Bij het bepalen van de maatregel weegt de raad het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar mee. Verweer is meermalen door de tuchtrechter veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof van discipline heeft recent een beslissing van de raad van discipline bekrachtigd, waarin hem een voorwaardelijke schorsing was opgelegd ter zake van (onder meer) het niet helder communiceren in de richting van zijn cliënt over de door hem in rekening te brengen werkzaamheden. Vanwege de ernst van het handelen en nalaten van verweerder en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan een onvoorwaardelijke schorsing. De raad legt aan verweerder de maatregel van schorsing in de praktijkoefening op voor de duur van vier weken op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:166 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:167 Raad van Discipline Amsterdam 26-457/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bindend adviseur. Voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat. Het advocatentuchtrecht is volledig van toepassing. Niet gebleken dat verweerder voor de adviesaanvraag relevante informatie heeft genegeerd. Het advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld in zijn rol van bindend adviseur. Klacht is kennelijk ongegrond.